Vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 156602 / KG ZA 07-187 Vonnis in kort geding van 23 maart 2007 in de zaak van 1. [eiser sub 1], wonende te [woonplaats], 2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats], 3. [eiser sub 3], wonende te [woonplaats], 4. de stichting STICHTING BRABANTSE MILIEUFEDERATIE, gevestigd te Tilburg, eisers, procureur mr. S.W.A.M. Henselmans, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HELMOND, zetelend te Helmond, gedaagde, procureur mr. T.W.H.M. Weller, advocaat mr. M.G.G. van Nisselroij Partijen zullen hierna [eisers] en de gemeente genoemd worden. 1. De procedure 1.1. [eisers] hebben ter zitting van heden gesteld en gevorderd zoals hierna verkort is weergegeven. 1.2. De advocaat van [eisers] heeft de vordering ter terechtzitting toegelicht, mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities met akte van eiswijziging en producties. 1.3. De advocaat van de gemeente heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van de door haar overgelegde pleitnotities met producties. 1.4. Na gevoerd debat hebben partijen vonnis gevraagd. 2. Het geschil 2.1. [eisers] vorderen samengevat, de gemeente: 1. te gelasten de sloot gelegen tussen de [adres] en [adres] te [woonplaats] of anderszins, in de oude toestand te herstellen; 2. te verbieden nadere werkzaamheden aan de sloot te verrichten zolang: primair: - geen onherroepelijke aanlegvergunning krachtens het vigerende bestemmingsplan is verleend dan wel een bestemmingsplanwijziging in gang is gezet; subsidiar: - niet krachtens een ander geëigend rechtsmiddel bij wege van voorlopige voorziening een verbod om de gewraakte werkzaamheden te verrichten is toegewezen of afgewezen; 3. een en ander op verbeurte van een dwangsom. 2.2. De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3. De beoordeling 3.1. Nu de vordering strekt tot het opheffen c.q. het verder intreden van een onrechtmatige toestand, kan er uit de aard der zaak een voldoende spoedeisend belang worden aangenomen. 3.2. Aangezien uit de overgelegde statuten van de Stichting Brabantse Milieufederatie (verder te noemen: BMF) blijkt dat deze stichting onder meer de behartiging van milieubescherming als doelstelling heeft, kan ook de BMF in haar vordering worden ontvangen. 3.3. Nu [eiser sub 3] in de nabijheid van de onderwerpelijke sloot woonachtig is, kan ook ten aanzien van hem worden aangenomen dat hij bij de vordering voldoende belang heeft om daarin te kunnen worden ontvangen. 3.4. Omdat er geen besluit van de gemeente voorligt, staat het belanghebbenden vrij zich op grond van een onrechtmatige daad tot de civiele rechter te wenden, zodat de civiele rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. 3.5. Op grond van het geldende bestemmingsplan (artikel 3, lid 1) is het verboden op de "als ecologische verbindingszone" medebestemde gronden zonder (...) een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de navolgende werken, voorover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: (...) c. het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen en egaliseren; (...). 3.6. Het opvullen met zand van een dieper gelegen ruimte als de (onderhavige) sloot moet taalkundig als "ophogen" worden aangemerkt, en het brengen van dat opgehoogde zand op het niveau van de omringende tuinen als "egaliseren". Dat de betrokken termen in de aangehaalde tekst van het bestemmingsplan anders moeten worden geduid, is niet aannemelijk gemaakt en valt ook ambtshalve niet in te zien. Nu er geen sprake is van een aanlegvergunning, moet worden vastgesteld dat de onderhavige werkzaamheden in strijd met bestemmingsplan zijn uitgevoerd en de daardoor bewerkstelligde situatie als onrechtmatig moet worden aangemerkt. 3.7. Het gevorderde verbod ligt daarmee voor toewijzing gereed. 3.8. Met betrekking tot het gevorderde herstel in de vorige toestand overweegt de rechter het volgende. De gemeente heeft aangevoerd dat zij zorgvuldig heeft gehandeld en tot de conclusie is gekomen dat er
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.