RECHTBANK ’S GRAVENHAGE, nevenzittingsplaats BREDA Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 10/1587 Uitspraakdatum: 7 februari 2011 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst/Zuidwest, kantoor Roosendaal, verweerder. Belanghebbende wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van de inspecteur van 23 september 2009 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.547. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2011 te Bergen op Zoom. Aldaar zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende [gemachtigde], verbonden aan [belastingadviesbureau] te Middelburg, alsmede namens de inspecteur, [gemachtigden]. 1.Beslissing De rechtbank: -verklaart het beroep gegrond; -vernietigt de uitspraak op bezwaar; -vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.547, met verrekening van € 9.254 loonheffing en met handhaving van de overige elementen; -veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 874; -gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 41 aan deze vergoedt. 2.Gronden 2.1.Belanghebbende, woonachtig in [woonplaats], was op 31 december 2002 werkzaam als grensarbeider in België. Belanghebbende werkte vanaf die tijd als schipper bij [rederij A] BVBA (hierna: [rederij A]) op de [schip]. 2.2.Overeenkomstig de Belgische wetgeving worden met zeevissers slechts contracten afgesloten voor een bepaalde tijd, namelijk steeds voor de duur van een visreis. 2.3.Belanghebbende heeft in 2005 contracten bij de volgende opdrachtgevers gehad: Naam werkgever Van Tot en met [rederij A] BVBA (B) 01-01-2005 16-01-2005 [rederij B] BVBA (B) 17-01-2005 01-04-2005 [rederij C] (B) 11-04-2005 25-04-2005 [rederij A] BVBA (B) 09-05-2005 29-09-2005 [uitzendorganisatie] (NL) 01-11-2005 31-12-2005 Verder heeft belanghebbende in 2005 nog verschillende werkloosheid-, ziekte- en vakantieuitkeringen uit België genoten. Ter zitting is komen vast te staan dat belanghebbende tot en met 16 januari 2005 wel een contract bij [rederij A] had, maar dat hij door de slechte weersomstandigheden geen visreis gemaakt heeft en in plaats daarvan een uitkering heeft gekregen. Vervolgens werd er door [rederij A] geen nieuw contract met belanghebbende aangegaan wegens eerder onvoldoende functioneren van belanghebbende. 2.4.De [schip] is eind 2005 door [rederij A] verhuurd aan een andere reder. De aandelen van [rederij A] zijn in verband met de overdracht van de [schip] eind 2006 verkocht aan BVBA [rederij D]. 2.5.Belanghebbende heeft in Nederland voor 2005 aangifte gedaan van een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.741. In de aangifte heeft belanghebbende verzocht om aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor het Belgisch loon tot een inkomen van € 26.874. Het Nederlands loon bedraagt € 4.659. Ook heeft belanghebbende verzocht om toepassing van de algemene en de bijzondere compensatieregeling voor Nederlandse grensarbeiders, die is geregeld in artikel 27 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, van 5 juni 2001, Trb. 2001,136 (hierna: het Verdrag). 2.6.De Belgische belastingdienst heeft belanghebbende op 2 april 2007 een aanslag opgelegd. Belanghebbende is een bedrag van in totaal € 8.202 aan Belgische belasting verschuldigd (inclusief € 537 opcentiemen). 2.7.In de aanslagregeling heeft de inspecteur, na het niet beantwoorden van vragen omtrent het Belgische loon, het belastbaar inkomen uit werk en woning van belanghebbende gecorrigeerd tot een bedrag van € 23.767. Hij heeft vrijstelling van dubbele belasting verleend voor het Belgische loon tot een bedrag van € 29.900 en vrijstelling van premieheffing volksverzekeringen tot en met 30 september 2005. De verschuldigde belasting en premie volksverzekeringen is berekend op nihil. De aan belanghebbende toekomende algemene compensatieregeling heeft de inspecteur berekend op € 2.576. Dit bedrag is, als betrof het een voorheffing, met de aanslag verrekend. De inspecteur is niet tegemoet gekomen aan het verzoek om de bijzondere compensatieregeling. 2.8.Naar aanleiding van het bezwaar van belanghebbende is de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.547. De inspecteur heeft vrijstelling van dubbele belasting verleend voor het Belgische loon tot een bedrag van € 26.680. De verschuldigde belasting en premie volksverzekeringen bedraagt nihil. De inspecteur is niet tegemoet gekomen aan het verzoek om de bijzondere compensatieregeling toe te passen. De algemene compensatieregeling is bepaald op € 3.927. Samen met de ingehouden loonbelasting is dit bedrag als voorheffing (totaal € 5.092) verrekend. 2.9.In geschil is of belanghebbende recht heeft op de bijzondere compensatieregeling van artikel 27, paragraaf 2, van het Verdrag. Belanghebbende doet hierbij een beroep op het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 1 juli 2009, nr. CCP2009/1120M (hierna: het Besluit). Tussen partijen is niet in geschil dat het bedrag van de bijzondere compensatie voor dat geval € 4.162 bedraagt. 2.10.De bijzondere compensatieregeling is een overgangsregeling. Artikel 27, paragraaf 2 van het Verdrag bepaalt dat Nederland de netto-inkomensachteruitgang van grensarbeiders, ontstaan door de gewijzigde verdragsbepalingen, zal compenseren tot het moment waarop die netto inkomensachteruitgang nihil bedraagt of tot het moment waarop zij niet langer zodanige beloningen uit diezelfde dienstbetrekking verkrijgen. Op grond van artikel 1a van de Goedkeuringswet van het Verdrag is de regeling ook van toepassing op (onder andere) in Nederland woonachtige zeelieden. 2.11.Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende vanaf 2002 tot en met 17 januari 2005 bij voortduring verschillende contracten had met [rederij A] en dat de inspecteur aan belanghebbende in 2003 en 2004 de bijzondere compensatie heeft toegekend. Voorts is tussen partijen niet in geschil dat belanghebbende vanaf 17 januari 2005 geen beloning meer genoot uit dezelfde dienstbetrekking die hij op 31 december 2002 had. Belanghebbende heeft dan geen recht meer op de bijzondere compensatieregeling, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hij valt onder één van de situaties uit het Besluit. 2.12.In het Besluit keurt de staatssecretaris goed dat de bijzondere compensatieregeling onder andere kan worden voortgezet in de volgende situatie: “..
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.