vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector Strafrecht Parketnummer: 01/833094-09 Datum uitspraak: 24 maart 2010 Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, wonende te [woonplaats], [adres], thans gedetineerd te: RIJ Den Hey-Acker locatie Vught. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 maart 2010. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 februari 2010. Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 18 november 2009 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge en/of een of meerdere ring(
(2000)was het contact tussen ouders en jeugdige geregeld in artikel 490 Wetboek van Strafvordering juncto artikel 50 van het Wetboek van strafvordering. In artikel 490 Wetboek van Strafvordering was voor alle jeugdige verdachten bepaald dat indien hun vrijheid was ontnomen, artikel 50 Wetboek van Strafvordering ten aanzien van hun ouders van overeenkomstige toepassing was. Artikel 50 Wetboek van Strafvordering regelt het vrij verkeer tussen verdachte en zijn raadsman. Na inwerkingtreding van de Bjj is de regeling van het contact tussen ouders en jeugdigen die zich in de justitiële jeugdinrichting bevinden in de Bjj geregeld. Voor jeugdigen die niet in een justitiële jeugdinrichting verblijven, maar bijvoorbeeld in een politiecel, geldt artikel 490 Wetboek van Strafvordering nog steeds. Blijkens de Memorie van Toelichting heeft de wetgever met de wetswijziging daarmee niet beoogt de positie van de ouders te wijzigen. Het contact tussen de buitenwereld en een jeugdige die, zoals verdachte, in het kader van de voorlopige hechtenis in een justitiële jeugdinrichting verblijft, is geregeld in de artikelen 41 tot en met 45 van de Bjj. Ouders behoren evenals raadslieden tot de zogeheten geprivilegieerde personen. Het is hun in beginsel toegestaan om vrijelijk contact te onderhouden met de jeugdige. Het contact in de vorm van telefonisch contact, bezoek, correspondentie kan hen slechts in zeer bijzondere omstandigheden worden onthouden. Blijkens de Memorie van Toelichting ligt aan de regeling in de Bjj mede ten grondslag het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind op grond waarvan beperking van het contact tussen ouders en kinderen slechts is toegestaan in uitzonderlijke omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat de hierboven weergegeven regeling in acht genomen dient te worden bij het opleggen van beperkingen in het belang van het onderzoek. Het bevel beperkingen van 3 december 2009, noch het bevel van 9 december 2009 geeft een bijzondere motivering voor de noodzaak van het beperken van het contact tussen verdachte en zijn moeder. Ook in de aan de aan de rechter-commissaris gerichte vordering van de officier van justitie en het aan deze vordering ten grondslag liggende verzoek van de politie wordt daarvoor geen reden aangevoerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in de periode 3 december tot 18 december 2009 het contact tussen verdachte en zijn moeder zonder afdoende motivering aan beperkingen is onderworpen. In het voorgaande ziet de rechtbank, mede gezien de jeugdige leeftijd en de persoon van verdachte, aanleiding de op te leggen jeugddetentie met een maand te verminderen. (Geen) onderzoek naar schorsingsvoorwaarden Ten aanzien van het verweer betreffende het niet verrichten van onderzoek naar de schorsingsvoorwaarden wordt als volgt overwogen. In artikel 493 Wetboek van Strafvordering is bepaald dat de rechter indien hij de voorlopige hechtenis van verdachte beveelt, nagaat of het bevel voorlopige hechtenis kan worden geschorst. Hoewel het in de meeste situaties gewenst is dat voorafgaand aan een eventuele schorsing een onderzoek schorsingsvoorwaarden wordt uitgevoerd door de jeugdreclassering, kan naar het oordeel van de rechtbank de verdediging aan de wet niet een algemeen recht ontlenen op een dergelijk onderzoek. Wel is het noodzakelijk om de raadsman welwillend tegemoet te treden, omdat hij, gelet op het belang dat de rechter-commissaris en de rechtbank in het algemeen hechten aan het advies van de jeugdreclassering, voor de onderbouwing van het verzoek tot schorsing, een rapportage van de jeugdreclassering nodig heeft. Het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de wenselijkheid van schorsing kan daarbij niet alleen maatgevend zijn. In de onderhavige zaak heeft de jeugdreclassering voorafgaand aan de voorgeleiding bij de rechter-commissaris en de behandeling van de vordering gevangenhouding en verlenging van de gevanghouding de rechter geadviseerd verdachte niet te schorsen uit de voorlopige hechtenis. In haar rapportage van 22 december 2009, 28 december 2009 en 1 februari 2010 heeft de jeugdreclassering geadviseerd de gedragskundige rapportage van de psycholoog af te wachten, omdat, gelet op de persoonlijke situatie van verdachte een goed plan noodzakelijk was. De officier van justitie heeft daarom in redelijkheid het verzoek van de raadsman kunnen afwijzen. Dit strafmaatverweer van de raadsman wordt verworpen. