← Nederland

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0774

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/997172-10 Datum uitspraak: 16 april 2012 Tegenspraak (Promis) De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [datum] 1958 te [geboorteplaats verdachte], adres: [adres verdachte], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, locatie Scheveningen (Justitieel Medisch Centrum). 1. Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 27 en 30 mei 2011, 5 en 10 augustus 2011, 20 en 24 oktober 2011, 5 december 2011, 17 februari 2012, 21 maart 2012, 30 maart 2012 en 2 april 2012. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. P. van de Kerkhof, en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. R.I. van Haneghem, advocaat te Rotterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht. 2. De tenlastelegging Aan de verdachte is ? na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting ? ten laste gelegd dat: 1. (hypotheekfraude) hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 juli 2008 tot en met 20 juli 2009, te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Honselersdijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(

  1. en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door (een) listige kunstgre(e)p(
  2. en)en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen bank(
  3. en)en/of hypotheekverstrekker(s), - Nationale Nederlanden N.V. (ad
  4. a)en/of - Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) (ad
  5. b)en/of - Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. (Rabobank) (ad
  6. c)en/of - Fortis Bank (Nederland) N.V. en/of Direktbank, (ad
  7. d)en/of - Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. (ad e), in elk geval een of meer bank(
  8. en)en/of hypotheekverstrekker(s), (telkens) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (een) hierna te noemen geldbedrag(en), althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  9. s)alstoen aldaar met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, (respectievelijk) één of meer perso(o)n(
  10. en)benaderd met als doel deze/die perso(o)n(
  11. en)één of meer van de hierna te noemen woningen te laten kopen en/of te vragen een daarbij behorende hypothecaire lening af te sluiten en/of (vervolgens) een hypothecaire lening aangevraagd voor de financiering van de aankoop van het/de hierna te noemen pand(
  12. en)en/of een hypotheekaanvraag (formulier) betreffende de/het hierna te noemen pand(
  13. en)gezonden en/of doen zenden aan en/of overgelegd en/of doen overleggen aan genoemde bank(
  14. en)en/of hypotheekverstrekker(
  15. s)en/of die bank(
  16. en)en/of hypotheekverstrekker(
  17. s)verzocht om opening van een bouwdepot voor nagenoemd(
  18. e)pand(en): a. [pand a] (Nationale Nederlanden N.V) (bijlage(
  19. n)13-D-002 en/of 13-D-004) en/of b. [pand b] (Internationale Nederlanden Bank NV en/of ING Bank NV) (bijlage 16-D-007) en/of c. [pand c] (Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A.) (ad
  20. c)en/of (bijlage(
  21. n)17-D-002 en/of 17-D-014) en/of d. [pand d] (Fortis Bank (Nederland) NV en/of Direktbank) (bijlage(
  22. n)19-D-002 en/of 19-D-003) en/of e. [pand e] (Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A) (bijlage 21-D-002 en/of 21-D-009), in elk geval een of meer pand(en), en/of ten behoeve van de aanvra(a)g(
  23. en)en/of bouwdepot(
  24. s)(telkens) (een) (valse en/of vervalste) werkgeversverklaring(
  25. en)en/of salarisspecificatie(
  26. s)en/of nota('
  27. s)en/of factu(u)r(
  28. en)opgemaakt en/of voorhanden gehad en/of afgeleverd en/of(vervolgens) aan - Nationale Nederlanden N.V. (ad
  29. a)en/of - Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) (ad
  30. b)en/of - Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. (Rabobank) (ad
  31. c)en/of - Fortis Bank (Nederland) N.V. en/of Direktbank, (ad
  32. d)en/of - Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. (ad e), (die) (valse en/of vervalste) werkgeversverklaring(
  33. en)en/of salarisspecificatie(
  34. s)ter inzage gegeven en/of overgelegd en/of gestuurd en/of doen sturen en/of verstrekt en/of doen verstrekken en/of doen toekomen, waarmee in strijd met de waarheid de indruk is gewekt dat de daarop genoemde perso(o)n(
  35. en)voor het/de daarop genoemde bedrijf/bedrijven werkten en/of daarvoor geld ontvingen en/of (vervolgens) ((mede) door het zenden/overleggen van de onder a en/of c en/of d en/of e genoemde valse en/of vervalste nota('s)/factu(u)r(
  36. en)aan voornoemde bank(
  37. en)en/of hypotheekverstrekker(s)) heeft/hebben voorgedaan dat (bouw)werkzaamheden waren verricht (door de op dat/die stuk(ken) vermelde bedrijf/bedrijven) aan/in het/de pand(
  38. en)a en/of c en/of d en/of e, het gaat daarbij om de volgende bescheiden: (met betrekking tot) pand a. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-008) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-009) en/of - een factuur van [bedrijf 2] d.d. 19-09-2008 (bijlage 13-D-005) en/of - een factuur van [bedrijf 2] d.d. 17-10-2008 (bijlage 13-D-006) en/of - een factuur van [bedrijf 2] d.d. 24-10-2008 (bijlage 13-D-007) en/of pand b. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-002) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-005) en/of pand c. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 3] (bijlage 17-D-003) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 3] (bijlage 17-D-004) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 13 juli 2009 (bijlage 17-D-008) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 20 juli 2009 (bijlage 17-D-009) en/of pand d. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-004) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-005) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 29 mei 2009 (bijlage 19-D-006) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 8 juni 2009 (bijlage 19-D-007) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 16 juni 2009 (bijlage 19-D-008) en/of pand e. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 5] (bijlage 21-D- 003) en/of - een of meer salarisspecificatie(
  39. s)over de maand(
  40. en)januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 van [bedrijf 5] (bijlage(
  41. n)21-D-004 1 en/of 21-D-004 2 en/of 21-D-004 3 en/of 21-D-004 4) en/of - een factuur van [bedrijf 3] (bijlage(
  42. n)21-D-006 en/of 21-D-007), waardoor ad
  43. a)(één of meer medewerker(
  44. s)van) Nationale Nederlanden N.V. (telkens) werd(
  45. en)bewogen tot afgifte(
  46. n)van (ongeveer) 450.000 euro, waaronder/in elk geval 100.000 euro (aan bouwdepot) en/of ad
  47. b)(één of meer medewerker(
  48. s)van) Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) (telkens) werd(
  49. en)bewogen tot afgifte(
  50. n)van (ongeveer) 453.100 euro, waaronder/in elk geval 76.687,07 euro, zijnde het uitbetaalde verschil tussen de aankoopsom en het hypotheekbedrag en/of ad
  51. c)(één of meer medewerker(
  52. s)van) de Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A. (Rabobank) (telkens) werd(
  53. en)bewogen tot afgifte(
  54. n)van (ongeveer) 348.900 euro, waaronder/in elk geval 71.400 euro (aan bouwdepot) en/of, ad
  55. d)(één of meer medewerker(
  56. s)van) Fortis Bank (Nederland) NV en/of Direktbank (telkens) werd(
  57. en)bewogen tot afgifte(
  58. n)van (ongeveer) 165.000 euro, waaronder/in elk geval 50.000 euro (aan bouwdepot) en/of ad
  59. e)(één of meer medewerker(
  60. s)van) de Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A. (telkens) werd(
  61. en)bewogen tot afgifte(
  62. n)van (ongeveer) van 253.500 euro, in elk geval 46.600 euro (aan bouwdepot), in elk geval één of meer bank(
  63. en)en/of hypotheekverstrek(kers) werden bewogen tot aangifte van één of meer geldbedrag(en); art 326 Wetboek van Strafrecht subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 juli 2008 tot en met 20 juli 2009, te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Honselersdijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk de hierna te noemen valse en/of vervalste werkgeversverklaring(
  64. en)en/of salarisspecificatie(
  65. s)en/of nota('
  66. s)en/of factu(u)r(en), zijnde (elk) een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, voorhanden heeft/hebben gehad, het betreft: a. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-008) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 1] (bijlage 13-D-009) en/of - een factuur van [bedrijf 2] d.d. 19-09-2008 (bijlage 13-D-005) en/of - een factuur van [bedrijf 2] d.d. 17-10-2008 (bijlage 13-D-006) en/of - een factuur van [bedrijf 2] d.d. 24-10-2008 (bijlage 13-D-007) en/of b. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-002) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 2] (bijlage 16-D-005) en/of c. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 3] (bijlage 17-D-003) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 3](bijlage 17-D-004) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 13 juli 2009 (bijlage 17-D-008) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 20 juli 2009 (bijlage 17-D-009) en/of d. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-004) en/of - een salarisspecificatie van [bedrijf 4] (bijlage 19-D-005) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 29 mei 2009 (bijlage 19-D-006) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 8 juni 2009 (bijlage 19-D-007) en/of - een factuur van [bedrijf 3] d.d. 16 juni 2009 (bijlage 19-D-008) en/of e. - een werkgeversverklaring van [bedrijf 5] (bijlage 21-D-003) en/of - een of meer salarisspecificatie(
  67. s)over de maand(
  68. en)januari 2009 en/of februari 2009 en/of maart 2009 en/of april 2009 van [bedrijf 5] (bijlage(
  69. n)21-D-004 1 en/of 21-D-004 2 en/of 21-D-004 3 en/of 21-D-004 4) en/of - een factuur van [bedrijf 3] (bijlage(
  70. n)21-D-006 en/of 21-D-007), en/of opzettelijk één of meer van voormelde valse en/of vervalste geschrift(
  71. en)heeft/hebben afgeleverd en/of heeft/hebben doen afleveren bij ad a: [betrokkene 1] en/of Nationale Nederlanden NV en/of ad b: [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 1] en/of de Internationale Nederlanden (Groep) Bank NV en/of ING Bank NV (ING) en/of ad c: [betrokkene 3] en/of de Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen U.A.(Rabobank) en/of ad d: [betrokkene 4] en/of de Direktbank, althans Fortis Bank (Nederland) NV en/of ad e: [betrokkene 5] en/of Coöperatieve Rabobank West-Zeeuws Vlaanderen U.A., bestaande de valsheid of vervalsing op voormelde stukken (telkens) zakelijk weergegeven hieruit dat (respectievelijk) - in het geheel geen sprake was van een dienstverband tussen het/de op de werkgeversverklaring(
  72. en)en/of salarisspecificatie(
  73. s)vermelde bedrijf/bedrijven enerzijds en werknemer(
  74. s)anderzijds, althans dat hierin een te hoog salaris was opgevoerd en/of - de op/in de nota('
  75. s)en/of factu(u)r(
  76. en)vermelde werkzaamheden niet en/of niet tot die omvang en/of tot het daarop vermelde bedrag zijn verricht door de/het op die/dat stuk(ken) vermelde bedrijf/bedrijven,terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(
  77. s)(telkens) wist(
  78. en)en/of redelijkerwijs moest(
  79. en)vermoeden dat dit/deze geschrift(
  80. en)bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst; art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht 2. (Inkomstenbelasting) hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 januari 2007 tot en met 2 juli 2010 te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer, (digitale) aangifte(
  81. n)voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gelegen in het/de aangiftetijdvak(ken) 2005 en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 ten name van [betrokkene 6] (sofi-nr [nr betrokkene 6]) (jaar 2005) (71-D-012 p.13-14) en/of [betrokkene 7] (sofi-nr [nr betrokkene 7]) (jaar 2006) (71-D-004 p.15-16) en/of [betrokkene 8] (sofi-nr [nr betrokkene 8]) (jaar 2006) (71-D-007 p.17-18) en/of [betrokkene 9] (sofi-nr [nr betrokkene 9]) (jaar 2005) (71-D-011 p.14-15) en/of [meisjesnaam betrokkene 2] (sofi-nr [nr betrokkene 2]) (jaar 2009) (71-D-016 p.31-34), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (elk) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of heeft doen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(
  82. s)toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschrift(
  83. en)(telkens) - (een) te ho(o)g(
  84. e)en/of gefingeerd(
  85. e)bedrag(
  86. en)aan lo(o)n(
  87. en)en/of loonheffing(
  88. en)en/of - te ho(o)g(
  89. e)en/of gefingeerd(
  90. e)aftrekpost(
  91. en)(rente en/of kosten eigen woning schuld) en/of - (een) te la(a)g(
  92. e)bedrag(
  93. en)aan belastbaar inkomen, geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
  94. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 januari 2007 tot en met 2 juli 2010 te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één of meer, (digitale) aangifte(
  95. n)Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gelegen in het/de aangiftetijdvak(ken) 2005 en/of 2006 en/of 2007 en/of 2008 en/of 2009 ten name van [betrokkene 6] (sofi-nr [nr betrokkene 6]) (jaar 2005) (71-D-012 p.13-14) en/of [betrokkene 7] (sofi-nr [nr betrokkene 7]) (jaar 2006) (71-D-004 p.15-16) en/of [betrokkene 8] (sofi-nr [nr betrokkene 8]) (jaar 2006) (71-D-007 p.17-18) en/of [betrokkene 9] (sofi-nr [nr betrokkene 9]) (jaar 2005) (71-D-011 p.14-15) en/of [meisjesnaam betrokkene 2] (sofi-nr [nr betrokkene 2]) (jaar 2009) (71-D-016 p.31-34), onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen en/of laten doen door (een) ander(en), immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(
  96. s)(telkens) opzettelijk op/in het bij/naar (
  97. de)Inspecteur(
  98. s)der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde/gezonden aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (telkens) - (een) te ho(o)g(
  99. e)en/of gefingeerd(
  100. e)bedrag(
  101. en)aan lo(o)n)
  102. en)en/of loonheffing(
  103. en)en/of - (een) te ho(o)g(
  104. e)en/of gefingeerd(
  105. e)aftrekpost(
  106. en)(rente en/of kosten eigen woning schuld) en/of - (een) te la(a)g(
  107. e)bedrag(
  108. en)aan belastbaar inkomen, opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten opgeven en/of vermelden, terwijl dat/die feit(
  109. en)(telkens) er toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig belasting werd geheven; 3. (omzetbelasting) hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van april 2009 tot en met januari 2011 te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer (digitale) aangifte(
