beschikking RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rekestnummer: 260253 / HA RK 06-207 Beschikking van 3 november 2011 in de zaak van [verzoeker], (voorheen genaamd [naam]), wonende te [woonplaats], verzoeker, advocaat mr. S.S. Jangali te Amsterdam, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verder te noemen: de IND), zetelende te Den Haag, belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. L.C.M. Hakkaart. 1.De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 21 februari 2006 ingekomen verzoekschrift met producties, - de brieven met bijlagen van mr. Jangali van 13 september 2006, 26 mei 2009, 25 juni 2009 en 26 mei 2011, - de brieven van de IND van 13 maart 2006, 3 november 2008 met bijlagen, 14 september 2009 en 19 januari 2010. 1.2. Met betrekking tot het verzoekschrift heeft twee keer een mondelinge behandeling plaatsgevonden, te weten op 28 mei 2009 (enkelvoudig) en op 8 september 2011 (meervoudig). Tijdens beide zittingen zijn verschenen: verzoeker, vergezeld van mr. Jangali, en mr. Hakkaart namens de IND. Op 28 mei 2009 zijn ook de moeder van verzoeker en mevr. E.V. Blom-Apreleva als tolk verschenen. De officier van justitie heeft schriftelijk te kennen gegeven zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank en geen behoefte te hebben aan het bijwonen van de zitting. 2.De feiten 2.1. Volgens het uittreksel geboorteregister, nummer [nummer], afgegeven op 20 februari 2001 door een "Registrar of Births and Deaths for Ghana", gelegaliseerd alsmede inhoudelijk geverifieerd en akkoord bevonden door de Nederlandse Ambassadeur te Accra op 14 juni 2002, is [verzoeker] op [geboortedatum] 1983 in het Government Hospital [plaats] (Ghana) geboren als zoon van [moeder van verzoeker], van Ghanese nationaliteit (hierna: de moeder), en [vader van verzoeker], eveneens van Ghanese nationaliteit. De op die akte vermelde vader, [vader van verzoeker], en de moeder waren ten tijde van de geboorte van verzoeker niet met elkaar gehuwd. Op de geboorteakte, geregistreerd op 9 augustus 1983, staat [vader van verzoeker] genoteerd als informant. In het verificatieonderzoek heeft [vader van verzoeker] zelf verklaard aangifte van de geboorte te hebben gedaan en de biologische vader van verzoeker te zijn. De moeder heeft in een door haar op 8 februari 2005 ondertekende verklaring verklaard dat [vader van verzoeker] de verwekker is van verzoeker. 2.2. Op 15 juni 2001 heeft notaris mr. P.A. Kroes, als plaatsvervanger waarnemende het kantoor van mr. G. Bakker, notaris te Diemen, een akte van erkenning opgemaakt. Uit die akte blijkt dat [A], van Nederlandse nationaliteit, heeft verklaard verzoeker en [B] te erkennen, zodat tussen hem en de beide kinderen familierechtelijke betrekkingen ontstaan. [moeder van verzoeker] (moeder van verzoeker) heeft toestemming tot de erkenningen verleend. Als bijlage bij de akte van erkenning is onder meer gevoegd de hiervoor genoemde, op 20 februari 2001 afgegeven, geboorteakte van verzoeker. 3.Het verzoek en het standpunt van de IND 3.1. Verzoeker verzoekt de rechtbank vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Hij stelt daartoe dat hij op 15 juni 2001 rechtsgeldig is erkend door [A], van Nederlandse nationaliteit, waardoor hij in het bezit is gekomen van de Nederlandse nationaliteit. 3.2. De IND stelt primair dat verzoeker naar Ghanees recht een juridische vader heeft en daarom niet door [A] kon worden erkend. Subsidiair, voor zover de rechtbank van oordeel is dat verzoeker geen juridische vader heeft, stelt de IND dat verzoeker op 15 juni 2001 niet rechtsgeldig door [A] is erkend, omdat op 15 juni 2001 geen gelegaliseerde en geverifieerde geboorteakte van verzoeker beschikbaar was. 4.De beoordeling 4.1. Ter beoordeling staat in de eerste plaats of, zoals de IND heeft betoogd, de erkenning nietig is omdat zij is gedaan terwijl er twee ouders zijn. In het bijzonder is in geschil of ten tijde van de erkenning door [A], [vader van verzoeker] de juridische vader van verzoeker was. 4.2. Nu de moeder en [vader van verzoeker] ten tijde van de geboorte van verzoeker niet met elkaar waren gehuwd, dient nagegaan te worden of [vader van verzoeker] een handeling heeft verricht die aan te merken is als de erkenning van verzoeker. Op grond van artikel 4 van de Wet conflictenrecht afstamming (WCA) wordt de vraag of tussen verzoeker en [vader van verzoeker] door erkenning familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan bepaald door Ghanees recht, zijnde de staat waarvan [vader van verzoeker] de nationaliteit heeft. Daarmee staat ter beoordeling of naar Ghanees recht tussen verzoeker en [vader van verzoeker] een familierechtelijke betrekking bestaat die op één lijn kan worden gesteld met de familierechtelijke betrekking die naar Nederlands recht ontstaat als gevolg van erkenning door een man van een kind. 4.3. Uitgangspunt is dat [vader van verzoeker] op de onder 2.1 vermelde geboorteakte als vader en informant is vermeld. In Ghana registreert de ambtenaar van de burgerlijke stand evenwel slechts wat hem door de aangever wordt medegedeeld. De in de geboorteakte op te nemen gegevens worden door hem niet op juistheid gecontroleerd. De omstandigheid dat een man in de geboorteakte als vader van het kind staat vermeld, kan naar Ghanees recht niet gelden als - volledig - bewijs voor de (on)wettigheid van het kind en wordt niet op zichzelf aangemerkt als een vorm van (juridische) erkenning van het vaderschap van het kind. De enkele omstandigheid dat [vader van verzoeker] in de geboorteakte als vader van verzoeker is vermeld, is derhalve niet voldoende om aan te nemen dat hij naar Ghanees recht als de juridische vader van verzoeker kan worden aangemerkt. Van belang zijn in dit verband de naar Ghanees recht relevante feiten en omstandigheden. In navolging van een beslissing van de familiekamer van deze rechtbank (Rb Den Haag 10 maart 2008, LJN: BC 6198) zoekt de rechtbank in dat verband aansluiting bij de artikelen 9 en 10 van de "Maintenance of Children Decree 1977", waarnaar de IND heeft verwezen. Als relevante feiten en omstandigheden worden naar Ghanees recht beschouwd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.