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2]. De benadeelde partij [slachtoffer2] heeft een civiele vordering ingediend voor een totaalbedrag van € 2.635,-, bestaande uit € 135,- voor een broek en een tuniek en € 2.500,- aan immateriële schade. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de immateriële schade en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij ten aanzien van materiële schade, omdat dit deel van de vordering niet voldoende duidelijk en eenvoudig van aard is voor een behandeling in het strafproces. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1]. De benadeelde partij [slachtoffer1] heeft een civiele vordering ingediend voor een totaalbedrag van € 9.679,66,-, bestaande uit € 15,- voor een overhemd, € 100,- voor een pantalon, € 15,- voor ondergoed, € 200,- voor schoenen, € 849,66 voor kosten van rechtsbijstand en € 8.500,- aan immateriële schade. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de immateriële schade tot een bedrag van € 5.000,-, toewijzing van de materiële schade tot een bedrag van € 130,- met uitzondering van de schoenen ten aanzien waarvan de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voorts niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij ten aanzien van de kosten voor rechtsbijstand, omdat dit deel van de vordering niet voldoende duidelijk en eenvoudig van aard is voor een behandeling in het strafproces. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, te weten immateriële schade € 5.000,- en materiële schade de post overhemd, pantalon, ondergoed en schoenen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de overige onderdelen van de vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het strafgeding, te weten de kosten voor rechtsbijstand en de immateriële schade voor zo ver deze het bedrag van € 5.000,- te boven gaat. De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. De vordering van de benadeelde partij [naam juwelier] v.o.f.. De benadeelde partij [naam juwelier] v.o.f. heeft een civiele vordering ingediend voor een bedrag van € 1.892,38,-, bestaande uit € 1.500,- voor eigen risico schadeverzekering en € 392,38 voor een no-claim bonus. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Motivering van de hoofdelijkheid. De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde partijen hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade. DE UITSPRAAK De rechtbank: Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen Verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf en maatregelen: Jeugddetentie voor de duur van 17 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde: dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de aanwijzingen van de gezinsvoogd en de aanwijzingen die hem in het kader van jeugdreclassering worden gegeven door of namens het Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, Wal 20, 5611 GG Eindhoven (uit te voeren door de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering). Verleent opdracht aan voornoemd Bureau om aan de veroordeelde terzake van de naleving van deze bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen. Maatregel van schadevergoeding van EUR 2635,00 subsidiair 36 dagen jeugddetentie. Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer2],van een bedrag van EUR 2.635,- (zegge: tweeduizendzeshonderdenvijfendertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 36 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 2.500,- immateriële schade en EUR 135,- materiële schade (post broek en tuniek). Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer2] van een bedrag van EUR 2.635,- (zegge: tweeduizendzeshonderdenvijfendertig euro), te weten EUR 2.500,- immateriële schade en EUR 135,- materiële schade (post broek en tuniek). Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. Maatregel van schadevergoeding van EUR 5330,00 subsidiair 61 dagen jeugddetentie. Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1] van een bedrag van EUR 5.330,- (zegge: vijfduizenddriehonderdendertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 5.000,- immateriële schade en EUR 330,- materiële schade (post overhemd, pantalon, ondergoed, schoenen). Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer1] van een bedrag van EUR 5.330,- (zegge: vijfduizenddriehonderdendertig euro), te weten EUR 5.000,- immateriële schade en EUR 330,- materiële schade (post overhemd, pantalon, ondergoed, schoenen). Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering, te weten de kosten voor rechtsbijstand en het overige gevorderde aan immateriële schade, niet ontvankelijk is. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij of (een van) zijn mededader (
- s)heeft/hebben voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. Maatregel van schadevergoeding van EUR 1892,38 subsidiair 28 dagen jeugddetentie. Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam juwelier] v.o.f. ,van een bedrag van EUR 1.892,38 (zegge: eenduizendachthonderdentweeënnegentig euro en achtendertig cent), ter zake materiële schade (post eigen risico schadeverzekering en no-claim bonus), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 dagen hechtenis. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij: Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam juwelier] v.o.f. van een bedrag van EUR 1.892,38 (zegge: eenduizendachthonderdentweeënnegentig euro en achtendertig cent), ter zake materiële schade (post eigen risico schadeverzekering en no-claim bonus). Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(
