RECHTBANK ‘S-HERTOGENBOSCH Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 05/4208 Uitspraakdatum: 14 februari 2007 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen Tennisvereniging [X], gevestigd te [Y], eiseres, gemachtigde J.P.A. Meulendijks, en de heffingsambtenaar van de gemeente Y, verweerder, gemachtigden E. Venema en G.A. Ruiterkamp. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Bij besluit van 31 maart 2005 heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres] (hierna: het object) per waardepeildatum 1 januari 2003 voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld op € 382.000. Voorts is aan eiseres een aanslag onroerende zaakbelasting (OZB) voor het jaar 2005 opgelegd overeenkomstig de vastgestelde waarde. 1.2. Bij uitspraak op bezwaar van 27 oktober 2005 heeft verweerder het tegen dit besluit door eiseres gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de eerder vastgestelde waarde verminderd tot een bedrag van € 324.000. De aanslag OZB voor het jaar 2005 is dienovereenkomstig verminderd. 1.3. Eiseres is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft voorafgaand aan nader te noemen zitting nog een stuk met bijlagen, gedagtekend 10 november 2006, ingediend, welke stukken door de rechtbank zijn ontvangen op 13 november 2006 en waarvan afschriften zijn verzonden aan verweerder. Verweerder heeft verklaard daarvan voldoende kennis te hebben kunnen nemen. 1.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de rechtbank van 23 november 2006 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn verschenen en gehoord Z als gemachtigde van eiseres. Tevens is namens verweerder verschenen [...], tot bijstand vergezeld door [taxateur], als WOZ-taxateur werkzaam bij [bedrijf]. 1.5. Gelijktijdig met het onderhavige beroepschrift heeft, met instemming van partijen, de mondelinge behandeling plaatsgehad van het beroepschrift dat is ingediend namens Stichting Tennishal Y (voorheen Stichting Exploitatie Eerste Tennishal Y; hierna: de Stichting), procedurenummer 05/4207. Hetgeen ter zitting is opgemerkt wordt geacht op beide zaken betrekking te hebben, tenzij uit het zinsverband het tegendeel blijkt. 2. Feiten 2.1. De rechtbank stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast. 2.2. Eiseres huurt van de gemeente Y 10 buitentennisbanen met buitenkantine, gelegen aan de [adres]. Voorts heeft zij het gezamenlijk gebruik van douche- en kleedruimten en toiletruimten in de naastgelegen tennishal die wordt geëxploiteerd door voornoemde Stichting. Het betreft een tennishal met binnenkantine en diverse afzonderlijke ruimten waaronder douches en kleedruimten, opgericht in 1977. In 1985 zijn aanvullend een toestelberging en een sanitaire ruimte gerealiseerd. 2.3. In het kader van de wens van de gemeente om alle sportcomplexen te privatiseren, is het totale complex per 1 juni 2005 overgedragen aan de Stichting Tenniscomplex Y. Ten behoeve van deze overdracht heeft een minnelijke taxatie plaatsgevonden door de Rijksbelastingdienst en [adviesbedrijf] BV namens de gemeente, teneinde problemen op het gebied van de heffing van overdrachtsbelasting te voorkomen. In een rapport dat ter zake van die taxatie is opgemaakt is de waarde van het complex in het kader van de heffing van overdrachtsbelasting vastgesteld op € 546.975. De berekening van laatstgenoemd bedrag is gebaseerd op - onder meer - de oorspronkelijke investeringskosten verminderd met een bedrag voor technische en functionele veroudering. Voorts is bij die berekening rekening gehouden met investeringen tot een bedrag van € 253.000 (restwaarde € 126.500) die ten laste van de Stichting en eiseres zijn gekomen. Van het getaxeerde bedrag van € 546.975 is een gedeelte van € 198.475 toegerekend aan het bij eiseres in gebruik zijnde gedeelte van het complex. 2.4. Eiseres betaalde vóór de overname van het complex een huur aan de gemeente van € 12.705,85 per jaar. De gemeente leed jaarlijks een verlies op het complex van ongeveer ƒ 50.000. De exploitatie van de tennisbanen en de tennishal was voor eiseres en de Stichting nagenoeg sluitend. De binnenkantine werd door, en voor rekening van, een derde geëxploiteerd die daarbij, om niet, werd bijgestaan door vrijwilligers die lid waren van eiseres. De Stichting bracht, voor het gebruik van de kantine, aan die derde geen pachtprijs in rekening. 