← Nederland

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5879

Beschikking RECHTBANK ‘s GRAVENHAGE Nevenzittingsplaats Assen wrakingskamer zaaknummer / rekestnummer: 85732 / HA RK 11-61 Beschikking van de meervoudige kamer op het mondeling verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 e.v. van het Wetboek van Strafvordering van 21 april 2011 in de zaak van [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, verschenen in persoon. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het proces-verbaal van wraking d.d. 23 maart 2011, waaruit blijkt dat verzoeker [de rechter], kantonrechter in deze rechtbank wenst te wraken; - de brief van verzoeker van 28 maart 2011; - de brief van [de rechter] van 30 maart 2011; - de mondelinge behandeling van de wrakingskamer d.d. 20 april

  1. Het standpunt van verzoeker Blijkens het proces-verbaal van wraking heeft verzoeker aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de houding van de kantonrechter hem niet aanstond.
  2. Het standpunt van [de rechter] [de rechter] heeft bij brief d.d. 30 maart 2011 verklaard dat hij niet berust in de wraking en afziet van zijn recht om gehoord te worden. Voorts heeft [de rechter] in zijn brief aangegeven dat hij door verzoeker is gewraakt omdat hij de zaak van verzoeker niet wilde aanhouden in afwachting van een oordeel van de Raad van State in een ander zaak waar verzoeker ook een zaak heeft lopen.
  3. De beoordeling 3.
  4. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. 3.
  5. De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden leveren naar het oordeel van de rechtbank niet een uitzonderlijke omstandigheid op die in casu zodanige vrees met betrekking tot vooringenomenheid van de rechter kan rechtvaardigen. Evenmin geven zij grond te vrezen dat het de rechter wier wraking wordt verzocht aan onpartijdigheid ontbreekt noch is de schijn van partijdigheid voor verzoekende partij gewekt. 3.3 De wrakingskamer leidt uit de stukken en hetgeen ter zitting door verzoeker naar voren is gebracht, zoals blijkt uit het proces-verbaal en de daarbij gevoegde pleitaantekeningen, af dat hij geen vertrouwen heeft in deze rechtbank. De stellingen van verzoeker zijn echter niet onderbouwd en zijn niet op de persoon van de rechter gericht. Naar het oordeel van de wrakingskamer kan hieruit geenszins enige partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter worden afgeleid.
  6. Slotsom Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot wraking worden afgewezen. De beslissing De rechtbank
  7. Wijst het verzoek tot wraking af.
  8. Bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
  9. Beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoeker, de kantonrechter [de rechter] en de Officier van Justitie. Deze beschikking is gegeven door de mrs. A. van der Meer (voorzitter), H. Wolthuis en J.L. Boxum, bijgestaan door mr. M.B.A. Mensink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2011 en door mr. A. van der Meer en de griffier ondertekend.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.