RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE Sector Bestuursrecht Zittinghoudende te Amsterdam zaaknummer: AWB 10/43727 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken V-nr.: [ ] in het geding tussen: [eiser], geboren op [geboortedatum] 1966, van nationaliteit, eiser, gemachtigde: mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam en: de minister voor Immigratie en Asiel, verweerder, gemachtigde: mr. E. Söylemez, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Procesverloop Op 20 december 2010 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 in bewaring gesteld. Bij beroepschrift van 21 december 2010 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 houdt het beroep tevens in een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld ter openbare zitting van 29 december 2010. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig E. Spataro als tolk in de Franse taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Overwegingen 1. Eiser heeft het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd. Eiser doet een beroep op de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (hierna Terugkeerrichtlijn of Tri). Deze Terugkeerrichtlijn is weliswaar nog niet geïmplementeerd, maar hij heeft wel rechtstreekse werking. De Terugkeerrichtlijn maakt dat er meer dan voorheen moeten worden gekeken of er minder zware maatregelen kunnen worden toegepast dan het opleggen van een bewaring. Uit artikel 15, eerste lid en aanhef, van de Tri volgt dat er eerst moet worden gekeken of er een minder dwingende maatregel kan worden toegepast. Bewaring wordt alleen toegepast indien er risico bestaat op onderduiken of dat de vreemdeling de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. Belemmering kan eiser niet worden tegengeworpen want eiser was voor de inbewaringstelling niet in beeld. Voor wat betreft het onderduiken is in artikel 3, zevende lid, van de Tri bepaalt dat onder ‘risico op onderduiken’ dient te worden verstaan ‘het in een bepaald geval bestaan van redenen, gebaseerd op objectieve, in wetgeving vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een onderdaan van een derde land jegens wie een terugkeerprocedure loopt, zich zal onttrekken aan het toezicht’. Nu is de richtlijn nog niet geïmplementeerd en objectieve aanwijzingen/criteria ontbreken in de huidige wetgeving. Verweerder voert alleen beleid alsof die criteria er zijn. Dat betekent dat de bewaring onrechtmatig voortduurt. Weliswaar is eiser al acht jaar in Nederland en wil hij niet terug naar Benin, maar eiser is nog nooit met de politie in aanraking geweest. Het feit waarvoor hij is staandegehouden betrof het halen van flessen uit een vuilniszak voor statiegeld en dat is slechts een gering feit. Verder is eiser niet ongewenst verklaard en heeft hij tegenover verweerder een uitgebreide verklaring afgelegd. Anders dan voorheen zal verweerder voortaan uitdrukkelijker moeten nagaan waarom er geen lichter middel hoeft te worden toegepast. Artikel 56 van de Vw 2000 geeft verweerder bijvoorbeeld de mogelijkheid om eiser een beperkende maatregel op te leggen door te hem huisvesten met een beperkte vrijheid binnen een bepaalde straal, zoals bijvoorbeeld het geval is in Vlagtwedde. Daar zijn honderden vluchtelingen op grond artikel 56 van de Vw 2000 gehuisvest in een kamer met logies. Als voor een vluchteling een dergelijke maatregel wel wordt toegepast dan valt niet in te zien waarom dat voor eiser niet zou kunnen. Verweerder heeft dit niet voldoende gemotiveerd. 2. Verweerder heeft het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd. Verweerder erkent dat de Terugkeerrichtlijn niet is geïmplementeerd waardoor rechtstreekse werking voor eiser mogelijk is. Verweerder meent dat het huidige artikel 59 van de Vw 2000 richtlijnconform kan worden uitgelegd. De huidige regelgeving en criteria met betrekking tot de openbare orde dienen ter onderbouwing en invulling van de voorwaarden voor bewaring zoals deze zijn vastgelegd in artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn, te weten het gevaar voor onderduiken en belemmering van de uitzettingsprocedure. In paragraaf A6/5.3.3.1 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000 zijn die criteria uitgewerkt. Die objectieve criteria zijn weliswaar niet geïmplementeerd, maar er zijn wel afspraken over. Artikel 15 van de Tri laat de lidstaten de ruimte om criteria te stellen en die zijn op basis van artikel 59 van de Vw 2000 in samenhang met het beleid van verweerder gegeven. Verweerder is van mening dat het niet tijdig geïmplementeerd zijn van de Terugkeerrichtlijn de inbewaringstelling niet onrechtmatig maakt. De gronden van de maatregel zoals die voor 24 december 2010 golden zijn niet betwist, zodat het gevaar voor onderduiken moet worden aangenomen. Eiser heeft geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit (Vb) 2000, eiser heeft geen vaste woonplaats of verblijfplaats en hij heeft zich niet gemeld bij de korpschef. Nu volgens de nationale wetgeving de bewaring inhoudelijk rechtmatig is, ziet verweerder ook niet in dat de bewaring volgens de Terugkeerrichtlijn onrechtmatig is opgelegd. De rechtbank overweegt het volgende. Gronden van de bewaring en lichter middel Beoordeling periode 16 december 2010 tot en met 24 december 2010 3.1 Niet is betwist, dat eiser geen identiteitsbewijs heeft als bedoeld in artikel 4.21 van het Vb 2000, eiser geen vaste woonplaats en verblijfplaats heeft en dat hij zich niet heeft niet gemeld bij de korpschef. Deze gronden heeft verweerder aldus aan de bewaring ten grondslag kunnen leggen en zijn naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende om de oplegging van de maatregel te kunnen dragen. De door eiser betwiste gronden behoeven op dit vlak derhalve geen bespreking. 3.2 Verweerder heeft voorts in de door eiser in dat verband genoemde omstandigheden, te weten dat eiser nog nooit met de politie in aanraking is geweest en dat het feit waarvoor hij is staandegehouden betrof het halen van flessen uit een vuilniszak voor statiegeld en dat dit slechts een gering feit is, niet ongewenst is verklaard en hij tegenover verweerder een uitgebreide verklaring heeft afgelegd, in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om een lichter middel toe te passen. Beoordeling periode na 24 december 2010 3.3 Artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Tri luidt: Tenzij in een bepaald geval andere afdoende maar minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, kunnen de lidstaten de onderdaan van een derde land jegens wie een terugkeerprocedure loopt alleen in bewaring houden om zijn terugkeer voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren, met name indien:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.