RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer 09/535466-09 Datum uitspraak: 14 juni 2010 (Promis) De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, adres: [adres], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Midden Holland", huis van bewaring "De Geniepoort" te Alphen aan den Rijn. 1. Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 29 maart 2010 en 14 juni 2010. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Baas en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. A. Wladimiroff, advocaat te ‘s-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht. 2. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 18 juli 2009 te [woonplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (zijn zoon) [zoon], welke nog geen half jaar oud was, van het leven te beroven, hem opzettelijk: (meermalen) (krachtig) heeft beetgepakt en/of (meermalen) (krachtig) door elkaar heeft geschud en/of hem (meermalen) opzettelijk (krachtig) heen en weer heeft bewogen, en/of hem (meermalen) (krachtig)(op zijn, verdachte's, schoot) heeft neergezet en/of hem (meermalen) heeft laten vallen, in elk geval (meermalen) geweld tegen hem heeft uitgeoefend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 18 juli 2009 te [woonplaats] aan zijn zoon [zoon], welke nog geen half jaar oud was, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten: een schedel(basis)fractuur en/of bloedingen in de hersenen en/of bloedingen in de ogen, althans ernstig hersen- en/of oogletsel), heeft toegebracht, door deze opzettelijk: (meermalen)(krachtig) vast te pakken en/of (meermalen) (krachtig) door elkaar te schudden en/of hem (meermalen) (krachtig) heen en weer te bewegen, en/of hem (meermalen) (krachtig)(op zijn, verdachte's, schoot) neer te zetten en/of hem (meermalen) te laten vallen, in elk geval (meermalen) geweld tegen hem uit te oefenen; art 304 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 18 juli 2009 te [woonplaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn zoon [zoon], welke nog geen half jaar oud was, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hem met dat opzet: (meermalen)(krachtig) heeft beetgepakt en/of (meermalen) (krachtig) door elkaar heeft geschud en/of hem (meermalen) (krachtig) heen en weer heeft bewogen, en/of hem (meermalen) (krachtig) (op zijn, verdachte's, schoot) heeft neergezet en/of hem (meermalen) heeft laten vallen, althans (meermalen) geweld tegen hem heeft uitgeoefend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 302 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 18 juli 2009 te [woonplaats], opzettelijk een persoon (te weten zijn zoon [zoon], welke nog geen half jaar oud was) (meermalen)(krachtig) heeft beetgepakt en/of (meermalen) (krachtig) door elkaar heeft geschud en/of hem (meermalen) (krachtig) heen en weer heeft bewogen, en/of hem (meermalen) (krachtig)(op zijn, verdachte's, schoot) heeft neergezet en/of hem (meermalen) heeft laten vallen, in elk geval (meermalen) geweld op hem heeft uitgeoefend tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (te weten: een schedel(basis)fractuur en/of bloedingen in de hersenen en/of bloedingen in de ogen, althans ernstig hersen- en/of oogletsel), en/of enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; art 304 Wetboek van Strafrecht en/of (naast of in plaats van het primair tot en met meest subsidiair tenlastegelegde) hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 18 juli 2009 te [woonplaats] (meermalen) ten aanzien van zijn zoon [zoon], welke nog geen half jaar oud was, zich zeer, althans aanmerkelijk, in elk geval zodanig onvoorzichtig/onoordeelkundig/onachtzaam/onoplettend heeft gedragen dat deze [zoon] daardoor zwaar lichamelijk letsel (te weten: een schedel(basis)fractuur en/of bloedingen in de hersenen en/of bloedingen