RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH BESCHIKKING Uitspraak : 10 juli 2003 Beschikking van de kinderrechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch, gegeven met betrekking tot de onder toezicht gestelde minderjarige: [minderjarige]derjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], kind van: [naam moeder], rechtens wonende te [adres en woonplaats] De procedure Op 17 juni 2003 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een brief van: [pleegouders], [adres] [woonplaats] hierna te noemen: "de pleegouders". In deze brief uiten de pleegouders hun ernstige bezorgdheid over het besluit van de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, unit 's-Hertogenbosch, hierna te noemen: "de Stichting" , om voornoemde minderjarige [minderjarige] in een ander pleeggezin te plaatsen. Niet is gebleken, dat dit besluit als zodanig schriftelijk aan de pleegouders is meegedeeld onder vermelding van de mogelijkheid voor de pleegouders om hiertegen op de voet van art. 263, lid 2 c iuncto art. 259 van het Burgerlijk Wetboek bezwaar en eventueel beroep aan te tekenen. Uit het inmiddels door de Stichting ingediende verlengingsverzoek ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is duidelijk dat de Stichting weet heeft van de bezwaren van de pleegouders. Al deze omstandigheden zijn voor de kinderrechter aanleiding de voornoemde brief op te vatten als een verzoekschrift om af te zien van een krachtens de vigerende machtiging toegestane wijziging van verblijfplaats en tevens om aan dit verzoek schorsende werking te verlenen van de het door de Stichting kennelijk genomen besluit tot overplaatsing tot op het moment dat bij gewijsde op het beroep zal zijn beslist. De beoordeling Uit de stukken blijkt dat voormelde minderjarige onder toezicht is gesteld van bovengenoemde Stichting, welke ondertoezichtstelling van kracht is tot 21 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.