RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 4, meervoudige kamer Procedurenummers: AWB 09/5725 IB/PVV, AWB 09/5726 IB/PVV, AWB 09/5727 IB/PVV, AWB 09/5729 IB/PVV en AWB 09/5730 IB/PVV Uitspraakdatum: 28 november 2011 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [X], wonende te [Z], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder. I PROCESVERLOOP 2001 (09/5725) 1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 45.336. 1.2. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2001 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 92.099. Tevens is bij beschikking € 4.250 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de navorderingsaanslag gehandhaafd. 2002 (09/5726) 1.4. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 82.347. 1.5. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2002 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 123.720. Tevens is bij beschikking € 3.065 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.6. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de navorderingsaanslag gehandhaafd. 2003 (09/5727) 1.7. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 60.495. 1.8. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2003 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 105.176. Tevens is bij beschikking € 2.680 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.9. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de navorderingsaanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 94.721. De beschikking heffingsrente is dienovereenkomstig verminderd. 2004 (09/5729) 1.10. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 111.327. Tevens is bij beschikking € 2.018 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.11. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 93.393. De beschikking heffingsrente is verminderd tot € 1.264. 2005 (09/5730) 1.12. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2005 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 195.502. Tevens is bij beschikking € 2.794 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.13. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2005 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 164.152. Tevens is bij beschikking € 9.911 aan heffingsrente in rekening gebracht. 1.14. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2009 de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 149.374. De beschikking heffingsrente is verminderd tot € 8.904. Alle jaren 1.15. Eiser heeft bij brief van 11 augustus 2009, ontvangen bij de rechtbank op 12 augustus 2009, beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. 1.16. Bij brief van 27 april 2010 heeft verweerder toegezegd de belastbare inkomens uit werk en woning in de onderhavige aanslagen als volgt te zullen verminderen: 2001: tot € 58.590 2002: tot € 89.771 2003: tot € 70.984 2004: tot € 76.385 2005: tot € 160.352 1.17. Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend. 1.18. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2010 te 's-Gravenhage. Namens eiser zijn verschenen zijn gemachtigde [A], tot bijstand vergezeld van [B]. Namens verweerder zijn verschenen [C] en [D]. II OVERWEGINGEN Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: 2.1. Eiser was in de onderhavige jaren als zelfstandige werkzaam in de glazenwasserijbranche. De activiteiten van zijn onderneming bestonden uit het wassen van ramen van particulieren en bedrijven. 2.2. Eiser heeft aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van: - voor het jaar 2001: € 45.336; hierin is begrepen een bedrag van € 63.212 winst uit onderneming; - voor het jaar 2002: € 82.347; hierin is begrepen een bedrag van € 91.974 winst uit onderneming; - voor het jaar 2003: € 60.495; hierin is begrepen een bedrag van € 86.178 winst uit onderneming; - voor het jaar 2004: € 63.034; hierin is begrepen een bedrag van € 89.099 winst uit onderneming; - voor het jaar 2005: € 64.547; hierin is begrepen een bedrag van € 95.897 winst uit onderneming. 