RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Eerste afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr.: AWB 07/6994 WOW44 UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen T-Mobile Netherlands B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp, verweerder. Ontstaan en loop van het geding Bij aanvraag van 13 oktober 2004 heeft eiseres een lichte bouwvergunning aangevraagd voor het oprichten van een mast in sportpark De Bloemerd te Leiderdorp ten behoeve van mobiele telefonie met veldverlichting. Bij besluit van 16 januari 2007 heeft verweerder geweigerd een vrijstelling van het bestemmingsplan en de bouwvergunning te verlenen. Bij besluit van 10 augustus 2007 heeft verweerder, in afwijking van het advies van de Commissie Bezwaarschriften van 6 juli 2007, het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 18 september 2007, ingekomen bij de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld. De gronden zijn daarna aangevuld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Het beroep is, gevoegd met de zaak AWB 07/7007, op 10 september 2008 ter zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Boot en mr. E.H.J. Eussen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Borst. Motivering Het bouwplan voorziet in de plaatsing van een mast ten behoeve van mobiele telefonie met veldverlichting van circa 30 meter hoog. Voor een mast van deze hoogte is een lichte bouwvergunning vereist. Verweerder heeft de bouwvergunning geweigerd, omdat het bouwplan in strijd is met de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan en verweerder geen medewerking wil verlenen aan een vrijstellingsprocedure. In artikel 44, eerste lid, van de Woningwet (Wow) is bepaald dat een bouwvergunning slechts mag en moet worden geweigerd, indien sprake is van één van de daarin gegeven weigeringsgronden. Op grond van het bepaalde onder c. dient de bouwvergunning te worden geweigerd indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld. Ingevolge artikel 44, derde lid, van de Wow is het eerste lid op de lichte bouwvergunning van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO), gelezen in samenhang met artikel 20, eerste lid, aanhef en onder f, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (Bro) kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan voor een antenne-installatie als bedoeld in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (BBLB), in de bebouwde kom, mits de hoogte van de antenne, gemeten vanaf de voet van de antenne, niet meer is dan 40 meter. Op het sportpark De Bloemerd is het bestemmingsplan 'Plan in hoofdzaak 1960' van toepassing. Uit dit plan volgt dat het sportpark is aangemerkt als recreatiegebied. Op grond van artikel IV van de planvoorschriften mogen op gronden die deel uitmaken van een recreatiegebied uitsluitend gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, welke krachtens hun aard geheel aansluiten bij het karakter van park, plantsoen, sportvelden en andere recreatieve doeleinden met de daarbij behorende voorzieningen, met dien verstande dat burgemeester en wethouders vergunning kunnen verlenen tot het bouwen van gebouwen en bouwwerken van beperkte afmetingen ten behoeve van het openbaar nut. De te plaatsen antennemast zal volgens het bouwplan in de plaats komen van één van de bestaande lichtmasten om een sportveld in De Bloemerd. Het betreft een vakwerkmast die tweemaal zo hoog is als de reeds bestaande masten. In de mast zullen twee antenne-installaties en een WAS-sirene bevestigd worden. De stelling van eiseres dat sprake is van een reeds bestaande lichtmast die vervangen zal worden door een andere met toevoeging van genoemde installaties, geeft naar het oordeel van de rechtbank, vooral gelet op de omvang van de mast, een te beperkte voorstelling van de feitelijke uitstraling die de mast zal hebben. De rechtbank heeft daarbij mede gelet op de bij de bouwaanvraag behorende tekeningen en foto's. De antennemast sluit niet geheel aan bij het karakter van het (sport)park en de daarbij behorende voorzieningen. Verweerder heeft daarom terecht geoordeeld dat sprake is van strijd met het bestemmingsplan. Voor vergunningverlening is in deze zaak derhalve vrijstelling van het bestemmingsplan nodig. Gelet op het bepaalde in artikel 46, derde lid, van de Wow is de in het eerste lid genoemde beslistermijn voor de vergunningaanvraag niet van toepassing. De stelling van eiseres dat door het verstrijken van deze beslistermijn de bouwvergunning van rechtswege is verleend, wordt dan ook verworpen. In verband met het verzoek om vrijstelling is van belang de 'Beleidsnota randvoorwaarden bij plaatsing van antenne-installaties in Leiderdorp'. Hoofdstuk 7 bevat het toetsingskader bij verzoeken om plaatsing van een antenne-installatie. Hieraan wordt ontleend dat in de bestuurlijke afwegingen om voor het plaatsen van een antenne-installatie vrijstelling van het geldende bestemmingsplan te verlenen de afweging hoofdzakelijk van stedenbouwkundige aard zal zijn (7.3). De stedenbouwkundige aspecten die daarbij een overheersende rol spelen, betreffen onder andere eventuele horizonvervuiling, de ruimtelijke inpassing, het woongenot en de esthetische randvoorwaarden (welstandstoets). Daarnaast vindt (onder andere) in gebieden met een hoge landschappelijke beleving, zoals Sportpark De Bloemerd, clustering plaats met bestaande bebouwing en bij markante punten van menselijke activiteiten en infrastructuur. Bij de beoordeling van de verzoeken om vrijstelling wordt uitdrukkelijk meegenomen of er een alternatieve locatie beschikbaar is of komt. Daarnaast moeten antenne-installaties volgens de beleidsnota op een maatschappelijk verantwoorde wijze ingepast worden in het landschap en de bebouwde omgeving (7.5). Als belangrijkste uitgangspunten voor het plaatsingsbeleid worden genoemd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.