RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken UITSPRAAK AWB 02/3578 Uitspraak van de rechtbank ingevolge artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. H. Hartman, werkzaam bij Abva-Kabo FNV te Weert, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schijndel, verweerder, gemachtigde mr. G.P.F. van Duren, verbonden aan adviesbureau CAPRA te ’s-Hertogenbosch. I. PROCESVERLOOP Bij besluit van 4 april 2002, verzonden 12 april 2002, heeft verweerder de functie van eiseres ingedeeld in functieschaal 8 op basis van een waardering van de gezichtspunten van de functie met een totaalscore van 7 punten in hoofdgroep IV. Tegen dit besluit heeft eiseres op 10 mei 2002 bezwaar gemaakt. Op 16 september 2002 heeft de bezwarenadviescommissie functiebeschrijving en -waardering verweerder van schriftelijk advies gediend. Bij besluit van 26 september 2002, aan eiseres uitgereikt op 29 oktober 2002, heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit op 6 december 2002 beroep ingesteld. Het geding is behandeld ter zitting van 4 november 2003, waar eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, alsmede door de heer W.A.G.M. van Rosmalen, werkzaam bij verweerder als hoofd van de sector Centrale staf. II. OVERWEGINGEN In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of het bestreden besluit van 26 september 2002 in rechte stand kan houden. Bij de beoordeling van het bestreden besluit gaan de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres is bij de gemeente Schijndel werkzaam in de organieke functie van [functie]. Binnen verweerders gemeente zijn alle organieke functies beschreven en vastgesteld conform de procedure die is voorgeschreven door de Regeling organieke functiebeschrijving 2001 (hierna: de Regeling). Bij besluit van 7 januari 2002, verzonden 9 januari 2002, heeft verweerder de functiebeschrijving vastgesteld van de functie van eiseres. Eiseres heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen dit besluit. Vervolgens is de organieke functie gewaardeerd conform artikel 7 en volgende van de Regeling. De functiewaardering heeft plaatsgevonden op basis van het systeem ”Fuwaleeuw gemengd variant gemeente Schijndel” (hierna: het Fuwaleeuwsysteem). Binnen dit systeem vindt de zwaartebepaling plaats in twee stappen. De eerste stap is een grofmazige indeling in één van de vijf hoofdgroepen. Deze indeling is gebaseerd op het werk- en denkniveau dat nodig is om de functie op goede wijze te vervullen. Eiseres is ingedeeld in hoofdgroep IV. In deze hoofdgroep gaat het volgens het Fuwaleeuwsysteem om werkzaamheden waartoe de bekwaamheid in het algemeen slechts denkbaar is op basis van een afgeronde, hogere beroepsgerichte opleiding. Binnen de hoofdgroep wordt een score toegekend op vijf gezichtspunten. Binnen elk gezichtspunt wordt gescoord op een vier of vijf punts schaal. Wanneer de hoofdgroep en de totaalscore van de gezichtspunten zijn vastgesteld, wordt de uitkomst door middel van een conversietabel vertaald naar de bij de daarmee corresponderende salarisschaal. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de functie van eiseres als volgt gewaardeerd: Hoofdgroep IV Aanvullende kennis en kunde 1 Beslissingsvrijheid 2 Creativiteit 2 Communicatie 2 Leiding 0 Totaalscore IV 7 Eiseres kan zich niet verenigen met de toegekende scores voor de gezichtspunten aanvullende kennis en kunde en communicatie. De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie een besluit met betrekking tot functiewaardering terughoudend dient te worden getoetst, in die zin dat de rechter zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing van het bestreden besluit aan regels van geschreven en ongeschreven recht en aan de algemene rechtsbeginselen, moet beperken tot de vraag of de in geding zijnde waardering op onvoldoende gronden berust. Dit laatste betekent dat eerst tot vernietiging van de omstreden waardering kan worden overgegaan, indien deze als onhoudbaar moet worden aangemerkt. Daarvoor is ontoereikend de enkele omstandigheid dat een andere, hogere waardering op zichzelf verdedigbaar is. Ten aanzien van het gezichtspunt ‘aanvullende kennis en kunde’ overweegt de rechtbank als volgt. Volgens het Fuwaleeuwsysteem wordt binnen dit gezichtspunt een score 1 toegekend als er vrijwel geen sprake is van extra benodigde kennis en kunde of als de functie goed aansluit bij de bij de hoofdgroep passende beroeps- of algemeen vormende opleiding. Bij hoofdgroep IV past een HBO denk- en werkniveau. De hulptabel in het Fuwaleeuwsysteem geeft aan: HBO/HEO/HBDO met als kanttekening: post HBO leidt tot extra “aanvullende kennis en kunde”. Eiseres heeft aangevoerd dat zij verplicht was bij de Bestuursacademie de tweejarige vakopleiding Heffingsambtenaar Lokale Overheden (HALO) te volgen. Omdat deze opleiding gevolgd dient te worden naast een basisopleiding op HBO-niveau acht eiseres haar functie op dit gezichtspunt ondergewaardeerd met score
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.