RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: 406769 / KG ZA 11-1316 Vonnis in kort geding van 22 november 2011 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HITT HOLLAND INSTITUTE OF TRAFFIC TECHNOLOGY B.V., gevestigd te Apeldoorn, eiseres, advocaat mr. J.C. van Vliet te Utrecht, tegen: DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat), zetelend te 's-Gravenhage, gedaagde, advocaat mr. J.E. Palm te 's-Gravenhage, en tegen de vennootschap onder firma SAAB-TEIN V.O.F., gevestigd te Amstelveen, tussenkomende partij, advocaat mr. P.F.C. Heemskerk te Utrecht. Partijen zullen hierna worden aangeduid als 'HITT', 'de Staat' en 'Saab-Tein'. 1. Het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging Saab-Tein heeft primair verzocht te worden toegelaten als tussenkomende partij en subsidiair om zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting van 11 november 2011 hebben HITT en de Staat verklaard op zichzelf en inhoudelijk gezien geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. Saab-Tein is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Verder is niet gebleken dat de tussenkomst aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen in de weg staat. In dit verband zij nog opgemerkt dat Saab-Tein tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven haar in de incidentele conclusie opgenomen vorderingen niet te handhaven. Deze kunnen dus verder buiten beschouwing blijven. 2. De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 11 november 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Rijkswaterstaat, een onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, is begin 2011 onder de naam Dutch Inland AIS Monitoring Infrastructure ('DIAMONIS') een Europese niet-openbare aanbestedingprocedure gestart betreffende "levering, realisatie, implementatie en beheer en onderhoud van een AIS-walinfrastructuur voor de scheepvaart die gebruik maakt van de Nederlandse binnenwateren en de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ)". Op de aanbesteding is het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten ('Bao') van toepassing. Als gunningscriterium wordt gehanteerd de economisch meest voordelige inschrijving. 2.2. Het Beschrijvend Document van 4 mei 2011 vermeldt, voor zover hier van belang: "2.8 Voornemen tot gunning RWS-DID (voorzieningenrechter: Rijkswaterstaat Data-ICT-Dienst te Delft) bericht elke inschrijver gelijktijdig en onder opgaaf van redenen, omtrent de voorgenomen gunning. RWS-DID vermeldt daarbij de naam van inschrijver aan wie RWS-DID voornemens is te gunnen. Aan het voornemen tot gunning kunnen geen rechten worden ontleend. RWS-DID gunt niet eerder de opdracht dan nadat een termijn van 15 dagen na verzending van het bericht van de voorgenomen gunning is verstreken. Indien een inschrijver bezwaren heeft tegen de voorgenomen gunning, dient hij binnen 15 dagen na verzending van het bericht door betekening van een dagvaarding een kort geding aanhangig te hebben gemaakt tegen de voorgenomen gunning van RWS-DID. Indien binnen 15 dagen na verzending van de mededeling door betekening van een dagvaarding een kort geding aanhangig is gemaakt zal RWS-DID niet overgaan tot gunning van de opdracht, voordat in kort geding vonnis is gewezen, tenzij een zwaarwegend belang onverwijlde gunning gebiedt. Indien niet binnen 15 dagen na verzending van de voorgenomen gunning een kort geding aanhangig is gemaakt, kunnen de gepasseerde inschrijvers geen bezwaren meer maken naar aanleiding van de voorgenomen gunning en hebben zij hun rechten terzake verwerkt. RWS-DID is in dat geval dan ook vrij om gevolg te geven aan zijn voornemen tot gunning. (.....) 3.1. Algemeen Door inschrijving stemt inschrijver in met alle voorwaarden en vereisten voor deze gehele aanbestedingsprocedure zoals opgenomen in dit document, alle daarbij behorende bijlagen en alle overige aanbestedingsstukken, waaronder de overeenkomst en het selectiedocument. (.....) 4.2. Minimumeisen met betrekking tot de gunning (.....) 4.2.13 Voldoende beoordeling op gunningscriteria 2, 3, 4 en 5 Minimumeis: Inschrijver dient op de gunningscriteria 2, 3, 4 en 5 tenminste een voldoende beoordeling te krijgen om voor gunning in aanmerking te komen. Indien dit niet het geval is zal de inschrijving ter zijde gelegd worden. 