← Nederland

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6977

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht - voorzieningenrechter Vonnis in kort geding van 4 september 2009, gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 341048 / KG ZA 09-830 van: de besloten vennoots

§ 4sub f2.I.

van de Aanwijzing, te beschouwen als een nadere invulling van een goede taakvervulling van het openbaar ministerie als bedoeld in de toelichting op de Aanwijzing. De slachtoffers behoren tot deze categorie en de verstrekking van de documenten aan de slachtoffers is dan ook te beschouwen als een standaard verstrekking in de zin van de Aanwijzing, aldus de Staat. Trafigura betwist dit. Zij stelt dat de schade die de slachtoffers hebben geleden niet een direct gevolg is van de strafbare feiten waarvoor Trafigura in Nederland wordt vervolgd. De slachtoffers stellen immers in de civiele procedure dat zij schade hebben geleden als gevolg van het illegaal dumpen door Trafigura van de gewraakte chemische lading. De Staat had de documenten dus niet zonder meer aan de slachtoffers mogen verstrekken, aldus Trafigura. 3.7. De vraag die in dit kader als eerste beoordeeld moet worden, is of de slachtoffers zijn aan te merken als “degenen die rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit”. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het van belang te kijken naar de artikelen 51a tot en met 51d Wetboek van Strafvordering (Sv), die betrekking hebben op voeging in het strafproces. In artikel 51a lid 1 Sv is bepaald: “Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.” . Van rechtstreekse schade is sprake als iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. Op grond van artikel 51d Sv kan de “benadeelde partij” vervolgens inzage krijgen in de voor haar van belang zijnde processtukken. Op grond van het bepaalde in de Wjsg en de Aanwijzing hebben “degenen die rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit” een met dit artikel vergelijkbaar inzagerecht in strafvorderlijke gegevens. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat met het begrip “degenen die rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit”

§ 4sub f2.I.

van de Aanwijzing hetzelfde wordt bedoeld als in artikel 51a Sv. De Staat heeft onvoldoende aanknopingspunten aangevoerd om te veronderstellen dat deze kring van personen in het kader van de Wjsg ruimer moet worden opgevat dan in het kader van de artikelen 51a tot en met 51d Sv. Dit betekent dat de voorzieningenrechter in dit kort geding tot uitgangspunt dient te nemen dat alleen van “rechtstreekse schade” sprake is als de slachtoffers zijn getroffen in een belang dat door de in de strafzaak ten laste gelegde strafbepalingen wordt beschermd. De door de slachtoffers in de civiele procedure gestelde schade kan echter niet beschouwd worden als een rechtstreeks gevolg van de strafbare feiten waarvoor Trafigura in de strafzaak wordt vervolgd, te weten het overtreden van milieuvoorschriften en het plegen van valsheid in geschrifte. De slachtoffers worden dan ook niet getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepalingen wordt beschermd. Dit betekent dat de slachtoffers niet kwalificeren als “degenen die rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit”

§ 4sub f2.I.

van de Aanwijzing. De Staat had de documenten dus niet op deze grond mogen verstrekken aan Leigh Day. 3.8. Het verstrekken van strafvorderlijke gegevens aan anderen dan de in hoofdstuk IV § 4 van de Aanwijzing bedoelde ontvangers is wel mogelijk, maar daarvoor dient de in hoofdstuk IV § 5 bedoelde procedure te worden gevolgd. Gesteld noch gebleken is echter dat de Staat deze procedure heeft gevolgd. Dat er sprake is geweest van een bijzonder spoedgeval op grond waarvan de documenten dienden te worden verstrekt aan de slachtoffers, zonder dat Trafigura hiervan vooraf kon worden gehoord, heeft de Staat niet voldoende aannemelijk gemaakt. Conclusie 3.9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Staat de documenten zonder rechtsgrond heeft verstrekt aan Leigh Day. De Staat handelt hierdoor onrechtmatig jegens Trafigura. De vorderingen genoemd bij 2.1 sub (

  1. i)en (
  2. ii)zullen dan ook worden toegewezen op de hierna te melden wijze. 3.10. Ten aanzien van de vordering genoemd bij 2.1 sub (iii) wordt het volgende overwogen. In de onder 1.10 bedoelde brief heeft de Staat aangegeven welke mondelinge informatie aan Leigh Day is verstrekt. Ter zitting heeft de Staat nog verklaard dat er naast deze mondelinge informatie op de grondslag van de verstrekking van de documenten in enkele e-mails is ingegaan. Nu hiervoor is geoordeeld dat de Staat geen rechtsgrond had om de documenten aan Leigh Day te verstrekken, is inzicht in de door de Staat gegeven schriftelijke toelichting aan Leigh Day voor Trafigura noodzakelijk om te kunnen beoordelen welke schade zij hierdoor heeft geleden. Het deel van de vordering dat ziet op de schriftelijke toelichting zal worden toegewezen op de hierna te melden wijze. Met de onder 1.10 bedoelde brief en de hierop ter zitting gegeven toelichting heeft de Staat voldoende aangegeven welke mondelinge informatie hij heeft verstrekt aan Leigh Day ten aanzien van de documenten. Het deel van de vordering dat ziet op een schriftelijke samenvatting van de gegeven mondelinge toelichting zal dan ook worden afgewezen. 3.11. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, nu de Staat heeft aangegeven een eventueel veroordelend vonnis te zullen nakomen. 3.12. Hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd behoeft, gezien het voorgaande, geen nadere bespreking. Proceskosten 3.13. De Staat zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. 4. De beslissing De voorzieningenrechter: - verbiedt de Staat om op basis van artikel 21 lid 6 Wed of artikel 39 Wjsg in verbinding met hoofdstuk IV § 4 sub f2.I. van de Aanwijzing (afschriften van) documenten uit de strafzaak aan de civiele wederpartij van Trafigura in de civiele procedure (Leigh Day) te verstrekken en/of toe te lichten, dan wel mondeling de inhoud van documenten uit de strafzaak aan de civiele wederpartij van Trafigura in de civiele procedure te verstrekken en/of toe te lichten; - gebiedt de Staat om binnen vijf werkdagen na de betekening van dit vonnis Leigh Day schriftelijk te berichten dat: - de verstrekking van de documenten aan Leigh Day zonder rechtsbasis, en daardoor onrechtmatig is geschied; - de Staat Leigh Day verzoekt om alle door het openbaar ministerie toegestuurde documenten en toelichting (voor zover de toelichting schriftelijk is geschied) per direct te vernietigen zonder behoud van enig kopie; - de Staat Leigh Day verzoekt om binnen vijf werkdagen na dagtekening van het bericht schriftelijk aan mr. M.A. de Kemp van Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam te bevestigen dat alle voornoemde informatie is vernietigd en daarvan geen kopieën, in welke vorm dan ook, meer in bezit van Leigh Day zijn; - de Staat geen toestemming geeft en, voor zover wel toestemming is gegeven, de Staat de toestemming intrekt, om de door het openbaar ministerie verstrekte stukken en/of de toelichting daarbij te gebruiken in de civiele procedure tegen Trafigura; onder verstrekking van een afschrift van dit schriftelijk bericht aan mr. M.A. de Kemp; - gebiedt de Staat om binnen vijf werkdagen na de betekening van dit vonnis aan mr. M.A. de Kemp een afschrift ter hand te stellen van de aan Leigh Day gegeven schriftelijke toelichting; - veroordeelt de Staat in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Trafigura begroot op € 1.150,25, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 262,-- aan griffierecht en € 72,25 aan dagvaardingskosten; - verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; - wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2009. adz

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.