RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht - voorzieningenrechter Vonnis in kort geding van 13 maart 2009, gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 310169 / KG ZA 08-552 van: 1. [eiser sub 1], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [A], 2. [eiseres sub 2], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [B], 3. [eiser sub 3], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [C], 4. [eiser sub 4], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [D], 5. [eiser sub 5], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [E], allen wonende te Curaçao, eisers, advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te ’s-Gravenhage, en 1. [interveniënt sub 1], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [F] en [G], 2. [interveniënt sub 2], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [H], [I] en [J], 3. [interveniënt sub 3], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [K] en [L], allen wonende te Curaçao, 4. de stichting Stichting Nederlands Middelbaar Onderwijs Curaçao (het Vespucci College), gevestigd te Curaçao, interveniënten aan de zijde van eisers, advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te ’s-Gravenhage, tegen: 1. de Staat der Nederlanden, (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), zetelend te Den Haag, 2. de Informatie Beheer Groep, gevestigd te Groningen, gedaagden, advocaat mr. E.J. Daalder te ’s-Gravenhage. Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk ‘eisers’, ‘interveniënten’, ‘gedaagden’ als gedaagden gezamenlijk dan wel gedaagden afzonderlijk als ‘de Staat’ en ‘de IBG’. 1. Het procesverloop Eisers hebben gedaagden op 6 mei 2008 doen dagvaarden om op 13 mei 2008 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Bij vonnis van 15 mei 2008 heeft de voorzieningenrechter in deze zaak een tussenvonnis gewezen waarbij een deel van het gevorderde is afgewezen. Voor het overige zijn toen alle beslissingen in afwachting van de resultaten van het door de Staat te voeren overleg met onder meer vertegenwoordigers van het ministerie van Defensie en de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) pro forma aangehouden. ./. Een kopie van dat vonnis wordt hierbij aangehecht. Bij brief van 9 januari 2009 hebben eisers verzocht om een voortgezette behandeling van de zaak. Bij brief van 2 maart 2009 heeft de raadsman van eisers een akte houdende wijziging van eis ingediend. Voortgezette behandeling heeft plaatsgevonden op 5 maart 2009. 2. Het incident tot voeging Nadat de interveniënten 1 tot en met 3 reeds ter zitting van 13 mei 2008 tot voeging aan de zijde van eisers zijn toegelaten, is interveniënt 4, nadat gedaagden en eisers hadden verklaard daartegen geen bezwaar te hebben, ter zitting van 5 maart 2009 eveneens tot voeging aan de zijde van eisers toegelaten. Voldoende aannemelijk is geworden dat ook interveniënt 4 daarbij voldoende belang heeft. 3. De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 5 maart 2009 wordt in dit geding, naast het feitenrelaas zoals vermeld in voormeld tussenvonnis d.d. 15 mei 2008, van het volgende uitgegaan. 3.1. Bij dagvaarding van 3 juni 2008 hebben eisers de Staat gedagvaard te verschijnen in een bodemprocedure voor deze rechtbank. 3.2. Bij e-mail en brief van 21 augustus 2008 heeft de Staat aan het bestuur van interveniënt 4, ter attentie van de voorzitter [M], als volgt bericht: “In de brieven van 12 december 2007 en van 29 april 2008 heb ik u bericht dat ik in overleg zou treden met vertegenwoordigers van het ministerie van Defensie en van de stichting NOB alvorens een definitieve uitspraak te doen over de situatie na de overgangsvoorziening voor het jaar 2008. Ik heb u toegezegd u tezijnertijd te informeren over de uitkomst van dit overleg. Dit overleg is inmiddels afgerond en tot een gezamenlijk standpunt gekomen waarover ik u hierbij wil informeren. Gezien de gemoeide tijd voor ontvangst verzend ik dit u eerst per e-mail en er volgt ook een brief. In de tussentijd heb ik in antwoord op Kamervragen en per e-mail van 13 juni jl. aan u bericht, dat ook voor het examenjaar 2009 bij wijze van overgangsvoorziening dezelfde constructie met het afnemen van het staatsexamen op Curaçao kan worden gehanteerd als in 2008. In de bijlage treft u het overzicht aan van de overgangsvoorziening voor het afleggen van de examens, waarmee het ministerie van Defensie en de stichting NOB hebben ingestemd en waartoe ik bereid ben in het kader van een zorgvuldige beëindiging van de voorheen