vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 129006 / HA ZA 05-1563 Vonnis van 13 september 2006 in de zaak van
(2005)als makelaar voor [eisers]. optraden. Los van het feit dat in de e-mail wordt vermeld dat [gedaagde 4] als verkoper gronden verkocht die eigendom waren van Prever, hebben [eisers]. deze e-mail pas na aanvang van deze procedure ontvangen (25 april 2006). Dat tevens vermeld wordt dat [gedaagde 4] mensen begeleidde en commissies inde, moet kennelijk gezien worden in relatie tot zijn werkzaamheden als verkoper voor Prever. In ieder geval is uit de e-mail niet af te leiden dat [gedaagden] bij [eisers]. de indruk hebben gewekt dat zij als hun makelaar optraden. 5.
- Dat [gedaagden] [eisers]. destijds meenamen naar woningen, bezichtigingen uitvoerden, woningen aanprezen, betrokken waren bij de opstelling van prijslijsten en het aantal betalingstermijnen van de villa’s en bemiddelden bij de koopprijs (productie 8 zijdens [eisers].), kan evengoed duiden op werkzaamheden in opdracht van de verkoper en is derhalve onvoldoende om te concluderen dat [eisers]. mochten aannemen dat [gedaagden] als hun makelaar optraden. Ook de tijdschriftartikelen die [eisers]. bij [gedaagde 4] in Spanje hebben gezien (producties 6 en 7 zijdens [eisers].), vormen daarvoor onvoldoende basis. Dat zelfde geldt voor de gedrukte vermelding “Van den Eertwegh/Van de Riet Uw makelaar aan de Costa Blanca” bovenaan de aanbiedingsbrief van Villa Mundo (productie 5 zijdens [eisers].). 5.
- Concluderend oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is onderbouwd dat [gedaagden] zich zodanig hebben gedragen dat [eisers]. mochten aannemen dat zij als hun makelaar optraden. Bemiddelaar voor de verkoper? 5.
- [eisers]. hebben subsidiair gesteld dat [gedaagden] als bemiddelaar van de verkoper gehouden waren informatie te verstrekken. 5.
- De rechtbank zal beoordelen of [gedaagden] hebben opgetreden als bemiddelaar voor de verkoper. Zij zal daartoe de door [eisers]. aangevoerde argumenten bespreken. 5.
- In dat verband neemt de rechtbank, omdat dit onvoldoende gemotiveerd weersproken is, als vaststaand aan dat [gedaagde 4] bij de bezichtiging van de woning aanwezig was, dat hij gezegd heeft dat de woning een goede investering was, dat [gedaagde 4] heeft aangegeven dat zij beter geld konden lenen van hun pensioenvennootschap omdat hij dat zelf ook zo had gedaan en dat [eisers]. aan [gedaagde 4] hebben aangegeven dat zij akkoord waren met de prijs van € 265.00,
- 5.
- De rechtbank stelt voorop dat het initiatief tot bezichtiging van de woning afkomstig was van [A], die ook de kosten van vervoer naar Spanje voor zijn rekening heeft genomen (dagvaarding onder punt 12 en akte zijdens [eisers]. d.d. 7 juni 2006 onder punt 9). [eisers]. hebben niet, althans onvoldoende betwist, dat [gedaagden] geen provisie hebben ontvangen in verband met de verkoop van de woning. Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding te oordelen dat [gedaagden] in opdracht van de familie [B + C] hebben bemiddeld bij de verkoop. Dat [gedaagde 4] op 30 november 2004 bij de bezichtiging van de villa aanwezig was, leidt niet tot een ander oordeel. De enkele aanwezigheid - naast de aanwezigheid van de verkopers zelf en van [A], op wiens initiatief de woning werd bezichtigd - duidt nog niet op bemiddeling bij de totstandkoming en het sluiten van de koopovereenkomst in opdracht van de verkopers. Dat [gedaagde 4] heeft aangegeven dat de woning een goede investering is, is ook onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde 4] voor de verkopers heeft bemiddeld. Ook de suggestie van [gedaagde 4] om geen hypotheek te nemen maar geld te lenen uit de pensioenvennootschap omdat hij dat zelf ook zo had gedaan (punt 10 van de akte van [eisers]. d.d. 7 juni 2006) duidt naar het oordeel van de rechtbank niet zozeer op bemiddelingsactiviteiten voor de verkoper maar eerder op een op persoonlijke titel gegeven advies. Dat [eisers]. aan [gedaagde 4] hebben laten weten dat zij akkoord konden gaan met de prijs van € 265.000,00, waarna dat kennelijk is doorgegeven aan de verkopers, aan [A] en aan de notaris (akte [eisers]., onder punt 11 en antwoordakte [eisers]., onder punt 5) kan naar het oordeel van de rechtbank niet aangemerkt worden als bemiddeling bij de totstandkoming en bij het sluiten van de koopovereenkomst in opdracht van de verkopers. Het enkel doorgeven van een mededeling van de kopers aan de verkopers, zonder opdracht van de verkopers, is daartoe onvoldoende. 5.
- De rechtbank concludeert dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om aan te nemen dat [gedaagden] bemiddelde bij de totstandkoming en het sluiten van de koopovereenkomst in opdracht van de verkopers. In de aangevoerde argumenten vindt de rechtbank geen aanwijzingen om te concluderen dat sprake was van een professionele betrokkenheid van [gedaagden] bij de verkoop. Mededelingsplicht als derden? 5.
- [eisers]. hebben tot slot gesteld dat het enkele feit dat [gedaagden] op de hoogte waren van het gerucht over mogelijke afbraak had moeten leiden tot een waarschuwing aan [eisers]., zeker nu zij zich in het handelsverkeer als makelaar presenteren. 5.
- Nu gelet op het voorgaande niet is komen vast te staan dat [gedaagden] als makelaars betrokken waren bij de kooptransactie van de woning van de familie [B + C] waren zij niet gehouden nader onderzoek naar dit gerucht te doen. Dat zij niet eigener beweging melding hebben gemaakt van onbevestigde geruchten kan onder deze omstandigheden niet als onrechtmatig handelen worden aangemerkt. 5.
- De rechtbank komt op grond van al het bovenstaande tot de conclusie dat van aansprakelijkheid van één of meer gedaagden op de door [eisers]. aangevoerde gronden geen sprake kan zijn. De vorderingen zullen derhalve worden afgewezen. [eisers]. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De rechtbank begroot de kosten aan de zijde van [gedaagden] op € 10.584,00, waarvan € 4.584,00 aan vastrecht en € 6.000,00 aan salaris procureur (3 punten x tarief VI € 2.000,00).
- De beslissing De rechtbank: - wijst de vorderingen af; - veroordeelt [eisers]. in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 10.584,00; - verklaart dit vonnis ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.B. van Daalen, D.J. Hutten en J. van der Weij en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2006.