beschikking RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht JKL zaaknummer / rekestnummer: 294859 / HA RK 07-1005 Beschikking van 12 maart 2009 in de zaak van: [verzoeker] wonende te [woonplaats], verzoeker, advocaat: mr. M.J. Mons, t e g e n: DE STAAT DER NEDERLANDEN, zetelende te ’s-Gravenhage, belanghebbende, vertegenwoordigd door: drs. R.J. Noks. 1. Het procesverloop 1.1 Verzoeker heeft op 11 september 2007 een verzoekschrift ingediend waarin hij de rechtbank verzoekt vast te stellen dat hij sinds 13 oktober 2000 de Nederlandse nationaliteit bezit. 1.2 Op 14 april 2008 is het schriftelijk standpunt van de Staat met betrekking tot het verzoekschrift ingekomen. De Staat is van mening dat verzoeker noch door naturalisatie noch anderszins het Nederlanderschap heeft verkregen. 1.3 De officier van justitie heeft bij brief van 26 mei 2008 medegedeeld zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank. 1.4 De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op donderdag 19 juni 2008. Verzoeker is verschenen, vergezeld van mr. P.L.P.M. van Aalst, advocaat te Arnhem. Namens de Staat is drs. R.J. Noks verschenen. 1.5 De behandeling van het verzoekschrift is pro forma aangehouden teneinde de Staat in de gelegenheid te stellen een aantal stukken over te leggen. Verzoeker is in overweging gegeven om zijn stelling dat de heer [A.] niet zijn (biologische) vader is, aan te tonen door middel van een DNA-onderzoek. Vervolgens zouden partijen over en weer op de overgelegde stukken kunnen reageren. 1.6 De Staat heeft bij brief van 9 juli 2008 nadere stukken overgelegd. Een kopie van die stukken is door de Staat naar mr. Van Aalst verzonden. Bij brief van 24 november 2008 heeft mr. Mons de rechtbank bericht van zijn correspondent, mr. Van Aalst, bericht te hebben ontvangen dat verzoeker niet op zijn brieven reageert. Hij verzoekt de rechtbank uitspraak te doen op basis van de inhoud van het voorliggende dossier en het ter terechtzitting van 19 juni 2008 verhandelde. 2. De beoordeling 2.1 Verzoeker voert aan dat zijn moeder op 12 januari 2000 mede ten behoeve van hem een naturalisatieverzoek heeft ingediend. Bij koninklijk besluit van 13 oktober 2000 is dat verzoek ingewilligd, zodat hij vanaf die datum in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. 2.2 De Staat voert aan dat de moeder van verzoeker wegens het gebruik van valse persoonsgegevens nimmer is genaturaliseerd, met als gevolg dat ook verzoeker de Nederlandse nationaliteit nooit heeft ver-kregen. 2.3 Uit de door de Staat overgelegde stukken is gebleken dat verzoeker met zijn moeder op 9 juli 2002 is verschenen op het Nederlandse Consulaat-generaal in Shanghai, samen met de heer [A.]. Doel van het bezoek was de rechterlijke uitspraak waarbij het huwelijk van de heer [A.] was ontbonden te laten legaliseren. Aldaar is argwaan ontstaan over de identiteit van de moeder van verzoeker nadat werd geconstateerd dat de voormalige echtgenote van de heer [A.], mevrouw [B.], evenals de moe-der van verzoeker is geboren op 21 september en de beide zonen van de heer [A.], evenals de zonen van de moeder van verzoeker, geboren zijn op 4 juni en op 28 maart. 2.4 Voorts is uit informatie van de Nederlandse vertegenwoordiging onder meer het volgende gebleken:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.