2.3. In het kader van de door de FIOD/ECD gevoerde actie "Glashelder' is tegen eiser een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. De FIOD/ECD heeft in het kader van dat onderzoek verscheidene verdachten en getuigen gehoord en daarvan proces-verbaal opgemaakt. 2.4. Bij een huiszoeking bij eiser op 3 april 2006 is een tas met onder meer 81 enveloppen aangetroffen. Op een groot deel van de enveloppen staan de namen '[E]' en '[eiser]' geschreven. 2.5. In het kader van het onder 2.3 vermelde onderzoek zijn onder meer de volgende verklaringen afgelegd: Door eiser: 'nadat hem is gevraagd waaruit zijn inkomsten bestonden in de jaren 2000 tot en met 2006: "de rekening van [eisers echtgenote] ben ik gaan gebruiken vanaf 2001 of 2002 of zo. (...) Jullie vragen mij hoeveel geld ik niet in mijn administratie heb verwerkt. Dat is € 1.500 tot € 1.600 per maand. (...) Ik doe niet alles zwart. (...) Jullie vragen mij of ik pachtinkomsten heb. Daar geef ik geen commentaar op. (...)".' PV/AH 282 blz. 1 "Jullie vragen mij naar de waskaarten van 2000 t/m 2005. Als ze niet in mijn huis zijn aangetroffen dan ga ik er vanuit dat ik ze heb weggegooid, (...)" PV/AH 282 blz. 2, tweede alinea 'En nadat hem is gevraagd of hij het door hem behaalde omzet particulier zeemwerk juist en volledig heeft doorgegeven aan zijn boekhouder (...): "De omzet die binnenkomt op [echtgenotes] bankrekening is buiten de boeken gehouden. Als een klant per bank wil betalen uit een straat die niet in de boeken staat dan geef ik de bankrekening van [echtgenote] door. (...) Ik heb te weinig doorgegeven aan [de boekhouder] en daardoor konden zij geen juiste aangiften inkomstenbelasting- en omzetbelasting indienen.".' PV/AH 282 blz. 2, vierde alinea Door [F]: "Vanaf het begin in 2003 werd door mij de maandelijkse pacht in een enveloppe gedaan van wat ik tegen kwam. De ene keer een enveloppe van de [Bank] en de andere keer in witte enveloppen zonder opschrift. Ik schreef meestal het bedrag op de enveloppe. Per werk maakte ik een enveloppe pacht. Op die enveloppe schreef ik [E] [G] en het bedrag. Ik gaf de enveloppen vaak aan [G], maar ook wel eens aan [E]. (...)" PV/AH 278 blz. 3, vijfde alinea Door [E]: "Het is toch bekend, de enveloppen die jullie gevonden hebben, zijn van de groep (...) Ik verpacht wijken en straten samen met anderen, meestal met een man of zeven, (...)Samen met de anderen uit de groep van acht hebben wij werk in allerlei wijken. (...) al dit werk wordt door ons verpacht en wij vangen daar dertig procent van. Al dit geld wordt door ons met zijn achten verdeeld. Ieder van ons krijgt daar een evenredig deel van." PV/AH 258 blz. 2, eerste alinea 'Nadat aan [E] D/281-1 t/m D/281-8, zijnde handgeschreven aantekeningen welke vermoedelijk betrekking hebben op de glazenwasserij zijn getoond en is gevraagd of dit zijn handschrift is: "Ja, maar verder zeg ik hier niets over. Ik heb gewoon wat dingen bijgehouden. Hier wordt door mij de pacht van de bende bijgehouden".' PV/AH 258 blz. 2, vijfde alinea [E] heeft voorts verklaard dat het geld dat in de enveloppen bij een huiszoeking bij hem is gevonden, onder andere pacht betrof voor hemzelf en eiser of voor hemzelf, eiser en anderen (blz. 3 PV/AH 278). Door [H]: "Die hoort niet bij de oude garde. [I], [J], [eiser], [E] en ik horen bij de oude garde." PV/AH 258 blz. 2, laatste alinea 'Nadat aan [H] is gevraagd wat hij kan verklaren over de bijeenkomst op 23-02-2006 bij de Mac Donald's waar onder meer [E], [eiser] en [J] aanwezig waren: "Ik maak deel uit van een groep die straten in beheer heeft. Wij verpachten die straten aan derden. De pachters betalen 30% van de wasopbrengst aan de groep. Dat geld wordt verdeeld in de groep. (...) ieder krijgt één achtste deel.