  110. n)voor de omzetbelasting, te weten van - [bedrijf 6] over het derde kwartaal 2009 (p. 6575) en/of - [bedrijf 7] over het derde kwartaal 2009 (p. 6628) en/of derde kwartaal 2010 (p. 6632) en/of vierde kwartaal 2010 (p. 6325) en/of - [bedrijf 8] over het eerste kwartaal 2009 (p.6671) en/of - [bedrijf 5] over het eerste kwartaal 2009 (p. 6609) en/of - [bedrijf 9] over de maand(
  111. en)april/mei 2010 (p. 6400) en/of juni 2010 (p. 6682) en/of augustus 2010 (p. 6684) en/of september 2010 (p.6685) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (elk) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of heeft doen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(
  112. s)toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschrift(
  113. en)(telkens) - (een) te ho(o)g(
  114. e)en/of gefingeerd(
  115. e)bedrag(
  116. en)aan voorbelasting en/of - (een) te ho(o)g(
  117. e)en/of gefingeerd(
  118. e)bedrag(
  119. en)aan terug te vragen/krijgen omzetbelasting en/of - (een) te la(a)g(
  120. e)bedrag(
  121. en)aan (af te dragen) omzet(belasting) geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
  122. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: a.[bedrijf 6] en/of b.[bedrijf 7] en/of c.[bedrijf 8] en/of d.[bedrijf 5] en/of e.[bedrijf 9] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van april 2009 tot en met januari 2011 te 's-Gravenhage en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer (digitale) aangifte(
  123. n)voor de omzetbelasting, te weten van ad a. [bedrijf 6] over het derde kwartaal 2009 (p. 6575) en/of ad b. [bedrijf 7] over het derde kwartaal 2009 (p. 6628) en/of derde kwartaal 2010 (p. 6632) en/of vierde kwartaal 2010 (p. 6325) en/of ad c. [bedrijf 8] over het eerste kwartaal 2009 (p.6671) en/of ad d. [bedrijf 5] over het eerste kwartaal 2009 (p. 6609) en/of ad e. [bedrijf 9] over de maand(
  124. en)april/mei 2010 (p. 6400) en/of juni 2010 (p. 6682) en/of augustus 2010 (p. 6684) en/of september 2010 (p.6685) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, (elk) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of heeft doen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben genoemde rechtsperso(o)n(
  125. en)en/of hun/haar mededader(
  126. s)toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschrift(
  127. en)(telkens) - (een) te ho(o)g(
  128. e)en/of gefingeerd(
  129. e)bedrag(
  130. en)aan voorbelasting en/of - (een) te ho(o)g(
  131. e)en/of gefingeerd(
  132. e)bedrag(
  133. en)aan terug te vragen/krijgen omzetbelasting en/of - (een) te la(a)g(
  134. e)bedrag(
  135. en)aan (af te dragen) omzet(belasting), geschreven en/of opgegeven en/of vermeld, en/althans doen en/of laten schrijven en/of opgeven en/of vermelden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
  136. en)als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  137. s)opdracht gegeven tot voormeld(
  138. e)(strafba(a)r(e)) feit(
  139. en)en/of feitelijk leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en). art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht 4. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 8 maart 2011 te 's-Gravenhage en/of Honselersdijk en/of Schiedam en/of Rijswijk en/of elders in Nederland, (telkens) al dan niet als oprichter en/of leider en/of bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 7] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 5] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4], welke organisatie tot oogmerk had(den) het plegen van misdrijven, namelijk - oplichting (hypotheekfraude en/of kinderopvangtoeslagfraude) (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of - valsheid in geschrift (in aangiftebiljetten voor de inkomstenbelasting en/of voor de omzetbelasting en/of in facturen en/of nota's en/of aanvragen kinderopvangtoeslag en/of antwoordformulieren kinderopvang) (artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en/of - het opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften omzetbelasting onjuist of onvolledig doen, terwijl die feiten ertoe strekten dat telkens te weinig belasting wordt geheven (artikel 69 lid 2 AWR) en/of - het opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften inkomstenbelasting onjuist of onvolledig doen, terwijl die feiten ertoe strekten dat telkens te weinig belasting wordt geheven (artikel 69 lid 2 AWR) en/of - (gewoonte)witwassen (artikel 420ter Wetboek van Strafrecht en/of artikel 420bis Wetboek van Strafrecht); art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. Bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zal verklaren. 3.2 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van feit 1: Hypotheekfraude De verdediging heeft vrijspraak van dit feit bepleit. De verklaringen van de diverse medeverdachten kunnen niet bijdragen aan het bewijs, aangezien zij ten tijde van het afleggen van hun verklaring zelf in het verdachtenbankje zaten en er dus belang bij hadden een verklaring af te leggen waarmee zij zichzelf zouden vrijpleiten en verdachte zouden belasten. De verklaringen die over [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) en over diens veronderstelde relatie met verdachte zijn afgelegd, kunnen evenmin voor het bewijs worden gebezigd, omdat (en zo lang) [medeverdachte 2] zelf niet is gehoord. Ten aanzien van feit 2: Inkomstenbelasting De verdediging heeft ten aanzien van dit feit eveneens vrijspraak bepleit. Enig direct bewijs van betrokkenheid van verdachte (zoals het geven van opdrachten daar toe) met betrekking tot het feitelijk indienen van de ten laste gelegde aangiftes is er niet. Ten aanzien van feit 3: Omzetbelasting Ten aanzien van [bedrijf 6] heeft de verdediging naar voren gebracht dat met ingang van het derde kwartaal van 2009 [persoon 6] directeur en enig aandeelhouder was van dit bedrijf, zodat uit het dossier onvoldoende kan volgen dat verdachte opdracht heeft gegeven c.q. feitelijk leiding heeft gegeven aan het doen van de aangifte. Ook van dit feit dient hij vrijgesproken te worden. Ten aanzien van [bedrijf 7] heeft de verdediging naar voren gebracht dat verdachtes betrokkenheid slechts blijkt uit de verklaringen van [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]). Die verklaringen zijn niet bruikbaar voor het bewijs, omdat die verklaringen niet consistent zijn. Verdachte dient voor dit feit, aldus de raadsman van verdachte, eveneens te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 4: Deelneming aan een criminele organisatie De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor zover aan verdachte het leiding geven aan een criminele organisatie is ten laste gelegd. Voorts heeft de verdediging bepleit dat in geval van een bewezenverklaring de pleegperiode ingekort moet worden, aangezien [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij verdachte pas sinds januari 2009 kent. 3.3 Het oordeel van de rechtbank1 3.3.1 Vrijspraak Feit 2 - aangifte inkomstenbelasting [betrokkene 9] Aangezien de telastgelegde periode 29 januari 2007 tot en met 2 juli 2010 betreft en vast staat dat de aangifte inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 9] op 6 maart 2006, en daarmee buiten de telastgelegde periode, is ingekomen bij de Belastingdienst, zal verdachte van dit feit in zoverre worden vrijgesproken. Feit 3 - aangifte omzetbelasting [bedrijf 8] Het verwijt dat verdachte met betrekking tot de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 8] (hierna: [bedrijf 8]) over het eerste kwartaal 2009 wordt gemaakt, is dat hij samen met een ander of anderen valselijk in strijd met de waarheid in die aangifte te hoge, te lage of gefingeerde bedragen aan de Belastingdienst heeft opgegeven. In het dossier bevindt zich ten aanzien van dat verwijt een factuur van [bedrijf 8] aan [bedrijf 10] (verkoopfactuur) van 17 maart 2009 voor een bedrag van € 629.968,44 inclusief € 100.583,20 BTW. Nu op de aangifte over het eerste kwartaal 2009 van [bedrijf 8] slechts een bedrag van € 22.132,- aan totale omzetbelasting staat vermeld, bestaat geen andere conclusie dan dat deze factuur niet in die aangifte is opgenomen. De rechtbank acht echter niet bewezen dat dit onjuist is geweest, laat staan dat de aangifte valselijk en in strijd met de waarheid is opgemaakt. [medeverdachte 3] heeft immers verklaard dat hij de factuur heeft opgemaakt, dat het een reguliere factuur betreft en dat hij denkt dat de factuur nooit is betaald omdat hij weet dat daarover een discussie is ontstaan. Deze verklaring laat de mogelijkheid open dat de factuur terecht niet in de aangifte is opgenomen. Dat geldt zoveel te meer nu de Belastingdienst deze factuur aan de FIOD heeft overhandigd, maar niet bekend is op welke wijze de Belastingdienst deze factuur heeft verkregen. Verder geven de verklaringen van [betrokkene 10] en [medeverdachte 3] ook geen duidelijkheid over de vraag of op het moment dat de aangifte werd ingediend, op 16 april 2009, [bedrijf 8] reguliere activiteiten verrichtte en reguliere aangiften omzetbelasting kon indienen. [medeverdachte 3] heeft immers verklaard dat hij tot aan de overname door [betrokkene 10] de administratie en de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 8] verzorgde en dat dit bedrijf een gewoon bedrijf was met reguliere activiteiten en eerlijke aangiften omzetbelasting. Hij kent de verkoopfactuur aan [bedrijf 10] ook als een gewone (niet valse) factuur. De verklaring van [betrokkene 10] is slechts dat hij het bedrijf als katvanger heeft overgenomen en dat volgens hem op dat moment geen activiteiten plaatsvonden. Hij weet niets van de aangiften omzetbelasting. Nu met dit alles de mogelijkheid bestaat dat door [bedrijf 8] op eerlijke wijze aangifte omzetbelasting is ingediend over het eerste kwartaal 2009, dient vrijspraak te volgen. 3.3.2 Bewijsoverwegingen Algemeen Overweging ten aanzien van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen De raadsman van verdachte heeft betoogd dat diverse getuigen zelf verdacht waren en uit eigen belang naar verdachte hebben gewezen. Daarbij hebben zij voor zichzelf ingevuld welke rol verdachte gespeeld heeft. Hierdoor zijn hun verklaringen onbetrouwbaar en mogen ze niet voor het bewijs gebezigd worden. Op zichzelf is het juist dat personen die zelf als verdachte zijn aangemerkt over verdachte verklaren. Zij kunnen daarom een belang hebben om belastende verklaringen over verdachte af te leggen. Het is ook juist dat zij, gevraagd naar de rol van verdachte, hun eigen interpretatie en indruk geven. De rechtbank constateert echter dat de getuigen, onafhankelijk van elkaar, op hoofdpunten eensluidend verklaren. Zo blijkt uit de verklaring van de hypotheekgevers (in het kader van de verweten hypotheekfraude) bijvoorbeeld steeds dezelfde handelwijze van verdachte. Er wordt verklaard over het tekenen van de papieren in aanwezigheid van verdachte waarbij verdachte aangeeft waar getekend moet worden en over het bezoek aan de notaris in gezelschap van verdachte waarbij verdachte het woord voert. Ook de tapgesprekken ondersteunen het beeld dat met betrekking tot verdachte door diverse getuigen is geschetst. Zo zou verdachte degene zijn die de opdrachten geeft en daarbij agressieve taal niet schuwt. Uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte inderdaad opdrachten geeft aan [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]), dat hij de voortgang van diverse belastingaangiften in de gaten houdt en dat hij contacten onderhoudt met diverse instellingen en wederpartijen. Ook schuwt hij niet om felle bewoordingen te gebruiken en op die manier druk uit te oefenen op zijn gesprekspartners. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het beeld dat door de getuigen in hun verklaringen is geschetst over en weer ondersteuning vindt en ook wordt ondersteund door de tapgesprekken. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de getuigenverklaringen als onbetrouwbaar terzijde te schuiven en uitsluitend af te gaan op de door verdachte afgelegde verklaring. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte 2] tot op heden onvindbaar is gebleken en niet is gehoord over hetgeen anderen over hem verklaren, leidt voorts niet tot de conclusie dat de verklaringen van getuigen over zijn rol niet voor het bewijs mogen worden gebruikt. Omstandigheden die tot een andere conclusie zouden moeten leiden, zijn gesteld noch gebleken zodat ook dit verweer wordt verworpen. Ook hier heeft overigens te gelden dat de verschillende verklaringen over de specifieke rol van [medeverdachte 2] op hoofdpunten eensluidend zijn. Feit 1 - Hypotheekfraude Hierbij gaat het om vijf panden waarbij het verwijt dat verdachte en zijn medeverdachten wordt gemaakt, luidt dat zij - door overlegging van valse werkgeversverklaringen en valse salarisspecificaties - een aantal banken ertoe hebben bewogen om ten behoeve van de aankoop van deze panden hypotheken te verstrekken. Bij al deze panden - uitgezonderd het hierna onder b. genoemde pand gelegen aan [pand b] - is ook een verbouwing gefinancierd door middel van een bouwdepot. Ten aanzien van deze panden is het aanvullende verwijt dat door middel van valse facturen deze bouwdepots zijn leeg getrokken. In het navolgende zullen de betreffende panden achtereenvolgens aan de orde komen en zal beoordeeld worden of sprake is van valse bescheiden en, zo ja, wie daarbij betrokken is of zijn. a. [pand a] Inleiding Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 1] op 1 september 2008 de woning aan [pand a] (hierna "de woning") heeft gekocht voor € 296.500,-. 