RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 4, enkelvoudige kamer Procedurenummer: AWB 10/4854 OVDRBL Uitspraakdatum: 23 maart 2011 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X] B.V., gevestigd te [Z], en [Y] B.V., gevestigd te [Z], hierna tezamen aangeduid als: eiseres, en de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder. I PROCESVERLOOP 1.1. Eiseres heeft op 5 januari 2009 op aangifte een bedrag van € 45.339 en een bedrag van € 2.661 aan overdrachtsbelasting voldaan. Zij heeft tegen deze voldoeningen bezwaar gemaakt. 1.2. Verweerder heeft het bezwaar bij uitspraak van 22 juni 2010 ongegrond verklaard. 1.3 Eiseres heeft daartegen bij brief van 12 juli 2010, ontvangen bij de rechtbank op 13 juli 2010, beroep ingesteld. 1.4 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.5 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2011 te 's-Gravenhage. Namens eiseres zijn verschenen [A], [B], [C] en [D]. Namens verweerder zijn verschenen [E] en [F]. II OVERWEGINGEN Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: 2.1 Bij akte 28 maart 2000 werd door de toenmalige eigenaar van het perceel, destijds kadastraal bekend [...], groot 4,83 are (hierna: perceel H 911), en het perceel, kadastraal bekend [...], groot 0,17 are (hierna: perceel H 911), een recht van opstal verleend aan [X] b.v. (hierna: [X b.v.]) ten behoeve van het installeren, plaatsen, bouwen, aanleggen, hebben, gebruiken, inspecteren, onderhouden, herstellen, uitbreiden, vervangen, verleggen en verwijderen van een warmtekrachtkoppeling met bijbehoren en alles wat tot een bedrijfsvaardige warmtekrachtkoppeling behoort (hierna: de WKK). 2.2 De WKK werd in het kader van een sale en lease back transactie door [X b.v.] aan [G] b.v., rechtsvoorganger van [H] b.v. (hierna tezamen: [I b.v.]), verkocht. Bij akte van eveneens 28 maart 2000 is de WKK door [X b.v.] aan [I b.v.], geleverd. 2.3 De WKK is gesticht op perceel H 910. Op het perceel H 911 is een transformatorhuisje gebouwd dat noodzakelijk is voor het functioneren van de WKK. In de hierna beschreven transacties is het transformatorhuisje tot de WKK gerekend. 2.4 [X b.v.] en [I b.v.] zijn op 5 januari 2009 overeengekomen de als onderdeel van de onder 2.2. genoemde sale en lease back transactie gesloten leaseovereenkomst te beëindigen. Ter zake van de beëindiging van de leaseovereenkomst was [X b.v.] € 755.692,85 aan [I b.v.] verschuldigd. Bij akte van eveneens 5 januari 2009 heeft [I b.v.] de WKK terug-geleverd aan [X b.v.] De akte bevat een "optieverzoek belaste levering", een verzoek van [X b.v.] en [I b.v.] om op de voet van artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel a, ten 2e, van de Wet op de omzetbelasting 1968 te worden uitgezonderd van de vrijstelling van omzet-belasting voor de levering van de WKK. Ter gelegenheid van de aanbieding van de akte ter registratie heeft [X b.v.] € 45.339 overdrachtsbelasting voldaan. 2.5 [X b.v.] en [Y] b.v. (hierna: [Y b.v.]) hebben op 19 december 2008 een koopovereenkomst gesloten, waarbij [X b.v.] de WKK aan [Y b.v.] heeft verkocht. De koopsom bedroeg € 1.000.000. Bij akte van 5 januari 2009 heeft [X b.v.] de WKK aan [Y. b.v.] geleverd. De akte bevat een "optieverzoek belaste levering", een verzoek van [Y b.v.] en [X b.v.] om op de voet van artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel a, ten 2e, van de Wet op de omzetbelasting 1968 te worden uitgezonderd van de vrijstelling van omzetbelasting voor de levering van de WKK. Voorts bevat de akte een "Fiscale verklaring" die, voor zover hier van belang, als volgt luidt: "[[X b.v.]] verklaart zich op het standpunt te stellen dat ter zake van de levering van het onderhavige registergoed overdrachtsbelasting is verschuldigd en heeft mitsdien bij [haar] verkrijging (...) overdrachtsbelasting voldaan over [haar] koopsom ad (...) € 755.650,00. [[Y b.v.]] is, in het licht van een lopende procedure, van mening dat geen dan wel slechts gedeeltelijk overdrachtsbelasting verschuldigd zal zijn. [[X b.v.]] en [[Y b.v.]] komen overeen als volgt: a. Bij ondertekening van deze akte en in verband met de vermindering van de heffingsgrondslag als bedoeld in artikel 13 van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer verkrijgt [[X b.v.]] een vergoeding van [[Y b.v.]] ten bedrage van de overdrachtsbelasting die [[X b.v.]] zelf bij haar verkrijging van het registergoed heeft voldaan; b. [D b.v] verklaart [[Y b.v.]] te machtigen om namens haar bezwaar