RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 1, enkelvoudige kamer Reg.nr.: AWB 09/5698 WMO UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) In het geding tussen [A], wonende te [plaats], eiseres, gemachtigde mr. P.J.L.J. Duijsens en ISD Bollenstreek, Intergemeentelijke Sociale Dienst, verweerder. I PROCESVERLOOP Bij besluit van 30 maart 2009 heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van een bakfiets ten behoeve van haar dochter [B], afgewezen. Bij besluit van 8 juli 2009 heeft verweerder, overeenkomstig het advies van Adviescommissie bezwaarschriften van 2 juni 2009, het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 12 augustus 2009, ingekomen bij de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld. De gronden zijn daarna aangevuld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Bij brief van 9 november 2010 heeft eiseres meegedeeld dat het door de rechtbank aangeboden mediationtraject niet is geslaagd. Het beroep is op 14 april 2011 ter zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn met bericht vooraf niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door R. Noorlander. II OVERWEGINGEN Eiseres heeft op 19 januari 2009 ten behoeve van haar dochter [B], een aanvraag in het kader van de Wmo ingediend voor een vervoersvoorziening in de vorm van een bakfiets. [B] heeft een afweerstoornis als gevolg waarvan haar longcapaciteit 40 tot 45% bedraagt. Hierdoor kan zij zeer beperkt inspanning leveren. Zij kan niet zelfstandig meefietsen. Verweerder heeft een aanhangfiets achter de fiets van de ouder of een bakfiets voorgesteld. De voorkeur van eiseres gaat uit naar een bakfiets omdat op deze wijze ook een buggy en zonodig extra zuurstof kan worden meegenomen. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen omdat een bakfiets een algemeen gebruikelijke voorziening is. Dergelijke fietsen zijn in reguliere fietsenwinkels verkrijgbaar, waarbij de prijzen variëren van € 700,-- tot € 1.600,-- . De bakfietsen worden door ouders met jonge kinderen veel gebruikt. De aanpassingen die eventueel nodig zijn voor het vervoer van de buggy en zuurstoffles komen daarentegen wel voor rekening van verweerder omdat deze aanpassingen niet algemeen gebruikelijk zijn. Eiseres heeft in beroep betwist dat een bakfiets in haar geval een algemeen gebruikelijke voorziening is. Niet iedere bakfiets is geschikt. De bakfiets moet in het geval van eiseres het gewicht van de zuurstoffles en het gewicht van haar dochter kunnen dragen. Daarnaast moet de fiets voorzien zijn van een instapdeurtje zodat [B] zelf in kan stappen. Voorts moet de fiets voorzien zijn van trapondersteuning zodat eiseres ook heuveltjes op kan fietsen. Bovendien is het niet algemeen gebruikelijk om een kind van 6 jaar nog te vervoeren in een bakfiets. In artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wmo is - voor zover hier van belang -bepaald dat het college van burgemeester en wethouders ter compensatie van de beperkingen die een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6, van deze wet ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie, voorzieningen treft op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel. Ingevolge het tweede lid van dit artikel houdt het college bij het bepalen van de voorziening rekening met de persoonskenmerken en de behoeften van de aanvrager, alsmede met de capaciteit van aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. Artikel 5, eerste lid, van de Wmo bepaalt dat de gemeenteraad, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet, bij verordening regels vaststelt over de door het college van burgemeester en wethouders te verlenen individuele voorzieningen en de voorwaarden waaronder personen die aanspraak hebben op dergelijke voorzieningen recht hebben op het ontvangen van die voorziening in natura, het ontvangen van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget. Op 1 april 2009 is de Verordening maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek 2009 (hierna: Verordening) in werking getreden. In artikel 1.2, tweede lid onder b van de Verordening is bepaald dat geen voorziening wordt toegekend indien de voorziening voor de persoon als de belanghebbende algemeen gebruikelijk is. Volgens artikel 1.1, onder o, van de Verordening wordt onder algemeen gebruikelijk verstaan naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend. In artikel 1.3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.