2 Ten behoeve van de aanvraag van een hypotheek bij Nationale Nederlanden N.V. (hierna "Nationale Nederlanden") is een model-werkgeversverklaring overgelegd waarop staat vermeld3: Gegevens werkgever [bedrijf 1] Gegevens werknemer [betrokkene 1] In dienst sinds 1 januari 2008 Functie: Manager Aard van het dienstverband Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd Bruto jaarinkomen € 69.251,76 Vakantietoeslag € 5540,14 Vaste 13e maand € 5770,98 Hierbij is tevens een kopie van een salarisspecificatie4 overgelegd. De werkgeversverklaring is namens de werkgever [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) op 8 september 2008 te Oostvoorne ondertekend met de naam '[medeverdachte 2]' en voorzien van een firmastempel. Op 11 september 2008 heeft Nationale Nederlanden [betrokkene 1] een offerte voor een lening van in totaal € 450.000,- aangeboden, welke offerte [betrokkene 1] op 15 september 2008 heeft ondertekend.5 Uit de verklaring van [aangever 1], die namens Nationale Nederlanden aangifte heeft gedaan, blijkt dat Nationale Nederlanden vervolgens een hypotheek voor de aankoop en verbouwing van de woning heeft verstrekt. De hypotheekakte is op 6 oktober 2008 gepasseerd. Bij het passeren van de akte is ten behoeve van de geplande verbouwing van de woning € 100.000,- in depot gestort.6 Vervolgens heeft [bedrijf 2] (hierna "[bedrijf 2]") op 19 september 2008 een nota betreffende de 1e termijn werkzaamheden aan de woning, ten bedrage van € 47.600,00 in totaal, aan [betrokkene 1] gericht met de aantekening dat dit conform de afspraak via de notaris of de hypotheekbank wordt gestort op de rekening van [bedrijf 2] bij het transport van de woning. Hierbij gevoegd zat een brief aan Nationale Nederlanden waarin werd aangegeven "zoals u kunt zien zijn de verbouwingen reeds begonnen.".7 Vervolgens zijn op 17 oktober 2008 en 24 oktober 2008 de 2e en 3e termijn van respectievelijk € 37.000,- en € 15.400,- door [bedrijf 2] aan [betrokkene 1] in rekening gebracht en door hem voor akkoord getekend.8 De op voormelde nota's gebaseerde aanvragen voor uitbetaling zijn door Nationale Nederlanden op respectievelijk 10 oktober 2008, 21 oktober 2008 en 28 oktober 2008 ontvangen. Naar aanleiding daarvan zijn de gevraagde bedragen ten laste van het bouwdepot uitbetaald op rekening [rekeningnr [bedrijf 2] ten name van [bedrijf 2] te Den Haag.9 Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals? [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij verslaafd was aan cocaïne en marihuana en dat hij, toen hij in de put zat, benaderd werd door een persoon die hem kon helpen. Hij zou, zo heeft hij verklaard, een huis aankopen en er zou een hypotheek worden aangevraagd voor de aankoop en de verbouwing van die woning. Hij weet dat voor deze hypotheek salarisstroken vervalst zijn. Hij had op dat moment namelijk helemaal geen werk.10 Kort na de overdracht van de woning heeft hij € 4000,- à € 5000,- op zijn rekening gestort gekregen. Hij heeft nooit gewerkt voor [bedrijf 1] en nooit een salaris van € 69.251,76 verdiend.11 [aangever 1] voornoemd heeft verklaard dat hij is gaan kijken op het vestigingsadres van [bedrijf 1].12 Het betrof een zogenaamd bedrijfsverzamelgebouw en [bedrijf 1] bleek hier niet meer gevestigd te zijn. Volgens de eigenaar van het bedrijfsverzamelgebouw waren de bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 1] sinds augustus 2008 geëindigd. Vanaf die datum werd er alleen post opgehaald en stond het [bedrijf 12] leeg en te huur.13 Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan Nationale Nederlanden werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is Nationale Nederlanden bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 450.000,-. Wie is hierbij betrokken? Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 10] in de maand november 2008 enig aandeelhouder is geweest van [bedrijf 1] en dat voordien de [bedrijf 11] (hierna: [bedrijf 11]), gevestigd aan [adres] als zodanig bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven.14 Van deze laatste vennootschap was [betrokkene 11] bestuurder van 21 mei 2008 tot 31 maart 2009.15 Volgens [betrokkene 10] heeft hij [bedrijf 1] puur als katvanger op zijn naam gehad. Hij kan zich niet meer herinneren wie hem dat gevraagd heeft maar hij kreeg de bedrijven die hij op zijn naam moest zetten meestal aangeboden door [medeverdachte 2]. Hij weet niet wat er met het [bedrijf 7] gebeurde. [bedrijf 1] werd gebruikt door 'de kliek' rond [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte, aldus [betrokkene 10]. 16 [betrokkene 11] heeft verklaard dat hij kort bestuurder is geweest van [bedrijf 11] en dat hij dit heeft gedaan op verzoek van verdachte. Verdachte gaf tegenover hem aan dat er niets met deze onderneming zou gebeuren, hij moest de onderneming alleen maar op zijn naam zetten omdat de vorige bestuurder er vanaf wilde. Hij heeft, aldus [betrokkene 11], de onderneming dan ook alleen maar op zijn naam overgeschreven en er verder nooit enige bemoeienis mee gehad. Verdachte noemde dit 'het parkeren van ondernemingen', aldus [betrokkene 11]. De naam [bedrijf 1] heeft hij wel eens gehoord en hij heeft van verdachte zelf gehoord dat hij, verdachte, deze onderneming heeft gekocht. Hij heeft niet geweten dat toen hij bestuurder was van [bedrijf 11], [bedrijf 11] bestuurder was van [bedrijf 1]. Hij wist niet beter dan dat [betrokkene 10] bestuurder was van [bedrijf 1]. [betrokkene 10] heeft hem verteld dat hij indertijd door verdachte werd onderhouden en dat hij in ruil daarvoor hand- en spandiensten verrichtte voor verdachte.17 Volgens [betrokkene 11] voornoemd was [medeverdachte 2] de boodschappenjongen van verdachte.18 Uit de verklaringen van [betrokkene 10] en [betrokkene 11] leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 2] (op wiens naam de werkgeversverklaring is ondertekend) optrad namens [bedrijf 1] en dat verdachte het binnen [bedrijf 1] voor het zeggen had. Hierbij past dat [betrokkene 1] tegenover de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij als katvanger is gebruikt en dat verdachte de hypotheek heeft geregeld.19 Voorts sluit hierop aan de verklaring van makelaar [betrokkene 12]. Die heeft immers verklaard dat hij een tip kreeg dat de woning te koop stond, dat hij dat heeft doorgegeven aan verdachte en dat verdachte voor de woning een koper heeft aangedragen.20 Daarnaast heeft makelaar [betrokkene 13] verklaard dat hij de offerte van Nationale Nederlanden kent en deze heeft meegenomen naar het kantoor van verdachte aan de [adres kantoor verdachte]. Daar is de offerte ondertekend door [betrokkene 1] in het bijzijn van [betrokkene 13], [betrokkene 12] en verdachte.21 Gelet op het voorgaande is, naast [betrokkene 1] en [medeverdachte 2], ook verdachte bij het opmaken van deze valse documenten betrokken geweest, waarbij tussen hen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Zijn de facturen vals? [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij niets weet van uitbetalingen uit het bouwdepot. Als hem wordt medegedeeld dat in totaal € 100.000,- uit het bouwdepot is uitbetaald, verklaart hij dat voor een dergelijk bedrag geen verbouwing in de woning heeft plaatsgevonden.22 Dit is alleszins aannemelijk nu de woning op 23 juni 2009 bij openbare veiling is verkocht en daarna sprake was van een restschuld bij Nationale Nederlanden die op 8 december 2009 € 235.926,65 bedroeg.23 Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat geen verbouwing, laat staan een verbouwing als vermeld op de nota's, heeft plaatsgevonden aan het pand zodat de onderhavige facturen afkomstig van [bedrijf 2] vals zijn. Wie is hierbij betrokken? Uit het dossier blijkt dat [bedrijf 12] (hierna "[bedrijf 12]") in de onderhavige periode enig aandeelhouder en bestuurder was van [bedrijf 2] en dat [bedrijf 12] was gevestigd aan de [adres kantoor verdachte].24 Dit sluit aan op de verklaring van [betrokkene 1] en [betrokkene 13]. [betrokkene 1] heeft immers verklaard dat hij op [adres kantoor verdachte] is geweest voor een gesprek over de verbouwing25 en [betrokkene 13] heeft verklaard dat hij de factuur van [bedrijf 2] van 19 september 2008 op het kantoor aan [adres kantoor verdachte] van [betrokkene 1] heeft gekregen. Dit gebeurde, aldus [betrokkene 13], in het bijzijn van onder meer verdachte. Verdachte heeft toen tegen hem gezegd "We zijn net begonnen met de verbouwing dus opschieten graag".26 Voorts heeft [betrokkene 13] verklaard dat hij in het kantoortje aan [adres kantoor verdachte] ordners heeft gezien met de naam [bedrijf 2].27 De rechtbank heeft verder geconstateerd dat [medeverdachte 1] de bestuurder was [bedrijf 12]. in de onderhavige periode.28 Nu over hem wordt verklaard dat hij de boodschappenjongen was van verdachte en dat hij alles deed wat verdachte aan hem vroeg,29 is de rechtbank van oordeel dat verdachte het ook met betrekking tot [bedrijf 2] voor het zeggen heeft gehad en dat hij in nauwe en bewuste samenwerking met (in elk geval) [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dit feit gepleegd heeft. De rechtbank wordt in deze overtuiging gesterkt door het gegeven dat van de uit het bouwdepot afkomstige € 100.000,- in de periode van 7 oktober 2008 tot en met 30 oktober 2008 vanaf de rekening van [bedrijf 2] via rekeningen welke onder meer ten name stonden van [bedrijf 13] (hierna: [bedrijf 13]), [betrokkene 14], en [bedrijf 14], uiteindelijk een bedrag van € 74.650,- contant is opgenomen.30 Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 10] in die periode als bestuurder/enig aandeelhouder van [bedrijf 13] stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.31 [betrokkene 10] heeft verklaard dat dit een lege BV betrof. Er was geen omzet, geen personeel en geen activiteiten.32 [betrokkene 13] heeft voorts verklaard dat hij [bedrijf 13] kent; hij heeft van verdachte een factuur van [bedrijf 13] gekregen in [adres kantoor verdachte].33 [betrokkene 14] is verder de moeder van verdachte en [medeverdachte 2] was toentertijd bestuurder/enig aandeelhouder van [bedrijf 14].34 Ook met betrekking tot deze BV is verklaard dat het ging om een lege BV.35 Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte dan wel aan aan hen gelieerde personen ten goede is gekomen. b. [pand b] Inleiding Uit het dossier blijkt, dat [betrokkene 2] op 21 oktober 2008 de eengezinswoning [pand b] (hierna "de woning") heeft gekocht voor een bedrag van € 368.500,-.36 In de aanvraag van een hypotheek bij ING Bank N.V. (hierna ook "ING") voor deze woning staat het volgende vermeld37: Naam aanvrager [betrokkene 2] Gegevens partner [medeverdachte 1] Type inkomensbron Loondienst fulltime vast Werkgever [bedrijf 2] Gevestigd te Amsterdam Beroep Manager In dienst sinds 01-01-2008 Bruto jaarinkomen € 87.780,- Hypotheekbedrag € 453.100,- Bij het indienen van de aanvraag zijn een werkgeversverklaring38 en een kopie van een salarisspecificatie39 overgelegd. De werkgeversverklaring is namens de werkgever [bedrijf 2] op 8 januari 2009 te Amsterdam ondertekend met de naam '[medeverdachte 2]' en voorzien van een firmastempel. Op de verklaring staat vermeld dat de werknemer aanspraak kan maken op een vaste dertiende 'maandag'. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft ING op 24 april 2009 een offerte uitgebracht aan [betrokkene 2] en aan haar echtgenoot, [medeverdachte 1]. Deze offerte is op 27 april 2009 in Den Haag door [betrokkene 2] en door [medeverdachte 1] ondertekend. De offerte vermeldt als rekeningnummer van de hypotheeknemer '[rekeningnr 1]'.40 ING heeft op basis van voornoemde documenten - de ondertekende offerte, de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie - een hypothecaire geldlening van € 453.100,- verstrekt. De hypotheekakte is gepasseerd op 29 mei 2009.41 Op 10 maart 2010 heeft Internationale Nederlanden Groep N.V., waartoe ING behoort, aangifte42 gedaan tegen [medeverdachte 1], [betrokkene 2], [bedrijf 2] en [medeverdachte 2] wegens - onder meer - oplichting en valsheid in geschrift. Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals? Uit de systemen van de belastingdienst blijkt niet dat er tussen [bedrijf 2] en [betrokkene 2] een dienstbetrekking heeft bestaan, in die zin dat er door [bedrijf 2] geen loonheffing is ingehouden.43 [betrokkene 2]44 heeft voorts verklaard dat ze het bedrijf [bedrijf 2] niet kent en dat ze daar zeker niet heeft gewerkt. [betrokkene 15]45 - die in de ten laste gelegde periode bestuurder was van [bedrijf 2] - heeft verklaard dat [bedrijf 2] geen activiteiten heeft gehad, dat [bedrijf 2] geen personeel in dienst heeft gehad en dat hij [betrokkene 2] niet kent. Op grond van de informatie uit de systemen van de belastingdienst, bezien in samenhang met de verklaringen van [betrokkene 2] en [betrokkene 15], staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan ING werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is ING bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 453.100,-. Wie is hierbij betrokken? Op 3 juni 2009 is er op de bankrekening met het nummer [rekeningnr 1] ten name van [betrokkene 2] door de betrokken notaris een bedrag van € 76.687,07 - zijnde het verschil tussen de hypothecaire lening en de koopsom plus kosten, toevoeging rechtbank - bijgeboekt. Van genoemde rekening hebben vervolgens de volgende afschrijvingen plaatsgevonden46: Datum Bedrag Naam en rekeningnummer begunstigde 03-06-2009 € 4.000,- [rekeningnr [bedrijf 15] ([bedrijf 15]) 03-06-2009 € 5.100,- [rekeningnr [bedrijf 16] ([bedrijf 16] 'lening') 03-06-2009 € 10.900,- [rekeningnr betrokkene 16] ([betrokkene 16]) tot 11-07-2009 € 6.000,- [rekeningnr [bedrijf 15] ([bedrijf 15]) tot 11-07-2009 € 2.500,- [rekeningnr betrokkene 16] ([betrokkene 16]) tot 11-09-2009 € 2.000,- [rekeningnr medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]) Uit de systemen van de belastingdienst komt naar voren dat de bankrekening met het nummer [rekeningnr bedrijf 15] ten name van [bedrijf 15] wordt gebruikt door [betrokkene 16] - de echtgenote van verdachte en moeder van [medeverdachte 1] - en dat [betrokkene 16] aangifte heeft gedaan van inkomsten uit de onderneming [bedrijf 15].47 Uit de gedingstukken blijkt verder dat [betrokkene 12] van 1 januari 2009 tot 2 september 2009 middellijk - namelijk via de Stichting Administratiekantoor [bedrijf 16], gevestigd te [plaats] - aandeelhouder en bestuurder was van [bedrijf 16].48 [betrokkene 2] heeft verklaard dat verdachte via een makelaar - [betrokkene 12] - met het huis [pand b] kwam aanzetten.49 Toen zij hem vertelde dat ze het huis niet wilde, werd hij boos.50 De rekening met het nummer eindigend op –[rekeningnr 1] heeft zij op verzoek van verdachte geopend. Zij heeft de pasjes en bijbehorende (inlog)codes van die bankrekening aan verdachte gegeven.51 Verdachte heeft alles rondom [bedrijf 2] uitgedacht en opgezet om een hypotheek te verkrijgen.52 [betrokkene 12] heeft verklaard dat hij als verkopend makelaar bij pand b] betrokken is geweest en dat verdachte met de verkopers van die woning een akkoord heeft gesloten.53 Hij heeft voorts verklaard dat hij op verzoek van verdachte bestuurder werd van [bedrijf 16] en dat hij op verzoek van verdachte tijdens zijn bestuurdersschap twee bankrekeningen voor [bedrijf 16] heeft geopend. De betaalpas en de bijbehorende codes heeft hij overhandigd aan verdachte.54 [betrokkene 15].55 heeft verklaard dat verdachte hem op enig moment benaderde met het voorstel om tegen betaling van € 500,- per vennootschap een aantal lege vennootschappen op zijn naam te nemen. Hij heeft aan dit voorstel gehoor gegeven en kreeg vervolgens onder andere [bedrijf 2] op zijn naam. Zoals ten aanzien van de [pand a] al overwogen, heeft [betrokkene 13] verklaard dat hij op het kantoor van verdachte de boekhouding van [bedrijf 2] zag staan. Op basis van de verklaringen van [betrokkene 2], [betrokkene 12], [betrokkene 15] en [betrokkene 13], bezien in samenhang met de bevindingen van de FIOD ten aanzien van de geldstromen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte als medepleger bij dit feit betrokken is. Daarbij heeft hij zichzelf bovendien - als echtgenoot van [betrokkene 16] en als houder van de pasjes en inloggegevens van [bedrijf 16] - (middellijk of onmiddellijk) bevoordeeld met de geldstroom die door het feit op gang is gebracht. In aanvulling op hetgeen de rechtbank over het betrouwbaarheidsverweer reeds heeft overwogen, merkt zij hier nog op dat zij de verklaringen van [betrokkene 12] en [betrokkene 2] over de betrokkenheid van verdachte niet alleen voldoende betrouwbaar acht, maar dat deze bovendien steun vinden in objectief bewijs, te weten de bevindingen van de FIOD ten aanzien van de geldstroom. Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] dat hij het handschrift op de werkgeversverklaring herkent als het handschrift van één van de werknemers van zijn vader: [medeverdachte 2]56, heeft ook bij deze woning te gelden dat verdachte met betrekking dit feit nauw en bewust met [medeverdachte 2] heeft samengewerkt. Hierbij weegt de rechtbank mee dat [medeverdachte 3]57 heeft verklaard dat [medeverdachte 2] 'de particulieren' deed. Op de facturen die [medeverdachte 2] maakte, stonden soms foute adresgegevens, rare punten en komma's in bedragen, spelfouten of rare datumnoteringen. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 2] inderdaad beschikte over het programma 'Roos Roos Software' voor het maken van loonstroken.58 59 Voorts valt op dat in de werkgeversverklaring over een 'vaste dertiende maandag' wordt gesproken in plaats van over een 'vaste dertiende maand', hetgeen past bij voormelde verklaring van [medeverdachte 3]. Bij het opmaken van deze stukken heeft [medeverdachte 2] een valse hoedanigheid aangenomen, te weten die van werkgever van [betrokkene 2], werkzaam bij [bedrijf 2]. [betrokkene 15]60 heeft voorts verklaard dat hij met [medeverdachte 1] naar de kamer van koophandel is gegaan om [bedrijf 2] op zijn naam te zetten. Tot dat moment was [medeverdachte 1] zelf bestuurder van [bedrijf 2]. Daarnaast heeft [medeverdachte 1]61 verklaard dat hij bestuurder van [bedrijf 2] is geweest, dat hij de offerte voor de hypotheek heeft ondertekend en dat hij de woning [pand b] met zijn gezin heeft bewoond. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat ook [medeverdachte 1] bij dit feit betrokken is geweest. Hij heeft immers ervoor gezorgd dat de rechtspersoon die later de valse werkgeversverklaring zou afgeven, op naam werd gezet van een ogenschijnlijk niet-betrokken derde, hij heeft voorts een van de stukken ondertekend op basis waarvan de hypotheek werd afgegeven en hij heeft voordeel genoten uit de opbrengst van het strafbare feit, in die zin dat hij de door oplichting verkregen woning is gaan bewonen. De rechtbank acht op basis van dit alles bewezen dat verdachte het feit in nauwe, bewuste en volledige samenwerking met (in elk geval) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft gepleegd. c. [pand c] Inleiding [betrokkene 3] heeft op 13 mei 2009 de boerderij gelegen aan de [pand c] (hierna "de woning") gekocht voor € 210.000,-. 62 Ten behoeve van de aanvraag hypotheek bij de Coöperatieve Rabobank Stad en Midden Groningen (hierna "de Rabobank") is een werkgeversverklaring overgelegd waarop staat vermeld63: Gegevens werkgever [bedrijf 3] [adres [bedrijf 3]] Gegevens werknemer [betrokkene 3] In dienst sinds 1 januari 2009 Functie: Manager Aard van het dienstverband Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd Bruto jaarinkomen € 77322,12 Vaste maandag € 6443.51 Hierbij is tevens een kopie van een salarisspecificatie64 alsmede een offerte voor de verbouwing afkomstig van [bedrijf 17] (hierna "[bedrijf 17]") die door [betrokkene 3] voor akkoord is ondertekend65, overgelegd. De werkgeversverklaring is namens [bedrijf 3] (hierna [bedrijf 3]) op 8 mei 2009 te Den Haag ondertekend met de naam '[betrokkene 10]' en voorzien van een firmastempel. Op 2 juli 2009 heeft de Rabobank een lening aangeboden ten behoeve van de aankoop tot een bedrag van € 348.900,-. Deze offerte is op 2 juli 2009 door [betrokkene 3] ondertekend.66 Op 17 juli 2009 heeft ten overstaan van de notaris de eigendomsoverdracht plaatsgevonden.67 Een bedrag van € 102.000,- bleef in een bouwdepot. [aangever 2], die op 30 september 2009 namens de Rabobank aangifte heeft gedaan van oplichting en valsheid in geschrift, heeft verklaard dat aan [betrokkene 3] op grond van de verstrekte gegevens de gevraagde hypothecaire financiering is verstrekt. Vervolgens ontving de Rabobank twee nota's van [bedrijf 3] van elk € 35.700,- (totaal € 71.400,-) in verband met de werkzaamheden aan het pand gedateerd 13 juli 2009 en 20 juli 2009. De bedragen zijn daarop, aldus [aangever 2], uit het bouwdepot overgemaakt naar de girorekening ten name van [bedrijf 3].68 Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals? [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij bij McDonalds Wateringseveld werd aangesproken door een man met een Indisch uiterlijk die zich voorstelde als [voornaam 2]. Tijdens het 2e gesprek zei [voornaam 2], aldus [betrokkene 3], dat ene [voornaam 1] hem zou helpen. Op zijn, [betrokkene 3], naam zou een boerderij worden gekocht en die [voornaam 1] zou hem financieel helpen met een eventuele verbouwing. [voornaam 2] is bij hem thuis geweest en toen heeft hij een aantal maal een handtekening gezet. Dat waren papieren van de Rabobank, die waren bedoeld voor de koop van een boerderij in Woudbloem. Hij werd vervolgens gebeld door [voornaam 1] die zei dat de papieren die hij thuis getekend had niet goed waren en dat hij om nieuwe papieren te ondertekenen naar Honselersdijk moest komen. Die [voornaam 1] heeft hem gezegd dat hij de papieren moest ondertekenen. Daarna nam hij de papieren mee. Op enig moment werd hij door Indische [voornaam 2] gebeld dat hij mee moest naar Groningen, naar de Rabobank. In de auto kreeg hij de papieren en zag hij een loonstrook op zijn naam. Hij wist dat die vals was. Hij heeft nooit loon ontvangen van [bedrijf 3].69 Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 10] voornoemd tot 1 juli 2009 bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 3] was.70 [betrokkene 10] heeft verklaard dat hij bij [bedrijf 3] als katvanger heeft gefungeerd, dat in dit [bedrijf 7]een personeel in dienst is geweest en dat [medeverdachte 2] met dit [bedrijf 2] bij hem was gekomen.71 De hiervoor genoemde werkgeversverklaring kent hij niet en hij heeft deze niet ondertekend. [betrokkene 3] kent hij wel en hij heeft deze wel eens naar McDonalds in Wateringseveld gereden. Daar was meestal [medeverdachte 2] of verdachte aanwezig. Zij spraken dan met elkaar. 72 Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan de Rabobank werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is de Rabobank bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van 348.900 euro, waaronder 71.400 euro aan bouwdepot. Wie is hierbij betrokken? Uit de hiervoor reeds weergegeven verklaring van [betrokkene 3] in combinatie met de verklaring van [betrokkene 10], leidt de rechtbank af dat de Indische [voornaam 2] die [betrokkene 3] noemt en [medeverdachte 2] één en dezelfde persoon zijn. De rechtbank constateert dat ook in deze werkgeversverklaring sprake is van een "Vaste maandag". De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierover reeds heeft overwogen. [betrokkene 3] heeft voorts verklaard dat de [voornaam 1] over wie hij heeft verklaard [voornaam 1] [achternaam verdachte] heette73. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel [voornaam 1] wordt genoemd.74 Gelet hierop en mede gelet op voormelde verklaring van [betrokkene 10] over de gesprekken van [betrokkene 3] met verdachte in de McDonalds in Wateringseveld, kan het niet anders dan dat verdachte en de persoon die [betrokkene 3] aanduidt als [voornaam 1] [achternaam verdachte], ook één en dezelfde persoon zijn. Uit de verklaring van [betrokkene 3] volgt voorts dat verdachte ook actief betrokken was bij de aankoop. Hij ging immers bij de notaris mee naar binnen en hij had van tevoren tegen [betrokkene 3] gezegd dat [betrokkene 3] zoveel mogelijk zijn mond moest houden en dat hij, verdachte, het woord zou doen. De sleutels die [betrokkene 3] bij het ondertekenen van de koopakte en de hypotheekakte van de notaris heeft gekregen heeft hij, aldus nog steeds [betrokkene 3], meteen afgegeven aan verdachte.75 De verklaring van [betrokkene 3] op dit punt wordt in voldoende mate ondersteund door de verklaring van [betrokkene 4]. [betrokkene 4] is volgens zijn verklaring in februari 2009 voor verdachte gaan werken. Hij heeft verklaard dat hij op verzoek van verdachte aanwezig is geweest bij het gesprek dat [betrokkene 3] had bij de Rabobank in Veendam. [betrokkene 3] was tevoren door verdachte geïnstrueerd.76 [betrokkene 4] heeft over [betrokkene 3] vragen gesteld aan verdachte. Verdachte zei toen dat dit een werknemer was en dat hij op de loonlijst stond van een [bedrijf 23] waar verdachte iets over te zeggen had.77 Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] en [betrokkene 3] bij de oplichting van de Rabobank betrokken is geweest, waarbij [betrokkene 3] is opgetreden als katvanger. Zijn de facturen vals? Zoals hiervoor reeds weergegeven, heeft [betrokkene 10] verklaard dat [bedrijf 3] geen personeel in dienst had. Hij was bestuurder enig aandeelhouder van [bedrijf 3] tot 1 juli 2009. Uit het dossier blijkt dat hij in die hoedanigheid is opgevolgd door [bedrijf 11].78 Van deze vennootschap staat [bedrijf 18] (hierna "[bedrijf 18]") als bestuurder geregistreerd van 5 mei 2009 tot 7 september 2009.79 De hiervoor reeds genoemde [betrokkene 15] heeft verklaard dat hij tot 12 mei 2010 bestuurder is geweest van [bedrijf 18].80 Voor zover hij wist had [bedrijf 3] geen activiteiten.81 Nu daarnaast door [aangever 2] voornoemd is verklaard dat de Rabobank bij een bezoek aan de woning eind juli 2009 heeft geconstateerd dat er in het geheel geen verbouwingen waren uitgevoerd,82 kan de conclusie geen andere zijn dan dat de onderhavige facturen vals zijn. Wie is hierbij betrokken? [betrokkene 15] heeft tevens verklaard dat hij via verdachte [bedrijf 11] heeft overgenomen en dat onder [bedrijf 11] een groot aantal vennootschappen van verdachte zijn gehangen. Hij ging met [medeverdachte 1] naar de kamer van koophandel in Den Haag, Delft en Naaldwijk om dit zo te laten registreren. [medeverdachte 1] zorgde dat de papieren in orde waren. [betrokkene 15] kreeg van verdachte, aldus zijn verklaring, € 500,- contant voor elke vennootschap. Het feitelijk beheer lag bij verdachte. [betrokkene 15] had geen boekhouding of inlogcodes om bij de belasting aangifte te doen en evenmin had hij de beschikking over bankrekeningen. Een van de vennootschappen waarop hij doelt is [bedrijf 3].83 [betrokkene 3] heeft verder verklaard dat hij de bankpasjes van de Rabobank en de ING die hij op zijn adres in Rotterdam kreeg, meteen nadat hij de handtekening had gezet met de bijbehorende pincodes moest afgeven aan Indische [voornaam 2], van wie de rechtbank zojuist al heeft vastgesteld dat hiermee [medeverdachte 2] wordt bedoeld. Deze Indische [voornaam 2] heeft hem gezegd dat verdachte die pincodes nodig had om het bouwdepotgeld ervan af te halen en zijn zogenaamde salaris te storten. Dat zouden ze ook weer opnemen.84 [betrokkene 4] heeft verder verklaard dat hij weet dat verdachte officieel niets op zijn naam heeft staan, maar dat [bedrijf 3] wel een bedrijf van verdachte is. Voorts geeft hij aan dat [medeverdachte 2] altijd werkte in opdracht van verdachte. Verdachte was echt de baas.85 [betrokkene 3] was een katvanger.86 Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte het ook bij [bedrijf 3] voor het zeggen had en dat hij in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] de fraude met het bouwdepot heeft gepleegd. De rechtbank wordt ook hier in haar overtuiging gesterkt door de constatering dat van de door de Rabobank in de periode van 17 juli 2009 tot 22 juli 2009 gestorte bedragen € 80.400,- is overgeboekt naar twee rekeningen op naam van [medeverdachte 2], alsmede een rekening ten name van [bedrijf 19] (hierna "[bedrijf 19]"). Van dit bedrag is uiteindelijk € 75.350,00 contant opgenomen.87 Volgens [betrokkene 17] is [bedrijf 19] een [bedrijf 22] van verdachte88 en volgens [betrokkene 11] en anderen was [medeverdachte 2] de boodschappenjongen van verdachte en gaf verdachte hem opdrachten en orders.89 Ook hier blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte ten goede is gekomen. d. [pand d] Inleiding [betrokkene 4] voornoemd heeft op 12 april 2009 een hypotheekaanvraag gedaan bij de Direktbank (een onderdeel van Fortis Bank Nederland) voor het pand [pand d] (hierna "de woning").90 In verband hiermee is een werkgeversverklaring verstrekt waarop staat vermeld91: Gegevens werkgever [bedrijf 4] [ adres bedrijf 4] Gegevens werknemer [betrokkene 4] In dienst sinds 1 januari 2009 Functie: manager Aard van het dienstverband Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd Inkomen Bruto jaarsalaris € 36.000 Vakantietoeslag € 2.880,- Vaste maandag € 3.000,- Hierbij is tevens een kopie van een salarisspecificatie92 alsmede een offerte voor de verbouwing van wederom [bedrijf 3] die door [betrokkene 4] voor akkoord is ondertekend93, overgelegd. De werkgeversverklaring is namens [bedrijf 4] (hierna "[bedrijf 4]") op 30 maart 2009 te Honselersdijk ondertekend met de naam '[medeverdachte 3]' en voorzien van een firmastempel. Op 17 april 2009 heeft de Direktbank een hypothecaire lening aangeboden ten bedrage van € 165.000,-. Deze offerte is door [betrokkene 4] 'voor akkoord' ondertekend.94 Een bedrag van € 50.000,- bleef in een depot ten behoeve van de verbouwing. [aangever 3], die op 27 oktober 2009 namens de Fortis Bank NV aangifte heeft gedaan van oplichting en valsheid in geschrifte, heeft verklaard dat aan [betrokkene 4] op grond van de verstrekte gegevens de gevraagde hypothecaire financiering is verstrekt. Vervolgens ontving de Direktbank van [betrokkene 4] voornoemd drie verzoeken tot uitbetaling uit het bouwdepot welke betalingen respectievelijk op 1 juni 2009 (€ 30.000,-), 9 juni 2009 (€ 10.000,-) en 18 juni 2009 (€ 10.000,-) hebben plaatsgevonden op de ING rekening van [bedrijf 3].95. Bij deze verzoeken zijn nota's gevoegd van [bedrijf 3], welke door [betrokkene 4] voor akkoord zijn ondertekend.96 Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals? [betrokkene 4] heeft verklaard dat hij privé dik in het rood stond en dat verdachte samen met de reeds genoemde [betrokkene 12] toen met een oplossing kwam. Hij zou de woning kopen, laten verbouwen en met winst verkopen. Voor de hypotheek van het pand had hij een werkgeversverklaring nodig en die is geregeld door verdachte of [medeverdachte 2]. Het stuk is opgemaakt door [medeverdachte 2] want hij herkent het handschrift. Hij vond het wel raar dat de salarisstrook en werkgeversverklaring was opgemaakt door [bedrijf 4] want hij werkte bij [bedrijf 16]. Hij wist dat de stukken niet klopten.97 Uit het dossier blijkt voorts dat tot 1 mei 2009 [bedrijf 6] (hierna "[bedrijf 6]") bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven als bestuurder enig aandeelhouder van [bedrijf 4]. Vanaf 1 mei 2009 werd [bedrijf 6] vervangen door [bedrijf 11]. 