RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH Sector bestuursrecht Zaaknummers: AWB 09/1664 AWB 09/1665 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 19 mei 2011 inzake het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven (lees: de gemeente), eiser, gemachtigde mr. J. de Roos en F. van Overmeeren, tegen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder, gemachtigde drs. J.J.M. Schipper. Zitting hebben: - mr. D.J. de Lange, voorzitter; - mr. P.H.C. Schoemaker, lid; - mr. M.M.L. Wijnen, lid; - mr. drs. J.J.M. Goosen, griffier. De zaken zijn aanvankelijk behandeld ter zitting van 26 april 2010. De rechtbank heeft, aansluitend aan die behandeling, het onderzoek geschorst, ten einde van partijen antwoord te verkrijgen op een aantal bij haar levende vragen. Na beantwoording van die vragen, heeft de rechtbank schriftelijk aanvullende vragen gesteld. Naar aanleiding van de beantwoording van die vragen door partijen, heeft de rechtbank het onderzoek voortgezet ter zitting van 12 mei 2011. In de uitnodigingsbrieven voor die zitting heeft de rechtbank een aantal nadere vraagpunten geformuleerd. Partijen zijn op de zitting verschenen bij gemachtigden. Gezien de gedingstukken en gehoord het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank beslist: - de beroepen gegrond te verklaren; - de bestreden besluiten te vernietigen; - verweerder op te dragen om, met inachtneming van hetgeen zij in deze uitspraak heeft overwogen, de declaraties alsnog in behandeling te nemen; - verweerder te veroordelen in de proceskosten, vastgesteld op € 166; - verweerder op te dragen eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 594 (2x € 297) te vergoeden. De rechtbank heeft aan haar beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd. Verweerder heeft de in deze zaken aan de orde zijnde declaraties ter verkrijging van een bijdrage in de kosten van opsporing van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog voor de projecten Emmasingelproject (AWB 09/1664) en Meerhoven (AWB 09/1665) niet in behandeling genomen, omdat deze niet alle voor de beoordeling daarvan vereiste gegevens, respectievelijk bijlagen bevatten en eiser niet tijdig gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid deze alsnog te verstrekken. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de daartegen gerichte bezwaren van eiser ongegrond verklaard. Het geschil heeft zich toegespitst op de vraag of verweerder de declaraties buiten behandeling mocht stellen, omdat daarin gegevens ontbraken over de risico's voor de bevolking en over maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming van schade. In artikel 24 van het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006 (Staatsblad 2006, 711, hierna: Bijdragebesluit 2006) is bepaald dat op opsporingen en ruimingen die vóór 1 januari 2006 in uitvoering zijn genomen, het Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999, zoals dat luidde op 31 december 2005 van toepassing blijft, met uitzondering van een aantal in deze zaken niet relevante onderdelen. Dit laatste Bijdragebesluit (hierna: Bijdragebesluit 2002) is gepubliceerd in Staatsblad 2002, 597. In artikel II van het Bijdragebesluit 2002 is bepaald dat bijdragen voor de kosten van opsporingen en ruimingen die zijn aangevangen vóór 1 januari 2003 worden verleend op de voet van dit besluit, zoals dat luidde voorafgaande aan die datum. Dit besluit is gepubliceerd in Staatsblad 1999, 402). Niet in geschil is dat de declaraties betrekking hebben op opsporingen die zijn aangevangen vóór 1 januari 2003. De rechtbank leidt uit de tekst van en de toelichting bij artikel II van het Bijdragebesluit 2002 af, dat het Bijdragebesluit 1999 slechts op opsporingen die zijn aangevangen vóór 1 januari 2003 van toepassing blijft, voor zover het de hoogte van bijdragen voor die opsporingen betreft. Die toepasselijkheid betreft dus niet bijvoorbeeld de artikelonderdelen 14, onder h en l van het Bijdragebesluit 1999, waarin achtereenvolgens is aangegeven dat tot de inhoud van een declaratie voor een opsporing behoren: de risico's die voorzien waren voor de bevolking, waaronder eventuele milieuaspecten, en de maatregelen die getroffen zijn ter voorkoming van schade. In artikel 14 van Bijdragebesluit 2002, dat op grond van artikel 24 van Bijdragebesluit 2006 in dit geval van toepassing is, is geen bepaling te vinden op grond waarvan een declaratie gegevens zou moeten bevatten over de voorziene risico's voor de bevolking. Verweerder heeft de declaraties dan ook niet in verband met het ontbreken van deze gegevens buiten behandeling mogen laten. Wel moeten, op grond van artikel 14, aanhef en onder e, van het Bijdragebesluit 2002, in declaraties voor opsporingen in dit geval gegevens worden opgenomen over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming van schade. Dit stemt overeen met wat in het declaratieformulier bij het onderdeel "Verplichte bijlagen bij de declaratie (vervolg)" onder het kopje "Bij opsporing" is vermeld. Eisers gemachtigde heeft ter zitting diverse passages uit bij de declaraties gevoegde onderzoeksrapporten geduid, waaruit de gevraagde informatie zou kunnen worden afgeleid. In deze passages is naar het oordeel van de rechtbank niet aangegeven welke maatregelen ter voorkoming van schade bij de opsporing zullen worden getroffen. De vraag is of verweerder desondanks de declaraties wel buiten behandeling mocht stellen. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Volgens verweerder had bij de indiening van de declaraties ook kunnen worden volstaan met verwijzing naar de melding van het project en de vindplaats van de eerder overgelegde informatie. Aangegeven had moeten worden welke bijlage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.