in de ogen, althans ernstig hersen- en/of oogletsel)heeft opgelopen, bestaande dat onvoorzichtig/onoordeelkundig/onachtzaam/onoplettend gedrag van verdachte daaruit dat verdachte toen en daar (telkens) die [zoon] (meermalen) (krachtig) heeft beetgepakt en/of (meermalen) (krachtig) door elkaar heeft geschud en/of hem (meermalen) (krachtig) heen en weer heeft bewogen, en/of hem (meermalen) (krachtig)(op zijn, verdachte's, schoot) heeft neergezet en/of hem (meermalen) heeft laten vallen; art 308 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht 3. Het bewijs1 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 26 juni 2009 en 18 juli 2009 heeft gepoogd zijn zoon [zoon], op dat moment nog geen half jaar oud, van het leven te beroven door hem krachtig vast te pakken en door elkaar te schudden, of, indien de rechtbank het vorenstaande niet bewezen acht, dat verdachte door vorenstaande handelingen aan [zoon] zwaar lichamelijk letsel, te weten een schedelfractuur en bloedingen in de hersenen en ogen, heeft toegebracht. Indien de rechtbank ook dat feit niet bewezen acht, wordt verdachte ervan verdacht dat hij heeft gepoogd [zoon] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Meest subsidiair wordt verdachte ervan verdacht dat hij [zoon] heeft mishandeld, waardoor hij letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Naast of in de plaats van het primair tot en met meest subsidiair tenlastegelegde wordt de verdachte verweten dat het zwaar lichamelijk letsel dat bij [zoon] is geconstateerd aan zijn schuld te wijten is. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte het primair ten laste gelegd heeft gepleegd. De officier van justitie is op basis van de eigen verklaring van de verdachte en gelet op het rapport van de deskundige dr. R.A.C. Bilo, van mening dat bij de verdachte sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood van zijn zoontje. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde, nu niet bewezen kan worden dat enig handelen van haar cliënt als poging tot doodslag gekwalificeerd kan worden. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat - als de rechtbank aannemelijk zou achten dat het handelen van haar cliënt op 26 juni 2009 ertoe heeft geleid dat [zoon] een bloeding in zijn hersenen heeft opgelopen - slechts een veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde mogelijk is. Tevens heeft zij gesteld dat dit niet geldt voor de overige in het dossier genoemde data, nu uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat haar cliënt op enig andere datum eveneens het opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn zoon, waardoor het meermalen plegen van zware mishandeling niet bewezen kan worden. Tot slot heeft de raadsvrouw tot vrijspraak van het overig ten laste gelegde geconcludeerd, nu evenmin bewezen kan worden verklaard dat het handelen van haar cliënt zwaar lichamelijk letsel “door schuld” teweeg heeft gebracht. 3.3 De beoordeling van de tenlastelegging Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. Chronologisch verloop [zoon] is geboren op [geboortedatum] 2009, als eerste en tot nog toe enig kind in het gezin van verdachte en zijn vrouw. Op 1 juli 2009 wordt [zoon] gezien door de huisarts vanwege aanhoudend hoesten.2 Later op de dag wordt [zoon], in een klinische noodtoestand verkerend, naar het ziekenhuis (LUMC) gebracht nadat hij, klaarblijkelijk volgens opgave van de ouders van [zoon], tijdens het douchen blauw is geworden en is weggevallen. In het ziekenhuis wordt de diagnose ALTE (apparent life threatening event) gesteld, mogelijk als gevolg van een verslikincident, waarbij [zoon] op de kinderintensive care is geplaatst. Neurologisch onderzoek levert geen bijzonderheden op, op welke grond geen reden voor aanvullende diagnostiek wordt gezien.3 Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis is tevens sprake van veelvuldig braken. Op 8 juli 2009 braakt [zoon] echter niet meer en op 9 juli 2009 mag hij weer naar huis.4 Vanaf 13 juli 2009 begint het braken opnieuw. Tevens valt het de ouders van [zoon] op dat hij anders huilt (hoog/gillen) dan gebruikelijk. Op 14 juli 2009 gaat [zoon]s moeder wederom naar de huisarts, die na onderzoek niets bijzonders kan vaststellen. Omdat het spugen blijft aanhouden en [zoon] bij het onderzoek ontroostbaar huilt, verwijst de huisarts hem op 15 juli naar de kinderarts via de spoedeisende hulp, op welke afdeling de klachten als een virale infectie worden geduid.5 Op 15 juli 2009 wordt op het consultatiebureau geconstateerd dat de schedelomtrek van [zoon] in verhouding snel is toegenomen.6 Op zaterdag 18 juli 2009 wordt [zoon] wederom met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Er is dan wederom sprake van een klinische noodtoestand. De behandelende artsen constateren oude en nieuwe bloedingen in de hersenen, een schedelbreuk en puntbloedingen in beide ogen geconstateerd, welk beeld past bij het ‘shaken baby syndrome’.7 Zowel de moeder van [zoon] als de verdachte zijn, volgens hun eigen opgave, niet in staat om aan de artsen een plausibele verklaring te geven voor het ontstaan van het geconstateerde letsel bij [zoon]. Na een op 20 juli 2009 ontvangen melding van de kinderarts van het LUMC aan de vertrouwensarts bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), bespreekt het AMK met de ouders van [zoon] dat de conclusie van de kinderarts luidt dat er vanuit medisch oogpunt bij het thans geconstateerde letsel geen andere verklaring lijkt te zijn dan dat er uitwendig geweld bij [zoon] toegepast moet zijn8. Het zeer ernstige neurologisch letsel bij de dan ruim vijf maanden oude [zoon] kan niet spontaan ontstaan zijn. Er is sprake van zowel oud als vers bloed, wat erop duidt dat er meerdere (gewelds)incidenten hebben plaatsgevonden. Het AMK komt tot de conclusie dat de ouders geen plausibele verklaring kunnen geven voor het ernstige letsel wat bij [zoon] was ontstaan. Op 30 juli 2009 wordt door het AMK bij de politie aangifte gedaan van het vermoeden dat [zoon] door zijn ouders of één van zijn ouders is mishandeld, als gevolg waarvan hij bloedingen in het hoofd, een schedelfractuur en bloedingen in beide ogen heeft opgelopen. Door de aanwezigheid van zowel oud als nieuw bloed in de hersenen, vermoedt het AMK dat sprake is geweest van meerdere incidenten.9 Tijdens een gesprek met de Raad voor de Kinderbescherming op 11 augustus 2009 bekent vader dat hij verantwoordelijk is voor het letsel bij [zoon].10 Tijdens dit gesprek vertellen de ouders over twee voorvallen, namelijk op 26 juni 2009 en op 18 juli 2009. Verklaringen van verdachte tegenover de politie Op 31 augustus 2009 bekent de verdachte bij de politie dat hij het geconstateerde letsel bij [zoon] heeft veroorzaakt. Hij verklaart dat hij op 26 juni 2009 ’s avonds [zoon] de fles had gegeven. De verdachte was gestrest en toen [zoon] begon te huilen knapte er iets in hem. Hij tilde [zoon] op en zei: “En nou kappen [zoon]”.11 12 Hij had [zoon] onder zijn oksels vast en schudde hem in de lucht van voor naar achter, heen en weer.13 [zoon] ging nog harder huilen en de verdachte heeft hem op bed gelegd. Rond 02:00 uur en 02:30 uur is de verdachte bij zijn zoontje gaan kijken om te zien of hij nog bij kennis was, bang dat hij hem met het schudden iets aan had gedaan. Als [zoon] reageert, is de verdachte erg opgelucht.14 Ten aanzien van het incident op 18 juli 2009 verklaart de verdachte dat hij alleen thuis was met [zoon]. De moeder van [zoon] was even naar haar ouders gegaan om bij te tanken. [zoon] zat in zijn schommelstoeltje en was huilerig. Hij had verschillende voedingen “opgegeven”. De