uitspraak RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH Sector Strafrecht Parketnummer 01/825240-07 Uitspraakdatum: 12 april 2012 Beslissing verlenging terbeschikkingstelling Beslissing in de zaak van: [terbeschikkingsgestelde], geboren te [geboorteplaats] op [1981], verblijvende [naam kliniek]. Het onderzoek van de zaak. Bij arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch d.d. 29 april 2008 is betrokkene ter beschikking gesteld. De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 8 februari 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar. Op 20 maart 2012 is de behandeling van het onderzoek geschorst tot 29 maart 2012 in verband met verhindering van de raadsvrouwe van betrokkene. Op de openbare terechtzitting van 29 maart 2012 is de vordering van de officier van justitie behandeld. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige [deskundige 1] en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouwe gehoord. In het dossier bevinden zich onder andere: - het advies van [deskundige 2], GZ-psycholoog, behandelcoördinator en [deskundige 3], psychiater, directeur behandelzaken en plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 9 januari 2012; - de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen; - het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde. De beoordeling. De terbeschikkingstelling is toegepast terzake poging tot moord, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld: “Op 27 mei 2010 werd betrokkene in het [naam kliniek] opgenomen op een unit voor zeer intensieve en specialistische zorg. Betrokkene is gediagnosticeerd met schizo-frenie van het paranoïde type. Aan het begin van opname bestond de indruk van een ernstig psychotische man met zowel auditieve als tactiele hallucinaties en die daarover paranoïde wanen als verklaring heeft ontwikkeld. Tijdens eerdere opnames in de GGZ, poliklinische behandeling en tijdens detentie is betrokkene vanuit zijn psychotische belevingen geweld-dadig geweest. Dit maakte dat er sprake was van een hoog risico op fysieke agressie. Eerdere medicamenteuze interventies hadden onvoldoende resultaat, mede doordat betrokkene geneigd was om op eigen initiatief de medicatie te staken. Om het risico op fysieke agressie voldoende te kunnen couperen, werd op 13 juli 2010 gestart met antipsychotische medicatie in de vorm van een dwangtraject. Hoewel psychotische symptomen aanwezig bleven, leek het toestandsbeeld geleidelijk te verbeteren op de medicatie. De gestructureerde omgeving van de kliniek en het medicatiegebruik hadden een positief effect op betrokkene. De geleidelijke verbetering in het toestandsbeeld maakte dat betrokkene in augustus 2011 kon worden overgeplaatst naar een mindere beveiligde afdeling en vervolgens in november jl. naar een behandelafdeling voor patiënten met een psychotische kwetsbaarheid. Ondanks de geleidelijke verbetering in het toestandsbeeld, blijven psychotische symptomen tot op heden aanwezig. Betrokkene blijft zeer kwetsbaar en er blijft sprake van een beperkte draagkracht. Hij blijft moeite hebben om zijn dag/nachtritme te normaliseren, al is op dit gebied wel vooruitgang zichtbaar. Op medicamenteus gebied lijkt het optimale resultaat bereikt. Hoewel er geen sprake is van overeenstemming ten aanzien van het medicatie-beleid, ageert betrokkene niet meer tegen medicatie-inname en toont hij zich medicatie-trouw. Enerzijds ziet betrokkene het belang van medicatie niet in en wil hij deze staken zodra hij vrijkomt, anderzijds benoemt hij wel rustig te worden van het medicatiegebruik. Momenteel is het nog te vroeg voor vrijwillige medicatie, maar de verwachting is dat dit over een tijd mogelijk wel haalbaar is. Betrokkene lijkt langzamerhand enig ziektebesef te ontwikkelen. Hij beseft dat bepaalde gedachten niet geheel stroken met de realiteit van de mensen om zich heen. Er bestaat echter nog geen overeenstemming ten aanzien van de diagnose en de reden van oplegging van de TBS-maatregel. Wel benoemt betrokkene mee te willen werken aan de behandeling om uiteindelijk de kliniek te kunnen verlaten. De komende periode wordt getracht om dagbesteding en therapieën geleidelijk uit te breiden, rekening houdend met het toestands-beeld en de draagkracht van betrokkene. Prognostisch gezien stemmen deze ontwikkelingen voorzichtig positief. Hoe het toekomst-perspectief er precies uit zal zien, moet echter blijken uit het verdere beloop van de behandeling. Betrokkene is momenteel stabiel en bevindt zich aan het beginpunt van de delictgerelateerde fase van de behandeling. Het doorlopen van deze fase zal de termijn van twee jaar ruimschoots overschrijden. Wij adviseren de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met twee jaar”. De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven: “Sinds ik in de [naam kliniek] ben opgenomen is er niets meer gebeurd. Ik gebruik wel medicatie. Het schijnt zo te zijn dat voor mijn behandeling een verlenging van 2 jaar noodzakelijk is. Dit heb ik liever niet. Op de afdeling waar ik nu zit, zit ik prima. Ik verricht 2,5 dag per week productiewerkzaamheden. Ook al ben ik vaak moe, toch zou ik graag wat meer willen werken. Ik zwem een half uur per week. In het verleden had ik nog wel eens vragen over de diagnose schizofrenie die was gesteld. Ik weet nu dat ik psychotisch ben en daardoor sneller vermoeid ben. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Ik heb ook suikerziekte”. De deskundige [deskundige 1], optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven: “Ik ben psycholoog en werkzaam als assistent behandelcoördinator. De GGZ-opleiding heb ik nog niet afgerond. Bij betrokkene is nog altijd sprake van dwangmedicatie. Het ziektebesef is aanwezig, hij is ook ambivalent en zijn inzet is van dien aard dat er wordt toegewerkt naar vrijwillige medicatie-inname. Op dit moment is hij daar nog niet aan toe. Hij volgt inmiddels wel een module medicatie-inname en daarnaast zijn de therapieën uitgebreid en is ook het delictscenario gestart. Betrokkene is heel snel moe en komt maar heel langzaam op gang. Die vermoeidheid is een van de symptomen van schizofrenie. Met de medicijnen die betrokkene thans gebruikt kunnen we niet meer bereiken dan wat we tot nu toe hebben bereikt. Voor vrijwillige inname is op dit moment nog onvoldoende basis. Op het moment dat de terbeschikkingstelling wordt beëindigd is de kans aanwezig dat betrokkene de medicatie-inname ook beëindigd, waardoor de psychose weer kan toenemen. Op dit moment wordt met betrekking tot de medicatie-inname drang toegepast. Als betrokkene dan zijn medicijnen nog steeds niet wil innemen wordt daarop dwang toegepast. De raadsvrouwe merkt op - verkort en zakelijk weergegeven -: Uit de rapportage van de [naam kliniek] blijkt dat bij de risicotaxatie gebruik is gemaakt van HKT-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.