3. Geschil 3.1. In geschil zijn de waarde van het bij eiseres in gebruik zijnde object op de waardepeildatum en de daarop gebaseerde aanslag OZB voor het jaar 2005. Het geschil spitst zich toe op de vraag welke ruimten zowel bij eiseres als bij de Stichting in gebruik zijn en op welke wijze de waarde daarvan moet worden toegerekend aan de bij eiseres en bij de Stichting in gebruik zijnde objecten. Voorts is in geschil op welke wijze het onderhavige object moet worden gewaardeerd. 3.2. Eiseres is van mening dat de waarde van het object kan worden berekend op de bedrijfswaarde met behulp van de zogenoemde discounted cashflow-methode (hierna: de DCF-methode), dan wel kan worden afgeleid uit de minnelijke taxatie die is opgemaakt ten behoeve van de privatisering van het complex. Volgens haar wordt de waarde negatief beïnvloed door de toename van all-weather banen in de omgeving. De grondprijzen en de waarde van de lichtmasten zijn volgens eiseres op een te hoog bedrag gesteld. 3.3. Verweerder is van mening dat de waarde van het object moet worden berekend op de zogenoemde gecorrigeerde vervangingswaarde. Hij verdedigt in beroep het standpunt dat de waarde van het object niet te hoog is vastgesteld en verwijst daarvoor onder meer naar een door hem overgelegd taxatierapport, opgemaakt op 21 februari 2006 door [taxateur]. In dit taxatierapport is de waarde van de niet-woning, na in- en uitpandige opname, getaxeerd op € 350.000. In het bij het taxatierapport behorende taxatieformulier wordt de herbouwwaarde van de verschillende onderdelen van het object gespecificeerd met de daarbij behorende afschrijvingen wegens functionele en technische veroudering. 3.4. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Daaraan is, voor zover thans nog van belang en zakelijk weergegeven, ter zitting nog het volgende toegevoegd: 3.4.1. Namens eiseres: - Zij vindt het jammer dat mediation door de gemeente is afgewezen. Zij heeft pas zeer laat de gegevens ontvangen waardoor het beroep pas laat kon worden gemotiveerd; - De tennisbanen kunnen ook worden gehuurd door personen of bedrijven die geen lid zijn van de Tennisvereniging; - De kantine wordt niet voor rekening van de Stichting geëxploiteerd; - Uitgangspunt voor de berekening van de bedrijfswaarde is geweest de huur die voorheen aan de gemeente werd betaald; - De kleedkamers en de douches worden gezamenlijk gebruikt door de bezoekers van de tennishal en van de buitenbanen; - De totale oppervlakte is niet in geschil; de verdeling van de gezamenlijke ruimten is echter niet juist; - Aan de hand van foto's is te zien dat bepaalde ruimten, zoals de opslagruimte die als keuken is gewaardeerd, worden overgewaardeerd; - De foto uit het taxatieboek had bij ons gemaakt kunnen zijn. Er is sprake van een zeer sobere bouw; - Er heeft een hermeting plaatsgevonden door het Kadaster. 3.4.2. Namens verweerder: - Het gaat om de waarde en de toestand van het object op de peildatum 1 januari 2003; - De gegevens zijn overgenomen uit het gemeentelijk systeem. Als niet zichtbaar is dat gezamenlijke ruimten 50/50 zijn verdeeld dan komt dat vermoedelijk doordat in het taxatierapport ruimten zijn samengevoegd; - De onderhavige gronden hebben in het bestemmingsplan de bestemming sportdoeleinden. Voor sportterreinen zijn geen afzonderlijke grondprijzen bekend. Er is een prijs inclusief BTW gehanteerd; - Bij de bepaling van de waarde is uitgegaan van de gemiddelde prijs per vierkante meter van een grote hal en een kleine hal om ook het eventuele kwaliteitsverschil te middelen. De gehanteerde prijs wijkt af van de prijs in de tabel omdat nog rekening is gehouden met verschillen in courantheid, bouwprijzen en materialen. 3.5. Eiseres concludeert tot vernietiging van de uitspraak op het bezwaarschrift en, naar de rechtbank begrijpt, tot vermindering van de vastgestelde waarde tot een evenredig gedeelte van de totale waarde van het complex van € 152.517, dan wel tot € 198.475. Verweerder concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak. 4. Beoordeling van het geschil 4.1. Ingevolge het tweede lid van artikel 17 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) moet de waarde van de onroerende zaak worden bepaald op de waarde die aan de zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij geldt als waardepeildatum 1 januari 2003. Ingevolge het derde lid van voormeld artikel moet