VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 3 Reg.nrs.: AWB 10/2985, 3029 t/m 3032, 3034 t/m 3037, 3040 t/m 3043, 3046 t/m 3049, 3052, 3053, 3057, 3059, 3069, 3071, 3074, 3076 en 3078 MVV UITSPRAAK ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X], V-nummer [nummer], en 25 anderen, verzoekers, woonplaats kiezende ten kantore van hun gemachtigde, mr. J.L. Hofdijk, advocaat te 's-Gravenhage, en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. I PROCESVERLOOP Verzoekers bezitten de Indiase nationaliteit. Op diverse data in de periode juli tot en met oktober 2009 heeft de European University of Professional Education (EUPE) te ’s-Gravenhage ten behoeve van verzoekers een adviesaanvraag ingediend voor verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel studie Internationaal Management aan de EUPE. Bij brieven van diverse data in de periode augustus tot en met 7 oktober 2009 heeft verweerder de EUPE medegedeeld dat positief is geadviseerd ter zake van het verlenen van een mvv ten behoeve van verzoekers. Bij brief van 22 oktober 2009 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de EUPE medegedeeld dat gebleken is dat strafrechtelijk onderzoek is ingesteld en dat, vanwege de situatie die is ontstaan rond deze onderwijsinstelling, is besloten de behandeling van alle aanvragen en adviesverzoeken van studenten aan de EUPE op te schorten. Verzoekers hebben in de periode september tot en met november 2009 een aanvraag ingediend om verlening van een mvv met als doel studie. Naar aanleiding van deze aanvragen om afgifte van een visum op basis van het Soeverein Besluit van 12 december 1813 heeft verweerder daags na indiening van de betreffende aanvraag schriftelijk aan verzoekers medegedeeld dat besloten is dat de aanvraag, ondanks het eerder gegeven positief advies, wordt herbeoordeeld door de IND. Verzoekers hebben op 25 januari 2010 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, welke ertoe strekt verzoekers hier te lande toe te laten met een mvv met als doel studie aan de EUPE. Verzoekers hebben voorts bezwaar gemaakt. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. De verzoeken zijn op 8 februari 2010 ter zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen bij gemachtigde, mr. J.L. Hofdijk. Voorts is verschenen [A], directeur van de Further Education Group (FE-Group). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B]. II OVERWEGINGEN 1 Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2 Verzoekers hebben in het kader van het vereiste spoedeisend belang gesteld dat inreis vóór 14 februari 2010 noodzakelijk is omdat medio februari 2010 aan de EUPE wordt aangevangen met een nieuwe voorbereidende studie Engelse taal. 3 Het verzoek om een voorlopige voorziening is gericht tegen het uitblijven van een besluit op de aanvragen van verzoekers om verlening van een mvv met als doel studie aan de EUPE. Niet in geschil is dat de redelijke termijn waarbinnen een besluit dient te worden gegeven op de aanvraag is verstreken. Dit vormt in dit geval geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. De gevraagde voorziening heeft een in hoge mate finaal karakter. De voorzieningenrechter acht slechts ruimte voor het treffen voor een voorlopige voorziening indien de weigering te besluiten onmiskenbaar onrechtmatig is. Die situatie doet zich hier niet voor. 4 De voorzieningenrechter overweegt dat de tot en met 7 oktober 2009 aan de EUPE gedane schriftelijke mededelingen dat positief wordt geadviseerd ten aanzien van verzoekers geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Aan deze brieven kunnen in het geval van verzoekers geen gerechtvaardigde verwachtingen worden ontleend ter zake van de daadwerkelijke afgifte van een mvv. In deze brieven is immers onder meer als voorbehoud gesteld dat de mvv slechts kan worden verleend indien zich verder geen feiten en omstandigheden voordoen die zich tegen de afgifte van de mvv verzetten. Bovendien is van belang dat de IND reeds bij brief van 22 oktober 2009 aan de EUPE kenbaar heeft gemaakt dat alle aanvragen en adviesaanvragen van studenten aan de EUPE worden opgeschort. 5 Namens verweerder is op 22 januari 2010 aan de gemachtigde van verzoekers medegedeeld dat de aanvragen van verzoekers worden aangehouden omdat een strafrechtelijk onderzoek loopt tegen de (directeur van) EUPE, de onderwijsinspectie een negatief rapport heeft uitgebracht over de EUPE en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) voornemens is de aanwijzing van deze school in te trekken. De EUPE heeft van de Minister van OC&W een waarschuwing gekregen om binnen drie maanden aan de gestelde vereisten te voldoen. Verweerder heeft ter zitting herhaald dat dit de grondslag is voor het aanhouden van de aanvragen van verzoekers. 6.1 Niet in geschil is dat thans een strafrechtelijk onderzoek loopt tegen de EUPE en haar directeur wegens onder meer de verdenking van betrokkenheid bij mensenhandel en oplichting. Ter zitting heeft verweerder medegedeeld dat de prognose is dat het onderzoek eind maart 2010 is afgerond en dat de Officier van Justitie eind april een vervolgbeslissing ten aanzien van de verdachten zal nemen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het gegeven dat een strafrechtelijk onderzoek tegen onder meer de EUPE en haar directeur is ingesteld alsmede de ernst van de verdenkingen, feiten zijn die zich tegen afgifte van de mvv verzetten. Hetgeen verzoekers ter zitting met betrekking tot het strafrechtelijk onderzoek hebben aangevoerd, waarbij met name is ingegaan op de verklaringen van de aangevers en de onschuldpresumptie, kan hier niet aan afdoen. 6.2 De Inspectie van het Onderwijs (hierna: IvhO) heeft omtrent de EUPE een rapport uitgebracht ter zake van het vervolgonderzoek
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.