RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 4, enkelvoudige kamer Procedurenummer: AWB 09/6772 PREGW Uitspraakdatum: 16 maart 2010 Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) In het geding tussen [A], wonende te [plaats], eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Leiden, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 28 augustus 2009 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde aanslag precariobelasting voor het jaar 2008. I ZITTING Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2010. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. [B]. Namens verweerder is verschenen [C]. II BESLISSING De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar; - vermindert de aanslag precariobelasting tot een bedrag van € 2.214,36; - veroordeelt verweerder de kosten van het beroep ten bedrage van € 644 aan eiser te voldoen; - gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 41 aan eiser vergoedt. III OVERWEGINGEN 3.1Eiser is genothebbende krachtens het recht van opstal van een theehuis aan de [adres] te [plaats] eiser. Dit etablissement, door partijen ook wel aangeduid als "[naam]", wordt geëxploiteerd door [D], tevens de aanvraagster en houdster van de terrasvergunning. Ter zake van het hebben van voorwerpen op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond op voormelde locatie is aan eiser met dagtekening 31 januari 2009 een aanslag precariobelasting opgelegd, zulks ten bedrage van € 5.857,56. 3.2Bij de bestreden uitspraak op bezwaar is deze aanslag, onder ongegrondverklaring van eisers bezwaren, gehandhaafd. 3.3In geschil is of de aanslag, voor zover niet betrekking hebbend op de twee in de aanslag begrepen reclameborden/reclamevoorwerpen, maar op het terrasmeubilair, tot het juiste bedrag is opgelegd. Eiser beantwoordt deze vraag ontkennend en verweerder bevestigend. 3.4 Eiser heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. In 2008 is precariobelasting berekend over 174 m2 in plaats van - wat in de voorafgaande jaren telkens het geval was - over 64 m2 . Die oppervlakte berustte op een telling van de op het terras geplaatste tafels en stoelen en de plaats die deze innamen. Zonder dat sprake is van een wijziging van de feitelijke situatie - dat wil zeggen qua aantal tafels, stoelen en terrasoppervlakte - wordt de aanslag precariobelasting ten opzichte van die van het vorig jaar niet minder dan verdrievoudigd. De verhoging is onaangekondigd, disproportioneel, onjuist en onbillijk. Eiser stelt door deze lastenverzwaring geheel overvallen te zijn en deze niet te kunnen opbrengen. Verweerder handelt in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Eiser ziet het bovendien als een ernstige tekortkoming dat verweerder ook nog eens heeft nagelaten hem naar aanleiding van zijn bezwaar te horen. Voorts heeft eiser betoogd een bejegening als geschetst niet verdiend te hebben, omdat door zijn toedoen de overlast door verslaafden tot het verleden is gaan behoren en dat de gemeente Leiden zich rekenschap mag geven van het algemeen belang dat daardoor wordt gediend. Tenslotte heeft eiser opgemerkt dat verweerder over het hoofd ziet dat een gedeelte van het terras hem in erfpacht is gegeven en dat dit gedeelte - 11 m2 - ook om die reden buiten aanmerking dient te blijven. 3.5 Verweerder heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Van het horen van eiser is afgezien, nu hij daarom niet heeft verzocht. De overige bezwaren van eiser kunnen geen doel treffen omdat de aanslag conform de vigerende precarioverordening is opgelegd. De verhoging voldoet aan de nieuwe maatstaf , waarbij niet langer beslissend is hoeveel ruimte de terrrastafels en -stoelen en andere voorwerpen op het terras innemen, maar wat de totale grootte van het terras zelf is. Eiser is inderdaad niet vooraf in de op handen zijnde - voor hem forse - verhoging van de precariobelasting gekend, ook niet ten tijde van de verlening van de terrasvergunning. Ter zitting heeft verweerder verklaard geen reden te zien om aan te nemen dat eisers stelling klopt dat een deel van het terras hem in erfpacht is gegeven, maar dat dit zal worden uitgezocht, en mocht eiser gelijk hebben, dat de precariobelasting in dat geval alsnog naar evenredigheid zal worden verlaagd. Verder heeft de gemachtigde van verweerder naar aanleiding van eisers betoog over de ingrijpende gevolgen die de bestreden aanslag voor hem heeft, geopperd dat hij (eiser) de gemeente kan verzoeken hem het perceelsoppervlak te verhuren dat thans als terras in gebruik is, hetgeen een aanzienlijke lastenvermindering kan betekenen omdat over verhuurde gronden geen precariobelasting wordt geheven. 3.6 De rechtbank overweegt allereerst dat het geheel van de door eiser tegen de aanslag in stelling gebrachte grieven van dien aard is dat verweerder zonder schending van het zorgvuldigheidsbeginsel het horen van eiser in de bezwaarprocedure niet achterwege had mogen laten. Tussen partijen bestaat naar ter zitting is gebleken op dit punt geen verschil van inzicht meer. 3.7 Ingevolge artikel 2 van de Leidse "Verordening precariobelasting 2008" (hierna: de Verordening) wordt onder de naam precariobelasting een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieven tabel. Krachtens artikel 3 wordt de precariobelasting geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 3.8 De bij de Verordening behorende tarieventabel 2008 bepaalt in het aan terrassen gewijde hoofdstuk 6 het volgende: tabel 1 3.9 De tarieventabel bij de Leidse "Verordening Precariobelasting 2007" bepaalt ten aanzien van terrassen het volgende: tabel 2 3.10 Uit de aangehaalde tekst van beide tarieventabellen valt niet rechtstreeks af te leiden dat in 2008 sprake is van een substantiële wijziging. De rechtbank heeft met het oog daarop voorafgaande aan de zitting verweerder onder meer verzocht alsnog tot toezending van bij de Verordening behorende toelichting over te gaan, aan welk verzoek verweerder gevolg heeft gegeven door inzending van het (ongedateerde) advies van het college van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Verordening. In dat - summiere - advies wordt gemeld dat de tarieven voor precariobelasting ten opzichte van 2007 met 3,5 % zijn verhoogd en dat een eenheidstarief is ingevoerd voor terrasgebonden voorwerpen, met dien verstande dat het terras en een beperkt aantal voorwerpen in één tarief zijn verwerkt. Blijkens het advies is het de bedoeling dat de met name genoemde voorwerpen (tafels, banken, stoelen, parasols, tochtschermen, planten- en bloembakken) niet meer afzonderlijk worden belast, maar een aantal andere voorwerpen (zoals gevelreclame, uithangborden en airco'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.