← Nederland

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6297

vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 295355 / KG ZA 07-1141 Vonnis in kort geding van 11 maart 2008 in de zaak van de rechtspersoon naar vreemd recht SEB S.A.S., gevestigd te Selongey Cedex, Frankrijk eiseres, procureur mr. W. Heemskerk, advocaat mr. P.J.M. Steinhauser te Amsterdam, tegen de naamloze vennootschap KONINKLIJKE PHILIPS ELECTRONICS N.V., gevestigd te Eindhoven, gedaagde, procureur mr. H.J.A. Knijff, advocaat mr. W.A. Hoyng te Amsterdam. Partijen zullen hierna SEB en Philips genoemd worden.

  1. De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt in de eerste plaats uit: - de dagvaarding van 16 oktober 2007 met 7 producties; - de akte houdende overlegging producties zijdens Philips voor de zitting van 4 december 2007 (prods. 1 t/m 6); - de mondelinge behandeling van 4 december 2007; - de bij gelegenheid van die behandeling overgelegde pleitnota van mr. Steinhauser; - de pleitnotities van mr. Hoyng voor deze mondelinge behandeling, met inbegrip van een kostenverantwoording zijdens Philips voor de vordering ex art. 1019h Rv. 1.
  3. Vervolgens is de zaak na de mondelinge behandeling op 4 december 2007 aanvankelijk aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen tussen partijen - onder achterlating voor het geval vonnis zou moeten worden gewezen van ter zitting getoonde, hierna te bespreken foodprocessors voorzien van de merken KENWOOD, SEB en PHILIPS. Bedoeld overleg heeft niet geleid tot een minnelijke regeling, waarna SEB om vonnis heeft gevraagd bij brief van 11 februari 2008 van mr. Steinhauser. In reactie daarop heeft mr. Hoyng bij faxbrief van 12 februari 2008 het verzoek van zijn cliënte overgebracht tot "voortzetting resp. heropening van de behandeling resp. een tussenvonnis waarin een (schikkings)comparitie van partijen wordt bepaald." Dat verzoek van Philips is door de voorzieningenrechter bij e-mailbericht van 13 februari 2008 aan mrs. Steinhauser en Hoyng gemotiveerd afgewezen, waarbij tevens is beschikt dat vonnis zal worden gewezen. 1.
  4. Aan het einde van de mondelinge behandeling is met partijen afgesproken dat in geval van vonniswijzen nog een nadere proceskostenopgave op de voet van de aanspraak uit hoofde van art. 1019h Rv zijdens SEB zou worden verschaft, waar Philips nog gelegenheid zou worden geboden om op te reageren. Bij e-mailbericht aan mrs. Steinhauser en Hoyng van 7 maart 2008 heeft de voorzieningenrechter om deze uitgebleven nadere opgave verzocht, welke vervolgens is verschaft door mr. Steinhauser per e-mail van gelijke datum en waarop instemmend is gereageerd door mr. Hoyng, eveneens bij e-mailbericht van gelijke datum. 1.
  5. Vonnis is nader bepaald op heden.
  6. Uitgangspunten 2.
  7. In kort geding kan van het navolgende worden uitgegaan. 2.
  8. SEB is een producent van huishoudelijke apparatuur en behoort tot de SEB groep, die actief is in meer dan 120 landen. In Frankrijk wordt door SEB geopereerd onder het merk SEB, in Nederland gebeurt dat onder het merk TEFAL. 2.
  9. Philips is een holdingmaatschappij, die behalve het houden van aandelen geen andere activiteiten uitoefent in het economische verkeer. Een (niet gedagvaarde) andere groepsmaatschappij, Philips Domestic Appliances and Personal Care B.V. (hierna: Philips DAP) brengt in Nederland onder het merk Philips huishoudelijke apparatuur op de markt. Elders in Europa gebeurt dat door andere Philips-groepsmaatschappijen (niet zijnde Philips). 2.
