RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht - voorzieningenrechter Vonnis in kort geding van 9 juni 2009, gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 338346 / KG ZA 09-678 van: [eiser], wonende te [woonplaats], verblijvende in de penitentiaire inrichting '[PI] eiser, advocaat mr. J.B. Vallenduuk te Haarlem, tegen: de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie), zetelende te 's-Gravenhage, gedaagde, advocaat mr. A.Th.M. ten Broeke te 's-Gravenhage. 1. De feiten Op grond van de stukken, waaronder ook het procesdossier van het eerder tussen partijen gevoerde kort geding onder nummer 329371 / KG ZA-09-121, en het verhandelde ter zitting van 2 juni 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 1.1. Eiser, die de Nederlandse nationaliteit heeft, is bij vonnis van het Tribunal de Grande Instance de Perpignan (Frankrijk) veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Op 16 februari 2005 heeft het Cour d'Appel de Montpellier (Frankrijk), (hierna ook wel: Hof van Beroep) voornoemd vonnis bij verstek bekrachtigd voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf. Dit vonnis is op 22 maart 2005 betekend ten parkette in Montpellier. 1.2. De procureur-generaal van het Cour d'Appel de Montpellier heeft op 15 maart 2005 een Europees aanhoudingsbevel (hierna: 'EAB') uitgevaardigd met betrekking tot eiser. In het EAB staat vermeld dat eiser opnieuw zal worden berecht indien hij gebruik maakt van het rechtsmiddel 'verzet'. 1.3. Naar aanleiding van het EAB heeft de officier van justitie een vordering ingediend bij de Internationale Rechtshulpkamer van de Rechtbank Amsterdam. 1.4. Vervolgens is een uitgebreide correspondentie ontstaan met betrekking tot de status van het tegen eiser gewezen arrest tussen enerzijds het Openbaar Ministerie (hierna:'OM') en de procureur-generaal van het Cour d'Appel, en anderzijds tussen de (voormalig) raadsman van eiser en diverse personen en instanties in Frankrijk. Deze correspondentie bevindt zich deels in de Franse, deels in de Engelse en deels in de Nederlandse taal in het procesdossier. 1.5. Bij brief van 21 maart 2006 heeft W. Ottavy, substituut procureur-generaal van het Cour d'Appel te Montpellier, aan het OM bericht dat voor eiser enkel nog het rechtsmiddel 'cassatie' (pourvoi en cassation) openstaat. 1.6. Bij brief aan het OM van 3 mei 2006 heeft Ottavy de eerdere mededeling herroepen en bericht dat voor eiser nog het rechtsmiddel 'verzet' openstaat. De brief luidt in de Nederlandse vertaling als volgt: "Het vonnis is bij verstek tegen hem uitgesproken, wat inhoudt dat [eiser] verzet als rechtsmiddel kan inroepen. - Indien hij gebruik wil maken van het verzet, zal hij opnieuw berecht moeten worden door het Hof van Beroep (voorzieningenrechter: Cour d'Appel), - Indien hij afziet van verzet, zal het vonnis uitgevoerd worden. Het is dus bij vergissing dat U is gemeld dat het enige rechtsmiddel het niet opschortend hoger beroep (voorzieningenrechter: bedoeld is de cassatie vermeld onder 1.5) zou zijn." 1.7. Vervolgens heeft Ottavy bij brief van 10 mei 2006 aan het OM het volgende meegedeeld: "In de door u verzonden verklaring zegt [eiser] duidelijk dat hij het verzet als rechtsmiddel niet wenst te gebruiken en de tenuitvoerlegging van het vonnis aanvaardt. In deze omstandigheden kan het Europees arrestatiebevel van het Hof van Beroep van Montpellier uitgevoerd worden." 1.8. Een ongedateerd faxvoorblad van het OM gericht aan de heer Szegedi, de toenmalige advocaat van eiser, meldt: "Hierbij de brief vanuit Frankrijk. Ik heb het besproken met Officier van Justitie Mul. Hij wil nog een bevestiging vanuit Frankrijk dat het arrest van het Hof van Beroep hiermee ten uitvoer gelegd kan worden. (...) Zodra wij die bevestiging hebben ontvangen, kunnen wij het Franse verzoek tot overlevering afwijzen." 1.9. Bij brief van 12 mei 2006 heeft Ottavy ten slotte het aan het OM bericht dat eiser hoe dan ook eerst naar Frankrijk zal moeten worden overgebracht alvorens hij afstand kan doen van zijn recht op verzet. Ottavy schrijft daartoe het volgende: "Suite à nos différents courriers, il résulte que [eiser], condamné par défaut en France, a déclaré dans un courrier vouloir renoncer à exercer la voie de recours de l'opposition. Toutefois, le mandat d'arrêt européen le concernant doit d'abord être exécuté. Ce n'est qu'une fois parvenu en France, qu'il appartiendra à [eiser] de se prononcer sur l'exercice de cette voie de recours (...) En l'état, la condamnation le concernant n'est pas définitive et [eiser] peut être à nouveau jugé sur ces faits s'il le désire. Donc l'arrêt de la Cour d'Appel ne peut être exécuté maintenant." 1.10. Bij uitspraak van 4 juli 2006 heeft de rechtbank Amsterdam de overlevering van eiser aan Frankrijk toelaatbaar geacht. Aan deze beslissing ligt mede ten grondslag het oordeel van de rechtbank dat voldoende gewaarborgd is dat eiser na zijn overlevering in de gelegenheid zal worden gesteld om, indien hij dat wenst, om een nieuw proces te verzoeken en aanwezig te zijn op de zitting. 