beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT Wrakingskamer Zittingsplaats 's‑Hertogenbosch Zaaknummer / rekestnummer: 255465 / EX RK 12-228 Beschikking van 21 december 2012 in de zaak van [verzoeker] , verzoeker, tegen mr. D.J. de Lange, in zijn hoedanigheid van rechter in de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch bij de behandeling van de zaak met zaaknummer: AWB 12/2309, verweerder. Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechter worden genoemd. 1Procesverloop 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van: - het proces-verbaal van de terechtzitting in de hoofdzaak op 19november2012 met daarin opgenomen het voorliggende wrakingsverzoek; - de schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek; - het dossier in voormelde hoofdzaak. 1.
- De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 20 december
- Verzoeker is verschenen. Hij heeft het wrakingsverzoek nader toegelicht en bij dit verzoek gepersisteerd. De rechter is niet verschenen. In de schriftelijke reactie heeft de rechter zijn standpunt ten aanzien van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. 2Het verzoek en het verweer 2.
- Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met zaaknummer: AWB 12/
- Verzoeker heeft betoogd dat de rechter niet onbevooroordeeld het geschil kan beoordelen. 2.
- Ter onderbouwing van het wrakingsverzoek heeft verzoeker, zoals in het proces-verbaal van 19 november 2012 kort en zakelijk is weergegeven en desgevraagd ter zitting nader is toegelicht, gewezen op de volgende feiten en omstandigheden: Voorafgaand aan de zitting heeft verzoeker stukken ontvangen van de rechtbank waaruit vooringenomenheid blijkt. Het betreft een instructie waarin vermeld staat dat het beroep ongegrond wordt verklaard. Verder staan er subjectieve opmerkingen in waar verzoeker het niet mee eens is. Daarnaast is vermeld dat tot 11 dagen voor de aanvang van de zitting door partijen nog stukken ingezonden kunnen worden. De rechtbank heeft op 12 en 13 november 2012 nog stukken opgevraagd bij de wederpartij. 2.
- Ter zitting heeft verzoeker nog het volgende aangevoerd. Op 21 november 2012 - derhalve twee dagen na de zitting waarin de rechter is gewraakt. stond een zitting gepland in een Voorlopige Voorzieningzaak die door de zoon van verzoeker was ingesteld. In de procedure waarin om wraking is verzocht, is verzoeker bijgestaan door zijn zoon. Verzoeker en zijn zoon waren dan ook zeer verrast en geschokt dat de gewraakte rechter de voorzitter bleek te zijn van de zitting op 21 november
- Op de uitnodiging voor de zitting van 21 november 2012 stond mr. Potters vermeld als voorzitter. De rechter had, zo stelt verzoeker, deze zitting niet mogen accepteren, althans ter zitting moeten uitleggen waarom hij in plaats van de aangekondigde mc. Potters deze zaak behandelde. 2.
- De rechter heeft aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft in dat kader — kort samengevat — het volgende aangevoerd: De rechtbank heeft op 12 en 13 november in het procesdossier genoemde, maar niet aangetroffen stukken bij verweerder opgevraagd. Deze stukken zijn aan verzoeker toegezonden. De wet bevat geen bepalingen over het opvragen van stukken door de rechtbank, waarin beperkingen zijn gesteld aan de termijn. De enkele omstandigheid dat de rechtbank stukken opvraagt bij een van partijen en die aan het dossier toevoegt, waardoor partijen over dezelfde informatie beschikken, levert geen grond voor wraking op. Bij de verzending van de opgevraagde stukken aan verzoeker is per ongeluk ook de door de secretaris opgestelde instructie van de zaak meegezonden. Dit betreft een hulpmiddel bij de voorbereiding en de afwerking van de zaak. De beslissing wordt pas nà de zitting, mede met inachtneming van wat partijen ter zitting naar voren hebben gebracht, genomen. De instructie bevat nooit een voorlopig oordeel van de rechter. Aan dit stuk kan dan ook nooit de conclusie worden verbonden dat de rechter vooringenomen is, of dat die schijn is gewekt. 3De beoordeling 3.
- Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.
- De rechtbank stelt voorop dat de rechter uit hoofde van haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter met betrekking tot een procespartij vooringenomen is, althans dat de dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid is bij de beoordeling van het wrakingsverzoek van belang. 3.
- Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek gebaseerd op een aantal gronden. Dienaangaande oordeelt de rechtbank als volgt. 3.3.
- De rechter heeft in de meergenoemde procedure met zaaknummer AWB 12/2309 het van belang geacht om een aantal stukken bij de wederpartij van verzoeker op te vragen. Verzoeker is het, gelet op de onderbouwing van zijn wrakingsverzoek ter terechtzitting, kennelijk niet eens met deze beslissing. Door de stukken zelf op te vragen, zé stelt verzoeker, accepteert de rechter de stukken al bij voorbaat en handelt hiermee niet objectief. De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van de rechter om nadere stukken op te vragen, er niet van getuigt dat de rechter enige vooringenomenheid tegenover verzoeker heeft gekoesterd of dat sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter. De rechter heeft slechts gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om op basis van het procesdossier, het geschil tussen partijen en de stellingen van partijen nadere processtukken op te vragen en deze in het dossier te voegen. De betreffende stukken zijn ook aan verzoeker toegezonden, zodat hij hiervan kennis heeft kunnen nemen. Van schending van processuele regels of van een benadeling van verzoeker door toedoen van de rechter op grond waarvan partijdigheid of de schijn van partijdigheid zou moeten worden aangenomen, is niet gebleken. 3.3.
- De rechtbank is van oordeel dat aan de door de secretaris opgestelde instructie - die voorafgaand aan de zitting abusievelijk aan verzoeker is toegezonden - niet de conclusie kan worden verbonden dat de rechter vooringenomen is geweest. Alhoewel het stuk de vorm heeft van een concept-uitspraak, blijkt voldoende dat het hier gaat om een interne werkinstructie. Dit staat duidelijk vermeld op het stuk. Voorts volgt dat ook uit de tekst van de betreffende instructie. Zo staat daarin louter welke standpunten partijen tot dan toe innemen, welke aspecten nog nadere vraagstelling behoeven, hoe de relevante wet- en regelgeving luidt en dat de conclusie een voorlopige is. De rechtbank ziet in de instructie naar objectieve maatstaven bezien geen grond voor vooringenomenheid, noch voor een objectief gerechtvaardigde vrees dienaangaande. 3.3.
- Het enkele feit dat de gewraakte rechter een andere zaak voorzit, levert in de procedure AWB 12/2309 geen grond voor wraking op. Gesteld noch gebleken is dat de rechter op de zitting van 21 november 2012 opmerkingen gemaakt heeft die kunnen leiden tot de conclusie dat de rechterlijke onpartijdigheid in voormelde procedure schade zou kunnen lijden. 3.
- Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen zal het wrakingsverzoek worden afgewezen. 4De beslissing De rechtbank, wijst af, het verzoek tot wraking van mr. D. J. de Lange, in de zaak met zaaknummer AWB 12/
- Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. Bik, voorzitter, mr. P.P,M. van der Burgt en mr. P.H. Schoemaker, leden, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2012 tegenwoordigheid van de griffier.