RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 06/9572/IB/PVV Uitspraakdatum: 17 september 2008 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X], wonende te [Z], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 13 oktober 2006 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser voor het jaar 1991 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) naar een belastbaar inkomen van € 17.882 (f 39.407). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2008. Namens eiser is niemand verschenen. Namens verweerder is verschenen drs. [A]. Blijkens bij TNT-post ingewonnen informatie is de aan eiser aangetekend verstuurde uitnodiging voor de zitting op 16 juli 2008 afgehaald op de afhaallocatie [locatie]. De rechtbank is van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op de juiste wijze en tijdig aan eiser is verzonden. 1 Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. 2 Gronden 2.1. Eiser heeft op [datum] 1983 de besloten vennootschap met de naam [B] B.V. (hierna: [B] B.V.) opgericht. Nadat andere aandeelhouders waren toegetreden, hield eiser 10 van de 35 volgestorte aandelen in [B] B.V. De doelstelling van deze onderneming was het adviseren en begeleiden van bedrijven. Eiser ontving inkomen als werknemer en aandeelhouder van [B]. B.V. In 1985 heeft eiser € 26.909 (f 59.300) aan salaris van [B] B.V. ontvangen. Voorts had eiser in het jaar 1986 een vordering op [B]. B.V. van € 8.621 (f 19.000). Vanaf het jaar 1989 ontving hij geen loon meer van [B] B.V. In dat jaar is hij in dienst getreden bij de [C]. 2.2. In augustus 1984 heeft eiser, tezamen met twee andere personen, [D] C.V. opgericht. Deze C.V. werd opgericht met het doel om activiteiten van [B] B.V. over te nemen. In 1985 zijn de activiteiten weer door [B] B.V. overgenomen. In datzelfde jaar is [B] B.V. gestart met de handel in Victoria-baars. In het jaar 1986 heeft [B] B.V. een winst voor belastingen van f 3.067 behaald. 2.3. Op 13 oktober 1986 sloot [B] B.V. een bedrijfskrediet van € 72.605 (f 160.000) af bij de (destijds genoemde) ... bank. In de kredietovereenkomst werden ten behoeve van de bank diverse zekerheden opgenomen. Eiser heeft zich in die overeenkomst hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het gehele geleende bedrag en heeft zijn vordering op [B] B.V. ten bedrage van € 8.621 (f 19.000) achtergesteld ten opzichte van alle crediteuren. 2.4. In 1991 is eiser door de bank aangesproken en heeft hij, ter finale kwijting, een eenmalig bedrag van € 15.882 (f 35.000) aan de bank betaald. In zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1991 heeft eiser dit bedrag in aftrek gebracht als beroepskosten. Verweerder heeft deze aftrek niet geaccepteerd en de aanslag in afwijking van de aangifte vastgesteld naar een belastbaar inkomen van € 17.882 (f 39.407). 2.5. In geschil is:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.