98 Bestuurder, enig aandeelhouder van [bedrijf 6] in de periode 24 april 2009 tot 1 mei 2009 was wederom [betrokkene 10].99 [betrokkene 10] heeft verklaard dat hij [bedrijf 6] heeft gekocht van [medeverdachte 3] maar dat hij niets betaald heeft. Hij heeft er ook niets voor gekregen. Af en toe kreeg hij zakgeld van verdachte. Ook bij dit [bedrijf 8] heeft hij als katvanger gediend. [medeverdachte 1] ging mee naar de Kamer van Koophandel en hij trad op voor [medeverdachte 3].100 [medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij de werkgeversverklaring niet heeft opgemaakt; dat heeft [medeverdachte 2] gedaan.101 Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan de Direktbank werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is de Direktbank bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van 165.000 euro, waaronder 50.000 euro aan bouwdepot. Wie is hierbij betrokken? Gelet op de hiervoor reeds vermelde verklaringen van [betrokkene 4] en [medeverdachte 3] is de rechtbank van oordeel dat verdachte in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] en [betrokkene 4] de oplichting van de Direktbank heeft gepleegd, waarbij [betrokkene 4] is opgetreden als katvanger voor verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] zich de valse hoedanigheid van werkgever van [betrokkene 4] heeft aangemeten. Voor wat betreft de betrokkenheid van [medeverdachte 2] vindt de rechtbank daartoe nog een extra bevestiging in de omstandigheid dat in de werkgeversverklaring wederom wordt vermeld "Vaste maandag". De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hiervoor reeds over deze slordigheid heeft overwogen. Zijn de facturen vals? Uit het dossier blijkt dat [betrokkene 18] tot 25 juni 2009 bestuurder enig aandeelhouder van [bedrijf 3] is geweest.102 In het dossier bevindt zich een brief van [betrokkene 19] aan de belastingdienst waarin deze aangeeft dat [betrokkene 18] door verdachte werd gebruikt als katvanger om tijdelijk bedrijven te parkeren voor verdere verkoop of iets anders.103 Volgens [betrokkene 11] is [betrokkene 19] jarenlang zijn boekhouder geweest.104 Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat [betrokkene 19] met kennis van zaken spreekt. Uit voormelde brief leidt de rechtbank af dat [betrokkene 18] bij [bedrijf 3] dezelfde functie had als [betrokkene 10] ná hem. Er zijn voorts geen aanwijzingen in het dossier dat [bedrijf 3], anders dan reeds overwogen, in de onderhavige periode wel activiteiten heeft ontplooid. Hierbij past dat uit de verklaring van de aangever blijkt dat een medewerker van Fortis de woning heeft bezocht en heeft geconstateerd dat er geen verbouwing/verbetering aan de woning heeft plaatsgevonden.105 Dat sluit voorts aan op de verklaring van [betrokkene 4] die immers heeft verklaard dat hij op verzoek van [medeverdachte 2] een blanco papier heeft getekend van [bedrijf 3] en later zag dat dit was ingevuld met gegevens voor zogenaamde werkzaamheden aan het pand. Het pand is gestript maar nooit verbouwd, aldus [betrokkene 4] en er hebben 5 mensen, hij denkt Polen, in gewoond.106 Wel heeft [betrokkene 11] verklaard dat hij de woning voor een deel heeft verbouwd maar is hij, omdat niet alle facturen werden betaald, gestopt met verbouwen.107 Gelet op voormelde verklaringen van aangever en [betrokkene 4] gaat de rechtbank aan deze verklaring van [betrokkene 11] voorbij. Hierbij weegt ook mee dat uit het dossier niet blijkt dat [betrokkene 11] bij [bedrijf 3] werkzaam is geweest. Onder deze omstandigheden kan ook met betrekking tot deze woning de conclusie geen andere zijn dan dat geen verbouwingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden en dat de onderhavige facturen vals zijn. Wie is hierbij betrokken? Zoals reeds aangegeven heeft [betrokkene 4] verklaard dat het idee om de woning op zijn naam te zetten onder meer van verdachte kwam. Hij heeft voorts verklaard dat verdachte hem heeft toegezegd dat hij hiervoor € 4.000,- betaald zou krijgen. Dit bedrag heeft hij ook gekregen en hij wist dat dat geld afkomstig was van het uitbetaalde bouwdepot.108 Hij heeft op verzoek van verdachte of [medeverdachte 2] of [betrokkene 12] bij de ABN Amro een rekening geopend ten behoeve van de woning. Hij moest de pas, pincode en reader inleveren en heeft deze op het bureau van [medeverdachte 2] gelegd. Zoals al eerder overwogen heeft hij verklaard dat [bedrijf 3] een bouw[bedrijf 9] is van verdachte.109 Uit het dossier blijkt voorts dat van het door de Direktbank op 5 juni 2009 op de rekening van [bedrijf 3] bijgeschreven bedrag van € 30.000,- op dezelfde dag € 11.000,- is overgeboekt naar een rekening ten name van [betrokkene 10] en € 15.000,- naar een rekening ten name van [medeverdachte 2].110 Laatstgenoemd bedrag is vervolgens direct overgeboekt naar een rekening ten name van [betrokkene 16], de echtgenote van verdachte.111 [betrokkene 10] heeft in dit verband verklaard dat hij weet dat het geld dat op zijn rekening bij de ING ([rekeningnr betrokkene 10]) werd gestort onder meer afkomstig was van [bedrijf 3]. Hij heeft dit steeds contant opgenomen waarna hij het, onder inhouding van € 250,- aan [medeverdachte 2] afdroeg. Hij heeft zijn privérekening laten gebruiken door [medeverdachte 2] en verdachte. Volgens [betrokkene 10] zei verdachte tegen hem: "Doe niet zo kinderachtig, een privé-rekening, daar wordt niet naar gekeken, een zakelijke rekening wel.112 Ten aanzien van dit pand heeft mitsdien eveneens te gelden dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte dan wel aan hen gelieerde personen ten goede is gekomen. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte wederom in nauwe, bewuste en volledige samenwerking met [medeverdachte 2] de fraude met dit bouwdepot heeft gepleegd. Een samenwerking die erin is uitgemond dat in ieder geval een deel van de gelden aan verdachte en [medeverdachte 2] dan wel aan aan hen gelieerde personen ten goede is gekomen. e. [pand e] Inleiding [betrokkene 5] heeft op 9 april 2009 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning [pand e] (hierna "de woning").113 Ten behoeve van de hypotheekaanvraag gedaan bij de Rabobank West-Zeeuws-Vlaanderen (hierna de Rabobank) is een werkgeversverklaring verstrekt waarop staat vermeld114: Gegevens werkgever [bedrijf 5] [adres [bedrijf 5] Gegevens werknemer [betrokkene 5] In dienst sinds 1 januari 2009 Functie: uitvoerder Aard van het dienstverband Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd Inkomen Bruto jaarsalaris € 44.424,- Vakantietoeslag € 3.53,92 Vaste maandag € 3.702,- Hierbij zijn tevens vier kopieën van een salarisspecificatie115 alsmede een offerte voor de verbouwing van [bedrijf 3] die door [betrokkene 5] voor akkoord is ondertekend 116, overgelegd. De werkgeversverklaring is namens [bedrijf 5] (hierna "[bedrijf 5]") op 28 april 2009 te Bergschenhoek ondertekend met de naam '[betrokkene 10]' en voorzien van een firmastempel. Op 18 mei 2009 heeft de Rabobank een hypothecaire lening aangeboden ten bedrage van € 235.500,-. Deze offerte is door [betrokkene 5] op 22 mei 2009 'voor akkoord' ondertekend.117 Op 4 juni 2009 is de hypotheekakte met de woning als onderpand voor de notaris gepasseerd.118 [aangever 2], die op 30 september 2009 namens de Rabobank aangifte heeft gedaan van oplichting en valsheid in geschrifte, heeft verklaard dat aan [betrokkene 5] op grond van de verstrekte gegevens de gevraagde hypothecaire financiering is verstrekt. Vervolgens heeft de Rabobank op basis van twee door [betrokkene 5] voor akkoord getekende nota's van [bedrijf 3] gedateerd respectievelijk 2 juni 2009 en 13 juni 2009, een bedrag van respectievelijk € 21.900,- en € 24.700,- uit het bouwdepot overgemaakt op de rekening van [bedrijf 3].119 Zijn de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie vals? [betrokkene 5] heeft tegenover de FIOD verklaard dat hij via een kennis in contact is gekomen met [betrokkene 20] en dat deze hem voorstelde een pand op zijn naam te laten zetten waar een wietplantage in zat. [betrokkene 20] heeft hem meegenomen naar Den Haag om papieren te tekenen. Hij werd gebracht naar de [adres kantoor verdachte] en daar ontmoette hij een Indonesische man [voornaam 2]. Hem is verteld dat die bij de belastingdienst had gewerkt. Er moest gewacht worden op [voornaam 1].120 Hij is met [betrokkene 4] naar Zeeland gegaan, naar de notaris. Op de koopovereenkomst voor het pand [pand e] staat zijn handtekening, aldus [betrokkene 5]. De naam [bedrijf 5] zegt hem niets, hij heeft hier nooit gewerkt. Ook de naam [betrokkene 10] zegt hem niets. De salarisspecificaties over de maanden januari 2009 tot en met april 2009 zijn hem onbekend.121 Zijn verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [betrokkene 4] die immers heeft verklaard dat hij zich weliswaar niet heeft bemoeid met de verkoop van de woning maar dat hij [betrokkene 5] hiervoor wel naar de notaris heeft gereden. [betrokkene 4] herkent voorts de werkgeversverklaring. Hij herkent op dat stuk het handschrift van [medeverdachte 2].122 Uit het dossier blijkt verder dat [betrokkene 10] van 16 maart 2009 tot 1 juni 2009 heeft ingeschreven gestaan als bestuurder van [bedrijf 5].123 Volgens [betrokkene 10] is hij ook voor [bedrijf 5] opgetreden als katvanger. Waarschijnlijk is ook dit via [medeverdachte 2] gegaan. [medeverdachte 1] was mee naar de Kamer van Koophandel toen [bedrijf 5] op zijn naam werd overgeschreven. Hij heeft geen stukken opgemaakt voor dit bedrijf.124 [betrokkene 15] heeft voorts verklaard dat een van de besloten vennootschappen van verdachte die onder [bedrijf 11] zijn gehangen, [bedrijf 5] was. Toen hij medio 2009 werd gebeld door de ABN-Amrobank die vroeg naar werkgeversverklaringen met betrekking tot [bedrijf 5] in verband met verstrekte hypotheken, heeft hij gezegd dat dat complete onzin was want [bedrijf 5] had geen activiteiten en geen personeel.125 Ook [betrokkene 13] geeft aan dat dit bedrijf van verdachte is. Hij is zelf op het adres geweest waar dit bedrijf volgens de Kamer van Koophandel gevestigd is. Volgens [betrokkene 13] was daar een loods waar geen activiteiten in plaatsvonden.126 Op grond van het voorgaande staat vast dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring op basis waarvan de Rabobank werd bewogen tot het aangaan van een hypothecaire lening, vals zijn. Als gevolg van dit samenweefsel van verdichtsels is de Rabobank bewogen tot de afgifte van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van 253.500 euro, waaronder 46.600 euro aan bouwdepot. Wie is hierbij betrokken? Uit voormelde verklaringen volgt dat ook met betrekking tot deze woning verdachte in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] en [betrokkene 5] de oplichting van de Rabobank heeft gepleegd, waarbij [betrokkene 5] is opgetreden als katvanger voor verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] zich de valse hoedanigheid van werkgever van [betrokkene 5] heeft aangemeten. Ook hier vindt de rechtbank voor wat betreft de betrokkenheid van [medeverdachte 2] nog een extra bevestiging in de omstandigheid dat in de werkgeversverklaring wordt vermeld "Vaste maandag". De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hiervoor daaromtrent reeds heeft overwogen. Zijn de facturen vals? [betrokkene 5] heeft de handtekening op zowel de offerte van [bedrijf 3] als de hiervoor genoemde facturen van [bedrijf 3] herkend als zijn handtekening. Hij heeft echter nooit een verbouwing aangevraagd of er opdracht voor gegeven, zo heeft hij verklaard.127 [betrokkene 10] voornoemd is vanaf 25 juni 2009 tot 1 juli 2009 bestuurder/enig aandeelhouder van [bedrijf 3] is geweest. In de periode van 17 december 2008 tot 25 juni 2009 was dat de reeds genoemde [betrokkene 18].128 Zoals hiervoor al overwogen gaat de rechtbank ervan uit dat [betrokkene 18] bij [bedrijf 3] dezelfde functie had als [betrokkene 10] ná hem en er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat [bedrijf 3] in de onderhavige periode wel activiteiten heeft ontplooid. Hierbij past dat uit de verklaring van de aangever blijkt dat bij een bezoek aan de woning is geconstateerd dat er geen verbouwing/verbetering aan de woning heeft plaatsgevonden.129 Gelet hierop kan ook met betrekking tot deze woning de conclusie geen andere zijn dan dat er geen verbouwingen hebben plaatsgevonden en dat de onderhavige facturen vals zijn. Wie is erbij betrokken? [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij van [betrokkene 20] heeft hij gehoord dat de achternaam van de [voornaam 1] waarover hij heeft verklaard, [achternaam verdachte] was.130 [betrokkene 4] heeft voorts verklaard dat hij [betrokkene 5] naar de notaris heeft gebracht op verzoek van verdachte. Ook [betrokkene 5] is een katvanger, aldus [betrokkene 4].131 Gelet op de hiervoor reeds vastgestelde betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte 2] bij zowel [bedrijf 5] als [bedrijf 3], dient de conclusie te luiden dat verdachte ook bij deze woning in nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] de fraude met het bouwdepot heeft gepleegd. Hierbij past dat van het bedrag dat door de Rabobank vanuit het bouwdepot op 5 juni 2009 op de bankrekening van [bedrijf 3] is bijgeschreven, op diezelfde datum een bedrag van € 12.000,- wordt overgeboekt naar een rekening op naam van [bedrijf 19] en twee bedragen van respectievelijk € 1.000,- en € 8.800,- naar een rekening ten name van [medeverdachte 2]. Door [bedrijf 19] wordt daarna een bedrag van € 9.900,- overgemaakt naar een rekening ten name van [medeverdachte 2]. De aldus overgemaakte bedragen worden vervolgens contant opgenomen. Nadat op 18 juni 2009 een bedrag van € 24.700,- wordt bijgeschreven op de rekening van [bedrijf 3], wordt vervolgens wederom een bedrag van € 12.000,- overgeboekt naar een rekening van [bedrijf 19], een bedrag van € 6.300,- naar een rekening op naam van [medeverdachte 2] en een bedrag van € 6.400,- naar een rekening ten name van [betrokkene 10]. Alle bedragen worden daarna weer contant opgenomen.132 Ook hier weegt de rechtbank mee dat [betrokkene 10] heeft verklaard dat hij wist dat er bedragen van [bedrijf 3] op zijn rekening