vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 162923 / KG ZA 07-523 Vonnis in kort geding van 1 oktober 2007 in de zaak van 1. [eiser sub 1], wonende te [woonplaats], 2. [eiseres sub 2], wonende te [woonplaats], beide optredende in hun hoedanigheid van mentoren van [NN], eisers, procureur mr. Y. van der Linden, tegen STICHTING VOORZIENINGEN LICHAMELIJK GEHANDICAPTEN, gevestigd te Rosmalen, gedaagde, procureur mr. C.W.M. Verberne. Partijen zullen hierna [eisers]] en Stichting VLG genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Na dagvaarding heeft een behandeling ter terechtzitting plaatsgevonden, waarbij beide partijen hun standpunt hebben medegedeeld en toegelicht. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [NN], geboren op [datum], is als gevolg van een vroegkinderlijke hersenbeschadiging lichamelijk, zintuiglijk en verstandelijk gehandicapt. Op sociaal-emotioneel en cognitief niveau heeft zij een leeftijdsequivalent van een 5- 6 jarige. [NN] is verzorgingingsafhankelijk en ten gevolge van een vierzijdig spasme aangewezen op een elektrische rolstoel. Daarnaast heeft ze een beperkt gezichtsvermogen als gevolg van de hersenbeschadiging. 2.2. In 1993 is [NN] in Zonhove (behandelcentrum voor meervoudig gehandicapte jongeren) te Son gaan wonen. 2.3. Zonhove vormt sinds 1999 samen met de Stichting VLG (voor mensen met een lichamelijke handicap) en Triocen een samenwerkingsverband dat onder meer is vorm gegeven in de stichting Woon-en Zorgvoorzieningen (SWZ) voor lichamelijk en meervoudig gehandicapten. 2.4. Omstreeks 2003 hebben de ouders van [eisers]]) hun zorg geuit over de – naar hun zeggen - stagnatie van de ontwikkeling van hun dochter. Volgens hen ontving hun dochter binnen Zonhove te weinig stimulans en prikkels om een optimale ontwikkeling te hebben kunnen doormaken doordat de zorginstelling haar emotionele en cognitieve vermogens te laag had inschat. 2.5. In overleg met Nieuwkamp c.s. heeft Zonhove op 13 oktober 2003 besloten om [NN] voor een periode van 1 jaar in een andere woongroep te plaatsen waar voldoende sprake zou zijn van uitdaging en prikkels van leeftijdsgenoten. 2.6. Op 28 januari 2005 is [NN] overgeplaatst naar De Eekelhof (een zorginstelling van Stichting VLG) in Schijndel. Een woonvorm voor mensen met een lichamelijke beperking en/of niet aangeboren hersenletsel. Het betrof een proefplaatsing met een eindevaluatie na een jaar. Tussentijds hebben (maandelijks) evaluaties en gesprekken plaatsgevonden over de woonsituatie van [NN], waarvan verslagen zijn gemaakt. 2.7. Op 3 februari 2006 bericht Stichtin[eisers]] dat de woonfunctie voor [NN] op De Eekelhof zal worden beëindigd en dat [NN] vervangende woonruimte kan worden geboden binnen Zonhove die beter geëquipeerd is voor de specifieke vraag van [NN]. 2.8. Op 16 februari 2006 heeft Stichting VLG haar beslissing in overleg met [eisers] opgeschort in afwachting van het advies van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) omtrent de geschiktheid van de woonsituatie van [NN] op De Eekelhof. 2.9. CCE heeft haar conclusies en bevindingen in het najaar van 2006 neergelegd in een definitief adviesrapport. Op basis hiervan heeft Stichtin[eisers]] op 29 december 2006 bericht dat de woonsituatie van [NN] op De Eekelhof zal worden beëindigd. 2.10. Op 2 februari 2007 is n[eisers]] door Zorg & Adviesbureau Woelcare naar aanleiding van evengenoemde brief tegen de Stichting VLG een klacht ingediend bij SWZ. 2.11. Op 16 april 2007 heeft de klachtencommissie van SWZ de klacht ongegrond verklaard. Volgens de commissie heeft de Stichting VLG haar beslissing [NN]s’s woonsituatie op De Eekelhof te beëindigen zorgvuldig onderbouwd. 2.12. Op 6 juni 2007 heeft de advocaa[eisers]] Stichting VLG gemeld dat zij voornemens zijn een onafhankelijke deskundige in te schakelen. Verzocht is de overplaatsing op te schorten in afwachting van dit onderzoek. 2.13. Bij brief van 25 juni 2007 heeft de Stichtin[eisers]] gemeld geen reden te zien voor de verzochte opschorting. 2.14. In juli 2007 heeft drs. [W], orthopedagoog, n[eisers]] een rapport uitgebracht over de situatie van [NN]. 2.15. Bij beschikking van 25 juli 2007 van de Rechtbank te ’s-Hertogenbosch, sector Kanton, is een mentorschap ingesteld over [NN] en[eisers]] tot mentoren benoemd. 