- n)is betaald. Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade. Dit vonnis is gewezen door: mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter, tevens kinderrechter-plaatsvervanger, mr. J.G. Vos en mr. A. Venekamp, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans-Jongeneelen, griffier, en is uitgesproken op 24 maart 2010. 1 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer2], proces-verbaal van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, gezamenlijke recherche Eindhoven, met dossiernummer PL2200/2009.192908, afgesloten en ondertekend op 5 februari 2010 (hierna verder genoemd: PV), p. 476 en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer1], PV, p. 505. 2 Verklaring van [medeverdachte1], PV, p. 764. 3 Verklaring van medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 830, verklaring van verdachte, PV, p. 873. 4 Verklaring van medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 663. 5 Verklaring van verdachte, PV, p. 873, verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 933. 6 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 3 december 2010. 7 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 919 en 938. 8 Verklaring verdachte, PV, p. 874. 9 Verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 826. 10 Verklaring verdachte, PV, p. 875 en verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 660. 11 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 693. 12 Verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 660. 13 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 919. 14 Verklaring verdachte, PV, p. 875. 15 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 919 en 937, verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 693, verklaring verdachte, PV, p. 874 en 875, verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 826, verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 671. 16 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 693. 17 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 919 en 937. 18 Verklaring verdachte, PV, p. 874 en 875. 19 Verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 826, 829. 20 Verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 670 en 671. 21 Verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 663. 22 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2] afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 1 december 2009. 23 Verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 826. 24 Verklaring verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 3 december 2009. 25 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 916. 26 Verklaring verdachte, PV, p. 874, verklaring medeverdachte [medeverdachte1], PV, p. 765 en verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 707. 27 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 693. 28 Verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 658 en verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 693. 29 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 693. 30 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 938. 31 Verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 826 en verklaring verdachte, PV, p. 876. 32 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 937 en verklaring verdachte, PV, p. 875. 33 Verklaring verdachte, PV, p. 876. 34 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer2], PV, p. 477, 478 en 479. 35 Verklaring verdachte, PV, p. 876. 36 Verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 826 en 833. 37 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer1], PV, p. 507. 38 Verklaring verdachte, PV, p. 876. 39 Verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 672. 40 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 708. 41 Verklaring medeverdachte [medeverdachte1], PV, p. 803. 42 Aanvraagformulier medische informatie betreffende [slachtoffer1] d.d. 9 december 2009, PV, p. 511. 43 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige1], opgemaakt, gesloten en ondertekend door [naam hoofdagent], hoofdagent, Gezamenlijke Recherche Eindhoven op 9 maart 2010. 44 Verklaring getuige [slachtoffer2], PV, p. 487. 45 Verklaring verdachte, PV, p. 877 en verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 830. 46 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 921. 47 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 708 en verklaring medeverdachte [medeverdachte1], PV, p. 749. 48 Verklaring medeverdachte [medeverdachte2], PV, p. 718 en verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 658 en 660. 49 Verklaring medeverdachte [medeverdachte3], PV, p. 672. 50 Verklaring verdachte, PV, p. 878. 51 Verklaring medeverdachte [medeverdachte6], PV, p. 830. 52 Verklaring medeverdachte [medeverdachte4], PV, p. 933. ?? ?? 18 Parketnummer: 01/833094-09 [verdachte]