vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 317670 / HA ZA 08-2724 Vonnis van 10 oktober 2012 in de zaak van 1.[eiser sub 1], wonende te [woonplaats], 2.[eiseres sub 2], wonende te [woonplaats], eisers, advocaat mr. drs. H. Ferment te 's-Gravenhage, tegen 1.[gedaagde sub 1], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. P. Rijpstra te 's-Gravenhage, 2.[gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats], gedaagde, niet verschenen, 3.[gedaagde sub 3], wonende te [woonplaats], gedaagde, niet verschenen, 4.[gedaagde sub 4], wonende te [woonplaats], gedaagde, niet verschenen, 5.[gedaagde sub 5], wonende te [woonplaats], gedaagde, 6.[gedaagde sub 6], wonende te [woonplaats], gedaagde, 7.[gedaagde sub 7], wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat voor gedaagden 5 tot en met 7 mr. J.J.S. Hennephof, te 's-Gravenhage. 1.De procedure 1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 26 augustus 2009, - de conclusie na comparitie van 9 mei 2012 van de zijde van gedaagden sub 5 tot en met 7, met één productie, - de conclusie na tussenvonnis van 18 juli 2012 van de zijde van gedaagde sub 1, met producties; - de antwoordconclusie, tevens houdende vermindering van eis van 15 augustus 2012 van de zijde van eisers. 1.2.Ten slotte is vonnis bepaald. Aan gedaagden sub 2, 3 en 4 is verstek verleend. 2.De verdere beoordeling 2.1.In het tussenvonnis van 26 augustus 2009 is tussentijds hoger beroep opengesteld van het tussenvonnis van 10 december 2008, waarin de rechtbank de door gedaagde sub 1 opgeworpen exceptie van onbevoegdheid heeft verworpen en is iedere verdere beslissing aangehouden. Bij arrest van 15 november 2011 heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage gedaagde sub 1 niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde beroep. Dat betekent dat het tussenvonnis van 10 december 2008 onherroepelijk is geworden. In de conclusie na tussenvonnis stelt gedaagde sub 1 de bevoegdheid van de rechtbank opnieuw ter discussie. Onder verwijzing naar de memorie van grieven komt zijn standpunt erop neer dat de rechtbank zich in het tussenvonnis van 10 december 2008 ten onrechte bevoegd heeft verklaard over de vorderingen van eisers te oordelen en in dat licht staat hij voor dat de rechtbank terugkomt op haar oordeel dat zij bevoegd is. 2.2.De rechtbank ziet hiervoor geen ruimte. De jurisprudentie die ziet op het terugkeren op een bindende eindbeslissing is van toepassing als de eindbeslissing een definitieve beslissing van de rechter betreft over een feitelijk of juridisch geschilpunt tussen partijen, die is gegeven in een tussenvonnis zonder dat daarmee een deel van het gevorderde in het dictum is afgedaan. De beslissing omtrent de bevoegdheid is een definitief oordeel omtrent een door een gedaagde partij opgeworpen exceptie, die in dit verband moet worden gezien als een eindbeslissing waaraan de rechtbank voor de rest van de procedure gebonden is. Dit betekent dat de rechtbank thans over dient te gaan tot beoordeling van de zaak ten gronde. 2.3.Bij dagvaarding hebben [eisers c.s.] - kort gezegd - verdeling gevorderd van zeven gemeenschappen (waarbij tot elke gemeenschap een aantal - of cluster - onroerende zaken behoort, zoals in die dagvaarding gespecificeerd) waarvan de deelgenoten steeds [eiser sub 1] of [eiseres sub 2] zijn, alsmede ten minste twee van de gedaagden. Voorts hebben zij gevorderd een deskundige te benoemen om de waarde van de onroerende zaken vast te stellen. Nu telkens sprake is van een andere gemeenschap met andere deelgenoten zal de rechtbank de vordering per gemeenschap onderzoeken en bespreken. Daarbij zal de aanduiding van de gemeenschappen worden gevolgd zoals deze in de dagvaarding is opgenomen. De in de inleidende dagvaarding onder 5 bedoelde gemeenschap ([A/B-straat te plaats A]) vormt geen onderdeel meer van geschil, nu deze is verdeeld. In zoverre is de eis verminderd. Bij de beoordeling van het geschil zal de rechtbank uitgaan van de verminderde eis. 2.4.a. De gemeenschap [C-straat te plaats A] (dagvaarding onder 1) Tussen