RECHTBANK ’S?HERTOGENBOSCH sector bestuursrecht enkelvoudige kamer UITSPRAAK AWB 03/2700 NABW Uitspraak van de rechtbank ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, verweerder, gemachtigde drs. E.M. Vrijsen, werkzaam bij verweerders gemeente. I. PROCESVERLOOP Eiseres ontving sinds 2001 bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder met een toeslag van 20% van het wettelijk minimumloon. Bij een in de maanden februari tot en met april 2003 door de sociale recherche ingesteld onderzoek kwam naar voren dat de heer [inwonende] sinds 21 januari 2003 hoofdverblijf had in de woning van eiseres zonder dat zij daarvan mededeling had gedaan aan verweerder. In verband hiermee heeft verweerder bij besluit van 14 mei 2003 eiseresses bijstandsuitkering met terugwerkende kracht over de periode van 21 januari 2003 tot 1 april 2003 alsnog ingetrokken en de aldus ten onrechte betaalde uitkering van haar teruggevorderd. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij verweerders besluit van 26 augustus 2003 ongegrond verklaard. Tegen dit laatste besluit is namens eiseres beroep ingesteld. Het geding is behandeld ter zitting van 18 mei 2004, waar van partijen verweerder bij gemachtigde is verschenen. II. OVERWEGINGEN Verweerder heeft genoemde intrekking gegrond op de overweging dat eiseres onvoldoende informatie heeft verstrekt omtrent haar woon- en leefsituatie en dat ten gevolge daarvan het recht op bijstandsuitkering over genoemde periode niet was vast te stellen. De rechtbank kan die overweging niet volgen. In de eerste plaats is op geen enkele manier gebleken - zijdens verweerder is daar ook geen onderzoek naar gedaan - dat eiseres ten tijde hier van belang met [inwonende] een gezamenlijke huishouding voerde. Dan kan haar ook niet worden verweten dat zij dienaangaande onvoldoende informatie zou hebben verstrekt. In dit verband wordt gewezen op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 januari 2003, nr. 00/1075 NABW, gepubliceerd in USZ 2003 nr. 128 en JABW 2003 nr.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.