ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-HERTOGENBOSCH Parketnummer: 01/069053/99 Uitspraakdatum: 13 februari 2001 V E R K O R T V O N N I S Verkort vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op in 1982, wonende te [woonplaats] aan de [adres] thans gedetineerd in de Rijksinrichting voor Jongens "Den Hey-Acker" in Breda. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 januari 2001. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 februari 2000. Een afschrift van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 18 mei 2000 gewijzigd. Van deze vordering is eveneens een fotokopie aan dit vonnis gehecht. De geldigheid van de dagvaarding De rechtbank zal de dagvaarding nietig verklaren voor wat betreft het onder 2 ten laste gelegde feit, voor zover het betreft de woorden "en/of een of meer andere perso(o)n(
(5)jaren. Beveelt, dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf. Legt op de volgende maatregelen: ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 1] (feit 1). Legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van ¦ 6.663,60 (zesduizendzeshonderdrieenzestig gulden en zestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 66 dagen, met dien verstande dat verdachte niet tot betaling is gehouden voor zover zijn mede-dader reeds heeft betaald. Toepassing van de voorlopige hechtenis heft de verplichting tot betaling niet op. ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 5] (feit 2). Legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] van een bedrag van f 6.900,75 (zesduizendnegenhonderd gulden en vijfenzeventig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 69 dagen, met dien verstande dat verdachte niet tot betaling is gehouden voor zover zijn mededader reeds heeft betaald. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting tot betaling niet op. Beslissing op het beslag. Wijst af de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van het vuurwapen van het merk Hrvatska Strelivo, met het opschrift Smith & Wesson. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]. Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en veroordeelt mitsdien verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van een bedrag van f 6.663,60 (zesduizendzeshonderdrieenzestig gulden en zestig cent) met dien verstande dat verdachte niet tot betaling is gehouden voor zover zijn mededader reeds heeft betaald; verklaart voor het overige de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering; veroordeelt verdachte in de tot heden gemaakte kosten van de benadeelde partij, begroot op f 730,00 en in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens [slachtoffer 1] is gekweten tot het bedrag waarvoor hij of zijn mededader heeft voldaan aan een van de opgelegde wijzen van schadevergoeding. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe en veroordeelt mitsdien verdachte tot betaling aan [slachtoffer 5] van een bedrag van f 6.900,75 (zesduizendnegenhonderd gulden en vijfenzeventig cent) met dien verstande dat verdachte niet tot betaling is gehouden voor zover zijn mededader reeds heeft betaald; Verklaart voor het overige de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering; Veroordeelt verdachte in de tot heden gemaakte kosten van de benadeelde partij, begroot op f 730,00 en in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens [slachtoffer 5] is gekweten tot het bedrag waarvoor hij of zijn mededader heeft voldaan aan een van de opgelegde wijzen van schadevergoeding. Dit vonnis is gewezen door, mr. Claassens, voorzitter, tevens kinderrechter-plv., mr. Wabeke en mr. Kooijmans-de Kort, leden, in tegenwoordigheid van dhr. De Laat, griffier en is uitgesproken op 13 februari
- Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
- hij op of omstreeks 7 december 1999 te Veghel ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 1]van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans ter uitvoering van een enige tijd tevoren daartoe genomen besluit en/of daartoe gemaakt plan, met een pistool, althans een vuurwapen, in het Regionaal Opleidingscentrum "De Leygraaf" een of meer kogel(s) heeft afgevuurd op en/of in de richting van die [slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 289, subsidiair 287, jo 45 Wetboek van Strafrecht);
- hij op of omstreeks 7 december 1999 te Veghel ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een of meer andere perso(o)n(en) (uitgezonderd de in feit
- Genoemde[slachtoffer 1]) van het leven te beroven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet met een pistool, althans een vuurwapen, in het Regionaal Opleidingscentrum "De Leygraaf" een of meer kogel(s) heeft afgevuurd op en/of in de richting van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een of meer andere person(o)n(en) (uitgezonderd de in feit
- Genoemde[slachtoffer 1]) die zich op dat moment daar bevond(en), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (artikel 287 jo artikel 45 Wetboek van Strafrecht) Bewezenverklaring.
- hij op 7 december 1999 te Veghel ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer 1]van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een pistool, in het Regionaal Opleidingscentrum "De Leygraaf" kogels heeft afgevuurd op en in de richting van die [slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- hij op 7 december 1999 te Veghel ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander (telkens) opzettelijk [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] van het leven te beroven tezamen en in vereniging met een ander, met dat opzet met een pistool, in het Regionaal Opleidingscentrum "De Leygraaf" een of meer kogel(s) heeft afgevuurd op en/of in de richting van die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] die zich op dat moment daar bevond(en), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;