  10. SEB brengt een door haar ontworpen zogenoemde foodprocessor op de markt, waarvoor zij een geregistreerd Gemeenschapsmodel onder nummer 000125562-0001 heeft verkregen door inschrijving op 13 januari 2004, terwijl prioriteit is ingeroepen vanaf 24 september 2003, voor een keukenmachine (hierna ook: het (Gemeenschaps)model). De 7 afbeeldingen uit deze inschrijving zijn de volgende (respectievelijk vooraanzicht (in de inschrijving 0001.1, hierna de eerste afbeelding), achteraanzicht (0001.2, de tweede afbeelding), linkerzijkant (0001.3, de derde afbeelding), rechterzijkant (0001.4, vierde afbeelding), bovenaanzicht (0001.5, vijfde afbeelding), onderaanzicht (0001.6, zesde afbeelding) en als laatste, zevende afbeelding een perspectivisch aanzicht (0001.7)): foodprocessor SEB 2.
  11. SEB brengt een foodprocessor op de markt onder de aanduiding ISEO, in Frankrijk onder het merk SEB, elders in Europa, waaronder Nederland onder het merk TEFAL (hierna ook : het Tefal apparaat). Op de situering van de naar boven uitstekende voedseltoevoertuit na (in vooraanzicht aan de rechterzijde in het model, in vooraanzicht aan de linkerzijde in de ISEO) voldoet dit keukenapparaat in hoofdzaak aan de modelkenmerken zoals ingeschreven. Dit keukentoestel ziet er als volgt uit: foodprocessor ISEO 2.
  12. Philips DAP brengt in Nederland een PHILIPS Food Processor HR 7620 en HR 7625 op de markt (hierna ook: het Philips apparaat), gelijk andere Philips-groepsmaatschappijen deze elders in Europa op de markt brengen met het navolgende uiterlijk: Philips apparaat 2.
  13. Tot het vormgevingserfgoed van keukenmachines als de onderhavige behoort onder meer een door Kenwood op de markt gebrachte foodprocessor (hierna ook: het Kenwood apparaat) dat er als volgt uitziet: Kenwood apparaat 2.
  14. SEB heeft Philips tevergeefs gesommeerd terzake van modelinbreuk.
  15. Het geschil 3.
  16. Stellende dat zij beschikt over een geldig Gemeenschapsmodel en dat het Philips apparaat daarop inbreuk maakt, waardoor SEB schade lijdt, vordert SEB, onder het stellen van spoedeisend belang daarbij - samengevat - een Gemeenschapsmodelinbreukverbod en diverse nevenvorderingen, te weten een registeracccountantsgecertificeerd opgavebevel van de leverancier van het inbreukmakende apparaat en het totale aantal door Philips bestelde en afgenomen inbreukmakende apparaten, voorts van de afnemers daarvan met gespecificeerde afgenomen aantallen en in rekening gebrachte en ontvangen prijzen en van de genoten netto winst met specificatie van de ten laste van de bruto winst gebrachte bedragen, alles op straffe van dwangsommen, bepaling van een termijn ex art. 260 Rv (bedoeld zal zijn: art. 1019i Rv), kosten rechtens op de voet van art. 1019h Rv. 3.
  17. Philips voert verweer - maar niet op het punt van het gestelde spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
  18. De beoordeling 4.
  19. De vorderingen dienen te worden afgewezen, reeds omdat Philips geen andere economische activiteiten uitoefent dan het houden van aandelen en aldus geen inbreuk maakt of dreigt te maken op de Gemeenschapsmodelrechten van SEB. Zoals SEB ter zitting heeft erkend naar aanleiding van het terzake door Philips gevoerde en desgevraagd gehandhaafde formele verweer, had zij voor Nederland Philips DAP dienen te dagvaarden en voor zover het om andere markten binnen de EU dan de Nederlandse gaat de Philips-groepsmaatschappijen die op die betreffende markten het Philips apparaat op de markt brengen. Dat op een sommatiebrief gericht aan Philips zonder een voorbehoud te maken inhoudelijk is gereageerd door Philips' advocaat, zoals SEB aanvoert, maakt dat niet anders. 4.
  20. Ten overvloede en op uitdrukkelijk verzoek van beide partijen, mede met het oog op het wellicht voorkomen van verdere procedures, die SEB, zoals zij ter zitting heeft aangegeven, nadrukkelijk in beraad houdt, zal toch bij wege van obiter dictum tot een voorlopige beoordeling van de inbreukvraag worden overgegaan. 4.
