RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE Sector Bestuursrecht vreemdelingenkamer nevenzittingsplaats Almelo regnr.: Awb 11/16014 VRONTN/BL1 CM AN2 uitspraak van de enkelvoudige kamer op het beroep tegen het voortduren van de bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd althans zich noemende: (…), geboren op (…) te (…), van Afghaanse nationaliteit, thans verblijvende in (…) te Rotterdam, justitienummer: (…), eiser, gemachtigde: mr. I. van den Elshout, advocaat te 's-Hertogenbosch; tegen DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL, verweerder, vertegenwoordigd door mr. H.A.W. Oude Lenferink, ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). 1. Procesverloop Bij brief van 10 mei 2011 is beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan eiser en aan de rechtbank toegezonden. Eiser is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Het beroep is behandeld ter zitting van 23 mei 2011. Eiser is niet verschenen, maar heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. 2. Standpunten Ter zitting is gebleken dat namens eiser enkel beroep is ingesteld tegen het voortduren van de bewaring om daarmee informatie over de voortgang van de vertrek- dan wel verwijderingsprocedure van eiser te verkrijgen. In dit kader heeft eisers gemachtigde onweersproken gemeld dat zij de Dienst Terugkeer en Vertrek verscheidene malen telefonisch heeft verzocht haar informatie te verstrekken over de voortgang. Die kreeg zij echter niet, haar werd gezegd dat zij (daarvoor) maar in beroep moest gaan. Voor het overige heeft zij niets op te merken. Verweerder heeft de rechtbank verzocht het beroep ongegrond te verklaren en het verzoek om schadevergoeding af te wijzen omdat de (voortduring van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.