beschikking RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rekestnummer: 388624 / HA RK 11-122 Beschikking van 29 maart 2012 in de zaak van [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, advocaat mr. S.S. Jangali te Amsterdam, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Immigratie- en Naturalisatiedienst), zetelende te Den Haag, belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. C.M. Meijer. Partijen worden hierna aangeduid als '[verzoekster]' en 'IND'. 1.De procedure 1.1.[verzoekster] heeft op 27 februari 2011 een verzoekschrift (met bijlagen) ingediend waarin zij de rechtbank verzoekt vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit. Aanvullingen op het verzoek c.q. nadere stukken zijn ingekomen bij brieven van 13 en 28 juli 2011 en 14 en 15 februari 2012. 1.2.De IND heeft bij brief van 15 april 2011 (met bijlagen) gevraagd om aanvullende informatie. Bij brief van 17 oktober 2011 (met bijlagen) heeft de IND geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. 1.3.De officier van justitie heeft zich bij brief van 21 november 2011 aangesloten bij het advies van de IND. Bij brief van 15 december 2011 heeft de officier van justitie bericht geen behoefte te hebben aan het bijwonen van de zitting. 1.4.De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 16 februari 2012. Verschenen zijn [verzoekster], haar moeder en mevrouw [A] als tolk, vergezeld van mr. Jangali. Namens de IND is verschenen mr. Meijer. Mr. Jangali heeft pleitaantekeningen overgelegd. 2.De feiten 2.1.[verzoekster] is geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] in Ghana. 2.2.In het (gelegaliseerde) op 7 oktober 2008 afgegeven uittreksel uit het geboorteregister, rechtsboven genummerd [nummer] en met registratienummer [nummer], staat als vader vermeld: [vader van verzoekster], van Ghanese nationaliteit, en als moeder: [moeder van verzoekster] (hierna: de moeder), van Ghanese nationaliteit. Tevens is opgenomen dat de geboorteregistratie plaatsvond op 3 juni 1998 op aangeven van de moeder. 2.3.Op 9 februari 2001 heeft notaris mr. G. Bakker te Diemen een akte van erkenning opgemaakt. Uit die akte blijkt dat [B], ongehuwd en van Nederlandse nationaliteit, heeft verklaard [verzoekster] in de zin van artikel 1:223 Burgerlijk Wetboek (BW) te erkennen, zodat tussen hem en [verzoekster] familierechtelijke betrekkingen ontstaan. De moeder heeft toestemming tot de erkenning verleend. In de akte is opgenomen dat blijkens een aan de akte gehechte verklaring [verzoekster] schriftelijk heeft verklaard toestemming te geven voor de erkenning. De akte verwijst verder naar een aangehecht uittreksel uit het geboorteregister afgegeven op 22 januari 2001, rechtsboven genummerd [nummer] en met registratienummer [nummer], en overigens met dezelfde inhoud als de akte bedoeld onder 2.2. 3.Het verzoek en het standpunt van de IND 3.1.[verzoekster] voert ter onderbouwing van haar verzoek het volgende aan. Zij is op 9 februari 2001 rechtsgeldig erkend door [B], van Nederlandse nationaliteit. Op grond van het ten tijde van de erkenning van kracht zijnde artikel 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Rwn) verkreeg [verzoekster] van rechtswege het Nederlanderschap. 3.2.De IND heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. De IND stelt zich op het standpunt dat de erkenning door [B] nietig is, primair omdat [verzoekster] op het moment van de erkenning reeds een juridische vader had, subsidiair omdat [verzoekster] voor de erkenning geen toestemming heeft verleend. 4.De beoordeling 4.1.In de eerste plaats dient te worden beoordeeld of, zoals door de IND is betoogd, de erkenning nietig is omdat [verzoekster] ten tijde van de erkenning al een juridische vader had. Daarvoor dient te worden nagegaan of de moeder ten tijde van de geboorte van [verzoekster] was gehuwd. 4.2.De broer van de moeder, [C], spreekt in een op 18 februari 1994 afgelegde verklaring ('Statutory Declarations Act of 1971 - Declaration of Support') over een 'ex-husband' van zijn zus, [D]. Daartegenover staat echter een verklaring ('Statutory Declaration Act of 1971 - Declaration Confirming Marital Status of [moeder van verzoekster] as a Spinster') van de vader van de moeder, [E], van 14 februari 1989 waarin deze uitdrukkelijk verklaart dat zijn dochter een 'spinster' is en dat zij nooit is gehuwd. Ook de moeder heeft, onder meer in het kader van een verzoek om toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf in 1987 en een verzoek tot gezinshereniging in 1994, verklaard dat zij ongehuwd is en nooit gehuwd is geweest. Mede gelet op de door [verzoekster] gegeven toelichting op het gebruik van het woord ex-husband, en omdat anderszins niet is gebleken van een huwelijk, gaat de rechtbank er vanuit dat de moeder van [verzoekster] ten tijde van haar geboorte ongehuwd was. 4.3.Vervolgens dient te worden beoordeeld of de op de geboorteakte vermelde vader als de juridische vader kan worden aangemerkt. De rechtbank gaat er in deze procedure vanuit dat de geboorteregistratie op 3 juni 1998 rechtsgeldig is, nu het daarvan op 7 oktober 2008 afgegeven uittreksel is gelegaliseerd. Als de in de geboorteakte geregistreerde vader wordt daarom aangemerkt [vader van verzoekster]. Nu [vader van verzoekster] ten tijde van de geboorte niet met de moeder van [verzoekster] was gehuwd, dient nagegaan te worden of [vader van verzoekster] een handeling heeft verricht die aan te merken is als de erkenning van [verzoekster]. Op grond van artikel 10:95 BW wordt de vraag of tussen [verzoekster] en [vader van verzoekster] door erkenning familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan bepaald door het recht van Ghana, zijnde de staat waarvan [vader van verzoekster] de nationaliteit bezit. Daarmee staat ter beoordeling of naar Ghanees recht tussen [verzoekster] en [vader van verzoekster] een familierechtelijke betrekking bestaat die op één lijn kan worden gesteld met de familierechtelijke betrekking die naar Nederlands recht ontstaat als gevolg van erkenning door een man van een kind. 4.4.[vader van verzoekster] staat weliswaar op de geboorteakte als vader vermeld, in Ghana registreert de ambtenaar van de burgerlijke stand evenwel slechts wat hem door de aangever wordt medegedeeld. De in de geboorteakte op te nemen gegevens worden door hem niet op juistheid gecontroleerd. De omstandigheid dat een man in de geboorteakte als vader van een kind staat vermeld, kan naar Ghanees recht niet gelden als (volledig) bewijs voor de (on)wettigheid van het kind en wordt niet op zichzelf aangemerkt als een vorm van (juridische) erkenning van het vaderschap van het kind. De enkele omstandigheid dat [vader van verzoekster] als vader is vermeld, is derhalve niet voldoende om aan te nemen dat hij naar Ghanees recht als de juridische vader van [verzoekster] kan worden aangemerkt. Van belang zijn in dit verband de naar Ghanees recht relevante feiten en omstandigheden. In navolging van een beslissing van de familiekamer van deze rechtbank van 10 maart 2008 (LJN: BC6198) zoekt de rechtbank in dat verband aansluiting bij de artikelen 9 en 10 van de 'Maintenance of Children Decree 1977'. Als relevante feiten en omstandigheden worden naar Ghanees recht beschouwd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.