partijen is niet in geschil dat deze gemeenschap betreft eiser sub 1 en gedaagden sub 1 en 2, ieder voor één derde. Aan gedaagde sub 2 is verstek verleend. Gedaagde sub 1 heeft aangevoerd dat met betrekking tot deze gemeenschap een procedure is gevoerd in Duitsland, die is voltooid met een eindvonnis (Anerkenntnisurteil van 21 augustus 2008) van het Landgericht Berlin. Van dat oordeel van de Duitse rechter is een exequatur gevraagd en verleend. Blijkens productie 21 bij conclusie na tussenvonnis hebben eiser sub 1 en gedaagde sub 2 beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank. Bij beschikking van 18 maart 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. 2.5.b. De gemeenschap [D-straat te plaats A] /[E-straat te plaats B] (dagvaarding onder 2) Tussen partijen is niet (meer) in geschil dat deze gemeenschap eiser sub 1 en gedaagde sub 1, 3 en 4 betreft, ieder voor één vierde. Aan gedaagden sub 3 en 4 is verstek verleend. Gedaagde sub 1 heeft aangevoerd dat met betrekking tot deze gemeenschap een procedure is gevoerd in Duitsland, die is voltooid met het eindvonnis (Anerkenntnisurteil van 27 mei 2008) van het Landsgericht Berlin. Van dat oordeel van de Duitse rechter is een exequatur gevraagd. Wat de onroerende zaken [E-straat] betreft heeft de rechtbank Rotterdam, aanvankelijk verlof tot tenuitvoerlegging verleend, maar dit vervolgens op verzoek van gedaagden sub 3 en 4 en eiser sub 1 ingetrokken. Blijkens productie 23 bij conclusie na tussenvonnis heeft gedaagde sub 1 beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank. Bij beschikking van 18 maart 2011 heeft de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank Rotterdam vernietigd en het verzoek van gedaagden sub 3 en 4 en eiser sub 1 alsnog afgewezen. Wat de onroerende zaken [D-straat] betreft is het gevraagde exequatur verleend. Blijkens productie 24 bij conclusie na tussenvonnis hebben gedaagden sub 3 en 4 en eiser sub 1 beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank. Bij beschikking van 18 maart 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. 2.6.c. De gemeenschap [F/G-straat te plaats B] (dagvaarding onder 4) Tussen partijen is niet in geschil dat deze gemeenschap betreft eiser sub 1 en gedaagden sub 1 en 4, elk voor een derde. Aan gedaagde sub 4 is verstek verleend. Gedaagde sub 1 heeft aangevoerd dat met betrekking tot deze gemeenschap een procedure is gevoerd in Duitsland, die is voltooid met een eindvonnis (Anerkenntnisurteil van 27 augustus 2008) van het Landgericht Berlin. Van het oordeel van de Duitse rechter is een exequatur gevraagd en verleend. Blijkens productie 26 bij conclusie na tussenvonnis hebben eiser sub 1 en gedaagde sub 4 beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank. Bij beschikking van 18 maart 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. 2.7.d. De gemeenschap [H-straat te plaats A] (dagvaarding onder 6) Tussen partijen is niet in geschil dat deze gemeenschap betreft eiseres sub 2 en gedaagden sub 1 en 2, elk voor één derde, Aan gedaagde sub 2 is verstek verleend. Gedaagde sub 1 heeft aangevoerd dat met betrekking tot deze gemeenschap een procedure is gevoerd in Duitsland, die is voltooid met een eindvonnis (Anerkenntnisurteil van 8 oktober 2008) van het Landgericht Berlin. Van dat oordeel van de Duitse rechter is een exequatur gevraagd en verleend. Blijkens productie 20 bij conclusie na tussenvonnis hebben eiseres sub 2 en gedaagde sub 2 beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank. Bij beschikking van 18 maart 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. 2.8.e. De gemeenschap [I/J-straat te plaats B] (dagvaarding onder 7) Tussen partijen is niet in geschil daat deze gemeenschap betreft eiseres sub 2 en gedaagden sub 1, 2 en 3, elk voor één vierde. Aan gedaagden sub 2 en 3 is verstek verleend. Gedaagde sub 1 heeft aangevoerd dat met betrekking tot deze gemeenschap een procedure is gevoerd in Duitsland, die is voltooid met het eindvonnis (Anerkenntnisurteil van 26
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.