vonnis RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH Sector Strafrecht Parketnummer: 01/825449-11 Datum uitspraak: 15 maart 2012 Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1992], wonende te [woonplaats], [adres]. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 maart 2012. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 februari 2012. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 augustus 2011 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] gelegen aan de [adres] te Eindhoven en/of [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of [slachtoffer5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
- s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
- s)een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht op voornoemde personen en/of een telefoon uit de handen van [slachtoffer 2] heeft/hebben gerukt; art. 312 Wetboek van Strafrecht De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie heeft tot vrijspraak van het ten laste gelegde gerekwireerd wegens het ontbreken van wettig bewijs. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Het standpunt van de verdediging. De verdediging is eveneens van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Vrijspraak. De rechtbank acht niet wettig bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Er is onvoldoende rechtstreeks bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde overval. De vordering van de benadeelde partij. Nu verdachte van het hem tenlastegelegde feit zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij [benadeelde] in de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard. De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt. DE UITSPRAAK Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig bewezen. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde], in haar vordering. Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door: mr. N.M. Spelt, voorzitter, mr. W.M. Weerkamp en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden, in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier, en is uitgesproken op 15 maart 2012. Mr. Verheggen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.