werden bijgeschreven en dat hij het geld contant heeft opgenomen en heeft afgedragen aan [medeverdachte 2] (onder inhouding van € 250,- per keer).133 Uit het dossier blijkt voorts dat [medeverdachte 2] in maart 2009 bestuurder is geweest van [bedrijf 19].134 Verder heeft [betrokkene 5] verklaard dat verdachte de grote man was135 en dat hij enkele weken na de koop van de woning van verdachte € 3.000,- heeft gekregen.136 Ook met betrekking tot deze woning komt de rechtbank tot de conclusie dat in ieder geval een deel van de gelden aan [medeverdachte 2] en verdachte ten goede is gekomen. Feit 2 - aangiften inkomstenbelasting [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [meisjesnaam betrokkene 2] Het onder dit feit gemaakte verwijt aan het adres van verdachte houdt in dat hij voor meerdere personen ([betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [meisjesnaam betrokkene 2]) aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan met het doel om belastingteruggaven te krijgen waar geen recht op heeft bestaan. Hiertoe zouden op de aangiften gefingeerde looninkomsten en ingehouden loonheffingen zijn opgenomen en valse jaaropgaven, een valse werkgeversverklaring en een valse salarisspecificatie aan de Belastingdienst zijn overgelegd. In het navolgende zullen de aangiften en daarbij behorende stukken worden weergegeven en zal aan de orde komen dat deze valselijk in strijd met de waarheid zijn opgemaakt. Vervolgens zal de betrokkenheid van verdachte en anderen worden besproken. Zijn de aangiften vals? I. [betrokkene 6] Op naam van [betrokkene 6] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 6]) is op 2 februari 2010 en met gebruikmaking van DigiD de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2005 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst.137 Op de aangifte staat een bedrag aan loon uit arbeid vermeld van € 9.080,- en een bedrag aan ingehouden loonheffing van € 3.084,-. Het totaal aan arbeidskorting loonheffing is volgens de aangifte € 0,-.138 Bij brief van 25 juli 2010 is een brief aan de Belastingdienst gezonden met de navolgende inhoud: "Geachte heer [medewerker belastingdienst 1], Via deze weg stuur ik de jaaropgaven van het jaar 2005 tot en met 2009 naar u toe. Tot mijn spijt deel ik u mede dat ik geen bankafschriften kan overleggen, omdat ik de betalingen deels contant en deels in natura zijn geweest. Ik hoop u voldoende ingelicht te hebben, Hoogachtend, [betrokkene 6]"139 Bij deze brief is onder meer een jaaropgaaf gevoegd over het jaar 2005 op naam van het bedrijf [bedrijf 20], met daarop een bedrag van € 9.080,- aan fiscaal loon, een bedrag van € 3.084,- aan loonheffing en een bedrag van € 0,- aan arbeidskorting.140 Over (onder meer) de nihil bedragen op de onderzochte aangiften inkomstenbelasting heeft getuige [medewerker belastingdienst 2], medewerkster van de Belastingdienst, verklaard dat op verschillende aangiften een te hoog bedrag aan loonheffing stond vermeld waarbij geen rekening was gehouden met de diverse heffingskortingen. Dit veronderstelt dat er geen loonbelastingtabel is toegepast op de looninkomsten. Want in de loonbelastingtabellen is al rekening gehouden met heffingskortingen. Ook staat op verschillende aangiften de rubriek arbeidskorting loonheffing niet ingevuld.141 Dat in de aangifte van [betrokkene 6] niet genoten loon en niet afgestane loonheffing staat vermeld en dat daarbij een valse jaaropgave is overgelegd, volgt verder uit de verklaring van [betrokkene 6] dat zij nooit heeft gewerkt en [bedrijf 20] niet kent. Zij heeft ook nooit aangiften ingediend, zij heeft nog nooit een DigiD-code aangevraagd en zij kent de brief aan de Belastingdienst niet. Verder weet zij niets van jaaropgaven over 2005 tot en met 2009, behalve dan dat ze vals zijn.142 Deze verklaring wordt ondersteund door de gegevens die bekend zijn bij de Belastingdienst, namelijk dat niets bekend is over looninkomsten en ingehouden loonheffing ten aanzien van [betrokkene 6].143 De conclusie is dan ook dat, nu deze is gebaseerd op valse stukken, de aangifte inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 6] valselijk in strijd met de waarheid is opgemaakt en ingediend. II. [betrokkene 7] Op naam van [betrokkene 7] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 7]) is op 16 februari 2010 de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2006 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst. De aangifte is verzonden met een softwarepakket in gebruik bij [bedrijf 7] (hierna: [bedrijf 7]).144 Op de aangifte staat een bedrag aan loon uit arbeid vermeld van € 20.794,- en een bedrag aan ingehouden loonheffing van € 7.376,-.145 Bij brief van 26 september 2010 is een brief aan de Belastingdienst gezonden met de navolgende inhoud: "Geachte mevrouw [medewerker belastingdienst 3], Naar aanleiding van uw brieven van 16 september 2010, met uw verzoek om de jaaropgaven over de jaren 2005, 2006 en 2007, toe te sturen, doe ik u bij deze toekomen. Met vriendelijke groet, [betrokkene 7]"146 Bij deze brief is onder meer een jaaropgaaf gevoegd over het jaar 2006 op naam van het bedrijf [bedrijf 21], met daarop een bedrag van € 20.794,- aan fiscaal loon, een bedrag van € 7.376,- aan loonheffing en een bedrag van € 0,- aan arbeidskorting.147 Voor dat laatste bedrag is ook hier de verklaring van getuige [medewerker belastingdienst 2] van de Belastingdienst relevant. Ook ten aanzien van [betrokkene 7] is bij de Belastingdienst niets bekend over looninkomsten en ingehouden loonheffingen148 en hij heeft zelf verklaard nooit in loondienst te hebben gewerkt149, ook niet voor [bedrijf 21]. Hij heeft verder verklaard dat hij de brief aan de Belastingdienst niet herkent, dat de daarop geplaatste handtekening niet zijn handtekening is en dat de daarbij overgelegde jaaropgaven vals zijn.150 De op de jaaropgaaf over het jaar 2006 gebaseerde aangifte inkomstenbelasting is derhalve valselijk in strijd met de waarheid opgemaakt en ingediend. III. [betrokkene 8] Op naam van [betrokkene 8] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 8]) is op 30 januari 2007 en met gebruikmaking van DigiD de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2006 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst.151 Op de aangifte staan twee namen van werkgevers of uitkeringsinstanties genoemd, te weten: 1. [bedrijf 23] en 2. [bedrijf 22]. Op de aangifte staan verder bedragen aan loon uit arbeid vermeld van 1. € 7.162,- en 2. € 28.128,- en bedragen aan ingehouden loonheffing van 1. € 968,- en 2. € 10.416,-. Het totaal aan arbeidskorting loonheffing is volgens de aangifte € 1.484,-.152 Weliswaar is [betrokkene 8] niet gehoord over deze aangifte, maar de rechtbank gaat er ook bij deze aangifte vanuit dat daarin gefingeerde bedragen zijn opgenomen. Bij de Belastingdienst is immers ook ten aanzien van [betrokkene 8] niets bekend over looninkomsten en ingehouden loonheffingen.153 Voorts rijmen deze gegevens van de Belastingdienst met de verklaring van [betrokkene 21], ten aanzien van wie ook aangiften inkomstenbelasting zijn onderzocht, dat zij niet weet van werkzaamheden van [roepnaam betrokkene 8] ([betrokkene 8]) - de zoon van haar man [betrokkene 17]154 - voor [bedrijf 22]155. Hierbij past dat [getuige 1]156, [getuige 2]157, [getuige 3]158 en [getuige 4]159, allen werknemers van [bedrijf 22], hebben verklaard de naam [achternaam betrokkene 8 en 17] niet te kennen. IV. [meisjesnaam betrokkene 2] Op naam van [meisjesnaam betrokkene 2] (met burgerservicenummer [nr betrokkene 2]) is op 18 februari 2010 en met gebruikmaking van DigiD de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2009 elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst.160 Op de aangifte staat een bedrag aan loon uit arbeid vermeld van € 39.735,- en een bedrag aan ingehouden loonheffing van € 15.149,-. Het totaal aan arbeidskorting loonheffing is volgens de aangifte (net als bij [betrokkene 6] en [betrokkene 7]) € 0,-. De naam van de werkgever staat niet op de aangifte vermeld.161 Zoals bij feit 1 (hypotheekfraude), pand [pand b], al aan de orde is gekomen, bevindt zich ten aanzien van [betrokkkene 2] in het dossier wel een werkgeversverklaring van [bedrijf 2], op 8 januari 2009 ondertekend door [medeverdachte 2] te Amsterdam, inhoudende dat [betrokkene 2] in de functie van manager een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft met [bedrijf 2] met als bruto jaarsalaris € 75.459,60, een vakantietoeslag van € 6.036,77 en een vaste 13e "maandag" van € 6.288,30 162, alsmede een salarisspecificatie van [bedrijf 2] van 28 februari 2009 voor wat betreft loon over februari 2009.163 Aansluitend op hetgeen daar ten aanzien van deze werkgeversverklaring en salarisspecificatie al is overwogen, te weten dat deze stukken vals zijn, is eveneens de conclusie gerechtvaardigd dat de daarop gebaseerde aangifte inkomstenbelasting valselijk in strijd met de waarheid is ingevuld en ingediend. Wie is hierbij betrokken? I., II. en III. [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [betrokkene 8] [betrokkene 6] en [betrokkene 22] hebben een relatie en samen twee kinderen164 en de broer van [betrokkene 22] is [betrokkene 7].165 Uit hun verklaringen volgt dat zij verdachte kennen van de ijshockeyvereniging omdat de zoon van [betrokkene 6] en [betrokkene 22] in hetzelfde team zat als een zoon van verdachte en166 en ook de zoon van [betrokkene 7] ijshockeyde167. [betrokkene 22] heeft verklaard dat '[voornaam 1]' (verdachte) hem had verteld dat er potjes waren waar je recht op had en dat hij vervolgens de gegevens van onder meer zijn broer en schoonzus aan verdachte heeft gegeven.168 [betrokkene 7] heeft vergelijkbaar over verdachte verklaard, namelijk dat hij zijn inkomstenbelasting wilde doen169 en dat hij zijn belastingpapieren voor de jaren 2007 tot en met september 2010 aan verdachte heeft gegeven.170 [betrokkene 6] heeft verklaard dat zij er door verdachte op werd gewezen dat ze recht had op kinderopvangtoeslag, dat verdachte dat zou regelen, dat hij toen haar identiteitsbewijs en bankrekeningnummer heeft gevraagd en dat zij wel eens grote bedragen op haar rekening bijgeschreven heeft gekregen.171 [betrokkene 8] is de zoon van [betrokkene 17].172 [betrokkene 17] heeft verklaard dat hij voor verdachte werkzaamheden heeft verricht en dat verdachte zijn belastingzaken deed en dat zijn post werd verzonden naar het adres [adres bedrijf 7], waar [bedrijf 7] (de rechtbank begrijpt: [bedrijf 7], welk [bedrijf 15] ook bij de aangiften omzetbelasting aan de orde zal komen) kantoor hield.173 [bedrijf 7] - met wiens softwarepakket de aangifte inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 7] ook is verzonden - is het administratiekantoor van [medeverdachte 3]174 en [medeverdachte 3] heeft over [bedrijf 7] verklaard dat verdachte de beschikking had over de rekening en de bankpassen van [bedrijf 7].175 Voormelde verklaringen vinden steun in andere bewijsmiddelen. Zo zijn de aangiften inkomstenbelasting ook op andere wijze in verband te brengen met aan verdachte gelieerde bedrijven. De aangiften inkomstenbelasting van [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [meisjesnaam betrokkene 2] zijn immers verzonden vanaf het IP-adres van [bedrijf 24] (hierna: [bedrijf 24]), [ip-adres bedrijf 24], welk bedrijf ook bij de aangiften omzetbelasting terug zal komen. Over het bedrijf [bedrijf 24] vermeldt het dossier onder meer dat dit [bedrijf 15] op naam heeft gestaan van [bedrijf 16] - een oude Stichting van [medeverdachte 3]177 - en van [betrokkene 12].178 [betrokkene 12] heeft dan weer verklaard dat hij [bedrijf 24] heeft overgedaan op verdachte179 en dat hij op initiatief van verdachte en met [medeverdachte 1] naar de Kamer van Koophandel is gegaan, waar [bedrijf 24] en [bedrijf 16] van zijn naam zijn overgeschreven op naam van iemand anders.180 Verder zijn teruggaven inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 7] en [betrokkene 8] door de Belastingdienst overgemaakt naar een rekening op naam van [bedrijf 7] (zie hiervoor ten aanzien van [bedrijf 7]) en zijn teruggaven inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 22], [betrokkene 7] en [betrokkene 6] (de ex-vrouw van [betrokkene 7]181) overgemaakt naar een rekening op naam van [bedrijf 16]182, op welke BV de zojuist weergegeven verklaring van [betrokkene 12] ook slaat. [betrokkene 12] heeft in dit verband nog verklaard dat hij op naam van [bedrijf 16] twee bankrekeningen heeft geopend183 en dat hij de betaalpassen en codes aan verdachte heeft gegeven.184 Dit brengt mee dat aan verdachte in elk geval een deel van de door de Belastingdienst overgemaakte gelden ter beschikking zijn komen te staan. Bovendien heeft de FIOD bij een doorzoeking in het pand aan [adres 1] - waarover [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dat pand bij [medeverdachte 2] en bij verdachte in gebruik was -185 op 8 maart 2011 twee USB-sticks aangetroffen in een doosje waarin normaalgesproken nietjes zitten. Op die USB-sticks zijn onder meer de jaaropgaven 2005 tot en met 2009 op naam van [betrokkene 6] en de jaaropgaven 2005 tot en met 2009 op naam van [betrokkene 7] aangetroffen, alsmede de brief op naam van [betrokkene 7] van 26 juli 2010 aan de Belastingdienst186 en een lijst met mappen met de namen van diverse personen, onder wie [betrokkene 8].187 Op 7 maart 2011 om 12:58 uur wordt de gebruiker van het toestel met nummer [telefoonnr 1] wiens stem wordt herkend als de stem van [medeverdachte 2] - gebeld door een man over wiens stem een medewerker van de FIOD op ambtsbelofte heeft verklaard dat zij die herkent als de stem van verdachte. De beller (B) en de gebelde (G) voeren vervolgens het volgende gesprek: B: In je computer. Dat kleine ding. Waar? G: Naast de printer in het blauwe doosje. B: Dat kleine stickje, heb ik het over. G: Naast de printer in het blauwe doosje.188 Enkele minuten later wordt het toestel opnieuw gebeld, ditmaal door een man wiens stem is herkend als die van [medeverdachte 1], de zoon van verdachte. Vervolgens ontspint zich tussen beller en gebelde het volgende gesprek: B: Waar lag ie nou precies? G: Naast mijn printer links ligt een doosje waar normaal nietjes in zitten.189 De rechtbank concludeert op basis van de ambtsedige stemherkenning, bezien in samenhang met het feit dat verdachte over een ander telefoongesprek, te weten die van 12 januari 2011 om 14.51 uur (zie hierover nader bij de aangiften omzetbelasting), heeft verklaard dat dat een gesprek is dat hij heeft gevoerd en waar hij ook aan zijn stem is herkend190, dat het inderdaad verdachte is geweest die met [medeverdachte 2] een gesprek heeft gevoerd over een USB-stick met daarop documenten die een cruciale rol spelen in het