RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Meervoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 07/6015 IB/PVV Uitspraakdatum: 13 oktober 2008 Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X], wonende te [Z], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2005 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend - voor zover hier van belang - naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 150.756. 1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 juli 2007 de aanslag gehandhaafd. 1.3. Eiser heeft daartegen bij brief van 13 augustus 2007, door de rechtbank ontvangen op 14 augustus, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september 2008 te 's-Gravenhage. Namens eiser is daar verschenen mr. [A] en namens verweerder is verschenen [B]. 2 Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: 2.1. Eiser dreef tot 1 oktober 2005 gezamenlijk met zijn echtgenote een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma. Beiden hebben hun onderneming op die datum in fiscale zin gestaakt door overdracht van de activa en passiva aan de door hen opgerichte besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] B.V. (hierna: de B.V.) in het kader van de inbreng van de onderneming in de B.V. Op de inbreng is niet artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet) toegepast. 2.2. De B.V. is opgericht bij notariële akte, verleden op 28 november 2005 en de ingebrachte onderneming is met ingang van 1 oktober 2005 voor rekening en risico van de B.V. Zowel in de notariële akte als in de daarbij behorende akte van inbreng van 28 november 2005 is onder meer het volgende bepaald: ' Overeenkomst tot storting. De oprichters hebben zich met betrekking tot de storting op de door ieder van hen genomen aandelen tot het volgende verbonden: a. De aandelen die de oprichters in het kapitaal van de vennootschap nemen, zullen door de oprichters worden volgestort door inbreng in de vennootschap, van ieders aandeel in de door hen in vennootschap onder firma-verband voor gemeenschappelijke rekening (…) gedreven onderneming, (…), met alle tot die onderneming behorende activa en passiva, behoudens het hierna volgende, voor de waarde per een oktober tweeduizend vijf, hierna ook te noemen: 'het overgangstijdstip'. Deze waarde zal blijken uit een per die datum door de oprichters op te maken en te ondertekenen balans, waarop deze activa en passiva zullen worden opgenomen voor de waarde daaraan toe te kennen in het economische verkeer. b. De oprichters kunnen ten laste van de door ieder van hun met of bij het staken van de in te brengen onderneming genoten belastbare winst, alsmede ten laste van de door hem in het kader van die onderneming gevormde oudedagsreserve in de zin van artikel 3.67 Wet inkomstenbelasting 2001, een of meer lijfrenten bedingen als bedoeld in die wet, en wel voor een door hem gewenst bedrag en in de door de desbetreffende oprichter gewenste vorm, met inachtneming van de maxima die volgens de wet zijn toegelaten. c. Als de waarde van de onder a. bedoelde inbreng volgens de daar bedoelde balans, verminderd met het bedrag van de hiervoor bedoelde lijfrenten, het nominale bedrag van de aandelen waarvoor de desbetreffende oprichter deelneemt in het kapitaal van de vennootschap overtreft, zal naar keuze van de desbetreffende oprichter: - die meerwaarde worden aangewend tot verhoging van de lijfrente, dan wel (…). d. Als de waarde van de onder a. bedoelde inbreng, na aftrek van het ten laste van de vennootschap komende op grond van het bepaalde onder b. en c., lager is dan het nominale bedrag van de aandelen die de desbetreffende oprichter neemt in het kapitaal van de vennootschap, zal deze de onder b. bedoelde lijfrente en/of de onder c. bedoelde creditering en/of het onder c. bedoelde agio kunnen verminderen met een bedrag ter grootte van dit verschil, dan wel zal deze een bedrag ter grootte van dit verschil aan de vennootschap voldoen. (…) e. (…) f. De in te brengen onderneming is voor rekening en risico van de vennootschap vanaf het overgangstijdstip; winsten en verliezen vanaf die datum tot het tijdstip van oprichting komen ten gunste respectievelijk ten laste van de vennootschap. g. (…) h. Als de waarde van een of meer van de in de inbreng begrepen vermogensbestanddelen voor de heffing van de directe belastingen onherroepelijk wordt vastgesteld op een ander bedrag dan daaraan werd toegekend volgens de onder a. bedoelde balans, zal de inbreng zijn geschied voor die waarde en zal die waarde in aanmerking worden genomen bij de toepassing van het hiervoor bepaalde, met inachtneming van het volgende. Wanneer deze fiscale vaststelling geschiedt op een hoger bedrag dan dat volgens de balans, zal ter keuze van de desbetreffende oprichter het verschil tussen die waarden: - worden aangewend tot verhoging van de hiervoor onder b. bedoelde lijfrente, en/of (…). Wanneer deze fiscale vaststelling geschiedt op een lager bedrag dan dat volgens de balans, zal het verschil tussen die waarden ter keuze van de desbetreffende oprichter: -leiden tot een verlaging van de hiervoor onder b. bedoelde lijfrente, en/of (…)'. 