RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH Sector bestuursrecht Zaaknummer: AWB 06/4412; AWB 06/4405; AWB 06/4406; AWB 06/4407; AWB 06/4408; AWB 06/4409; AWB 06/4410; AWB 06/4411; AWB 06/4413; AWB 06/4415; AWB 06/4416; AWB 06/4417; AWB 06/4418; AWB 06/4419; AWB 06/4420; AWB 06/4421 Uitspraak van de voorzieningenrechter d.d. 7 december 2006[verzoekster]ekers] te Eindhoven, verzoekers, tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, verweerder, [gemachtigde] Aan het geding heeft als partij deelgenomen [vergunninghoudster] te Eindhoven, [gemachtigde] Procesverloop Bij besluit van 6 september 2006 heeft verweerder op aanvraag van vergunningshoudste[naam]gunning te verlenen voor het slopen van 186 woningen ten behoeve van nieuwbouw, [adres] Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 13 oktober 2006 bezwaar gemaakt. Op 26 oktober 2006 hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht ter zake een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is behandeld ter zitting van 23 november 2006, waar verzoekers [verzoekster] (AWB 06/4412), [verzoeker] (AWB 06/4407), [verzoeker] (AWB 06/4408), [verzoekster] (AWB 06/4419) en [verzoeker] (AWB 06/4420) zijn verschenen. Verzoekers [naam] (AWB 06/4406), [naam] (AWB 06/4410), [naam] (AWB 06/4411), [naam] (AWB 06/4413), [naam] (AWB 06/4415), [naam] (AWB 06/4417) en [naam] (AWB 06/4418) zijn niet verschenen. Namens verzoekers was aanwezig [gemachtigde], medewerker van Welzijn Eindhoven. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. Vergunninghoudster is verschenen bij gemachtigde. Voorts was namens vergunningshoudster [procesmanager], aanwezig. Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voorzover de toetsing aan het in artikel 8:81 van de Awb, neergelegde criterium met zich brengt dat een beoordeling van het geschil in de bodemprocedure wordt gegeven, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in die procedure. De voorzieningenrechter stelt allereerst op grond van hetgeen ter zitting is behandeld en stukken die, zoals ter zitting in overleg met partijen is afgesproken, na de zitting door verweerder zijn overgelegd vast dat [verzoeker] (AWB 06/4405), [verzoeker] (AWB 06/4409), [verzoeker] (AWB 06/4416) en [verzoeker] (AWB 06/4421) hun bezwaar, dat zij op 13 oktober 2006 bij verweerder hebben gemaakt, inmiddels hebben ingetrokken. Derhalve wordt in hun geval niet voldaan aan het in artikel 8:81 neergelegde vereiste van het aanhangig zijn van een bodemprocedure. De verzoekers in de nummers AWB 06/4405, AWB 06/4409, AWB 06/4416 en AWB 06/4421 zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoek. Voorts heeft verweerder aangevoerd dat de overige verzoekers niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun bezwaar en derhalve ook in hun verzoek tot voorlopige voorziening nu zij als huurders in een contractuele relatie met vergunningshoudster staan. Volgens verweerder hebben verzoekers om die reden geen rechtstreeks betrokken belang maar slechts een afgeleid belang. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers inderdaad met vergunninghoudster een (al dan niet tijdelijke) huurovereenkomst hebben en derhalve als huurder de woningen, waarop de sloopvergunning betrekking heeft, bewonen. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat verzoekers niet om die reden geen bij het besluit rechtstreeks betrokken belang hebben. Immers, het belang van verzoekers als huurders is tegengesteld aan dat van de vergunninghouder als verhuurder tot wie het besluit zich richt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is een derde met een belang tegengesteld aan dat van degene tot wie het besluit is gericht een belanghebbende, ook al ontleent hij zijn belang slechts aan een contractuele relatie. De overige verzoekers (in de nummers AWB 06/4406, AWB 06/4407, AWB 06/4408, AWB 06/4410, AWB 06/4411, AWB 06/4412, AWB 06/4413, AWB 06/4415, AWB 06/4417, AWB 06/4418, AWB 06/4419 en AWB 06/4420) zijn derhalve ontvankelijk in hun verzoek. De voorzieningenrechter gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden. Verweerder heeft een vergunning verleend voor de sloop van 186 woningen in [naam] te Eindhoven. In 2004 heeft de gemeenteraad van Eindhoven het 'masterplan [naam] vastgesteld dat onder meer voorziet in de sloop van 186 woningen en de renovatie van 86 woningen. In de plaats van de gesloopte woningen komen nieuwbouwwoningen. De sloop zal plaatsvinden in vier blokken. De sloop van het eerste blok had moeten beginnen op 1 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.