RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Zittinghoudende te Amsterdam zaaknummer: AWB 11 / 29403 V-nr: [V-nr] Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 28 september 2011 in de zaak tussen [eiser], geboren op [1972], van (gestelde) Venezolaanse nationaliteit, eiser, gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul, advocaat te Amsterdam, en de minister voor Immigratie en Asiel, verweerder, gemachtigde: drs. P.E.G. Heijdanus Meershoek, werkzaam bij de Immigratie en Naturalisatiedienst. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september
- Eiser is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt dat de bewaring met ingang van heden wordt opgeheven. De rechtbank veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de schade, groot € 1040,-- (zegge: eenduizend en veertig euro) aan eiser. De rechtbank veroordeelt verweerder als in het ongelijk gestelde partij in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn begroot op € 874,-- (zegge: achthonderd en vierenzeventig euro) als kosten van verleende rechtsbijstand, te betalen aan de griffier van deze rechtbank. Motivering De rechtbank is van oordeel dat uit paragraaf A6/5.3.7.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat verweerder, zodra verweerder - ongeacht de manier waarop - op de hoogte is van een onherroepelijk vonnis, contact dient op te nemen met het Openbaar Ministerie (OM) omtrent de tenuitvoerlegging hiervan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in strijd met deze beleidsregel heeft gehandeld. Verweerder droeg al op 8 september 2011 kennis van een onherroepelijk vonnis waarbij eiser tot 1 week gevangenisstraf is veroordeeld en er is nog steeds geen contact opgenomen met het OM over de executie van het vonnis. Aangezien in het onderhavige geval alleen de toekomst kan uitwijzen of eiser hierdoor in zijn belangen zal worden geschaad en de onmogelijkheid om een mogelijke belangenbenadeling thans vast te stellen naar het oordeel van de rechtbank niet voor risico van eiser dient te komen, oordeelt de rechtbank de bewaring onrechtmatig vanaf 14 september
- Hierbij verwijst de rechtbank naar een eerdere uitspraak van de rechtbank aangaande deze kwestie van 7 februari 2008 (LJN BD0581), waaruit voortvloeit dat een redelijke uitleg van voornoemde term ‘zodra’ met zich brengt dat verweerder binnen vijf werkdagen na kennis te hebben genomen van het vonnis, contact moet opnemen met het OM. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal. mr. M.E. Pluymaekers mr. R.A. Sipkens griffier rechter afschrift verzonden op: 11 oktober 2011 Conc.: RP Coll: D: B VK RECHTSMIDDEL Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.