2.3. Op 18 november 2005 is een inbrengbeschrijving opgemaakt die voor zover hier van belang als volgt luidt: ' Het voornemen bestaat op de uit te geven aandelen van de op te richten '[C] B.V.' te [Z] in te brengen de onderneming '[D] V.O.F.' met alle noodzakelijke activa en passiva. (…) Overeengekomen is, dat deze onderneming ingaande 1 oktober 2005 voor rekening en risico van de op te richten vennootschap wordt gedreven. De waarde van de in te brengen onderneming, rekening houdende met belastinglatenties en toegezegde stamrechtverplichtingen, is naar de toestand van 30 september 2005 bepaald op € 18.000. De waarde is als volgt samengesteld: Intrinsieke waarde onderneming €66.373 Goodwill-waarde onderneming 135.000 Belastinglatenties over meerwaarden 0 Toegezegde stamrechtverplichting -144.016 Rekening-courant aandeelhouders 39.357 -------------------- Totaal €18.000 (…) Aan de personen, die het voornemen hebben de vennootschap op te richten zal, bij oprichting, door de vennootschap een recht op een periodieke uitkering (een 'stamrecht' ) worden toegekend. Deze toezegging is gewaardeerd tegen nominale waarde. De stamrechtverplichting houdt in, dat ten behoeve van de oprichters thans een som geld wordt gereserveerd, waaraan jaarlijks een 4 % cumulatieve rente zal worden toegevoegd en waarmee de oprichters bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd zich periodiek een bedrag kunnen laten uitkeren gedurende een periode en van een hoogte, die alsdan zal worden bepaald. De periodieke uitkering vervalt op het moment, dat de oprichter komt te overlijden. Indien een oprichter voor de ingangsdatum van de uitkering komt te overlijden, zullen de uitkeringen ingaan op het overlijdensmoment en toekomen aan zijn/haar nabestaanden. Getekend te [Z] op 18 november 2005 '. 2.4. Op 26 december 2006 is tussen eiser en de B.V. een schriftelijke lijfrente-overeenkomst gesloten, welke voor zover hier van belang als volgt luidt: ' Lijfrente-overeenkomst betreffende uitgestelde (gerichte) lijfrente bij inbreng in een B.V. mede omvattende afname for De ondergetekenden: 1 [C] B.V.,(...) hierna te noemen de B.V. 2 De heer drs. [X], (…), hierna te noemen de ondergetekende sub 2 In aanmerking nemende: dat de ondergetekende sub 2 zijn tot 30 september 2005 voor eigen rekening gedreven onderneming heeft ingebracht in de daartoe op 28 november 2005 opgerichte besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] B.V., gevestigd te [Z], zulks onder de verplichting voor de B.V. om voor zover blijkens de per 30 september 2005 opgemaakte inbrengbalans, de waarde van de inbreng van de ondergetekende sub 2 de waarde van de bij hem geplaatste aandelen overtreft, indien en voor zover laatstgenoemde zulks wenst, dat bedrag geheel of ten dele, tot het bedrag van de fiscale oudedagsreserve, in de zin van paragraaf 3.2.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ondergetekende sub 2, alsmede tot het bedrag van de met of bij die inbreng behaalde stakingswinst verminderd met (het nog niet-benutte gedeelte van) de stakingsaftrek als bedoeld in 3.79 Wet inkomstenbelasting 2001 (juncto hoofdstuk 2 artikel 1 letter A of B van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001), echter, tot ten hoogste. een voor de ondergetekende sub 2 geldend wettelijk maximum te bestemmen om aan hem één of meerdere lijfrenten te verstrekken als bedoeld in artikel 3.125 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Verklaren te zijn overeengekomen als volgt: Artikel 1 Premie Van het vorenbedoelde door de B.V. wegens overinbreng aan de ondergetekende sub 2 uit te keren c.q. schuldig te erkennen bedrag, wordt een bedrag, groot € 63.870,- (zegge: drieënzestigduizend achthonderdzeventig euro) en een bedrag, groot €18.454,- (zegge: achttienduizend vierhonderdvierenvijftig euro), wegens afneming van de oudedagsreserve, bestemd als premie voor één of meerdere lijfrenten als tegenprestatie voor de overdracht van de onderneming aan de B.V., welke lijfrenten in het hiernavolgende zullen worden geregeld als één lijfrente ter grootte van het gezamenlijke bedrag, groot € 82.324,- (zegge: tweeëntachtigduizend driehonderdvierentwintig euro), tenzij het tegendeel uitdrukkelijk blijkt en welke aanspraak geeft op een vaste en gelijkmatige periodieke uitkering. Artikel 2 Uitkering 1 Lijfrente ex artikel 3.125, lid 1, onderdeel a, Wet inkomstenbelasting 2001 De in het voorgaande artikel bedoelde lijfrentetermijnen zullen ingaan op een nog nader door de ondergetekende sub 2 te kiezen ingangsdatum of -data welke data uiterlijk gelegen zijn in het jaar waarin de ondergetekende sub 2 de leeftijd van 70 jaar bereikt en eindigen uiterlijk bij het overlijden van de ondergetekende sub 2. 2 Lijfrente ex artikel 3.125, lid 1, onderdeel d, Wet inkomstenbelasting 2001 De in het voorgaande artikel bedoelde lijfrente(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.