3. Het geschil [eisers]] vorderen primair: het besluit tot overplaatsing van [NN] van woonvorm De Eekelhof naar de instelling Zonhove of een andere woonvorm/instelling op te schorten. subsidiair: het besluit tot overplaatsing van [NN] van woonvorm de Eekelhof naar de instelling Zonhove of een andere woonvorm/instelling op te schorten tot het moment dat een, met instemming van beide partijen aangewezen onafhankelijke deskundige heeft onderzocht welke andere woonvorm/instelling wel een goed alternatief zou kunnen zijn voor [NN] en zij hier ook daadwerkelijk geplaatst kan worden; in beide gevallen op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag en met veroordeling van Stichting VLG in de kosten van het geding. [eisers]] leggen daaraan het volgende ten grondslag. Met Stichting VLG is ten aanzien van [NN] een geneeskundige behandelingsovereenkomst gesloten in de zin van artikel 7:446 BW. Het besluit van Stichting VLG tot overplaatsing is te beschouwen als een opzegging, waarvan artikel 7:460 BW bepaalt dat dit alleen in geval van gewichtige redenen mag geschieden. Gewichtige redenen zijn niet aanwezig, zodat de opzegging niet kan worden aanvaard en Stichting VLG daaraan niet de door haar gewenste gevolgen - overplaatsing van [NN] - kan verbinden. [eisers]]hebben dit toegelicht met het navolgende. Zij stellen zich op het standpunt dat Stichting VLG op geen enkele manier aannemelijk geeft gemaakt dat gewichtige reden aanwezig zijn die opzegging/overplaatsing rechtvaardigen. De conclusies van het rapport van CCE brengen gelet op de onderzoeksopdracht (“wie is [NN], wat zijn haar mogelijkheden en hoe ziet haar woon-werkperspectief eruit”) niet met zich dat gewichtige redenen aanwezig zijn om de woonsituatie in De Eekelhof te beëindigen. [eisers] hebben dan ook verwezen naar het rapport van de orthopedagoog drs. [W], die volgens hen terecht de vraag heeft opgeworpen waarom Stichting VLG aangepaste zorg voor [NN]– indien nodig – niet op De Eekelhof kan bieden. Ter illustratie dat [NN] na een korte gewenningsperiode haar draai gevonden heeft op de De Eekelhof en omgeving h[eisers]] een beschrijving gegeven van haar wekelijkse activiteiten. [NN] werkt dagelijks op AC Duinendaal. Zij eet ’s-avonds gezamenlijk met de andere bewoners op De Eekelhof en drinkt zij met hen thee. In de algemene ruimte of in haar eigen appartement kijkt zij TV of luistert zij naar muziek. Op dinsdag beoefent zij een balspel Boccia. Op woensdag komen haar ouders op visite. Op vrijdag heeft zij rolstoeldansen en zo nu en dan bezoekt zij haar vriend [P] in VLG Boxtel. Om het weekend is zij thuis bij haar ouders. Het andere weekend komen haar ouders haar zaterdag en zondag overdag halen om de dag samen door te brengen. 3.4. Stichting VLG voert samengevat het volgende verweer. Op basis van de tussentijdse evaluaties, een rapportage van MEE van 19 augustus 2005, het rapport van psychologe [O] van augustus 2005 en het eindadvies van CCE van eind 2006, heeft zij, Stichting VLG, vanuit een professioneel perspectief het standpunt ingenomen dat voortzetting van de zorgverlening aan [NN] op de De Eekelhof onverantwoord is. [NN] wordt volgens haar binnen De Eekelhof met name op de aspecten van emotionele stabiliteit, sociale vaardigheden en zelfbepaling bij dagactiviteiten overvraagd. [NN] heeft volgens Stichting VLG een meer beschermde woonomgeving nodig, een woonomgeving met terreingebonden voorzieningen, waar medewerkers meer in de directe nabijheid zijn en waar meer gezamenlijke groepsactiviteiten worden aangeboden en meer structuur aan de bewoners gegeven. [NN] heeft geen aansluiting bij de andere bewoners van de woonvorm. Aangezien Stichting VLG en de instelling De Eekelhof uitgaan van een grote mate van zelfredzaamheid van de bewoners en [NN] die mogelijkheden niet bezit omdat zij totaal afhankelijk is van derden, is De Eekelhof niet een woonomgeving die bij [NN] past, aldus Stichting VLG. In het belang van [NN] is het verantwoord dat voor haar een alternatieve woonvorm zal worden gezocht, bijvoorbeeld Zonhove. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling [eisers]] vragen een voorziening, die er op is gericht dat Stichting VLG de woonsituatie van [NN], zoals die thans bestaat, wordt voortgezet in weerwil van de wens van Stichting VLG om die situatie te beëindigen (a). Daarnaast speelt kennelijk de vree[eisers]] dat [NN] zonder meer wordt overgeplaatst naar Zonhove, hetgeen zij met het onderhavige kort geding willen voorkomen (b). 4.2. Het onder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.