  21. Voorshands wordt geoordeeld dat het Philips apparaat geen inbreuk maakt op het ingeroepen Gemeenschapsmodel van SEB. Daartoe wordt als volgt overwogen. 4.
  22. Krachtens art. 85 lid 1 GModVo dient te worden uitgegaan van de geldigheid van het ingeschreven Gemeenschapsmodel waar SEB zich op beroept. Philips heeft de geldigheid van het ingeroepen model ook niet (langer) bestreden. 4.
  23. Volgens art. 10 lid 1 GModVo is de vraag of het Philips apparaat bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt dan het ingeschreven Gemeenschapsmodel van SEB. Daarbij moet worden bedacht dat volgens art. 8 lid 1 GModVo een recht op een Gemeenschapsmodel niet geldt voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie worden bepaald. 4.
  24. In het midden kan blijven of de (wel zeer beperkte) benadering van Philips van de beschouwing van de inbreukvraag, met name met betrekking tot wat onder geïnformeerde gebruiker moet worden verstaan en wat het criterium van een andere algemene indruk zou behelzen, naar aanleiding van een recente uitspraak van de Engelse Court of Appeal van 10 oktober 2007 in de zaak Procter & Gamble/Reckitt Benckiser [2007] EWCA Civ 936

(1), de juiste is zoals zij voorstaat, maar SEB bestrijdt. Beschouwing van de kenmerken van het ingeschreven model enerzijds en het Philips apparaat anderzijds levert hoe dan ook het volgende beeld op. 4.7. Volgens SEB is de combinatie van de volgende zes uiterlijke kenmerken van het model bepalend voor de algemene indruk die dit wekt bij de geïnformeerde gebruiker:
  1. a)een food processing bovengedeelte en een motorhuis vormend ondergedeelte, die beiden naar het midden toe taps toelopen op een wijze van een zandloper en uitmonden in een "band-vormig" middenrif of "taille"-gedeelte,
  2. b)waarbij het bovengedeelte transparant is uitgevoerd in tegenstelling tot het ondergedeelte, en
  3. c)de taille zich in het midden van het apparaat bevindt, en
  4. d)het handvat is bevestigd aan de - bezien vanuit de bedieningsknop aan de voorzijde - rechterkant van het bovengedeelte,
  5. e)waarbij de lijn, die wordt gevormd door de onderkant van het food processing gedeelte visueel doorloopt in de lijn, die wordt gevormd door de onderkant van het handvat,
  6. f)terwijl de tapstoelopende lijn van het food processing gedeelte niet wordt gevolgd daar waar het handvat aangrijpt op dit food processing gedeelte, maar juist een rechte, verticale lijn volgt, parallel met de lijn van de tegenovergelegen zijde van het handvat. SEBs centrale stelling dat het uiterlijk van het Philips apparaat op deze punten
(2)overeenstemt en derhalve geen verschillende algemene indruk maakt dan die van het model, wordt verworpen op grond van het navolgende. 4.8. Het uiterlijk van utilitaire huishoudelijke keukenapparaten als de onderhavige wordt in belangrijke mate - maar niet uitsluitend - bepaald door de verscheidene technische functies. Zo is een doorzichtige, trechtervormige
(3)kom met toevoertuit
(4)noodzakelijk waarin verscheidene soorten roterende messen kunnen worden geplaatst, voorzien van een oor/handvat en een (doorgaans: ondoorzichtig) motorhuis met een snoeropbergmogelijkheid en een draaiknop voor bediening in verschillende standen
(5). Bij een trechtervormige kom is een omgekeerd trechtervormig motorhuis eveneens technisch bepaald, alleen al uit oogpunt van materiaalbesparing, terwijl de stevigheid een zo breed mogelijke basis voorschrijft. Ook geeft de trechtervorm bij de spuitgietproductie het technische voordeel dat deze makkelijker dan rechte cilindervormen uit de mal kan worden verwijderd, zodat in die zin ook sprake is van technische bepaaldheid. Al deze door Philips aangegeven elementen van technische bepaaldheid zijn door SEB naar voorlopig oordeel onvoldoende steekhoudend weersproken. Uit het door partijen geschetste vormgevingserfgoed is dan ook de vorm van een relatief (ten opzichte van de