1.11. Eiser heeft zich vanaf juli 2006 tot januari 2009 onttrokken aan de overlevering naar Frankrijk. 1.12. Bij brief van 6 augustus 2007 heeft Jacques Martin, advocaat bij het Cour d'Appel te Montpellier en oud-deken aan de voormalig raadsman van eiser laten weten dat het vonnis onherroepelijk is. Zijn brief meldt daarover: "L'arrêt a été signifié à Parquet le 22 mars 2005. Il est donc aujourd'hui définitif." 1.13. Bij e-mail van 27 november 2008 heeft de Franse liaison in Nederland ter zake van de overlevering van eiser het volgende aan het OM meegedeeld: "As a conclusion: -Mr [eiser] still has the right to challenge the conviction pronounced in France in abstentia, - He has the right to be tried again in France in his presence, - it is well understood that whenever the french sentence becomes final, it has to be implemented in The Netherlands, as Mr [eiser] is a dutch national. " 1.14. De Rechtbank Amsterdam heeft eind 2008 in (vier) andere Franse overleveringszaken een tussenbeslissing genomen en de zaken voor onbepaalde tijd aangehouden teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aantal vragen aan het Franse Ministerie van Justitie voor te leggen. Deze vragen hebben betrekking op de zogenoemde 'verstekvonnissenproblematiek'. Deze vragen hebben onder meer betrekking op de uitvoerbaarheid van verstekvonnissen, het onherroepelijk worden van verstekvonnissen en de mogelijkheid tot het afstand doen van het rechtsmiddel verzet. 1.15. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft op 9 maart 2009 in kort geding een vonnis (met zaak- / rolnummer 329371 / KG ZA 09-121) gewezen tussen partijen (hierna: het vonnis van 9 maart 2009), waarbij het gedaagde is verboden eiser over te leveren aan Frankrijk zolang de rechtbank Amsterdam niet in een van de desbetreffende overleveringszaken heeft geoordeeld over de antwoorden van het Franse Ministerie van Justitie op de bovengenoemde vragen. 1.16. Bij brief van 3 maart 2009 heeft het Franse Ministerie van Justitie bovengenoemde vragen, voor zover relevant en weergegeven in de Nederlandse vertaling, als volgt beantwoord: "Uit de combinatie van deze teksten blijkt dat de termijn waarbinnen verzet kan worden aangetekend slechts kan ingaan indien: * De veroordeling is betekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 492 (voorzieningenrechter: Code de Procédure Pénale), * De gevonniste persoon voorafgaand persoonlijk in kennis is gesteld van de betekening van de veroordeling, op zijn huisadres, op het kantoor van de deurwaarder of bij het OM, * Indien deze volledige betekening niet heeft kunnen plaatsvinden dient de gezochte persoon in alle gevallen aan Frankrijk te worden overgeleverd om gevolg te kunnen geven aan het nationale aanhoudingsbevel. Hoewel betekening door een buitenlandse gerechtelijke autoriteit mogelijk is, kan dit uitsluitend op verzoek van de Franse autoriteit die dat per geval beslist. (...) (...) - Ontvangst door de buitenlandse autoriteit van een door een Franse rechterlijke instantie uitgevaardigd EAB-verzoek kan niet worden beschouwd als startdatum voor de 30 dagen termijn van het rechtsmiddel van verzet. De "betekening" van het EAB-verzoek door de buitenlandse autoriteit kan de verzetstermijn in geen enkel geval in gang zetten. (...) Indien de gevonniste persoon binnen 30 dagen na betekening van het vonnis geen verzet heeft aangetekend, wordt het vonnis onherroepelijk. Zonder betekening van het vonnis in Nederland, kan het vonnis pas onherroepelijk worden na betekening ervan in Frankrijk. (...) Indien een Nederlander na betekening gedurende 30 dagen zwijgt, geldt dit als dat hij afstand heeft gedaan van het rechtsmiddel van verzet. Hetzelfde geldt voor een Fransman aan wie het vonnis in Frankrijk is betekend, maar dan met een termijn van 10 dagen. (...) (...) Betrokkene kan verklaren dat hij zijn straf accepteert, maar de mogelijkheid blijft open staan om gedurende 30 dagen conform artikel 492 (voorzieningenrechter: Code de Procédure Pénale) verzet aan te tekenen." 1.17. Bij uitspraken van 7 mei 2009 heeft de Rechtbank Amsterdam in de vier onder 1.14 genoemde zaken overlevering toelaatbaar geacht. De rechtbank heeft aan deze beslissing mede ten grondslag gelegd dat "er naar Frans recht vanuit dient te worden gegaan dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake is van een onherroepelijke veroordeling en dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in de gelegenheid zal worden gesteld om een nieuw proces te verzoeken en aanwezig te zijn op de terechtzitting." In deze zaken is overigens niet duidelijk of het Franse verstekvonnis, zoals in het geval van eiser, betekend is ten parkette. 1.18. Bij brief van 14 mei 2009 heeft Martin, eerder genoemd onder 1.12, bericht aan de raadsman van eiser dat het arrest van 16 februari 2005 volgens hem definitief geworden is: "Selon moi, l'arrêt a été signifié le 22 mars 2005 à Parquet et la décision est définitive, (...)" 2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer 2.1. Eiser vordert, na wijziging van eis ter zitting - zakelijk weergegeven - (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.