RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector familie- en jeugdrecht Enkelvoudige Kamer Zaaknummer / rekestnummer: 392987 / FA RK 11-3269 (echtscheiding) 399900 / FA RK 11-5932 (verdeling) Datum beschikking: 28 november 2011 (met vervroeging) Scheiding Beschikking op het op 26 april 2011 ingekomen verzoek van: [de vrouw], de vrouw, wonende te 's-Gravenhage, advocaat: mr. V.C. Dekker te 's-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man], de man, wonende te 's-Gravenhage, advocaat: mr. A. Jankie te 's-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het verweerschrift tevens verzoekschrift; - de brief d.d. 13 juli 2011, met bijlage, van de zijde van de vrouw; - de brief d.d. 2 november 2011, met bijlagen, van de zijde van de man; - de brief d.d. 3 november 2011, met bijlagen, van de zijde van de vrouw. Op 14 november 2011 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen ieder met hun advocaat. Verzoek en verweer De vrouw verzoekt thans, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - de echtscheiding tussen partijen uit te spreken; - te bepalen dat de vrouw het haar toekomende deel van de voormalige echtelijke woning toebedeeld krijgt, waarbij de man de woning op zijn naam dient te zetten, zodat de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ontslagen, en waarbij de man aldus de helft van de huidige waarde van de woning aan de vrouw voldoet; - te bepalen dat eventuele overwaarde bij helften wordt verdeeld; - te bepalen dat de man de woning zal dienen te verkopen indien hij het de vrouw toekomende deel niet kan voldoen; - te bepalen dat de pensioenen gelijkelijk tussen partijen verevend zullen worden; - te bepalen dat de man inzage geeft in de gouden handdruk die hij heeft ontvangen bij het verlaten van zijn vorige werkgever, hoeveel van dit bedrag thans nog resteert en dit bedrag gelijkelijk tussen partijen te verdelen; - te bepalen dat de man een nog nader te betalen bedrag aan partneralimentatie zal voldoen ten behoeve van de vrouw, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen en dat de man hiertoe inzage geeft in zijn financiële situatie. De man verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en de verzoeken van de vrouw voor het overige af te wijzen, kosten rechtens. Feiten - Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum huwelijk] te [plaats huwelijk]. Beoordeling Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Echtscheiding De gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk is niet bestreden en staat dus in rechte vast, zodat het daarop steunende niet weersproken verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is. Partneralimentatie Vast staat dat partijen reeds in 1995 feitelijk uit elkaar zijn gegaan en dat de vrouw eerst op 26 april 2011 een verzoek tot echtscheiding heeft ingediend. De vrouw heeft aangevoerd dat zij sinds het feitelijk uiteengaan op een lager welstandsniveau heeft geleefd dan zij tijdens het huwelijk met de man gewend was, zodat zij behoeftig is. De man voert verweer en stelt dat de vrouw zich gedurende de afgelopen zestien jaar heeft kunnen onderhouden en dat partneralimentatie na verloop van deze tijd niet meer aan de orde kan zijn. De rechtbank stelt vast dat de vrouw sinds het feitelijk uiteengaan in 1995 zelfstandig in haar levensonderhoud heeft voorzien. Nog daargelaten dat de vrouw de mate van welstand ten tijde van het huwelijk niet inzichtelijk heeft gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat de behoefte van de vrouw niet meer gerelateerd kan worden aan de welstand ten tijde van het huwelijk, nu er inmiddels zestien jaren sinds het feitelijk uiteengaan van partijen zijn verstreken. Gelet op het voorgaande dient de behoefte van de vrouw gelijkgesteld te worden met de huidige door haar te ontvangen inkomsten, nu haar levensstandaard daardoor wordt bepaald. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de vrouw geen behoefte heeft aan een bijdrage van de man in de kosten van haar levensonderhoud. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud dan ook afwijzen. Verdeling Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat partijen in onderling overleg reeds tot een partiële verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn gekomen. Op verzoek van partijen zal de rechtbank zich derhalve beperken tot een partiële verdeling van de volgens hen nog niet verdeelde vermogensbestanddelen van de huwelijksgoederengemeenschap. Echtelijke woning Tussen partijen is niet in geschil dat de voormalige echtelijke woning in de tussen partijen bestaande en te verdelen gemeenschap van goederen valt. De man wenst de woning over te nemen. Partijen hanteren ieder een andere peildatum voor de waardering. De vrouw wenst aan te sluiten bij een datum in het heden, terwijl de man de datum van 1 april 1995 wenst te handhaven, aangezien hij nadien alle kosten van de woning heeft voldaan. Nu partijen het niet eens zijn over de te hanteren peildatum voor de waardering, geldt de wettelijke peildatum, zijnde de datum van de feitelijke verdeling. Ter terechtzitting heeft de vrouw ermee ingestemd om voor de waardering van de woning - bij overname van de woning door de man - aan te sluiten bij de WOZ-waarde van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.