RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht nevenzittingsplaats Middelburg Procedurenummer: AWB 09/17730 V-[nummer] Uitspraakdatum: 1 maart 2010 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht inzake [naam 1], eiseres, gemachtigde mr. J.J. Bronsveld, advocaat te Bergen op Zoom, tegen de Minister van Justitie, (voorheen de Staatssecretaris van Justitie), verweerder, gemachtigde mr. Y.E.A.M. van Hal, medewerkster bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Het bestreden besluit Het besluit van verweerder van 7 mei 2009, waarbij het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “verblijf bij echtgenoot [naam 2]” ongegrond is verklaard. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 maart
- Eiseres is ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. M.S. Yap, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig T. Bhawhany, tolk in de Tamil taal. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan. Daarbij is vermeld welk rechtsmiddel kan worden aangewend.
- Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
- Overwegingen
- Eiseres, geboren op [geboortedatum] en van Sri Lankaanse nationaliteit, heeft verklaard dat zij in Frankrijk is toegelaten als vluchteling en heeft daartoe een verblijfskaart (“titre de sejour”) en een Frans reisdocument overgelegd.
- De vraag is of eiseres kan worden aangemerkt als langdurig ingezetene in de zin van Richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (richtlijn).
- Eiseres is in Frankrijk is toegelaten als vluchteling. Zij stelt dat haar Franse verblijfskaart tevens als bewijs geldt voor verblijf als langdurig ingezetene in de zin van de richtlijn. De Franse autoriteiten plaatsen in een dergelijk geval geen aantekening “EG-langdurig ingezetene” op een verblijfskaart, aldus eiseres. Zij heeft deze stelling niet met bewijsmateriaal onderbouwd.
- Gelet op het bepaalde in artikel 3, tweede lid en onder d, van de richtlijn, kan eiseres niet reeds op basis van haar vluchtelingenstatus worden aangemerkt als langdurig ingezetene. Zij had daarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de richtlijn moeten indienen.
- Het voorgaande heeft tot gevolg dat eiseres op grond van artikel 17, eerste lid en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 niet kan worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. De rechtbank komt tot de slotsom dat verweerder terecht het mvv-vereiste heeft tegengeworpen en in redelijkheid de toepassing van de hardheidsclausule achterwege heeft kunnen laten. Van schending van het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM is geen sprake. Verweerder heeft eiseres niet hoeven horen in bezwaar nu uit het bezwaarschrift bleek dat het ongegrond was en redelijkerwijs geen twijfel over die conclusie mogelijk was.
- Het beroep is derhalve ongegrond.
- Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Waarvan proces-verbaal, de griffier de rechter mr. J. Loonstra mr. B.J. Duinhof Afschrift verzonden op: 9 maart 2010 Rechtsmiddel Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Het beroepschrift moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.