← Nederland

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6278

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector familie- en jeugdrecht Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 11-3212 Zaaknummer: 392858 Datum beschikking: 28 november 2011 Verzoek artikel 1:27 BW Beschikking op het op 22 april 2011 ingekomen verzoekschrift van: [de man], de man, wonende te [woonplaats A], België, advocaat mr. H. Uzumcu te 's-Gravenhage. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de vrouw], de vrouw, wonende te Rusland. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, zetelend te 's-Gravenhage, de ambtenaar. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - de brief d.d. 19 mei 2011 van de zijde van de ambtenaar; - de fax d.d. 18 oktober 2011, met bijlagen, van de zijde van de man. Op 31 oktober 2011 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat alsmede mevrouw J.A.M. de Koning en mevrouw G. Verbruggen namens de ambtenaar. De vrouw is - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet ter terechtzitting verschenen. Verzoek Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank: - zal verklaren dat de buitenlandse huwelijksakte van de man en de vrouw overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en vatbaar is voor opneming in het Nederlandse register van de burgerlijke stand; - de inschrijving van de buitenlandse huwelijksakte van partijen gelast in de registers van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage dan wel een beslissing te nemen als de rechtbank juist acht, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens. De ambtenaar heeft schriftelijk gereageerd op het verzoek. Ter terechtzitting is het verzoek toegelicht. De man beoogt met dit verzoek om op de voet van artikel 1:27 BW op te komen tegen de weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand om tot inschrijving van de huwelijksakte in de registers van de burgerlijke stand over te gaan. De rechtbank zal het verzoek aldus beoordelen. Feiten - De man en de vrouw zijn op [datum huwelijk] gehuwd te [plaats huwelijk], Rusland. - De man heeft de Nederlandse nationaliteit. - De vrouw is burger van Rusland. Beoordeling De man voert aan dat zijn verzoek tot inschrijving van de huwelijksakte is geweigerd op grond van een negatief advies van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) d.d. 6 december 2010 om het huwelijk te registreren in de GBA. De man heeft geen afschrift van het onderliggende advies mogen ontvangen. Het is de man volstrekt onduidelijk om welke redenen een negatief advies is gegeven. De man is niet bekend met enig onderzoek van de IND naar hem dan wel naar het huwelijk. De man stelt dat het advies van de IND alle grondslag mist en niet gevolgd had moeten worden. Voorts stelt de man zich op het standpunt dat ten onrechte advies is ingewonnen bij de IND. Indien er twijfel bestond over het huwelijk, dan had men zich moeten wenden tot de Korpschef en niet tot de IND. De ambtenaar heeft het volgende verklaard. Het eerste verzoek tot inschrijving van de huwelijksakte in het register van de burgerlijke stand is ontvangen op 13 oktober

  1. Omdat inschrijving in de GBA van een in het buitenland voltrokken huwelijk op grond van de Wet Gemeentelijke Basisadministratie (Wet GBA) verplicht is, en het huwelijk niet in de GBA was ingeschreven, heeft de ambtenaar de door de man overgelegde documenten doorgeleid naar de afdeling Beleid & Kwaliteit van de Dienst Publiekzaken (voorheen afdeling Kennis & Beleid van de Dienst Publiekservice) van de gemeente 's-Gravenhage om tot registratie van het huwelijk in de GBA te komen. De man is hiervan op 18 oktober 2010 in kennis gesteld. Bij de indiening van het verzoek tot inschrijving van de huwelijksakte is geen verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k, van het Burgerlijk Wetboek (BW), en artikel 36a van de Wet GBA (hierna: de verklaring) overgelegd, hetgeen een vereiste is voor zowel de inschrijving van de huwelijksakte in de registers van de burgerlijke stand (artikel 1:25, vierde lid, BW) als voor registratie van het huwelijk in de GBA. De Dienst Publiekzaken heeft vervolgens met het oog op de beoordeling van het verzoek tot inschrijving in de GBA advies gevraagd bij de IND. De IND heeft op 6 december 2010 een negatief advies aan de Dienst Publiekzaken uitgebracht op het verzoek. De man heeft het verzoek tot inschrijving in de GBA en registratie van de huwelijksakte in de registers van de burgerlijke stand ingetrokken voordat definitief op het verzoek door de Dienst Publiekzaken was beslist. Er is derhalve geen besluit op het verzoek tot opneming van de buitenlandse huwelijksgegevens in de GBA en registratie van de huwelijksakte in de registers van de burgerlijke stand genomen. De man heeft een hernieuwd verzoek tot inschrijving van de huwelijksakte gedaan op 7 maart
  2. Bij de beoordeling van dit verzoek dient te worden gekeken naar het tijdstip van het voltrekken van het huwelijk en of de huwelijksgegevens opgenomen zijn bij de persoonsgegevens in de GBA toen de man nog in Nederland woonde. Omdat het huwelijk van de man nog steeds niet was geregistreerd in de GBA vanwege het ontbreken van voornoemde verklaring heeft de ambtenaar het hernieuwde verzoek tot inschrijving van de huwelijksakte in de registers van de burgerlijke stand geweigerd bij besluit van 15 maart
  3. De rechtbank overweegt als volgt. Voor inschrijving van een in het buitenland gesloten huwelijk in de registers van de burgerlijke stand is een wettelijk vereiste dat wordt overgelegd een verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k, BW en artikel 36a van de Wet GBA. Zonder deze verklaring is inschrijving van het huwelijk in de burgerlijke stand eenvoudigweg niet mogelijk. Omdat deze verklaring ontbrak is door de IND -echter in een ander kader; namelijk in het kader van de beoordeling van de aanvraag tot inschrijving in de GBA- een onderzoek verricht en een (negatief) advies uitgebracht. Omdat de man het verzoek tot registratie en inschrijving van het huwelijk heeft ingetrokken voordat definitief op het verzoek door de Dienst Publiekzaken was beslist heeft de man zichzelf de kans ontnomen kennis te nemen van de inhoud van het advies van de IND en zijn visie daar tegenover te stellen. De ambtenaar heeft immers onweersproken gesteld dat de man van de Dienst Publiekzaken nog gelegenheid zou krijgen zijn visie kenbaar te maken. Bij deze stand van zaken kan de ambtenaar niet anders dan inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van het in het buitenland gesloten huwelijk weigeren omdat meergenoemde verklaring ontbreekt. De rechtbank is van oordeel dat, indien de man een inhoudelijke toets wenst van de grond waarop registratie in de GBA van het huwelijk zal worden geweigerd (het ontbreken van de verklaring en het negatief advies van de IND), de man opnieuw een verzoek tot opneming van zijn huwelijk in de GBA dient in te dienen. Indien dit verzoek tot opneming in de GBA wordt geweigerd kan de man tegen die weigering in beroep komen en kan een inhoudelijke toets plaatsvinden. Gelet op het vorenstaande wijst de rechtbank het verzoek van de man af. Gelet op de geschetste gang van zaken ziet de rechtbank geen aanleiding de ambtenaar te veroordelen in de proceskosten, zoals door de man ter zitting is verzocht. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. B. Meijer, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2011.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.