RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 4, enkelvoudige kamer Procedurenummer: AWB 10/4801 PARKBL Uitspraakdatum: 26 januari 2011 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X], wonende te [Z], eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Delft, verweerder. I PROCESVERLOOP 1.1. Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting met dagtekening 23 april 2010 opgelegd ten bedrage van € 71 (hierna: de aanslag). 1.2. Eiser heeft tegen de aanslag tijdig bezwaar ingediend. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 3 juni 2010 de aanslag gehandhaafd. 1.3. Eiser heeft daartegen bij faxbericht van 12 juli 2010 beroep ingesteld bij de rechtbank. 1.4. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 15 december 2010 te Den Haag. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde [A]. Namens verweerder is verschenen [B]. Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast. 1.6. Op 23 april 2010 om 18.07 uur stond de auto van eiser met het kenteken [kenteken] geparkeerd op een parkeerplaats aan de Westvest te Delft. Deze locatie is door burgemeester en wethouders van de gemeente Delft aangewezen als een plaats waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting. Op bedoelde plaats mag met een geldige parkeervergunning of met een geldige parkeerkaart worden geparkeerd. 1.7. Tijdens een controle op voormelde datum en voormeld tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat er in het voertuig geen geldige parkeerkaart of geldige parkeervergunning aanwezig was. Naar aanleiding daarvan is aan eiser een aanslag ten bedrage van € 71 opgelegd, bestaande uit € 20 aan parkeerbelasting en € 51 aan kostenverhaal. Geschil en standpunten van partijen 1.8. Tussen partijen is in geschil de vraag of de aanslag terecht is opgelegd. 1.9. Eiser heeft - samengevat - aangevoerd dat hij heeft geparkeerd met een kraskaart, maar dat hij alleen is vergeten de feitelijke weekdag weg te krassen. Eiser heeft naderhand de weekdag weggekrast en vervolgens een bezwaarschrift ingediend. Dit heeft hij uit narrigheid tegenover de minstens flauw te noemen handelswijze van verweerder gedaan. Eiser stelt zich niettemin op het standpunt dat verweerder het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden. Daarnaast heeft verweerder door de sanctionering haar bevoegdheid misbruikt; een waarschuwing had moeten volstaan. 1.10. Verweerder heeft - kort samengevat - aangevoerd dat de kraskaart in wezen een vergunning betreft onder de opschortende voorwaarde dat deze wordt weggekrast overeenkomstig de weekdag, de datum, de maand en het tijdstip waarop men de vergunning wil laten ingaan. Indien een kraskaart onvolledig wordt weggekrast, wordt niet aan de opschortende voorwaarde voldaan, zodat de vergunning niet van kracht wordt. II OVERWEGINGEN 2.1. De Raad van de gemeente Delft heeft in zijn openbare vergadering van 19 februari 2009 vastgesteld de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2009 (hierna: de Parkeerbelastingverordening), de Verordening voor de fiscale handhaving op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren 2009 (hierna: de Parkeerverordening) en de bijlage behorend bij de Parkeerverordening en de Parkeerbelastingverordening (hierna: de Bijlage) vastgesteld. 2.2. De artikelen 2, 6 en 13 van de Parkeerbelastingverordening luiden, voor zover hier van belang, als volgt: "Artikel 2 Onder de naam "parkeerbelastingen" worden belastingen geheven ter zake van: a. het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een van gemeentewege verleende vergunning of abonnement, mede inbegrepen een kraskaart, een bezoekerskaart of gebruik of doen gebruiken van een parkeerservicesysteem, voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning abonnement aangegeven plaats en wijze.". "Artikel 6 De parkeerbelastingen worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende bijlage.". "Artikel 13 De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende bijlage.". 2.3. De artikelen 1, 7a, 14 en 16 van de Bijlage luiden ten tijde van het belastbare feit, voor zover hier van belang, als volgt: "Artikel 1 1. Ingevolge artikel 2, lid 1 aanhef en sub b van de Parkeerverordening gemeente Delft 2009 worden aangewezen als weggedeelten voor het parkeren van voertuigen van vergunninghouders alsmede als weggedeelten waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de Verordening parkeerbelastingen gemeente Delft, naar het tarief zoals bepaald in artikel 7a van deze bijlage, alle, behoudens de in lid 2 genoemde, openbare parkeerplaatsen gelegen binnen een van de volgende gebieden: Gebied B het gebied, binnen (met de wijzers van de klok mee, beginnend bij de Reineveldbrug):
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.