4.3. Beoordeling op gunningscriteria (.....) 4.3.6 Voldoende beoordeling Inschrijver dient op de gunningscriteria 2, 3, 4 en 5 tenminste een voldoende beoordeling te krijgen om voor gunning in aanmerking te komen. Indien dit niet het geval is zal de inschrijving ter zijde gelegd worden (zie ook paragraaf 4.2.13 minimumeisen)." 2.3. Na voorafgaande selectie hebben drie partijen ingeschreven op de aanbesteding, te weten HITT, KPN B.V. ('KPN') en Saab-Tein. 2.4. Bij brief van 19 september 2011 heeft Rijkswaterstaat - onder meer - het volgende bericht aan HITT: "Op 6 januari 2011 is de opdracht DIAMONIS (Dutch Inland AIS Monitoring Infrastructuur) aanbesteed, waarvoor uw onderneming heeft ingeschreven. Als gunningscriterium geldt de economisch meest voordelige inschrijving, EMVI. In totaal zijn drie inschrijvingen ontvangen. Deze beoordeling heeft ertoe geleid dat Rijkswaterstaat voornemens is voornoemde opdracht te gunnen aan de combinatie Saab-Tein VOF. Waarom de inschrijving van uw onderneming niet voldoet, licht ik hieronder toe. Niet voldaan is aan de minimumeis: tenminste een voldoende beoordeling voor wat betreft gunningscriterium 3, Ability te Execute. De beoordeling op de gunningscriteria nummers 2, 3, 4 en 5 hebben tot de volgende scores geleid: Op basis van bovenstaande scores is uw inschrijving, conform $ 4.2.13 van het Beschrijvend Document, ter zijde gelegd en komt derhalve niet voor gunning in aanmerking. De belangrijkste redenen voor de score van 5,9 op gunningscriterium 3 Ability tot Execute zijn de volgende: (.....) Daarnaast is niet aangetoond dat voldaan wordt aan de minimumeisen MSR-021 en MSR-022, en de minimumeisen PMR-084 t/m PMR-100. Voor de argumenten, waarom u in uw inschrijving niet heeft aangetoond te voldoen aan bovenstaande minimumeisen, verwijs ik u naar bijlage 1. In de bijlagen treft u een opsomming aan van alle relevante redenen die tot uw scores hebben geleid. (.....) U kunt opkomen tegen mijn voorlopige gunningsbeslissing door uiterlijk 4 oktober 2011 een kort geding aanhangig te hebben gemaakt. (.....) Indien u op uiterlijk 4 oktober 2011 geen kort geding aanhangig heeft gemaakt, acht Rijkswaterstaat zich vrij om tot definitieve gunning aan de combinatie Saab-Tein VOF over te gaan." 2.5. Op 28 september 2011 heeft tussen HITT en Rijkswaterstaat een gesprek plaatsgevonden, waarbij HITT haar bezwaren tegen de voorlopige gunningsbeslissing naar voren heeft gebracht en Rijkswaterstaat zijn beslissing nader heeft toegelicht. 2.6. KPN is bij dagvaarding van 4 oktober 2011 opgekomen tegen de gunningsbeslissing van Rijkswaterstaat van 19 september 2011. Daarbij riep zij de Staat op om op 11 november 2011 om 11.00 uur te verschijnen ter terechtzitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. In die - bij deze rechtbank onder zaak- en rolnummer 404204 / KG ZA 11-1149 geregistreerde - zaak heeft HITT, bij faxbericht van 19 oktober 2011, aangegeven te willen tussenkomen, dan wel zich te willen voegen. Op 10 november 2011 heeft KPN de zaak ingetrokken. 3. Het geschil 3.1. HITT vordert, zakelijk weergegeven: primair: a. de Staat te gebieden het besluit om de inschrijving van HITT ongeldig te verklaren in te trekken en deze alsnog te beoordelen c.q. opnieuw te beoordelen; b. voor zover uit die (her)beoordeling blijkt dat HITT de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, de Staat te bevelen de voorlopige gunning aan Saab-Tein in te trekken en de opdracht aan geen ander dan HITT te gunnen; subsidiair: c. de Staat te verbieden de opdracht te gunnen; d. de Staat te gebieden om - desgewenst - over te gaan tot heraanbesteding; primair en subsidiair: e. de Staat te veroordelen in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten. 3.2. Samengevat voert HITT daartoe het volgende aan. Rijkswaterstaat heeft de inschrijving van HITT op onjuiste gronden terzijde gelegd, aangezien HITT wel degelijk aan de gestelde minimumeisen voldoet. Bovendien moet de aanbestedingsprocedure ongeldig worden verklaard omdat deze niet transparant en helder is verlopen. Daarvoor is het volgende van belang: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.