de waarde van een onroerende zaak, voor zover die niet tot woning dient (en geen monument is), worden bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het tweede lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met: a. de aard en de bestemming van de zaak; b. de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen. 4.2. Naar het oordeel van de rechtbank maakt eiseres geen feiten en omstandigheden aannemelijk die moeten leiden tot het oordeel dat in het onderhavige geval de waarde niet moet worden berekend op de hiervoor bedoelde gecorrigeerde vervangingswaarde maar met behulp van de DCF-methode. Deze methode, waarbij de waarde van de onroerende zaak wordt afgeleid uit de mogelijke omzet van de gebruiker van de zaak, is in het algemeen slechts bruikbaar als het gaat om onroerende zaken die commercieel worden geëxploiteerd. Van een commerciële exploitatie van het object is, mede gelet op de statuten van eiseres en de ter zitting gegeven toelichting op de wijze van exploiteren van de tennishal, geen sprake. De door eiseres overgelegde berekeningen kunnen te minder als uitgangspunt voor de waardering van het object gelden nu daarin een belangrijk gedeelte, te weten de kantine, niet is opgenomen en is uitgegaan van voorheen geldende, door de gemeente gehanteerde, huurprijzen voor het object. 4.3. Ingevolge het bepaalde in artikel 17, lid 3 van de Wet WOZ moeten niet-woningen worden gewaardeerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde indien die waarde hoger is dan de waarde in het economische verkeer. Reeds op die grond is het door eiseres aangevoerde taxatierapport ten behoeve van de overdracht van het sportcomplex niet relevant. Nog daargelaten het antwoord op de vraag of de uitgangspunten in dat taxatierapport stroken met die van de Wet WOZ, is in bedoeld rapport de waarde in het economische verkeer vastgesteld. Tussen partijen is echter niet in geschil dat de gecorrigeerde vervangingswaarde van het object hoger is dan de waarde in het economische verkeer. 4.4. Op verweerder rust de last de waarde van het onderhavige object aannemelijk te maken. Gelet op de gehanteerde waarderingsmethode geldt deze last voor alle afzonderlijke elementen die van belang zijn voor de waardering van het object en die door belanghebbende gemotiveerd zijn bestreden. 4.5. Verweerder beroept zich voor de onderbouwing van de nader door hem verdedigde waarde op voormeld taxatierapport van [taxateur]. Verweerder heeft in zijn verweerschrift opgemerkt dat daarin - onder meer - de verkeersruimten (gangen) die door de gebruikers van de objecten [adressen] (de Stichting en eiseres) gezamenlijk worden gebruikt, gelijkelijk zijn toegerekend aan de beide objecten. Eiseres heeft de juistheid daarvan bestreden en als bijlage bij het hiervoor genoemde nadere stuk van 10 november 2006 tekeningen en berekeningen overgelegd waaruit blijkt welke functies de afzonderlijke ruimten hebben en door wie zij worden gebruikt. Nu in het taxatierapport kennelijk is uitgegaan van een samenvoeging van een aantal ruimten en [taxateur] ter zitting de verschillen tussen beide stukken onvoldoende heeft kunnen verklaren, is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in het rapport, wat functie en gebruik betreft, in alle gevallen van de juiste situatie is uitgegaan. Omdat de rechtbank de door eiseres gehanteerde uitgangspunten aannemelijk acht zal zij in het hierna volgende daarvan uitgaan, behoudens wat betreft de totale oppervlakte van het complex. Die oppervlakte bedraagt volgens eiseres 3.131,2 m² en volgens verweerder 3.173 m². De rechtbank acht aannemelijk dat dit geringe verschil is ontstaan doordat verweerder, zoals te doen gebruikelijk en omwille van de vergelijkbaarheid van de gegevens aan te bevelen, is uitgegaan van de bruto-maten ofwel buitenmaten. Daarom zal de rechtbank de door eiseres opgegeven oppervlakten vermenigvuldigen met 3.173/3.131,2. 4.6. Gelet op de indeling van het totale complex en het gebruik van de daarbinnen gelegen afzonderlijke ruimten, een en ander zoals door partijen in de stukken van het geding en nader ter zitting toegelicht, acht de rechtbank aannemelijk dat ten behoeve van een waardering op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde in het onderhavige geval een globaal onderscheid kan worden gemaakt tussen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.