RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Nevenzittingsplaats Haarlem zaaknummer: AWB 11 / 16117 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 2 december 2011 in de zaak van: [eiser], geboren op [geboortedatum], van Burundese nationaliteit, eiser, gemachtigde: mr. E.C. Cerezo-Weijsenveld, advocaat te Haarlem, tegen: het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), verweerder, gemachtigde: mr. S.F. Leeuwin, werkzaam bij het COA. 1. Procesverloop 1.1 Eiser heeft op 7 februari 2011 een aanvraag ingediend tot het verlenen van voorzieningen op grond van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die op hun grondgebied verblijven (de Terugkeerrichtlijn). Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 2 mei 2011 afgewezen. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. 1.2 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 8 september 2011. Eiser en verweerder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden. 2. Overwegingen 2.1 Eiser heeft op 22 oktober 2010 verzocht om toepassing van de Rva. Bij besluit van 4 november 2010 heeft verweerder geweigerd eiser op grond van Rva opvang te bieden. Op 10 november 2010 heeft verweerder eiser bericht een aanvraag met betrekking tot de Rvb pas in behandeling te nemen als eiser het daartoe strekkende aanvraagformulier volledig heeft ingevuld. Het hiertegen ingestelde beroep heeft deze rechtbank bij uitspraak van 13 april 2011, gewezen onder nummers Awb 10/40018 en 10/41630, ongegrond verklaard. 2.2 In de aanvraag van 7 februari 2011 staat het volgende. “Er is sprake van nieuwe omstandigheden. Op 24 december 2010 had Nederland de zogenaamde Terugkeerrichtlijn moeten implementeren. (…) Het is op die grond dat deze richtlijn thans rechtstreekse werking heeft. In de Terugkeerrichtlijn staat dat personen die illegaal op het grondgebied verblijven tot aan het moment van terugkeer recht hebben op voorzieningen om in hun elementaire levensbehoeften te voldoen (overweging 12). Op grond van deze rechtstreeks werkende norm dient u cliënt in zijn elementaire levensbehoeften te voorzien. Dit kunt u doen door hem geld te verstrekken en/of opvang te bieden, op basis van Rvb, Rva of buitenwettelijk beleid.” 2.3 Verweerder heeft de onderhavige aanvraag afgewezen met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb). De afwijzing is als volgt gemotiveerd: “Bij besluit van 4 november 2010 heeft het COA uw verzoek om opvang reeds afgewezen. Uit de door u bij schrijven van 7 februari 2011 en bij faxbericht van 29 april 2011 aangevulde, aangegeven omstandigheden kan echter niet worden afgeleid dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Immers bij schrijven d.d. 28 april 2011 heeft het COA u uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld om ten aanzien van uw cliënt stukken te overleggen waaruit blijkt dat ten aanzien van hem een terugkeerbesluit als bedoeld in de Terugkeerrichtlijn is genomen. Reeds hierom zijn de bepalingen van de Terugkeerrichtlijn niet op uw cliënt van toepassing. De aangevoerde argumenten op basis waarvan uw cliënt meent in aanmerking te komen voor opvang zijn derhalve geen nieuwe feiten en/of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb. Het COA handhaaft dan ook haar besluit van 4 november 2010.” 2.4 De rechtbank beoordeelt ambtshalve of aan de aanvraag nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag zijn gelegd. Slechts indien door de vreemdeling in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, kan een besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst. Dat geldt ook indien uit hetgeen de vreemdeling heeft aangevoerd kan worden afgeleid dat zich een voor hem relevante wijziging van het recht voordoet. 2.5 De rechtbank stelt vast dat eiser aan de aanvraag geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag heeft gelegd. 2.6 De rechtbank leidt uit de aanvraag van 7 februari 2011 af dat eiser verzoekt om opvang op grond van de Terugkeerrichtlijn, op welke richtlijn ten tijde van zijn eerdere aanvraag van 22 oktober 2010 nog geen beroep kon worden gedaan. De Terugkeerrichtlijn heeft immers sinds 24 december 2010 rechtstreekse werking. Uit artikel 2 van de Terugkeerrichtlijn blijkt dat de richtlijn van toepassing is op illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende onderdanen van derde landen. Aangezien eiser een derdelander is die illegaal op het grondgebied van Nederland verblijft, is de Terugkeerrichtlijn op hem van toepassing en kan hij direct een beroep doen op bepalingen die voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zijn. 2.7 Eiser heeft aangevoerd dat hij op grond van artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn recht heeft op opvang nu hij een kwetsbaar persoon is als in dat artikel bedoeld. 2.8 In artikel 14 van de Terugkeerrichtlijn is het volgende opgenomen. De lidstaten zorgen ervoor dat jegens de onderdanen van derde landen, tijdens de termijn die overeenkomstig artikel 7 voor vrijwillig vertrek is toegestaan, en tijdens de termijn waarvoor overeenkomstig artikel 9 de verwijdering is uitgesteld, zoveel mogelijk de volgende beginselen in acht worden genomen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.