aan te tekenen tegen de heffing van overdrachtsbelasting op haar verkrijging van het registergoed en om aan [[Y b.v.]] - indien deze, al dan niet gedeeltelijk, in het gelijk wordt gesteld - te vergoeden het bedrag dat overdrachtsbelasting wordt gerestitueerd vermeerderd met de rente die de belastingdienst daarover alsdan heeft vergoed. (...) c. (...). [[Y b.v.]] verklaart dat zij naar haar mening overdrachtsbelasting is verschuldigd over een bedrag groot (...) € 44.350,00, aangezien naar haar mening het opstalrecht en de installatie voor een bedrag ad (...) € 800.000 in de koopsom staan opgenomen. (...)". Ter gelegenheid van de aanbieding van de akte ter registratie heeft [Y b.v.] over een gedeelte van de koopsom, groot € 45.339, overdrachtsbelasting voldaan. 2.6 In zijn brief van 1 juni 2010, met als onderwerp "Kennisgeving uitspraak bezwaar overdrachtsbelasting [[Y b.v.]]" geeft verweerder de volgende, niet tussen partijen in geschil zijnde, feitelijke beschrijving van de WKK: "De WKK als onderdeel van de energievoorziening: Een warmtekrachtkoppelinginstallatie (WKK) is een installatie voor het tegelijkertijd opwekken van warmte en elektriciteit. De WKK staat in een aparte technische ruimte in het kassencomplex en zit met grote bouten aan de vloer bevestigt, zodat deze niet wegwandelt als de apparatuur draait. Er zit een stalen ombouw omheen, mede om geluidsoverlast van de WKK te beperken. De WKK werkt als volgt: een zuigermotor drijft een dynamo aan die elektriciteit opwekt. De motor loopt op aardgas. De motor zit aangesloten op het aardgasnet. Als de motor draait ontwikkelt deze warmte. Deze warmte wordt afgestaan aan koelwater of gaat rechtstreeks via buizen de kassen in. Ook de uitlaatgassen verwarmen het water. In het algemeen draait de motor niet 24 uur per etmaal. Er treden dan ook schommelingen op in de watertemperatuur. Om deze schommelingen op te vangen is een warmtebuffer gecreëerd. Dit gebeurt door middel van een WOT (warmtewateropslagtank). De WKK en de WOT zijn door leidingen met elkaar verbonden. Ook de cv-ketel en de WOT zijn met elkaar verbonden. Vanuit de WOT lopen leidingen naar de kassen die dienen voor verwarming. De WKK levert ook elektriciteit. Deze wordt in casu niet binnen de onderneming gebruikt maar teruggeleverd aan het lichtnet (verkoop aan derden). De WKK is derhalve ook via kabels en buizen aangesloten op het stroomnet. (. . .) Onderhoud WKK: Elke 1500 draaiuren is er onderhoud ter plaatse nodig. Na 50.000 draaiuren wordt de WKK voor groot onderhoud naar de fabriek vervoerd". Geschil 2.7 In geschil zijn de onder 2.4 en 2.5 vermelde voldoeningen op aangifte over een maatstaf van heffing van € 755.692,85, onderscheidenlijk € 45.339. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de WKK onroerend is. 2.8 Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en teruggaaf van de overdrachtsbelasting die ter gelegenheid van de registratie van de onder 2.4. en 2.5. genoemde aktes is voldaan. 2.9 Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 2.10 Voor de standpunten van partijen en de onderbouwing ervan verwijst de rechtbank naar de gedingstukken. Beoordeling van het geschil 2.11 Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (hierna: de Wet) wordt onder de naam overdrachtsbelasting een belasting geheven ter zake van de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken of van rechten waaraan deze zijn onderworpen. 2.12 De Wet bevat geen definitie van het onder 2.11 genoemde begrip "onroerend". Er is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om te veronderstellen dat de wetgever voor de overdrachtsbelasting een ander onderscheid tussen onroerend en roerend voor ogen heeft gestaan dan dat van artikel 3:3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit onder-scheid houdt in dat onroerend zijn: de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en de werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken en dat roerend zijn: alle zaken die niet onroerend zijn. 2.13.1 Bij de beantwoording van de in geschil zijnde vraag is met name van belang of de WKK duurzaam is verenigd met de grond in de onder 2.12 bedoelde zin. Daarom zal de rechtbank, voor zoveel nodig met toepassing van artikel 8:69, lid 2, van de Awb, eerst bezien of van een zodanige vereniging van de WKK met de grond sprake is. 2.13.2 De Hoge Raad overweegt in zijn arrest van 31 oktober 1997, nr. 16 404, NJ 1998,97: "
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.