RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 06/3409/IB/PVV Uitspraakdatum: 6 maart 2008 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X], wonende te [Z], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 9 november 2005 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser voor het jaar 2002 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer 1]) naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 34.894. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 februari 2008. Eiser is niet ter zitting verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. drs [A]. Blijkens bij TNT-post ingewonnen informatie is de aangetekend verstuurde uitnodiging op 2 januari 2008 op het door eiser vermeldde adres uitgereikt. Telefonisch heeft eiser aan de griffier laten weten dat hij bewust niet ter zitting is verschenen, omdat in deze zaak alles al is gezegd. 1. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk. 2. Gronden 2.1. Verweerder heeft met dagtekening 9 november 2005 uitspraak op bezwaar gedaan. Voorafgaand aan deze uitspraak heeft verweerder bij brief van 20 oktober 2005 aan eiser meegedeeld hoe hij zal beslissen en heeft hij aan hem de ter inzage ontvangen stukken teruggestuurd. 2.2. Naar aanleiding van de aanmaning van 2 december 2005 heeft eiser op 4 december 2005 een brief aan de Ontvanger der Directe Belastingen gestuurd met de volgende tekst: “Betreffende aanslagnummer: [nummer 2] [nummer 1] In aansluiting op uw schrijven van dd. 2 december 2005 betreffende het bovenvermelde aanslagnummers wens ik u het navolgende mede te delen als ook het verzoek in te dienen voor uitstel van betaling. Tegen de eerste aanslag over het belastingjaar 2002 hebben met en ik een bezwaar ingediend. Na verloop van tijd kregen wij beschikkingen binnen waarop stond vermeld, dat de motivering in deze al was medegedeeld. Echter tot op heden hebben wij de beslissingen {beargumenteringen} niet mogen ontvangen. Het is niet of nauwelijks na te gaan wat nu wel en wat nu niet is goedgekeurd. • Vooral de ziektekosten van mevrouw (…) zijn nogal erg hoog geweest in 2002. Hierbij denk ik alleen al aan de aanschaf van bepaalde hulpmiddelen voor haar handicap. De extra reiskosten voor ziekhuisbezoek, artsenbezoek enz. Het ene moment krijgen we een beschikking over 2002 dat na verrekening van een en ander het restant zal worden gestort en dan krijgen we weer een mededeling dat er nog betaald moet worden. Zoals u zult begrijpen is één en ander voor ons heel onduidelijk, wat ook weer zijn weerslag heeft op o.a. de thuiszorg. Aangezien het niet duidelijk is wat nu exact ons gezamenlijk inkomen is, worden wij voor deze thuiszorg over 2004 voor het maximum aangeslagen. Gelet op het bovenstaande hebben wij aan u de navolgende verzoeken. 1. Is het mogelijk om een gespecificeerde opgave te verkrijgen hoe de besluitvorming betreffende ons ingediende bezwaar tot stand is gekomen. 2. Gedurende de behandeling van dit verzoek, een uitstel van betaling te verkrijgen en op het moment dat één en ander is afgewikkeld een betalingsregeling te mogen treffen. 3. Een correcte opgave te ontvangen van het gezamenlijke belastbare inkomen, welke wij nodig hebben voor de thuiszorg. In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, verblijf ik in afwachting op uw antwoord met vriendelijke groet, (…)” 2.3. Naar aanleiding van het d.d. 16 december 2005 door de Ontvanger gestuurde antwoord heeft eiser met dagtekening 3 januari 2006 opnieuw in een soortgelijke brief als die van 4 december 2005 aan de Ontvanger om uitstel van betaling en uitleg gevraagd. 2.4. Eiser heeft op 6 april 2006 een brief met – voor zover hier van belang – de volgende tekst naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage gestuurd. Rechtbank ’s-Gravenhage heeft deze brief op 7 april 2006 ontvangen. “Betreffende beroepschrift: [nummer 2] [nummer 1] (..) In aansluiting op bovenvermelde aanslagnummers, wenst ondergetekende, (…) voor hem en zijn echtgenote (…) beroep aan te tekenen tegen de aan hun opgelegde aanslagen en tevens verzoeken hen uitstel van betaling te willen verlenen tot dat deze kwestie is opgelost. Volgens de belastingdienst te (…) zou ondergetekende nog een bedrag van € 2662,00 en zijn echtgenote nog een bedrag van € 1601,00 moet betalen. Dit in tegenstelling tot hetgeen de uitkomst is van de door u aangeleverde aangiftemodule. Volgens mijn berekening, zie bijlage, moet ondergetekende een bedrag van € 2866,00 en zijn echtgenote een bedrag van €. 1636,00 terugontvangen. De belastingdienst in (…) heeft zeer goed geholpen om één en ander in goede banen te leiden, echter naar het idee van ondergetekende is hem ondanks alle medewerking welke de belastingdienst te (…) heeft gegeven, geen recht gedaan. (…).” 2.5. In zijn brief van 4 juli 2006 aan het Gerechtshof te ’s-Gravenhage, welke brief is doorgestuurd naar de rechtbank ’s-Gravenhage, heeft eiser het volgende vermeld: “(…) In uw schrijven stelt u dat ik aannemelijk moet maken, dat ik tijdig beroep heb aangetekend tegen de aan mij opgelegde aanslag 2002. De vertraging welke mogelijk is ontstaan heeft te maken met de afhandeling van het bezwaar van mijn echtgenote. Het bezwaar van mijn echtgenote was nog niet afgewikkeld, waardoor ik geen zicht had op de totale afwikkeling. (…) Continue zijn wij bezig geweest om één en ander in orde te krijgen. De laatste uitspraak in de bezwaarprocedure is op 17 maart 2006 geweest, als ik hierbij zes weken optel, dan kom ik ruim over 6 april 2006. Mijns inziens heb ik wel degelijk tijdig mijn beroep tegen de uitspraak ingediend. (…)” 2.6. Verweerder is van mening dat eiser niet ontvankelijk is in zijn beroep, omdat het te laat is ingediend. Bij de behandeling van het bezwaar is alles met eiser besproken. Diverse afspraken om nadere toelichting te geven in de beroepsfase zijn door eiser afgezegd. 2.7. In geschil is of:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.