(...) sinds 1996 heb ik een rol in de groep".' PV/AH 258 blz. 3, eerste, tweede en vierde alinea Door [I]: "Wat [H] zegt over ons, dat zeg ik precies hetzelfde." PV/AH 258 blz. 3, voorlaatste alinea Door [K]: 'Op 5 april 2006 is aan [K] nadat hem twee foto's van een bijeenkomst op 23-02-2006 bij de Mac Donalds zijn getoond gevraagd wie er op de foto's staan en wat hij over de bijeenkomst kan vertellen: "Ik herken nummer twee als [eiser]".' PV/AH 258 blz. 4, vijfde alinea Door [L]: "[eiser] heeft naast het verpachten van particulier glazenwasserswerk" PV/AH 258 blz. 4, alinea onderaan De door verweerder berekende inkomsten uit de groep van acht 2.6.1. De FIOD/ECD heeft bij [E] een document gevonden met daarop een aantal wijknamen, namen van personen en bedragen. Dit document is door de FIOD/ECD gemerkt D/281-2. Het document luidt als volgt: FIOD/ECD gemerkt D/281-2 De som van de hierboven in de kolom "Juni" vermelde bedragen is volgens verweerder vermoedelijk € 1.694 (de bedragen zijn handgeschreven niet altijd duidelijk). Verweerder is er vanuit gegaan dat dit bedrag de ontvangen pacht per maand per verpachter betreft. Dit betekent dat elke verpachter van de groep van 8, en dus ook eiser, in de jaren 2001 tot en met 2003 per jaar een bedrag van € 20.328 (12 x € 1.694) aan pacht heeft ontvangen. 2.6.2. De FIOD/ECD heeft een soortgelijk document als onder 2.6.1 bij [E] gevonden, (gemerkt D/281-4). Op dit document staat vermeld '[kopje 1]', '2004'. en '[kopje 3]'. 2.6.3. De FIOD/ECD heeft een soortgelijk document als onder 2.6.1 bij eiser gevonden (gemerkt D/247 1/2). Op dit document staat vermeld '[kopje 3]' en het jaartal 2005. 2.6.4. De som van de in het onder 2.6.3 vermelde document voor de maand augustus 2005 vermelde bedragen is € 2.093. Verweerder is op grond daarvan er vanuit gegaan dat eiser in de jaren 2004 en 2005 per jaar een bedrag van € 25.116 (12 x € 2.093) aan pacht heeft ontvangen. De door verweerder berekende inkomsten uit de groep van vier 2.7.1. De FIOD/ECD heeft bij eiser twee documenten gevonden (gemerkt D/189 en D/247-3) met daarop een aantal wijknamen, namen van personen en bedragen. Voorts staat op deze documenten 'Pers' met daaronder het cijfer 3 of 4 of 'delen door' met daaronder vermeld 3 of 4 man. 2.7.2. De som van de de in het document D/189 vermelde bedragen voor de maand maart ,is € 4.095. Verweerder is op grond daarvan ervan uitgegaan dat eiser in de jaren 2001 tot en met 2005 per maand € 1.023 (€ 4.095/4 personen) aan pacht heeft ontvangen. In totaal is verweerder van een door eiser jaarlijks ontvangen pacht van € 12.276 (12 x € 1.023) uitgegaan. De door verweerder berekende inkomsten uit de groep van twee 2.8. De FIOD/ECD heeft op 3 april 2006 bij [E] een aantal documenten gevonden (gemerkt D/282-2 t/m D/282-5). Hieruit heeft verweerder afgeleid dat eiser in totaal € 43.632 aan pacht heeft ontvangen in de jaren 2001 tot en met 2005. 2.9. In een rapport, gedateerd 20 oktober 2006, heeft verweerder op basis van de conclusies uit het onder 2.3 vermelde strafrechtelijk onderzoek een berekening gemaakt van het belastingnadeel dat de Staat volgens verweerder over de belastingjaren 2000 tot en met 2004 (inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen) en over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 maart 2006 (loonheffing) zou hebben geleden, indien de onder 1 vermelde (navorderings) aanslagen en de daarnaast opgelegde naheffingsaanslag loonheffing niet zouden zijn opgelegd. Voorts heeft verweerder een berekening gemaakt van het voor het jaar 2005 vast te stellen belastbare inkomen uit werk en woning. Verweerder heeft op grond van dit rapport de onder 1 vermelde (navorderings) aanslagen aan eiser opgelegd. In het rapport zijn de volgende correcties vermeld: Winstcorrecties Vaststelling belastingaanslagen 2.10. Op 21 mei 2008 heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage eiser vrijgesproken van het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van de aangiften inkomstenbelasting 2000 tot en met 2004. 2.11. Verweerder heeft bij brief van 27 april 2010 aangegeven de aanslagen als volgt te verminderen: Vermindering aanslagen Geschil 2.12. In geschil is:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.