RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector familie- en jeugdrecht Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 12-1555 Zaaknummer: 414223 Datum beschikking: 5 april 2012 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 29 februari 2012 ingekomen verzoek van: [de man ], de man, wonende te [woonplaats man], advocaat: mr. M.G. Cantarella te 's-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw], de vrouw, wonende te Frankrijk, advocaat: mr. Ch.M. van Beuningen te 's-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het verweerschrift tevens voorwaardelijk verzoekschrift; - de brief d.d. 16 maart 2012, met bijlage, van de zijde van de vrouw; - de brief d.d. 20 maart 2012, met bijlagen, van de zijde van de man; - de brief d.d. 20 maart 2012 van de zijde van de vrouw; - de brief d.d. 21 maart 2012, met bijlagen, van de zijde van de man. Op 22 maart 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, vergezeld door zijn advocaat en een tolk in de Franse taal de heer J. van Vliet, en de advocaat van de vrouw. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd. Van de zijde van de man zijn nadere stukken overgelegd. Na de terechtzitting zijn de volgende stukken ontvangen: - de op 26 maart 2012 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief gedateerd op 21 maart 2012, met bijlagen, van de zijde van de man. Feiten - De vrouw heeft op [datum] 2008 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank te [plaats in Frankrijk]. - De man heeft op [datum] 2009 bij deze rechtbank een verzoek tot echtscheiding ingediend. - Deze rechtbank heeft op [datum beschikking] 2009 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover thans van belang inhoudende: - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 976,- netto per maand, met ingang van de datum van die beschikking; - een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 600,- per maand voor de minderjarige [de minderjarige], met ingang van de datum van die beschikking. - De vrouw is met de minderjarige [de minderjarige] in juni 2010 vanuit [plaats in Nederland] naar Frankrijk verhuisd. - Deze rechtbank heeft op [datum beschikking] 2010 voorlopige voorzieningen getroffen - met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank d.d. [datum beschikking] 2009 - voor zover thans van belang inhoudende dat: - het verzoek van de vrouw tot wijziging van de zorgregeling tussen de man en [de minderjarige] is toegewezen in die zin dat de minderjarige [de minderjarige] bij de man zal verblijven: - gedurende tweederde deel van de Franse zomervakantie; - gedurende de helft van de overige Franse schoolvakanties; - in de zomervakantie 2010 van 2 augustus 2010 tot en met 29 augustus 2010; waarbij de man de reiskosten in het kader van voornoemde zorgregeling voor zijn rekening dient te nemen; en - de verzoeken van de man tot nihilstelling van de kinderalimentatie en de partneralimentatie zijn afgewezen. - Bij F-formulieren van 20 maart 2012 heeft de man de bij deze rechtbank aanhangige echtscheidingsprocedure (zaaknummer [zaaknummer]) alsmede het aanhangige verdelingsverzoek (zaaknummer [zaaknummer]) ingetrokken. Verzoek en verweer De man verzoekt, voor het geval de rechtbank van oordeel is dat de eerder afgegeven beschikkingen voorlopige voorzieningen nog van kracht zijn, voormelde beschikking van [datum beschikking] 2009 te wijzigen in die zin dat de rechtbank thans: - bepaalt dat de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de minderjarige] per 1 mei 2012 op nihil worden gesteld, althans dat deze worden verlaagd; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking zijn gewijzigd. De vrouw voert verweer, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken. Zij stelt primair dat de rechtbank niet bevoegd is van het verzoek kennis te nemen. Subsidiair, voor het geval de rechtbank zich bevoegd acht, verzoekt de vrouw de man niet-ontvankelijk te verklaren althans het verzoek van de man af te wijzen en verzoekt zij voorwaardelijk om de man te bevelen de door de rechtbank vastgestelde onderhoudsbijdragen bij vooruitbetaling te storten op rekening [rekeningnummer] t.n.v. [naam vrouw], [adres vrouw], onder vermelding van [kenmerk], met veroordeling van de man in de kosten. De man voert verweer, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken. Beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 826 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voorlopige voorzieningen hun kracht verliezen zodra een verzoek tot echtscheiding wordt ingetrokken. Hoewel de man het bij deze rechtbank ingediende verzoek tot echtscheiding inmiddels heeft ingetrokken, is de rechtbank van oordeel dat de door deze rechtbank bij beschikkingen van [datum beschikking] 2009 en [datum beschikking] 2010 getroffen voorlopige voorzieningen in dit geval hun kracht niet hebben verloren nu de echtscheidingsprocedure nog aanhangig is bij de Franse rechter te [plaats in Frankrijk]. Dit oordeel sluit aan bij het doel van genoemde bepaling, namelijk dat voorlopige voorzieningen slechts kunnen voortduren zolang een verzoek tot echtscheiding aanhangig is. De rechtbank ziet in de tekst van de wet noch de strekking daarvan aanleiding ervan uit te gaan dat een in het buitenland aanhangige echtscheidingsprocedure niet mag worden begrepen als het in artikel 826 lid 2 Rv bedoelde verzoek. Ten aanzien van de door de vrouw betwiste bevoegdheid van de Nederlandse rechter overweegt de rechtbank als volgt. Van toepassing is de EG-Verordening nr. 4/2009 (hierna: de Alimentatie-verordening). Artikel 14 van de Alimentatie-verordening bepaalt dat bij een gerecht van de lidstaat de door die lidstaat voorziene voorlopige maatregelen kunnen worden aangevraagd, zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat krachtens de verordening bevoegd is van het bodemgeschil kennis te nemen. De rechtbank is van oordeel dat wijziging van een dergelijke voorlopige maatregel daaronder moet worden begrepen en acht zichzelf derhalve bevoegd over het door de man voorgelegde verzoek te oordelen De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe. Ontvankelijkheid Nu de man een wijziging van omstandigheden stelt, kan hij worden ontvangen in zijn verzoek. Wijziging van omstandigheden Artikel 824 lid 2 Rv bepaalt dat een beschikking houdende voorlopige voorzieningen kan worden gewijzigd, indien de omstandigheden na dagtekening in zodanige mate zijn gewijzigd dat - alle betrokken belangen in aanmerking genomen - de voorziening niet in stand kan blijven. De man stelt als wijziging van omstandigheden het opzeggen van zijn huidige dienstverband bij [naam bedrijf] per 1 mei 2012 en aanvaarding van zijn nieuwe dienstbetrekking bij de nationale politie in [plaats in Frankrijk], met een substantiële inkomensachteruitgang als gevolg. De vrouw stelt dat met deze wijziging van omstandigheden geen rekening dient te worden gehouden nu het de eigen keuze is van de man om van baan te veranderen en de verlaging van inkomen derhalve voor zijn eigen rekening en risico dient te komen. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank mede door overlegging van de brief van [directeur bedrijf], directeur [naam bedrijf], d.d. 8 maart 2010 voldoende onderbouwd dat zijn dienstverband - dat per 30 september 2012 zou aflopen - thans niet meer voor verlenging in aanmerking komt. Dat de man op de afloop van dat contract heeft geanticipeerd en reeds enkele maanden eerder een andere baan heeft aanvaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet onredelijk. De rechtbank zal derhalve de onderhoudsbijdragen opnieuw beoordelen, uitgaande van de financiële situatie van de man per 1 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.