onderhavige verwijt en die hij kennelijk nodig had. De naam van [medeverdachte 2] komt ook nog terug in andere verklaringen, bijvoorbeeld in de verklaring van [betrokkene 17] voornoemd, inhoudende dat hij weet dat [medeverdachte 3] de boekhouder is van verdachte en dat [medeverdachte 2] naar zijn weten de belastingspecialist van verdachte is.191 Verder heeft [medeverdachte 3] verklaard dat [medeverdachte 2] meer van de inkomstenbelasting was dan [medeverdachte 3] zelf 192 en [betrokkene 15] heeft eveneens verklaard over de betrokkenheid van [medeverdachte 2] naast verdachte bij het doen van aangiften inkomstenbelasting.193 Conclusie Uit het voorgaande volgt dat verdachte, als degene aan wie verschillende personen hun belastingzaken uit handen hadden gegeven en aan wie zij hun gegevens hadden verschaft, als degene die het voor het zeggen had in [bedrijf 24] en de beschikking had over de bankpassen van BV's op wiens rekening belastingteruggaven werden gestort en als degene die direct kon beschikken over USB-sticks met daarop valse jaaropgaven en namen van degenen op wiens naam valse aangiften inkomstenbelasting bij de Belastingdienst zijn ingediend, zich schuldig heeft gemaakt aan het doen van die valse aangiften. De verklaringen van [medeverdachte 3], de verklaringen over [medeverdachte 2] en de tap van 7 maart 2011 om 12:58 uur duiden er verder op dat verdachte dit niet alleen maar samen met anderen heeft gedaan. IV. [meisjesnaam betrokkene 2] Dezelfde conclusie heeft te gelden voor de aangifte inkomstenbelasting op naam van [meisjesnaam betrokkene 2]. Hiervoor kan worden verwezen naar de weergegeven verklaringen en overwegingen en de daarop gebaseerde conclusie ten aanzien van feit 1 (hypotheekfraude), pand [pand b] Den Haag en de rol van verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daarbij, en naar de zojuist gegeven overwegingen ten aanzien van de aangiften inkomstenbelasting op naam van [betrokkene 6], [betrokkene 22] en [achternaam betrokkene 8 en 17], waarbij de naam van [meisjesnaam betrokkene 2] bij het gebruikte IP-adres op naam van [bedrijf 24], volgens de verklaring van [betrokkene 12] een BV van verdachte, ook is terug te vinden. Feit 3 - aangiften omzetbelasting [bedrijf 6], [bedrijf 7], [bedrijf 9] en [bedrijf 5] Hierbij gaat het nog om vier bedrijven waarbij het verwijt dat verdachte ten aanzien van drie daarvan ([bedrijf 6], [bedrijf 7] en [bedrijf 9]) wordt gemaakt, luidt dat hij samen met een ander of anderen - overwegend met overlegging van valse facturen - niet daadwerkelijk betaalde omzetbelasting als voorbelasting op de aangiften omzetbelasting heeft vermeld. Het verwijt dat verdachte ten aanzien van het bedrijf [bedrijf 5] wordt gemaakt is dat hij samen met een ander of anderen een aangifte omzetbelasting heeft ingediend, terwijl met het [bedrijf 7] geen activiteiten werden verricht. In het navolgende zullen achtereenvolgens de aangiften, de valsheid van die aangiften en de betrokkenheid van verdachte en anderen bij die aangiften aan de orde komen. Hoe zien de aangiften eruit? I. [bedrijf 6] Ten name van [bedrijf 6] is een aangifte omzetbelasting elektronisch via internet bij de Belastingdienst ingediend. Het gaat dan om de aangifte omzetbelasting over het tijdvak derde kwartaal 2009, binnengekomen bij de Belastingdienst op 30 september 2009 om 11.49 uur.194 In deze aangifte zijn dusdanige bedragen aan totale omzetbelasting en voorbelasting vermeld, dat teruggave is gevraagd van een bedrag van de Belastingdienst, te weten een bedrag van € 155.435,- (opgegeven totale omzetbelasting van € 25.491,- minus voorbelasting van € 180.926,-).195 II. [bedrijf 7] en [bedrijf 9] Ten name van [bedrijf 7] en [bedrijf 9] (hierna: [bedrijf 9]) zijn aangiften omzetbelasting bij de Belastingdienst ingediend. Het gaat dan om de volgende aangiften: a. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak derde kwartaal 2009, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 30 september 2009 om 12.30 uur196, b. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak april/mei 2010, per post en op schrift binnen gekomen bij de Belastingdienst op 3 juni 2010197 198, c. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak juni 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 30 juli 2010199, alsmede een suppletie aangifte over datzelfde tijdvak200 201, d. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak augustus 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 20 september 2010202, e. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak september 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 18 oktober 2010203, f. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak derde kwartaal 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 21 oktober 2010204 en g. de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak vierde kwartaal 2010, elektronisch via internet binnengekomen bij de Belastingdienst op 14 januari 2011205. In deze aangiften zijn dusdanige bedragen aan totale omzetbelasting en/of voorbelasting vermeld, dat steeds teruggave is gevraagd van een bedrag van de Belastingdienst: a. opgegeven totale omzetbelasting van € 8.327,- minus voorbelasting van € 17.009,- = € 8.682,- 206, b. opgegeven totale omzetbelasting van € 799,- minus voorbelasting van € 4.914,- = € 4.115,- 207, c. opgegeven voorbelasting van € 83,- (aangifte van 30 juli 2010)208 plus opgegeven voorbelasting van € 4.329,- (suppletie aangifte)209 210, d. opgegeven totale omzetbelasting van € 962,- minus voorbelasting van € 9.331,- = € 8.369,-211, e. opgegeven voorbelasting van € 13.445,-212, f. opgegeven totale omzetbelasting van € 1.159,- minus voorbelasting van € 3.735,- = € 2.576,-213 en g. opgegeven totale omzetbelasting van € 1.998,- minus voorbelasting van € 7.953,- = € 5.955,-214. III. [bedrijf 5] Ten name van [bedrijf 5] is een aangifte omzetbelasting elektronisch via internet bij de Belastingdienst ingediend. Het gaat dan om de aangifte omzetbelasting over het tijdvak eerste kwartaal 2009, binnengekomen bij de Belastingdienst op 13 april 2009 om 18.24 uur215 via IP-adres [ip-adres 2]. In deze aangifte zijn dusdanige bedragen aan totale omzetbelasting en voorbelasting vermeld, dat teruggave is gevraagd van een bedrag van de Belastingdienst, te weten een bedrag van € 109.354,- (opgegeven totale omzetbelasting van € 77.832,- minus voorbelasting van € 187.186,-).217 Zijn de aangiften vals? I. [bedrijf 6] Dat de aangifte ten name van [bedrijf 6] valselijk en in strijd met de waarheid is opgemaakt, leidt de rechtbank af uit de factuur van [bedrijf 25] aan [bedrijf 6] d.d. 28 augustus 2009 voor een bedrag van € 1.059.100,- inclusief € 169.100,- BTW voor de levering van een [bedrijf 25] hydraulische vouwkraan, die ter onderbouwing van deze aangifte aan de Belastingdienst is overgelegd.218 Derdenonderzoek door de Belastingdienst bij het [bedrijf 19][bedrijf 25] heeft immers uitgewezen dat door [bedrijf 25] slechts een pro forma factuur ten behoeve van [bedrijf 6] is opgemaakt en dat levering van het in die factuur opgenomen product niet heeft plaats gevonden.219 [medeverdachte 3] heeft ook verklaard dat hij zijn twijfels had over de juistheid van de facturen in de administratie van [bedrijf 6] omdat er volgens hem nooit zo veel activiteiten in [bedrijf 6] hebben gezeten. Hij heeft de factuur met betrekking tot de hijskraan ingeboekt in de administratie en deze naderhand ook weer tegengeboekt. Hij weet verder dat er speciaal voor de controle van de Belastingdienst was geregeld dat een demonstratie van de hijskraan gegeven zou kunnen worden, welke demonstratie uiteindelijk niet door is gegaan.220 Uit dit alles volgt dat de omzetbelasting als vermeld op deze factuur ten onrechte als voorbelasting op de aangifte over het derde kwartaal 2009 is opgevoerd en dat daarmee (ook) een gefingeerd en/of te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting in de aangifte is opgenomen. II. [bedrijf 7] en [bedrijf 9] [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de administratie van het bedrijf [bedrijf 7] heeft gedaan221 en dat hij ook de administratie van [bedrijf 9] over het jaar 2010 heeft gedaan.222 Bij de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over het tijdvak april/mei 2010 zijn facturen van [bedrijf 26] van 13 april, 28 april en 21 mei 2010 en een factuur van de [bedrijf 27] van 7 mei 2010 (met een totaal van € 4.914,- aan BTW) gevoegd.223 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat deze facturen vals zijn.224 225 Ook bij de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] over de tijdvakken juni en augustus 2010 zijn volgens de verklaring van [medeverdachte 3]226 227 facturen overgelegd die vals zijn, namelijk facturen van de [bedrijf 32] aan [bedrijf 9] van 22 juni 2010 (met een bedrag van € 4.329,15 aan BTW)228 en van 4 augustus en 19 augustus 2010 (met tezamen een totaal van € 9.280,55 aan BTW)229. [medeverdachte 3] heeft de administratie van [bedrijf 9] ook aan de Belastingdienst overhandigd en vervolgens heeft het FIOD-ECD de administratie onderzocht. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de administratie niet overeen komt met de inhoud van de aangiften omzetbelasting.230 Zo zijn er nog facturen uitgeschreven aan [bedrijf 28] in Urlati-Prahova (Roemenië) in de maanden april tot en met augustus en oktober tot en met december 2010.231 Deze facturen zijn niet in de aangiften van de betreffende maanden opgenomen maar in de aangifte van december 2010 verwerkt. Dit terwijl in het VIES (VAT Information Exchange System) is vastgelegd dat het BTW-nummer van [bedrijf 28] per 1 augustus 2010 is komen te vervallen. Verder zijn in september 2010 meerdere facturen uitgeschreven, gedateerd 23 september 2010, aan [bedrijf 29] voor de levering van auto's.232 Voor die facturen zijn in dezelfde maand, op 30 september 2010, weer creditfacturen uitgeschreven.233 De facturen zijn wel overgelegd ter onderbouwing van de aangifte omzetbelasting over september 2010. Ten aanzien van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 7] heeft de Belastingdienst na ontvangst van de aangiften verzocht om die te staven met een specificatie voorbelasting en met facturen. Bij brieven van 13 oktober 2009234 (derde kwartaal 2009), 29 oktober 2010235 (derde kwartaal 2010) en 31 januari 2011236 (vierde kwartaal 2010) zijn steeds een specificatie voorbelasting en (minimaal) tien facturen (met de hoogste bedragen aan voorbelasting) aan de Belastingdienst gezonden. Bij brief van 13 oktober 2009 is een specificatie aan de Belastingdienst overgelegd waarop een bedrag van € 17.008,95 aan voorbelasting is vermeld en waarbij de volgende facturen aan de Belastingdienst zijn overgelegd: - drie facturen van [bedrijf 24] aan [bedrijf 7] (van 3 juli, 31 juli en 31 augustus 2009)237, - twee facturen van [bedrijf 30] aan [bedrijf 7] (van 2 september en 28 september 2009)238, - drie facturen van [bedrijf 29] aan [bedrijf 7] (van 24 juli, 3 september en 22 september 2009)239 en - twee facturen van [bedrijf 31] aan [bedrijf 7] (van 31 augustus en 28 september 2009)240. De specificatie die bij brief van 29 oktober 2010 aan de Belastingdienst is overgelegd vermeldt een bedrag van € 3.734,93 aan voorbelasting en daarbij zijn onder meer vijf facturen van [bedrijf 29] aan [bedrijf 7] (van 26 juli, 5 augustus, 26 augustus (twee maal) en 27 augustus 2010)241 en facturen van de [bedrijf 32] aan [bedrijf 7] (van 14 augustus en 31 augustus 2010) 242 overgelegd. Bij brief van 31 januari 2011 is ten slotte een specificatie met een bedrag van € 7.952,01 aan voorbelasting en met facturen van [bedrijf 29] aan [bedrijf 7]] (van 13 april, 28 juni, 27 januari, 27 april en 26 oktober 2010 en van 31 december, 22 december, 24 november en 24 december 2009)243 en een factuur van [bedrijf 33] d.d. 23 december 2010 aan de Belastingdienst overgelegd. [medeverdachte 3] heeft over de administratie van [bedrijf 7] verklaard dat de facturen van [bedrijf 24], [bedrijf 31] en [bedrijf 30] vals zijn.244 De werkzaamheden op die facturen zijn niet verricht en de facturen zijn eerst opgesteld nadat de Belastingdienst had verzocht om een onderbouwing van de aangifte omzetbelasting.245 Voor de facturen van de [bedrijf 32]246 247 en van Bouw[bedrijf 2].[bedrijf 33]248 geldt volgens zijn verklaring hetzelfde. Dit alles leidt tot geen andere conclusie dan dat in de aangiften van [bedrijf 7] en [bedrijf 9] bedragen aan voorbelasting zijn opgenomen die (mede) zijn gestoeld op valse facturen, zodat steeds gefingeerde en/of te hoge bedragen aan voorbelasting zijn opgenomen en daarmee gefingeerde en/of te hoge bedragen aan terug te vragen/krijgen omzetbelasting zijn opgenomen. III. [bedrijf 5] Ten aanzien van feit 1 (hypotheekfraude) is dit bedrijf al aan de orde gekomen. Dezelfde overwegingen die hebben geleid tot de conclusie dat de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie die bij de aanvraag van de hypotheek voor het pand [pand e] vals zijn, dragen ook hier de conclusie dat de aangifte omzetbelasting van dit [bedrijf 15] over het eerste kwartaal 2009 valselijk en in strijd met de waarheid moet zijn opgemaakt. Een bedrijf zonder enige activiteit kan immers ook niet worden geacht omzetbelasting terug te vragen bij de Belastingdienst, zodat in die aangifte enkel gefingeerde bedragen zijn opgenomen. Wie is hierbij betrokken? Het bedrijf [bedrijf 6] is eerder ook al bij feit 1 (hypotheekfraude, met betrekking tot het pand [pand d]) aan de orde geweest. Dit bedrijf is van [medeverdachte 3] geweest en hij heeft verklaard dat hij deze BV in de loop van 2009 heeft verkocht249 aan [betrokkene 10]. Verder heeft hij verklaard dat de bankrekening van [bedrijf 6] bij die overname is meegegaan en dat verdachte de beschikking had over deze bankrekening.250 Bij feit 1 is verder melding gemaakt van de wijze waarop [bedrijf 6] is overgedragen door [medeverdachte 3] aan [betrokkene 10] en van de rol van verdachte daarbij volgens [betrokkene 10]. [betrokkene 10] heeft immers verklaard dat hij als katvanger voor verdachte is opgetreden en in die hoedanigheid het bedrijf van 24 april 2009 tot 1 mei 2009 op zijn naam heeft doen zetten en dat hij af en toe zakgeld kreeg van verdachte. Ook het bedrijf [bedrijf 5] is eerder besproken bij feit 1 (hypotheekfraude met betrekking tot het pand [pand e]). Over dit bedrijf, dat van 16 maart 2009 tot 1 juni 2009 op zijn naam heeft gestaan, heeft [betrokkene 10] hetzelfde verklaard als over [bedrijf 6]. Ook [betrokkene 15] en [betrokkene 13] hebben over dit bedrijf verklaard en die verklaringen komen er in de kern op neer dat [bedrijf 5] een bedrijf van verdachte was. Vanaf 11 mei 2009 respectievelijk 1 juni 2009 zijn de aandelen en het bestuurderschap overgenomen