hoogte van het apparaat) brede "zandlopervorm" met een soort "taille" in het midden tussen kom en motorhuis (het Kenwood apparaat) bekend en "vrij". Dergelijke elementen komen niet in aanmerking voor modelrechtelijke bescherming, maar zijn niettemin naar voorlopig oordeel voor een belangrijk deel bepalend voor de algemene indruk die het apparaat wekt. 4.9. De volgende modelrechtelijk relevante vormgevingskenmerken die blijken uit de Gemeenschapsmodelinschrijving van SEB zijn bij het aangevallen Philips apparaat naar voorlopig oordeel zodanig anders uitgevoerd, dat dit apparaat (net) vrijloopt, omdat aldus een modelrechtelijk relevante andere algemene indruk wordt gewekt: - het vooraanzicht: in het oog springende andere knop (groter in het Philips apparaat met een reliëfrand eromheen), verschillende taille (model: halverwege scheiding kom/motorhuis en onderbroken op ongeveer 1/3 deel in de breedte van rechts af bezien, vloeiender en ononderbroken bij het Philips apparaat), messenlade onderaan recht onder de knop (ontbreekt bij het Philips apparaat), geen zichtbare snoeroprolvoorziening aan de voorzijde (wel bij het Philips apparaat onderaan rondom het hele motorhuis), een zichtbare scheidingslijn rondom onderin het motorhuis denkbeeldig doorlopend ter hoogte van het handvat van de messenlade6 (ontbreekt in het Philips apparaat); - het achteraanzicht: zichtbare uitstulping aan achteronderzijde van het motorhuis met twee nokken waar het snoer om kan worden gewonden met daartussenin een rooster voor de koeling (in het Philips apparaat ontbreken deze geprononceerd zichtbare uitstulpingen uit het model door een hele andere wijze van opbergen van het snoer (uit het oog door een binnen het motorhuis vallende oprolmogelijkheid rondom de gehele omtrek van het motorhuis), terwijl aan de achterzijde evenmin een zichtbare koelingsvoorziening is aangebracht (het koelingsrooster van het Philips apparaat zit aan de onderzijde van het motorhuis, onzichtbaar bij normaal gebruik), ook hier een zichtbare scheidingslijn rondom onderin het motorhuis (ontbreekt ook hier bij het Philips apparaat); - zijaanzichten: zichtbare uitstulpende nokken van de snoeroprolinrichting (ontbreekt bij het Philips apparaat); - geheel verschillende boven- en onderaanzichten (vooral onder
(7): zichtbare messenlade van het model tegenover zichtbaar koelingsrooster van het Philips apparaat); - alle aanzichten: beduidend anders vormgegeven deksel van de kom, "afronding" aan onderzijde van model tegenover scherpuitgesneden snoeroproluitsparing met dunne onderkant in het Philips apparaat, slankere uitstraling van dit apparaat ten opzichte van het relatief robuustere model. De naar voorlopig oordeel wel in belangrijke mate
(8)overeenstemmend vormgegeven handvatten volgens het model en het Philips apparaat maken niet, dat de in het oog springende hiervoor besproken afwijkende kenmerken toch geen andere algemene indruk wekken. Verder zijn de positionering van het handvat aan de rechterzijde en een centrale bedieningsdraaiknop naar voorlopig oordeel modelrechtelijk vrij, omdat dit in vrijwel alle foodprocessors zo wordt gedaan
(9). Ook de positionering van het toevoertuit aan de rechterzijde is naar voorlopig oordeel niet bepalend voor de algemene indruk, wel de aan de bovenzijde uitstekende vorm daarvan (waar dan ook gepositioneerd), die volgens beide partijen terecht als technisch bepaald wordt gezien, zodat ook dit het vorenoverwogene niet anders maakt. 4.10. Het vorenoverwogene leidt tot afwijzing van de gevorderde voorzieningen met veroordeling van SEB in de kosten conform de ter zake door Philips eerst bij gelegenheid van pleidooi verschafte verantwoording die niet door SEB is bestreden
(10). Nu Philips geen aanspraak heeft gemaakt op uitvoerbaar bij voorraadverklaring van een eventuele proceskostenveroordeling te haren gunste, blijft uitvoerbaarverklaring bij voorraad achterwege.
