RECHTBANK ‘S-HERTOGENBOSCH Sector kanton, locatie Eindhoven Zaaknummer : 776358 Rolnummer : 11-8219 Uitspraak : 11 oktober 2012 in de zaak van: de vereniging [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, t e g e n 1 [gedaagde sub 1] ,
- [gedaagde sub 2] , allen wonende te [woonplaats] ,gedaagden,gemachtigde: [A] . 1Het verdere verloop van het geding Dit blijkt uit de stukken die na het tussenvonnis d.d. 3 mei 2012 aan het dossier zijn toegevoegd, te weten: a. de akte d.d. 4 september 2012, zijdens eiseres;b. de akte d.d. 7 september 2012, zijdens gedaagde; c. de aantekeningen van de comparitie van partijen d.d. 11 september
- 2De verdere beoordeling 2.
- De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis d.d. 3 mei 2012 is overwogen en beslist. In dat tussenvonnis heeft de kantonrechter een comparitie gelast om nadere inlichtingen te verkrijgen omtrent de besluitvorming ter zake de verhoging van de eigen bijdrage. 2.
- [eiseres] heeft bij akte uitlating producties d.d. 22 maart 2012 haar vordering ten aanzien van gedaagde sub 2 ingetrokken, zodat de kantonrechter dit deel van de vordering verder buiten beschouwing zal laten. 2.
- Vast is komen te staan dat, behoudens de vraag of de verhoging van de eigen bijdrage verschuldigd is, [gedaagde sub 1] sinds 1 januari 2010 in het geheel geen eigen bijdrage meer betaalt aan [eiseres] . Het bedrag per maand ter zake de eigen bijdrage bedraagt (exclusief verhogingen) vanaf het jaar 2006 een bedrag ad € 134,70 (€ 150,95 minus € 6,08, minus € 10,17). [gedaagde sub 1] heeft erkend de maandelijkse eigen bijdrage (zonder verhoging) verschuldigd te zijn. Toegewezen wordt de eigen bijdrage ad € 134,70 per maand vanaf 1 januari
- De rente zal worden toegewezen vanaf datum dagvaarding nu niet inzichtelijk is gemaakt vanaf welke datum [gedaagde sub 1] in verzuim is. 2.
- Ter zitting is gedebatteerd over de vraag of de besluiten ten aanzien van de verhogingen van de eigen bijdrage rechtsgeldig zijn. [eiseres] stelt dat zij weliswaar voor [B] en de verenigingen van ondereigenaars een gezamenlijke begroting, exploitatierekening en reservefonds heeft, maar dat de verdeling naar de VvO’s op verzoek kan worden uitgevoerd conform de percentages zoals vastgelegd in de Akte van splitsing. De percentages en het aandeel per eigenaar zijn vastgelegd in een boekhoudprogramma. Zo kan een overzicht worden geproduceerd per VvO van de begroting, exploitatierekening en aandeel van de eigenaar in het reservefonds. Op basis van de begroting en exploitatierekening van de VvO wordt vervolgens de eigen bijdrage berekend. [gedaagde sub 1] maakt bezwaar tegen deze manier van het vaststellen van de eigen bijdrage en dus ook de verhoging hiervan, omdat de [eiseres] volgens de Akte van splitsing een eigen begroting, exploitatierekening en reservefonds moet hebben, op basis waarvan de eigen bijdrage wordt berekend. De kantonrechter oordeelt als volgt. 2.
- Vast is komen te staan dat [eiseres] geen eigen begroting, exploitatierekening en reservefonds heeft. Zoals blijkt uit productie 6 bij de conclusie van repliek, wordt de begroting, de exploitatierekening en het aandeel van de eigenaar in het reservefonds berekend conform de percentages zoals vastgelegd in de akte van splitsing. Gezien het bepaalde in de artikelen 4, 5 en 33 van de Akte van splitsing, dient het bestuur van [eiseres] de exploitatierekening en de begroting voor te leggen aan de vergadering van ondereigenaars, voor de bepaling van de definitieve eigen bijdrage. Uit deze bepalingen moet worden opgemaakt dat [eiseres] een zelfstandig orgaan is met een eigen bestuur en vergadering, zodat zij ook een eigen exploitatierekening en begroting dient te hebben, op basis waarvan de eigen bijdrage, en dus ook de verhogingen, kunnen worden vastgesteld. [eiseres] beschikt niet over eigen cijfers, hetgeen volgens de akte van splitsing wel noodzakelijk is voor het bepalen van de eigen bijdrage. De wijze waarop [eiseres] (de verhogingen van) de eigen bijdrage over de afgelopen jaren heeft vastgesteld is in strijd met de Akte van splitsing. De besluiten omtrent de verhogingen van de eigen bijdrage vanaf juli 2006 zijn nietig. De op basis van deze besluiten in rekening gebrachte verhogingen zijn daarom ook niet rechtsgeldig. Het deel van de vordering dat ziet op deze verhogingen zal derhalve worden afgewezen. Ten aanzien van het reservefonds merkt de kantonrechter op dat in artikel 32 van de splitsingsakte staat vermeld: “Er kan krachtens besluit van de vergadering een reservefonds worden gevormd, ter bestrijding van andere kosten dan bedoeld in artikel 4 eerste lid tweede zin.” De formulering van het artikel geeft met het woord “kan” aan, dat ten aanzien van het vormen van een (zelfstandig) reservefonds geen verplichting bestaat voor de VvO. Op dit punt is de huidige handelwijze van [eiseres] niet in strijd met de splitsingsakte. 2.
- Ten aanzien van de vergoeding voor buitengerechtelijke incasso kosten geldt, dat wil er sprake zijn van afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking komende kosten, het zal moeten gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een –niet aanvaard- schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op de gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Een combinatie van (een) aanmaning(en) en het doen van (een) schikkingsvoorstel(len) of het daadwerkelijk voeren van schikkingsonderhandelingen kan wel tot toewijzing van buitengerechtelijke kosten leiden. Hiervan is echter niet gebleken. De vordering ter zake vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. 2.
- [gedaagde sub 1] wordt als de (in overwegende mate) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. 3De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde sub 1] om aan [eiseres] te betalen de som van € 2.694,-- (€ 134,70 x 20 maanden), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2011 tot aan de dag van voldoening; veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling van een bedrag ad € 134,70 per maand, die na 1 september 2011 nog verstreken is, te vermeerderen met de na 1 september 2011 vervallen maandelijkse eigen bijdragen vanaf de vervaldatum tot aan de dag der voldoening; veroordeelt [gedaagde sub 1] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiseres] tot heden begroot op € 90,81 aan explootkosten, € 426,-- aan griffierecht en € 612,50 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast); verklaart dit vonnis, voor zover het de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Kobussen, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2012.