door [bedrijf 11].251, ook een bedrijf dat al eerder is besproken bij feit 1 (hypotheekfraude met betrekking tot de panden [pand a] en [pand c]). Zoals reeds overwogen heeft [betrokkene 11] over [bedrijf 11] verklaard dat hij op verzoek van verdachte bestuurder is geworden van dat [bedrijf 5] en heeft [betrokkene 15] verklaard dat [bedrijf 5] een van de besloten vennootschappen is van verdachte die onder [bedrijf 11] zijn gehangen. Zoals reeds overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte het in deze BV's voor het zeggen had. Dat verdachte het ook in de andere BV's voor het zeggen had en invloed had op de aangiften omzetbelasting, blijkt verder uit het volgende. [medeverdachte 3] heeft ten aanzien van de aangiften omzetbelasting op naam van [bedrijf 7].252 253 254 (zijn administratiekantoor255) en [bedrijf 9] (met uitzondering van de aangifte april/mei 2010)256 257 verklaard dat hij de aangiften heeft ingevuld en naar de Belastingdienst heeft gezonden. Dat de aangiften van die twee bedrijven aan elkaar te linken zijn, valt ook op te maken uit het gegeven dat verschillende aangiften omzetbelasting van deze twee bedrijven van hetzelfde IP-adres naar de Belastingdienst zijn gezonden. De aangiften omzetbelasting ten name van [bedrijf 9] (juni, september en oktober 2010.) - met uitzondering van de suppletie aangifte (juni 2010) - zijn immers ontvangen via hetzelfde IP-adres van waar de aangifte omzetbelasting ten name van [bedrijf 7] over het tijdvak derde kwartaal 2010 is ingediend, te weten IP-adres [ip adres 3] De suppletie aangifte ten name van [bedrijf 9] van juni 2010 is ontvangen via IP-adres [ip adres 4] Van datzelfde IP-adres is de aangifte omzetbelasting over het tijdvak tweede kwartaal 2010 van [bedrijf 7] (niet ten laste gelegd) ingediend.260 Over de wijze waarop de aangiften omzetbelasting tot stand zijn gekomen heeft [medeverdachte 3] bij zijn verklaringen over [bedrijf 7] verklaard dat hij - als hij aangiften invulde - de bedragen mondeling kreeg aangeleverd en dat hij op het moment dat de Belastingdienst vragen ging stellen, de verschillen (de rechtbank begrijpt: tussen de bedragen in de aangiften en de administratie) door gaf. Hij kreeg vervolgens facturen om de verschillen af te dichten. Ook heeft hij verklaard dat hij vermoedt dat [medeverdachte 2] deze facturen maakte.261 Bij zijn verklaringen over [bedrijf 9] heeft hij wederom verklaard dat hij stukken kreeg aangeleverd262, dat hij mondeling door kreeg welke bedragen er op facturen moesten komen te staan en dat hij wist dat het niet goed zou komen op het moment dat hij de stukken aan de Belastingdienst gaf.263 Hoewel hij hierbij niet de naam van verdachte heeft genoemd als degene die hem die bedragen mondeling doorgaf en aan wie hij de verschillen tussen de aangiften en de administratie meldde, kan het niet anders zijn dan dat hij hiermee heeft gedoeld op verdachte. Hij heeft immers verklaard: "[persoon 5] had destijds [bedrijf 7] en wilde daarvan af. Dit was verders een schone BV. Ik heb dit toen met [voornaam 1] [achternaam verdachte] besproken en [voornaam 1] zei toen trek maar naar je toe. Dit is toen via [betrokkene 10] gegaan. Om het op deze manier te doen, was het idee van [voornaam 1] [achternaam verdachte]."264 [medeverdachte 3] heeft verder verklaard dat verdachte de beschikking had over de rekening en de bankpassen van [bedrijf 7].265 en dat hij incidenteel wel eens op verzoek van verdachte contant geld heeft opgenomen. Hij kreeg dan de bankpas mee van verdachte en gaf het opgenomen geld ook aan hem. Hij weet dat hij op die wijze in elk geval geld heeft opgenomen van de rekening van [bedrijf 7].266 Deze rol van verdachte bij het doen van de aangiften omzetbelasting wordt bevestigd door een afgeluisterd gesprek van 12 januari 2011 om 14.51 uur tussen verdachte en [medeverdachte 3]267, welk gesprek in het dossier - voor zover relevant - als volgt is weergegeven: "Lukt het met dat [bedrijf 9] afmaken vraagt verdachte. Ik moet even kijken hoe we nou met de rest omgaan, met name ook met die waar we het gisteren over hadden, halen we hem eruit laten we hem erin zegt [medeverdachte 3]. Het moet morgen gewoon even afgemaakt worden van verdachte. En dat [bedrijf 7] wanneer gooi je dat eruit vraagt verdachte. [medeverdachte 3] hoopt het vanmiddag nog af te krijgen, maar die kan er morgen ook uit."268 De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij in dit gesprek slechts aan [medeverdachte 3] heeft gevraagd of '[bedrijf 9]' en '[bedrijf 7]' er al uit waren omdat [medeverdachte 3] als secretaris en penningmeester van de ijshockeyvereniging nodig was voor het op korte termijn verrichten van werkzaamheden voor die vereniging, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Met deze uitleg valt immers niet te rijmen dat [medeverdachte 3] tegen verdachte zegt: "Ik moet even kijken hoe we nou met de rest omgaan, met name ook met die waar we het gisteren over hadden" en aan verdachte vraagt: "halen we hem eruit laten we hem erin". De aangifte omzetbelasting op naam van [bedrijf 7] over het vierde kwartaal 2010 is bovendien twee dagen na dat gesprek door de Belastingdienst ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit telefoongesprek veeleer dat verdachte invloed had op de inhoud van de aangiften van [bedrijf 7] en [bedrijf 9] en het tijdstip waarop die moeten worden ingediend. Hierbij past dat iemand die net als in het voorgaand gesprek door de FIOD aan zijn stem wordt herkend als zijnde verdachte, zich in verschillende gesprekken uitgeeft voor [persoon 1] van [bedrijf 9]. [persoon 1] is immers niet alleen degene die op de aangiften over juni, augustus en september 2010 steeds als contactpersoon van [bedrijf 9] en als degene die de aangiften heeft ondertekend, staat vermeld269 maar ook degene die vanaf 20 april respectievelijk 20 mei 2010 bij de Kamer van Koophandel als enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 9] staat ingeschreven.270 Nu verdachte ter terechtzitting heeft erkend dat hij op 12 januari 2011 om 14.51 uur de gesprekspartner is geweest van [medeverdachte 3] (zie hiervoor), heeft de rechtbank geen enkele aanleiding te twijfelen aan de stemherkenning door de FIOD in de andere gesprekken. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte ook telefonische gesprekken heeft gevoerd over de facturen aan [bedrijf 29] van 23 september 2010 die in dezelfde maand weer zijn gecrediteerd maar wel zijn overgelegd ter onderbouwing van de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 9] over september 2010. Zo bestaat een gesprek van 18 januari 2011 om 14.17.44 uur tussen verdachte en [persoon 2]. Het gesprek wordt in het dossier als volgt weergegeven: "Die import die jij gedaan hebt die hebben wij gecrediteerd die hebben we vandaag naar jou opgestuurd zegt [verdachte]. Ik weet dat zegt [persoon 2]. Nee ook die nota's die jij hebt gekregen zijn gecrediteerd zegt [verdachte]. Het zal wel [voornaam 2] zegt [persoon 2]. Als ik het uit moet zoeken wat je verleden week precies zei, dat is prima zal ik het uitzoeken ook, precies zo zegt [verdachte]. Dus duidelijk, nogmaals die vijf nota's die uitgeschreven (fon) van die auto's zijn waar de auto's niet van geleverd zijn zijn gecrediteerd naar jou toe, voor de duidelijkheid zegt [verdachte]. Als je me wilt spreken, weet je me te vinden." 271 Uit al deze gesprekken blijkt zoveel temeer dat verdachte nauw betrokken was bij (de aangiften omzetbelasting van) [bedrijf 9]. De samenhang tussen de bedrijven en de betrokkenheid van verdachte daarbij, blijkt verder uit het feit dat zich in de administratie van [bedrijf 6] buiten voornoemde factuur van het [bedrijf 15] ook facturen van [bedrijf 24] (d.d. 17 juli 2009, 31 juli 2009, 14 augustus 2009, 28 augustus 2009, 11 september 2009 en 25 september 2009) en [bedrijf 31] (d.d. 30 september 2009) bevinden. Immers de Belastingdienst heeft ook deze facturen aan de FIOD overhandigd.272 Van deze bedrijven zijn eveneens valse facturen aan de Belastingdienst overhandigd ter ondersteuning van de aangifte op naam van [bedrijf 7] over het derde kwartaal 2009. Een andere link tussen de aangiften van [bedrijf 6] en [bedrijf 7] is het tijdstip waarop de aangiften omzetbelasting over het derde kwartaal 2009 zijn binnengekomen bij de Belastingdienst. Het verschil tussen het tijdstip van het indienen van die aangifte op naam van [bedrijf 6] en het tijdstip van het indienen van die aangifte op naam van [bedrijf 7] bedraagt nog geen drie kwartier. Over het bedrijf [bedrijf 24] kan worden verwezen naar hetgeen bij de aangiften inkomstenbelasting is overwogen. [bedrijf 24] is immers in handen geweest van [bedrijf 16] - een oude Stichting van [medeverdachte 3]273 - en van [betrokkene 12]274 en hierover heeft [betrokkene 12] verklaard dat hij [bedrijf 24] heeft overgedaan op verdachte275 en dat hij op initiatief van verdachte met [medeverdachte 1] naar de Kamer van Koophandel is gegaan, waar [bedrijf 24] en [bedrijf 16] zijn overgeschreven op naam van iemand anders.276 Vanaf het IP-adres van [bedrijf 24] ([ip adres bedrijf 24]) is de aangifte omzetbelasting van december 2009 op naam van [bedrijf 6] (niet ten laste gelegd) bij de Belastingdienst ingediend277 en de aangifte omzetbelasting van [bedrijf 24] over het eerste kwartaal 2009 is verzonden vanaf hetzelfde IP-adres als waarvandaan de onderhavige aangifte omzetbelasting van [bedrijf 5] is verzonden.278 De rol van verdachte kan ten slotte ook nog worden afgeleid uit de geldstromen naar aanleiding van de teruggaven van de Belastingdienst. Zo is na verrekening van kosten en andere aanslagen ten aanzien [bedrijf 6] op 27 oktober 2009 door de Belastingdienst een bedrag van € 154.977,- overgemaakt naar Postbank rekeningnummer [rekeningnr bedrijf 6]. Dit is blijkens dagafschriften280 een bankrekening op naam van [bedrijf 6]. In de dagen na 27 oktober 2009 (t/m 2 november 2009) is middels overschrijvingen en contante geldopnames in totaal een bedrag van € 154.000,- van de rekening van [bedrijf 6] gehaald. De bedragen die zijn overgemaakt naar andere rekeningen zijn onder meer overgeschreven naar een rekening op naam van [bedrijf 4].281 282 Zoals blijkt uit feit 1 is dit [bedrijf 7] gebruikt bij de hypotheekfraude met betrekking tot het pand [pand d]. Op het moment dat de bedragen naar de rekening van [bedrijf 4] worden overgemaakt, is [bedrijf 11] de aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 4] en daarvoor was dat [bedrijf 6] en ook [bedrijf 16]. Dit zijn allemaal vennootschappen waarvan al is geoordeeld dat verdachte hierin zeggenschap had. Van IP-adressen van waar aangiften omzetbelasting op naam van [bedrijf 4] (van februari/maart en mei 2009) zijn verzonden, is ook aangifte gedaan door [bedrijf 3] en [bedrijf 17] (februari/maart 2009) en door [bedrijf 24], [bedrijf 5] en [bedrijf 17] (mei 2009).283 Verder heeft de Belastingdienst het bedrag waarvan over het eerste kwartaal 2009 door [bedrijf 5] teruggave werd verzocht (na verrekening) op 14 mei 2009 uitbetaald op bankrekening nummer [rekeningnr bedrijf 3]. Dat rekening nummer staat op naam van [bedrijf 3] (zie hypotheekfraude, pand [pand c]).284 Op 14 en 15 mei 2009 is die teruggaaf middels overschrijvingen en een contante opname (van € 1.000,-) van de rekening van [bedrijf 3] gehaald. De overschrijvingen die hebben plaatsgevonden zijn de volgende: - € 24.600,- en € 40.000,- op 14 mei 2009 en € 22.000,- op 15 mei (totaal € 86.600,-) naar rekening nummer [rekeningnr medeverdachte 2] op naam van [medeverdachte 2], - € 7.500,- op 15 mei 2009 naar rekening nummer [rekeningnr betrokkene 10] op naam van [betrokkene 10] en - € 27.700,- op 14 mei 2009 en € 1.566,47 op 15 mei 2009 naar rekening nummer [rekeningnummer bedrijf 19] op naam van [[bedrijf 19]] (zie ook hypotheekfraude, pand [pand c]). Op 14 en 15 mei 2009 hebben vervolgens kasopnames (van twee maal € 12.000,-) en overschrijvingen plaatsgevonden naar onder meer [betrokkene 14] (nummer [rekeningnr betrokkene 14]) en naar [persoon 3] (nummer [rekeningnr persoon 3])) van de rekening van [medeverdachte 2] voor in totaal € 88.000,-.285 [betrokkene 14] is de moeder van verdachte.286 [persoon 3] is de schoonmoeder van [medeverdachte 1].287 De bankpas van het bankrekeningnummer op naam van [persoon 3] was in het bezit van verdachte en is in de woning aan [adres verdachte], waar verdachte woonachtig was288 - aangetroffen.289 Dit alles: - de bepalende rol van verdachte in de bedrijven, die volgt uit verklaringen van getuigen/medeverdachten en de samenhang tussen de verschillende B.V.'s, - zijn bemoeienis met de aangiften en de daarbij horende administratie zelf, welke bemoeienis volgt uit de met taps, gelinkte B.V.'s en IP-adressen gesteunde verklaring van [medeverdachte 3] en - de geldstromen, waaruit volgt dat in elk geval een deel van de door de Belastingdienst overgemaakte gelden ter beschikking zijn komen te staan van (aan) verdachte (gelieerde B.V.'s), leidt tot geen andere conclusie dan dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het valselijk in strijd met de waarheid opmaken van de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 6], [bedrijf 7], [bedrijf 9] en [bedrijf 5]. De personen die daar in elk geval ook bij betrokken zijn geweest zijn [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]. Zoals hiervoor al is weergegeven, heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij de aangiften omzetbelasting van [bedrijf 7] en (voor een deel) van [bedrijf 9] heeft ingevuld en ingediend bij de Belastingdienst. Ten aanzien van de andere aangiften kan niet worden vastgesteld wie die aangiften heeft opgesteld en ingediend. [medeverdachte 3] heeft wel verklaard over de mogelijkheid dat [medeverdachte 2] andere aangiften heeft ingediend.290 [medeverdachte 3] vermoedt bovendien - zoals ook al is weergegeven - dat de facturen die werden opgesteld om de verschillen tussen de bedragen in de aangiften en de administratie 'af te dichten' door [medeverdachte 2] werden gemaakt. De rekening van [medeverdachte 2] is verder betrokken geweest bij geldstromen. Afhankelijk van de verschillende aangiften heeft verdachte dit feit dan ook gepleegd met een ander ([medeverdachte 2]) of anderen ([medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]). Feit 4 - deelneming aan een criminele organisatie Inleiding Uit hetgeen ten aanzien van feit 1 (hypotheekfraude) reeds is overwogen, komt naar voren dat verschillende banken er in de jaren 2008-2009 toe zijn bewogen om op basis van valse werkgeversverklaringen en valse salarisspecificaties hypotheken en bouwdepots te verstrekken. Uit hetgeen ten aanzien van de feiten 2 en 3 reeds is overwogen, blijkt verder dat

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.