ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-HERTOGENBOSCH VONNIS IN KORT GEDING Zaaknummer : 67554 / KG ZA 01-437 Datum uitspraak: 26 juli 2001 Vonnis in kort geding van de president van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch in de zaak van: [naam] wonende te Eindhoven, eiser bij exploot van dagvaarding van 19 juni 2001, procureur mr. S. Wagter, tegen: DE GEMEENTE EINDHOVEN, zetelende te Eindhoven, gedaagde bij gemeld exploot, advocaat mr. C.R. Zijderveld te Amsterdam. Partijen zullen hierna worden aangeduid respectievelijk als "eiser" en "de gemeente". 1. De procedure 1.1. Eiser heeft in kort geding gesteld en gevorderd zoals hierna verkort is weergegeven. 1.2. De procureur van eiser heeft de vordering ter terechtzitting toegelicht, mede aan de hand van de door haar overgelegde pleitnotities met producties. 1.3. De procureur van gemeente Eindhoven heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities met producties. 1.4. Na gevoerd debat hebben partijen vonnis gevraagd. 2. De feiten 2.1. Op 30 januari 2001 werd de woning van de moeder van eiser, mw. [X], bij wie eiser inwoonde, ontruimd door deurwaarderskantoor Van Gompel & Van Ooijen krachtens een vonnis van de kantonrechter van 21 december 2000. Bij de ontruiming was mw. [X] niet aanwezig, omdat zij in een verzorgingstehuis was opgenomen. Eiser heeft in de nacht van 29 januari op 30 januari 2001 een zelfmoordpoging gedaan en werd direct voorafgaande aan de ontruiming met een ambulance naar een ziekenhuis overgebracht. Hij was derhalve ook niet aanwezig bij de ontruiming. Na de ontruiming stond de inboedel (althans een deel daarvan) langs de openbare weg. Het door de gemeente ingeschakelde expertisebureau Hoeijmans BV heeft de waarde van de inboedel getaxeerd op ƒ 825,-. De gemeente is na taxatie direct overgegaan tot afvoer en vernietiging van de boedel. 3. Het geschil 3.1. Eiser vordert in dit kort geding, zakelijk weergegeven, dat de president bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, vooruitlopend op een binnen 14 dagen na het vonnis te starten hoofdprocedure, de gemeente zal veroordelen om als voorschot op de door haar veroorzaakte schade ƒ 40.000,- aan eiser te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gemeente in de kosten van het geding. 3.2. Eiser legt daaraan het navolgende ten grondslag. De gemeente heeft onrechtmatig gehandeld door zijn eigendommen te vernietigen. Zelfs wanneer het gaat om spullen van vermeende inferieure waarde, had de gemeente eiser tenminste een paar dagen de tijd kunnen geven om de goederen af te halen. De gemeente dient als veroorzaker volledig voor de geleden schade op te komen. Eiser kan zich niet verenigen met de omvang van de inventarisatie noch met de gedane waardebepaling van ƒ 825,-. Bij de inboedel bevonden zich een aantal waardevolle zaken die niet op de lijst van Hoeijmans staan, zoals een zilveren bestek, een waardevol horloge en een dure pennenset. Ter bepaling van welke zaken de gemeente heeft meegenomen moet uitgegaan worden van de door eiser overgelegde goederenlijst met waardebepaling en niet van de lijst van de taxateur. Nu de gemeente de meegenomen goederen nog dezelfde dag heeft laten vernietigen, is het niet redelijk en billijk om eiser met de bewijslevering te belasten, temeer nu er geen foto's van de te ontruimen goederen zijn gemaakt. Met betrekking tot de materiële schade neemt eiser genoegen met een bedrag van ƒ 63.000,-. Onder de niet-geregistreerde goederen bevonden zich voor eiser waardevolle foto-albums, familiepapieren en diploma's, waarvoor hij een smartengeldvergoeding van ƒ 25.000,- redelijk acht. Beide posten dienen te worden vermeerderd met de kosten van rechtskundige bijstand van ƒ 4.730,-, zodat de gemeente een bedrag van ƒ 92.730,- verschuldigd is, vermeerderd met de wettelijke rente. Eiser heeft recht op en een spoedeisend belang bij een door de gemeente te betalen voorschot van ƒ 40.000,-. Hij heeft dringend geld nodig om een woning te verkrijgen en in te richten , alsmede om kleding te kopen voor sollicitatiegesprekken en een mogelijke nieuwe werkkring. 3.3. Het verweer van gemeente Eindhoven tegen de vordering komt zakelijk weergegeven op het volgende neer. De gemeente erkent aansprakelijk te zijn voor door eiser geleden schade op grond van het feit dat zij de inboedel direct heeft vernietigd. Op grond van artikel 5:29 en 5:30 van de Algemene Wet Bestuursrecht had de gemeente wellicht de goederen enkele weken moeten opslaan, alvorens deze te vernietigen, doch de gemeente wil elke discussie daarover uitsluiten. De gemeente erkent echter geenszins (de omvang van) de schadevordering van eiser. De gemeente betwist dat het merendeel van de zaken die eiser op de door hem opgestelde lijst vermeldt, daadwerkelijk aanwezig geweest zijn langs de openbare weg op 30 januari 2001. Voorts betwist de gemeente de beweerdelijke waarde van deze zaken bij gebrek aan wetenschap. Met betrekking tot de vernietigde zaken met hoge affectiewaarde betwist de gemeente dat deze zaken zijn vernietigd. Zelfs als deze zaken wel vernietigd zouden zijn wordt er ten onrechte smartengeld gevorderd, nu vernietiging van zaken met een affectiewaarde slechts voor vergoeding in aanmerking kan komen indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had de zaken met de hoge affectiewaarde te vernietigen, wat in casu zeker niet het geval is geweest. De gemeente betwist de (hoogte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.