vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 383258 / HA ZA 10-4429 Vonnis van 17 augustus 2011 (bij vervroeging) in de zaak van 1.[eiser sub 1], wonende te [woonplaats], 2.[eiser sub 2], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. M.A. Koot te Den Haag, tegen de STAAT DER NEDERLANDEN, gevestigd te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. W. Heemskerk te Den Haag. Eisers zullen hierna gezamenlijk "[eisers c.s.]" worden genoemd, gedaagde zal "de Staat" worden genoemd. 1.De procedure 1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de conclusie van antwoord met producties - het tussenvonnis van 16 maart 2011 - het proces-verbaal van comparitie van 5 juli 2011. 1.2.Ten slotte is vonnis bepaald. 2.De feiten 2.1.[eisers c.s.] dreven van 16 december 1999 tot 1 mei 2007 een vennootschap onder firma genaamd "Juwelier Hadi" (hierna: "juwelierszaak Hadi") in Den Haag. 2.2.In 2006 heeft het openbaar ministerie een strafvervolging ingezet tegen [eisers c.s.] naar aanleiding van de tegen hen gerezen verdenking dat zij een persoon genaamd [A] pinbetalingen in juwelierszaak Hadi lieten doen met gestolen bankpassen. 2.3. Op 11 juli 2006 zijn [eisers c.s.] aangehouden en in verzekering gesteld. Diezelfde dag heeft een doorzoeking in juwelierszaak Hadi plaatsgevonden waarbij verschillende goederen in beslag zijn genomen, waaronder een pinapparaat, administratie, diverse horloges, een baar goud en diverse ringen. Ook in de woningen van [eisers c.s.] hebben doorzoekingen plaatsgevonden en zijn goederen in beslag genomen. 2.4. Op 13 juli 2006 zijn [eisers c.s.] in vrijheid gesteld. 2.5. Op 25 juli 2006 is een deel van de in beslag genomen goederen teruggegeven. Op 22 maart 2007 zijn administratieve bescheiden teruggegeven. 2.6. [eisers c.s.] zijn gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 11 juni 2008. Tenlaste was gelegd, kort gezegd, diefstal in vereniging van diverse geldbedragen (art. 310 Sr.) en het uitoefenen van een bedrijf zonder aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die verdachte verworven dan wel voorhanden heeft (artikel 437 lid 1 sub a Sr.). 2.7. Op 6 juni 2008 is de dagvaarding ingetrokken. 2.8. Bij brief van 16 juli 2008 heeft het openbaar ministerie de raadsman van [eisers c.s.] in kennis gesteld van de seponering van de strafzaken tegen [eisers c.s.] "in verband met de inmiddels verstreken tijd tussen het (vermoedelijk) gepleegde feit en de mogelijke zittingsdatum". 2.9. Bij beschikking van 9 september 2008 is aan [eisers c.s.] ieder € 190,- schadevergoeding toegewezen ten laste van de Staat voor de dagen die zij in verzekering hebben doorgebracht. 2.10. Bij brief van 19 december 2008 heeft de officier van justitie aan [eisers c.s.] een "kennisgeving sepot" gestuurd waarin is meegedeeld dat hij heeft besloten [eisers c.s.] niet verder te vervolgen. Daarbij is als reden voor het sepot opgegeven dat "het feit waarvan u wordt verdacht nu te oud is en er onvoldoende wettig bewijs is". 3.Het geschil 3.1.[eisers c.s.] vorderen - samengevat - een verklaring voor recht dat de Staat aansprakelijk is voor de schade (materieel en immaterieel) die zij door de strafzaak hebben geleden en veroordeling van de Staat tot voldoening van schadevergoeding nader op te maken bij staat. Voorts vorderen zij € 5.000,- wegens incassokosten, een en ander vermeerderd met wettelijke rente. Tevens wordt een voorschot van € 15.000,- op te maken accountantskosten gevorderd en veroordeling van de Staat in de proceskosten. 3.2. [eisers c.s.] leggen aan hun vordering ten grondslag dat uit het sepot van de strafzaak blijkt dat zij onschuldig zijn. Door het in die strafzaak gelegde beslag had juwelierszaak Hadi gebrek aan voorraad en aan omzet en inkomsten. [eisers c.s.] hebben juwelierszaak Hadi daarom moeten sluiten en schade geleden. Op grond van het in de jurisprudentie ontwikkelde "gebleken onschuldcriterium" is de Staat hiervoor aansprakelijk. 3.3.De Staat voert verweer. 3.4.Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4.De beoordeling 4.1.De rechtbank stelt voorop dat, volgens vaste rechtspraak, voor een gewezen verdachte twee mogelijkheden bestaan tot schadevergoeding in verband met strafrechtelijk optreden van politie en justitie op grond van onrechtmatige overheidsdaad, namelijk indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.