gevolgde en bestreden wijze van examen afnemen. Graag verneem ik uw reactie daarop. Indien u behoefte heeft aan een gesprek hierover, dan bent u van harte welkom op 28 augustus 2008, aanvang 11.00 uur op het ministerie van OCW, Rijnstraat 50, 2500 BJ Den Haag.” 3.3. Voormelde overgangsvoorziening luidt als volgt: “Overgangsvoorziening Curaçao Examens 2008 Overgangsregeling: voor leerlingen van Vespucci en Luzac; staatsexamen voor de voorzitter van staatsexamencommissie, waarbij de schoolresultaten meetellen en afgenomen op Curaçao Examens 2009 Dezelfde overgangsregeling: voor leerlingen van Vespucci en Luzac; staatexamen voor de staatsexamencommissie, waarbij de schoolresultaten meetellen en afgenomen op Curaçao Examens 2010 Wederom verlenging van de overgangsregeling met dien verstande dat de betrokken leerlingen van Vespucci en Luzac het integrale staatsexamen afleggen voor de staatsexamencommissie dus zowel het commissie-examen als het centraal examen. De schoolresultaten tellen niet mee voor het staatsexamen; de school kan deze natuurlijk nog wel toepassen. Staatsexamen wordt geheel afgenomen op Curaçao. Aldus is gedurende drie jaar voorzien in een overgangsregeling voor het afnemen van de staatsexamens op Curaçao. Situatie per 2011 Het ligt in de bedoeling dat per 1 januari 2011 de statuswijziging van de Nederlandse Antillen is gerealiseerd. Curaçao en st. Maarten zullen dan meer op afstand van Nederland komen te staan met een eigen bestuurlijke structuur en eigen onderwijs wet- en regelgeving. Het ligt niet in de rede dat bij die nieuwe verhoudingen, waarbij de Nederlandse overheid nog meer op afstand is komen te staan, een Nederlandse staatscommissie op Curaçao Nederlandse staatsexamens komt afnemen. De BES-eilanden (Bonaire, st. Eustatius en Saba) zijn daarentegen dan een soort van Nederlandse gemeente geworden waar de Nederlandse minister verantwoordelijk is voor het onderwijs. Afhankelijk van de omstandigheden rond deze statuswijziging kan worden bezien of het wenselijk is om op bijvoorbeeld het grootste BES-eiland Bonaire de mogelijkheid te creëren aldaar het integrale staatsexamen voor de staatsexamencommissie af te afleggen. Deze eventuele mogelijkheid kan dan worden opengesteld voor kinderen van Nederlandse ouders die tijdelijk op één van de zes Antilliaanse eilanden, dus ook Curaçao, verblijven in het kader van het uitgezonden zijn voor de Nederlandse overheid of bedrijf. NB de juridische basis voor deze activiteiten van de staatsexamencommissie binnen de BES structuur vergt alsdan nog de nodige aandacht evenals de houding in deze van de betrokken andere overheden.” 3.4. Bij e-mail van 24 augustus 2008 heeft [M] de Staat onder meer geantwoord dat het bestuur niet integraal akkoord kan gaan met de voorgestelde tijdelijke voorziening. Daarbij heeft hij bericht grote waarde te hechten aan het aangeboden gesprek en voorgesteld dat een vertegenwoordiger van het Vespucci College (een ouder van twee kinderen) deelneemt aan dat gesprek nu hijzelf daarvoor op 28 augustus 2008 niet in de gelegenheid is. 3.5. Bij brief van 17 december 2008 heeft de Staat aan het bestuur van interveniënt 4, ter attentie van de voorzitter [M], onder meer bericht dat een vertegenwoordigster van interveniënt 4, op 5 september 2008 in een gesprek met de Staat organisatorische en onderwijskundige bezwaren heeft geuit ten aanzien van het geïntegreerde staatsexamen in 2010 en een eventuele situatie van staatsexamens in Nederland vanaf 2011. In de brief wordt geconcludeerd dat met de overgangsvoorziening tot en met 2010 ruim voldaan is aan het treffen van een passende overgangsregeling. 4. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer 4.1. Eisers vorderen na wijziging van eis – zakelijk weergegeven – gedaagden te bevelen: primair: I. de examenovereenkomst in haar geheel te respecteren; II. al het noodzakelijke te doen om een correcte uitvoering van de examenovereenkomst te waarborgen; III. er voor in te staan dat het Vespucci College op eerste verzoek bijstand wordt verleend bij de surveillances tijdens het afnemen van de examens, alsmede bij de uit te voeren correcties van de afgenomen examens; subsidiair: I. medewerking te verlenen aan voortzetting van de examenregeling zoals deze gold en geldt voor de examenjaren 2008 en 2009 tot en met het examenjaar 2012; II. nader onderzoek te doen naar hoe tegemoetgekomen kan worden aan het belang van de leerlingen van het Vespucci College om
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.