verdachte probeerde [zoon] te troosten. Hij is met [zoon] op bed gaan liggen en heeft toen “vliegtuigje” met hem gespeeld. [zoon] bleef huilerig en zijn gezichtje werd rood. Ineens werd hij slap en viel hij weg. De verdachte raakte in paniek en heeft [zoon] daarop heen en weer geschud.15 Hij heeft [zoon] geprobeerd te reanimeren en 112 gebeld. Vervolgens is [zoon] naar het ziekenhuis gebracht. Ten aanzien van de door de kinderartsen van het LUMC bij [zoon] geconstateerde schedelbreuk, verklaart de verdachte dat hij [zoon] bij het in bad doen een keer uit zijn handen heeft laten glippen, waarna [zoon] op de commode is gevallen.16 Het medisch-forensisch onderzoek Dr. R.A.C. Bilo heeft op basis van de medische informatie in het strafdossier een rapport opgesteld en is hierover ter terechtzitting van 29 maart 2010 als getuige-deskundige bevraagd. Dr. Bilo had hierbij niet de beschikking over het medisch dossier van [zoon] zoals dit aanwezig is bij het LUMC. Het LUMC heeft geweigerd dit dossier ter beschikking te stellen aan het openbaar ministerie, en verdachte en zijn vrouw hebben bij herhaling, laatstelijk ter zitting van 29 maart 2010, geweigerd inzage te geven in dit dossier. De bevindingen van dr. Bilo kunnen als volgt worden samengevat: - Een geboortetrauma als mogelijke oorzaak van het bij [zoon] geconstateerde letsel wordt uitgesloten. - De verklaring van de verdachte over het incident van 26 juni 2009 past bij het bij [zoon] geconstateerde letsel. - De medische verklaring voor de klinische noodtoestand van [zoon] op 18 juli 2009 moet gezocht worden in een nieuw trauma, niet passend bij het enkele ‘vliegtuigje spelen’, zoals verdachte dat heeft beschreven. - Een zogeheten rebleeding kan klinische klachten opleveren, zoals misselijkheid en slapheid, maar niet leiden tot zodanig ernstige klachten als (op 18 juli 2009) het geval is geweest bij [zoon]. - Het is niet mogelijk vast te stellen van wanneer het oude en het nieuwe bloed in de hersenen dateren, wel kan worden vastgesteld dat zowel oude als nieuwe bloedingen in de hersenen van [zoon] aanwezig waren, alsmede dat het daarbij om marges van weken gaat. - Niet in alle gevallen ontstaat daadwerkelijk schade aan een kind als het geschud wordt. Bij 1 op de 150 schudgevallen is dit wel het geval. Thans wordt algemeen aanvaard dat ernstig hersenletsel kan ontstaan als een kind gedurende 5 tot 6 seconden geschud wordt en er sprake is van 3 tot 4 bewegingen per seconde. Van de kinderen die met letsel tengevolge van schudden in een ziekenhuis worden opgenomen overlijdt 19 procent aan de gevolgen daarvan.17 Oordeel van de rechtbank Op basis van de verklaringen van de verdachte, de medische gegevens in het dossier alsmede de bevindingen van dr. Bilo stelt de rechtbank vast dat de verdachte zijn zoontje [zoon] zowel op 26 juni 2009 als op 18 juli 2009 krachtig door elkaar heeft geschud, en wel zo krachtig dat een grote kans heeft bestaan dat [zoon] als gevolg hiervan zou komen te overlijden. Verdachte heeft immers verklaard dat hij op beide dagen [zoon] heen en weer heeft geschud, [zoon] is als gevolg van dit schudden zowel op 1 juli 2009 als op 18 juli 2009 in zorgelijke toestand in het ziekenhuis opgenomen en bijna twintig procent van de kinderen die ten gevolge van schudden in het ziekenhuis worden opgenomen komt te overlijden. Evenals de officier van justitie en de raadsvrouw sluit de rechtbank uit dat verdachte op de momenten dat hij [zoon] door elkaar schudde, het boze opzet had hem om het leven te brengen. De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of bij hem wel het voorwaardelijk opzet op de dood (danwel zwaar lichamelijk letsel) van [zoon] aanwezig was. Naar vaste jurisprudentie kan van voorwaardelijk opzet alleen sprake zijn indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.