  1. De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  2. wijst de gevorderde voorlopige voorzieningen af; 5.
  3. veroordeelt SEB in de kosten van deze procedure op de voet van art. 1019h Rv, tot aan deze uitspraak aan de kant van Philips begroot op € 251,- aan verschotten en op € 23.383, 26 aan salaris procureur. Dit vonnis is gewezen door mr. G.R.B. van Peursem en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2008 . rvp 1Te vinden op http://www.bailii.org/ew/cases/EWCA/Civ/2007/936.html. Het is naar verluid de eerste appelbodemuitspraak van een Gemeenschapsrechtbank over deze materie. 2 Althans, zo stelt zij bij pleidooi, de volgende vier "importante aspecten": getailleerde vorm met smalle middenstrook, vormgeving van het handvat, positionering van de toevoerkoker en de bedieningsknop in het centrum van de voorzijde, hetgeen enigszins afwijkt van haar in de dagvaarding geformuleerde, hiervoor genoemde zes punten. 3 De trechtervorm is technisch bepaald, omdat dan met kleinere messen (zich uitstrekkend over de hele bodem) een groter volume verwerkt kan worden en bij kleinere messen met minder motorvermogen kan worden volstaan. Bovendien geeft dit betere voedselverwerking, doordat dit beter naar boven kan "kruipen" dan bij een rechte vorm. 4 De toevoertuit is volgens beide partijen in ieder geval technisch bepaald. 5 Weliswaar is het motorhuis niet technisch noodzakelijkerwijs aan de onderzijde van de voedselbak gesitueerd, maar dit is wel een zeer gebruikelijke positionering die naar voorlopig oordeel gelet op het vormgevingserfgoed niet modelrechtelijk te monopoliseren valt. 6 Onduidelijk is gelet op de laatste, perspectivische afbeelding van de modelinschrijving of sprake is van een enkele of een dubbele scheidingslijn; in de uitvoering van het Tefal apparaat (maar dat is modelrechtelijk voor de inbreukvraag niet bepalend) is geen sprake van een tweede scheidingslijn, maar van een "knik" in het kunststof motorhuis. 7 Mogelijk mag dit gelet op art. 4 lid 2 sub a GModVo evenwel geen rol spelen, zoals SEB heeft aangevoerd, omdat dit bij normaal gebruik niet zichtbaar zal zijn. Het geclaimde modelrecht verwijst evenwel in afbeelding 0001.6 uitdrukkelijk naar de onderzijde. 8 Maar er zijn ook verschillen bij nadere beschouwing: duimuitsparing bovenop Philips deksel ter hoogte van het handvat, welk handvat anders dan in het model boven en onder is afgeplat ("rond" in het model, zie vooral de perspectivische afbeelding uit de inschrijving). 9 Te zien op de website www.ciao.fr, waar SEB naar heeft verwezen als maatgevend voor het vormgevingserfgoed op dit gebied. 10 De voorzieningenrechter merkt evenwel daaromtrent ambtshalve op dat het er niettegenstaande het onbestreden zijn gelaten van deze verantwoording alle schijn van heeft dat een nota wordt opgevoerd ("rekening augustus" ad € 1.774,87 die onder meer ziet op "prior art searches" (door octrooigemachtigden?), in welk kader tevens sprake is van een in de onderhavige zaak verder niet aan de orde zijnde "Argos catalogue") en mogelijk ook uren elders ("studie octrooien, advies" van mr. Hoyng) in rekening wordt gebracht die niet in de onderhavige zaak lijkt thuis te horen, maar in het partijen eveneens verdeeld houdende octrooigeschil, dat ter zitting kort ter sprake is gekomen. Nu SEB deze aldus onderbouwde verantwoording evenwel niet heeft bestreden, dient deze vordering tot veroordeling in de proceskosten van de kant van Philips op de voet van art. 1019h Rv conform die verantwoording te worden toegewezen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.