RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 3, meervoudige kamer Reg.nr.: AWB 09/1962 RWNL UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [Eiseres], wonende te [plaats], gemachtigde mr. drs. A.E. Paulina, en de minister van Justitie, in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk, verweerder. I PROCESVERLOOP Bij brief van 14 juli 2005 heeft eiseres, geboren op [datum] 1974 en van Filippijnse nationaliteit, bij verweerder een verzoek om naturalisatie ingediend. Bij besluit van 10 januari 2007 heeft verweerder het verzoek afgewezen. Tegen dit besluit, aan eiseres uitgereikt op 7 februari 2007, heeft eiseres op 12 maart 2007 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij besluit van 4 februari 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Bij brief van 17 maart 2009 heeft mr. D.G. Kock namens eiseres tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft tijdens de behandeling van een aantal andere soortgelijke beroepen over deze materie besloten aan verweerder een aantal vragen voor te leggen met betrekking tot het beleid op Aruba ten aanzien van het tegenwerpen van verblijfsgaten. Bij brief van 7 oktober 2008 heeft de rechtbank aan dit voornemen uitvoering gegeven. In afwachting van de beantwoording van de gestelde vragen heeft de rechtbank alle beroepen over deze problematiek aangehouden. Verweerder heeft bij de beantwoording van de gestelde vragen de minister van Volksgezondheid, Milieu, Administratieve en Vreemdelingenzaken van Aruba betrokken. Onder meezending van een brief van evengenoemde Arubaanse minister heeft verweerder bij brief van 5 februari 2009 de gestelde vragen beantwoord. Verweerder heeft de rechtbank vervolgens geïnformeerd over de voorbereiding van een nieuwe Handleiding voor de toepassing van de de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) op Aruba. Voorts heeft hij aanleiding gezien voor een groot aantal dossiers, waaronder dat van eiseres, een nieuw Bericht Omtrent Toelating (BOT) te verzoeken aan de Arubaanse autoriteiten. Na ontvangst daarvan door de rechtbank in de loop van 2010 zijn alle beroepszaken geleidelijk aan op zitting geappointeerd. Het beroep is op 22 september 2010 ter zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P. Visbach. De rechtbank heeft het beroep verwezen naar een meervoudige kamer. Op 13 oktober 2010 heeft de rechtbank een brief met een machtiging ontvangen waaruit blijkt dat eiseres mr. drs. A.E. Paulina heeft gemachtigd om haar in rechte te vertegenwoordigen. Het beroep is op 13 oktober 2010 opnieuw ter zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P. Visbach en R.V. van der Zeeuw. II OVERWEGINGEN 1.1 Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de RWN wordt, met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk 4, aan vreemdelingen die daarom verzoeken het Nederlanderschap verleend. 1.2 Ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de RWN komt voor verlening van het Nederlanderschap overeenkomstig artikel 7 slechts in aanmerking de verzoeker die ten minste sedert vijf jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, toelating en hoofdverblijf heeft. 1.3 Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, van de RWN wordt voor toepassing van deze wet onder toelating verstaan: instemming door het bevoegde gezag met het bestendig verblijf van de vreemdeling in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba. 1.4 Verweerder hanteert bij de toepassing van de RWN beleidsregels die zijn neergelegd in de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, toegespitst op het gebruik in Aruba (hierna: de Handleiding). 1.5 In de Handleiding was ten tijde van belang neergelegd dat ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, van de RWN 'toelating' betekent dat het bevoegde gezag uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven aan een vreemdeling om in het Koninkrijk voor een langere periode te verblijven. Instemming door het bevoegde gezag houdt in dat een daartoe strekkend besluit van een bevoegde overheidsinstantie een vereiste is. Dat sprake is van toelating in Aruba dient door de vreemdeling te worden aangetoond aan de hand van een verblijfsdocument. 1.6 Ook vermeldde de Handleiding ten tijde van belang dat de vraag of sprake is van een verblijfsgat op zich een vreemdelingrechtelijke vraag is. Indien de vreemdeling niet tijdig om verlenging heeft gevraagd, dat wil zeggen pas na afloop van zijn verblijfsvergunning, is de vergunning op zijn vroegst pas vanaf de datum van de aanvraag verleend en dus niet in aansluiting op de eerdere vergunning. Dit betekent dat er een verblijfsgat is ontstaan. 2.1 Op grond van de Interne beleidsinstructie van de DIMAS van 14 december 2007 (2007-6), die naar aanleiding van de uitspraak van het Gerecht in Eerste aanleg van Aruba van 28 november 2007 (LAR no 3310) is opgesteld, gaat de DIMAS ervan uit dat vergunningen die zijn verleend vóór 11 december 2006 met terugwerkende kracht zijn verleend. 2.2 Bij brief van 10 augustus 2009 heeft verweerder de rechtbank in de eerdergenoemde soortgelijke beroepen meegedeeld dat de autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba en verweerder overeenstemming hebben bereikt over een tijdelijke werkwijze. Per 1 juni 2009 wordt ten aanzien van vreemdelingen die na 1 april 2003 in Aruba of in de Nederlandse Antillen een verzoek om naturalisatie hebben ingediend en bij wie het geconstateerde verblijfsgat in het vreemdelingrechtelijke verblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen vóór 1 januari 2009, door de bevoegde autoriteiten een nader onderzoek uitgevoerd naar de oorzaak van het verblijfsgat. Het resultaat van het onderzoek naar het verblijfsgat wordt in een onderzoeksverslag neergelegd, dat als bijlage bij het BOT wordt gevoegd. Het onderzoeksverslag zal ten aanzien van een geconstateerd verblijfsgat één van de volgende conclusies bevatten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.