← Nederland

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7235

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Nevenzittingsplaats Haarlem zaaknummer: AWB 09 / 48486 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 10 december 2010 in de zaak van: [naam eiseres] geboren op [geboortedatum], van Nigeriaanse nationaliteit, eiseres, gemachtigde: mr. L.B. Vellenga-van Nieuwkerk, advocaat te Alkmaar, tegen: de minister voor Immigratie en Asiel, voorheen de minister van Justitie, voorheen de staatsecretaris van Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. Ch.R. Vink, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage.

  1. Procesverloop 1.1 Eiseres heeft op 9 juni 2009 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 8 december 2009 afgewezen. Eiseres heeft tegen het besluit beroep ingesteld. 1.2 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 24 september
  2. Eiseres en haar gemachtigde zijn met bericht niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
  3. Overwegingen 2.1 Eiseres heeft bij brief van 23 september 2010 bericht op 4 maart 2010 in bezit te zijn gesteld van een verblijfsvergunning regulier op grond van het gevoerde beleid als beschreven in B9 van de Vreemdelingencirculaire
  4. 2.2 Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat eiseres thans geen rechtens relevant belang heeft bij onderhavige verblijfsprocedure. Verweerder concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep. De rechtbank overweegt als volgt. 2.3 In beroep toetst de rechtbank het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid en ambtshalve aan voorschriften van openbare orde. 2.4 De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. 2.5 Eiseres heeft geen belang bij het door haar ingestelde beroep tegen het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en de rechtbank zal het beroep om die reden niet-ontvankelijk verklaren. 2.6 Er is geen grond een van de partijen te veroordelen in de door de andere partij gemaakte proceskosten.
  5. Beslissing De rechtbank: 3.1 verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Mateman, rechter, in tegenwoordigheid van A.J. Vervoordeldonk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 december
  6. Afschrift verzonden op : Coll: Rechtsmiddel Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC, ’s-Gravenhage. Het hoger beroep moet ingesteld worden door het indienen van een beroepschrift, dat een of meer grieven bevat, binnen vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Bij het beroepschrift moet worden gevoegd een afschrift van deze uitspraak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.